PlusMaarten Moll

‘Probeer niet alle mysteries op te lossen, dan is er geen lol meer aan’

Maarten Moll
null Beeld Sjoukje Bierma
Beeld Sjoukje Bierma

Op het grasveld voor het terras van Polder stond een kruiwagen met zand.

Een van de aardige obers, hij die altijd met een bak water voor de hond komt aanzetten, plantte zijn schep in het kruiwagenzand en liep op zijn dooie akkertje met zijn buit een eindje over het gras om het in een gat te gooien.

Die handeling herhaalde hij nog een paar keer, waarna hij met drie, vier beheerste klapjes met de schep het stuk grond egaliseerde, om vervolgens een ander gat te gaan dichten.

Er was nogal huisgehouden op het veld, gezien de al uitgevoerde reparaties en het aantal resterende kuilen.

Een meter of tien bij de kruiwagen vandaan zagen we een hond enthousiast aarde verplaatsen.

De ober trok zich er niets van aan en haalde een volgende schep. Het gebeurde allemaal in grote kalmte. Het was behoorlijk warm, maar de ober transpireerde niet, zijn witte T-shirt zag er nog onberispelijk uit.

“Nee, niet alleen van honden,” hoorden we hem zeggen.

Hij liep naar een tafeltje om uit een longdrinkglas rustig een paar slokken te nemen.

Het had allemaal een vreemde aantrekkingskracht, dat wat hij met zand en schep aan het doen was. Heel rustgevend, en de tijd verstreek op een heerlijke manier. Proust doet dat ook ergens als hij schrijft over iemand in een tuin in Combray.

Maar goed. Het kwam misschien ook doordat we, mijn vriend Hartjes en ik, wat landerig waren geworden aan dat tafeltje in de zon, dat het iets hypnotiserends had. Zoals je ook altijd even blijft staan kijken als een visser in de stad zijn hengel uitwerpt. Als een reiger door de sloot loopt. Een bestuurder met die te grote auto denkt dat ie er toch tussen kan parkeren. (Laatst zag ik een vrouw met haar hand steeds in een heg verdwijnen. Ze stopte dingen die ze eruit haalde in een plastic zaak van Deen. Ik kon niet zien wat het was.)

“Het lijkt wel een oefening van een onthaastingscursus of zo,’’ zei Hartjes. “Ik krijg er bijna zelf zin in.”

Hij nam een te snelle slok van zijn IJwit en hoestte.

“Ik had nu al blaren op mijn handen gehad,” zei ik.

De schepper vulde nu rustig een klein gat vlak voor ons tafeltje. “Ik ben vorige week met een vol dienblad in zo’n gat gestapt,” zei hij toen hij ons zo zag kijken. “Een natte broek, maar geen gewonden.”

Van de hond zagen we alleen de achterpoten nog.

De ober was alweer bij het volgende gat.

“Ik kan hier echt uren naar kijken,” zei Hartjes, maar ik geloof dat hij dat ook zei omdat hij niet naar huis wilde, waar hem een zieke kat en een opstandige puber wachtte.

“Waarom zoveel kuilen?” vroeg ik. “Waar is hier naar gegraven?”

Hartjes haalde zijn schouders op.

“Probeer niet alle mysteries op te lossen, dan is er geen lol meer aan.”

Het duurde nog een hele tijd voor de kruiwagen leeg was.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Meer over