PlusReportage

Portretten van zand en schelpen: ‘Peter R. de Vries begint me al aan te kijken, net als bij Rembrandt’

Kunstenaar Judith Dubois: 'Ik ben sinds een paar jaar in Rembrandt verzand.' Beeld Dingena Mol
Kunstenaar Judith Dubois: 'Ik ben sinds een paar jaar in Rembrandt verzand.'Beeld Dingena Mol

Kunstenaar Judith Dubois (55) schildert portretten met zand, aarde, steen, schelpen en andere materialen uit de aarde. Van Jane Goodall tot Zelenski. ‘Kijk, hier is het nog wat plat.’

Hans van der Beek

Het bezoek wordt bovenmatig enthousiast welkom geheten door Akuna, een harig hondje dat tot de knie komt, en al snel tot het oor. Akuna – een vuilnisbakkenras met heel veel Tibetaanse terriër – is vernoemd naar beroemde liedje Hakuna Matata, en ze kwispelt al net zo vrolijk met haar staart.

Baasje Judith Dubois zet thee in haar atelier aan de Overtoom, twee ruime kamers aan de straatzijde met een overmaat aan licht. “Een fotogeniek atelier, hè?” zegt ze tegen de fotograaf. “Fotografen vinden het hier altijd geweldig. Al die kleuren.”

Helemaal waar. Haar atelier staat stampvol rekken en kasten, en die staan weer stampvol met potjes en doosjes met zand in alle kleuren, en uit alle windstreken. Bruin, roodbruin, geelgroen, warm zwart. Op elk potje zit een labeltje waar het zand vandaan komt. Toscane. Brazilië. Zeeland.

Dubois is nog nooit in Afrika geweest, maar ze heeft drie planken vol met zand uit tientallen landen. Al haar vrienden en bekenden weten: op vakantie altijd een zakje meenemen voor Judith.

Zelf kan ze ook geen stap door de natuur zetten zonder rond te scharrelen. Dubois: “Absoluut. Ik ben net een hondje. Overal waar ik kom, graaf ik even in de aarde. Een vakantie naar de Dolomieten bijvoorbeeld is levensgevaarlijk, want dan ben je met de auto. Met het vliegtuig heb je nog enige beperking met wat je allemaal mee terugneemt.”

De Dolomieten hebben ruim twee planken opgeleverd. Dubois is vooral blij met de groene steen. Stenen in de kleur groen zijn lastig te vinden.

Judith Dubois schildert met zand, aarde, steen, schelp, vulkanisch zand, boombast en alle andere materialen die uit de aarde kan halen. Haar muren hangen vol met portretten. Bestaande schilderijen, maar nu gemaakt van wat de aarde te bieden heeft. Van Rembrandt, zijn vrouwen Saskia en Hendrickje, zijn zoon Titus.

Maar ook vele helden van nu. Jane Goodall met chimpansee, Amanda Gorman, Tommy Wieringa. Het schilderij van Oekraïense president Zelenski is onlangs voor 3570 euro geveild voor een goed doel, humanitaire hulp aan Oekraïne. (Minus 570 euro btw en materiaalkosten.)

Een zandkunstwerk van de Oekraïense president Zelenski. Beeld Judith Dubois
Een zandkunstwerk van de Oekraïense president Zelenski.Beeld Judith Dubois

Op het eerste gezicht lijken haar portretten geschilderd, met volle vegen, maar er komt geen druppel verf aan te pas. Het volume en de kleur op de schilderijen wordt gemaakt met steentjes of stukjes schelp.

“Ja, het behoeft veel uitleg,” zegt Dubois. “Mensen blijven maar vragen: maar gebruik je dan écht geen verf? Soms moet je het drie keer uitleggen. Maar alle kleuren zijn zoals ze zijn. Zo heb ik ze gevonden in de aarde. Daar lagen ze al duizenden, soms miljoenen jaren. Wat ik doe is iets nieuws, maar eigenlijk is het iets heel ouds. Ik ga terug naar de oorsprong van de schilderkunst. Vroeger was verf ook fijngemalen aarde of steen.”

Ze gaat laten zien hoe ze te werk gaat. In een pannetje met warm water wordt een potje met lijm opgewarmd – au bain marie. Het is een soort doorzichtige lijm, die de kleuren niet aantast, het soort lijm dat Rembrandt al gebruikte om zijn doeken te voor te bereiden.

Op tafel ligt een eikenhouten plaat. Daarop is langzaam maar zeker Peter R. de Vries aan het ontstaan. De eerste contouren zijn er al, het lijkt alsof ze eerst een voorstudie met verf heeft gemaakt.

Nee, dus.

Dubois, lachend: “Dat bedoel ik, dat ik het vaak drie keer moet uitleggen.”

Net een grove kwast brengt ze een laagje lijm aan. Die koelt snel af, dus ze pakt een potje met mergel uit de Sint Pietersberg. Door opwarming heeft die mergel een zalmkleur gekregen, voor de huidskleur.

“Kijk, hier is het nog wat plat,” zegt ze, en strooit de mergel over het voorhoofd. Met een spatel schraapt ze het mergelgruis in banen. “Het moet niet te braaf worden.”

Een beetje steenkool voor een lijntje bij de neus, een rimpel op het voorhoofd met zand uit de Veluwe, stukjes koraal voor de lippen.

Het liefst werkt Dubois aan meerdere schilderijen tegelijk. Zo’n laagje lijm moet telkens drogen, hier en daar wordt weer iets weggekrast, en dan opnieuw. Zo wordt een portret opgebouwd, laag voor laag voor laag voor laag.

Het is een magisch gezicht. Sint Jacobsschelp, Giant Seqouia bast, zoetwatermossel, lapis luzuli-steen (mooi blauw), kokkels, een veer – en zand uit de hele wereld. Dat is de verf van Judith Dubois.

“Eigenlijk ben ik sinds een paar jaar in Rembrandt verzand,” zegt ze, en ja, dat grapje maakt ze vaker.

Californië

We beginnen bij het begin. Judith Dubois (1966, Den Briel) groeide op in Zuid-Limburg. Haar vader werkte bij de DSM en haar moeder was een telg van een familiebedrijf met een dakpannenfabriek. Zo’n dakpan staat uiteraard, vermalen in een potje, bij Dubois in het atelier.

Als kind zat ze al eindeloos te tekenen en schetsen op zolder. Na haar Atheneum-B wilde ze Bosbouw gaat studeren, maar ze mocht van haar ouders een jaar naar Italië, om daar de kunst een kans te geven. Het werden negen jaar.

In Florence deed ze een kunstopleiding, ze gaf modeltekenles, werkte in een atelier voor restauratie en decoratie van oude meubels, waar ze de oude technieken leerde, zoals die van werken met ambachtelijke lijm, die haar later zo van pas zou komen. Net als een cursus fresco schilderen in Venetië, want het schilderen met gemalen aardepigment is erg verwant aan wat ze later zou doen aardemateriaal.

Maar dat wist Dubois toen nog allemaal niet. Ze maakte vooral modeltekeningen en schilderde landschappen. Haar eerste tentoonstelling was in Zuid-Duitsland en snel daarna twee tentoonstellingen in Amsterdam, in 1990.

Toen leerde ze Amsterdam kennen. De vrijheid en blijheid hier trok haar meteen aan.

null Beeld Dingena Mol
Beeld Dingena Mol

Dubois: “Italië is mooi, zeker Toscane. Ik woonde toen buiten de stad, en ik hoefde maar mijn deur uit te lopen om het landschap te kunnen schilderen. Maar het was toch ook erg macho. Als vrouw was je toen een tweederangsburger.”

De laatste twee jaar van die negen in Italië woonde Dubois in Toscane én Amsterdam.

Dubois: “Daar en hier. Dat was de ideale wereld. Best of both worlds.”

Maar twee woningen aanhouden is ook alweer een dure grap, en toen de maffia in 1992 zelfs rechters begon te vermoorden, dacht ze: het is tijd om terug te gaan naar Nederland.

In 1993 vertrok ze definitief naar Amsterdam en kwam terecht in een woongroep aan de Overtoom, waar nu nog haar atelier is, maar waar ze ook twintig jaar woonde.

Dubois: “Ik leefde letterlijk tussen de schilderijen.”

Ze deed werk in opdracht, had tussendoor exposities en twaalf jaar geleden begon ze ook als tolk Italiaans in de rechtbank. Haar thema was altijd de natuur en rechtvaardigheid.

Dubois: “Met die opleiding Bosbouw wilde ik actievoeren, bossen redden. In plaats daarvan ben ik bossen gaan schilderen, en zo te vereeuwigen.”

Haar epifanie kwam in 1996, tijdens een werkreis in Californië, waar ze twee schilderijen had verkocht. Ze reisde over Highway 1 en maakte overal schetsen met pastel. Langs de kust, tegen de rotsen, zag je overal prachtige lagen zand boven op elkaar. Precies de kleuren die ze zocht.

Dubois: “Toen dacht ik, ik zit hier een beetje die kleuren na te maken, met pastel. Ik was een soort fototoestel. Overal waar ik kwam, probeerde ik in alles wat los en vast zit maar de kleur te vinden. Waarom pak ik niet gewoon die kleur, en plak het op het schilderij? Dan heb ik precies wat ik zoek.”

Daar, tegen de rotsen aan een strand in Californië, ging ze voor het eerst in de weer met potjes, en nog meer potjes, en plakte ze zand op een schilderij van dat strand zelf.

 Dubois maakt kunst met aardse materialen, waaronder boomschors. Beeld Dingena Mol
Dubois maakt kunst met aardse materialen, waaronder boomschors.Beeld Dingena Mol

De eerste jaren hield ze het bij landschappen, logisch, in combinatie met verf, maar haar werk werd steeds verfijnder en niet lang daarna werd ze een purist: geen enkele verf meer.

Het liefst wilde ze toen ook al een portret proberen, maar dat kwam er maar niet van – te druk met opdrachten. Dat veranderde in 2019, het Rembrandt jaar. Haar versie van een zelfportretje van een jonge Rembrandt – een schelp paste perfect als zijn kraag – werd opgenomen in de expositie RMBRNDT.NU. Die werd meteen verkocht, en Dubois herschiep Titus en ‘t Joodse Bruidje, onder de noemer Rembrandt Rises from Dutch Soil.

Daarna volgden hedendaagse helden, zoals dorpsgenoot Tommy Wieringa en zijn vrouw Channa Samkalden, de advocaat die een zaak tegen Shell wist te winnen, aangespannen door vier Nigeriaanse boeren. Wieringa en Samkalden – beiden zijn dorpsgenoten in Broek in Waterland, waar Dubois sinds tien jaar met haar dochter woont – poseerden voor haar. Voor de portretten van Zelenski, Gorman en anderen liet ze zich inspireren door foto's en filmpjes.

Dubois: “Ik ben mijn hele leven met schetsen en modeltekeningen. Het ging zo makkelijk, dat het een beetje saai werd. Deze manier van schilderen was echt een nieuwe uitdaging. Na die allereerste Rembrandt en Titus was ik meteen verkocht. En de portretten ook.”

De ogen

Dubois staat voor haar portret van De Vries. “Hij begint me al aan te kijken. Dat gevoel krijg je, als je naar het schilderij kijkt, net als bij Rembrandt. Het is er nog niet helemaal, het begint.”

Ze haalt het portret van Wieringa van de wand, en houdt het in het licht, in steeds een andere hoek. “Met zijlicht kijkt hij bedenkelijk. Maar als het licht verandert, kijkt hij net even anders. Soms krijgt hij ineens een twinkel in de ogen. Dat krijg je gewoon niet met verf.”

Die twinkel wordt veroorzaakt door de stukjes parelmoer die ze gebruikt.

“Jaren geleden zag ik dat speciale parelmoerverf te koop is, juist voor die schittering. Ik denk dan, pak meteen parelmoer. Het zit in elk soort schelp.”

Wieringa gaat weer terug aan de wand, en kijkt van daaruit toe.

Dubois: “De ogen zijn het belangrijkst. Als je de ogen te pakken hebt, heb je de ziel. En dat is ook de boodschap van mijn werk: de aarde kijkt terug. Dat idee vind ik mooi. Dat je de aarde smoel geeft.”

Dubois stopt wel meer symboliek in haar portretten. Zoals bij De Vries: stukken zeeden en stukken boomschors die precies in elkaar passen, zoals de puzzelstukken die De Vries altijd aan het leggen was. De verstrengelde tak blauwe regen heeft veel weg van de vorm van DNA. Een verweerde schelp lijkt op een vingerafdruk.

En zo zitten in al haar portretten verwijzingen. De gele schelp Corculum cardissa en de blauwe mosselschelp – de Oekraïense vlag – bij Zelenski, de penneveer bij Wieringa, een Sint Jacobsschelp – de schelp zit in het logo van Shell – bij Samkalden. Sowieso komt het zand bij elk portret uit een streek die belangrijk was voor de geportretteerde, bijvoorbeeld bij De Vries onder meer uit de buurt van Putten (Puttense moordzaak) en de Antillen (Natalee Holloway).

Het portret van Peter R. de Vries. Beeld Dingena Mol
Het portret van Peter R. de Vries.Beeld Dingena Mol

Dubois: “Het stikt van de symboliek, daar komt het op neer.”

Ze nodigt uit om de schilderijen vooral aan te raken. “Contact met de natuur en de wereld om ons heen, is het thema dat altijd in mijn werk terugkomt.”

Toch is dat nogal een stap – een schilderij aanraken.

Dubois: “Ik snap de huivering, zo zijn we niet opgevoed. Maar door de lijm is alles keihard. Je moet eerder oppassen dat je je vinger niet openhaalt. Die afgebroken schelpjes zijn scherp.”

Earthphone

Akuna is alweer een tijdje tot rust gekomen en ligt opgerold te slapen bij een ladekast. Daar komt wel weer meteen een einde aan, als Dubois een lade opentrekt om een ander project te laten zien, een kort uitstapje van de portretten.

De Earthphone.

In de lades liggen kunstwerkjes die lijken op smartphones en iPads, op ware grootte, keurig in een hoesje, en uiteraard ook gemaakt van aardemateriaal. Ook nu weer symboliek.

Dubois: “De wereld is plat geworden. Zo plat als ons schermpje. Ik dacht: hoe kan ik ervoor zorgen dat mensen weer gewoon naar kunst gaan kijken, naar de natuur. Met de Earthphone sta je weer voortdurend in contact met de aarde. In plaats van een digitale foto van je vakantie, heb je een stukje van het land zelf. Op je bureau of gewoon in je broekzak.”

Dubois: 'Met de Earthphone sta je weer voortdurend in contact met de aarde.' Beeld Dingena Mol
Dubois: 'Met de Earthphone sta je weer voortdurend in contact met de aarde.'Beeld Dingena Mol

Zo’n Earthphone pak je inderdaad een stuk makkelijk in de hand, en raakte het aan, allemaal zonder huivering.

Dubois: “Ze hebben ook allemaal een home-knop. En als je erop drukt, hierzo – dan gebeurt er helemaal niets. Mooi, hè.”

Bestaat er eigenlijk al een naam voor haar manier van werken?

Dubois: “Ik had laatst een expositie in de kerk van Broek in Waterland en daar noemde iemand het: off the road-kunst. Dat vond ik een hele mooie.”