PlusExclusief

Piet van Heusden is zeventig jaar na zijn wereldtitel nog altijd een fietsend fenomeen

Piet van Heusden is dan misschien 93 jaar oud, de voormalig wereldkampioen maakt in wielerkleding nog drie keer per week een tochtje. De kracht neemt af, het plezier niet. Verslaggever Thomas Sijtsma fietst een rondje mee.

Thomas Sijtsma
Oud-wereldkampioen Piet van Heusden: ‘Ik zou zo graag nog eens bij een snel groepje aansluiten, maar dat gaat niet meer.’  Beeld Ivo van der Bent
Oud-wereldkampioen Piet van Heusden: ‘Ik zou zo graag nog eens bij een snel groepje aansluiten, maar dat gaat niet meer.’Beeld Ivo van der Bent

De telefoon ging een paar weken geleden in de woning van Piet van Heusden. De stem aan de andere kant vroeg of hij was overleden. Dat stond namelijk op internet. De in Uithoorn woonachtige Amsterdammer nam het kalm ter kennisgeving aan. “Sorry, maar daar weet ik helemaal niks van.”

Van Heusden ziet er inmiddels de humor van in. Hij geniet te veel van het leven om ermee te zitten. Het is de verspreider van het macabere nieuws vergeven. Gelukkig is ‘Ome Piet’ er nog en hij stopt er voorlopig ook niet mee, net zo min hij ooit stopt met fietsen. Er bestaat immers niks mooiers dan dat. “Of weet jij wel iets beters dan? Ik sterf nog liever in het harnas.”

De geboren Amsterdammer lacht deze zomerochtend van onder zijn grijze krulsnor terwijl hij de elektrische fiets uit het schuurtje rijdt. Een koersbroek en -shirt heeft hij over zijn lijf aangetrokken voor een rit van twintig tot dertig kilometer. Van Heusden doet dat nog twee of drie keer per week. Hij vindt zichzelf te jong om thuis te zitten. Op zijn sokken en zijn mouwen zijn de regenboogkleuren zichtbaar, in het wielrennen een teken dat de drager van de kleding zich ooit wereldkampioen mocht noemen.

Baanspecialist

Dat klopt in het geval van Van Heusden. In 1952, exact zeventig jaar geleden, op de baan in de discipline achtervolging. Dat betekent niets anders dan een handvol minuten zo hard mogelijk achter iemand aan rijden op de wielerbaan. Hij was er dat jaar de beste in. ‘Een Amsterdams fenomeen,’ schreven sportverslaggevers over hem. Als eerste reserve viel hij eerder in bij het Nederlands kampioenschap in het Olympisch Stadion. Van Heusden won en plaatste zich daarmee voor de mondiale eindstrijd. In het naoorlogse Amsterdam heerste armoede en dus moest hij geld lenen om überhaupt in Parijs te komen en voor de wereldtitel te strijden.

Terug in de stad werd hij vlak bij zijn eigen huis onthaald op het Mercatorplein in West. De cabriolet waarin Van Heusden wuivend zat, kon nauwelijks door de uitzinnige menigte komen. Heel Amsterdam wilde een glimp opvangen van een van de grootste kampioenen uit de jaren vijftig.

Het zijn vervlogen tijden. Zijn naam zegt steeds minder mensen iets. De fiets van 1952 heeft hij nog, maar Van Heusden past er niet meer op. Te groot geworden. Of beter gezegd: Van Heusden is te klein geworden, door de decennia heen is hij een paar centimeter gekrompen.

Inmiddels is de voormalig baanspecialist de oudste nog levende wereldkampioen van Nederland. Voor zover hij weet tenminste, vertelt Van Heusden bij een snelheid van 24 kilometer per uur. Praatjes genoeg, maar tijdens het fietsen wordt hij minder spraakzaam dan ervoor. Het verkeer eist zijn aandacht op, al manoeuvreert de voormalig kampioen bij rotondes en kruispunten handig langs schoolkinderen en bejaarden die minder fit zijn dan hij.

Op 11 juli werd Van Heusden 93 jaar. Volgens een van zijn verjaardagskaarten is met die leeftijd niets mis. 93, dat is niet oud, maar ‘gewoon vintage’. “Ik heb het gevierd met een van mijn twee zoons. Eerst vis gegeten en daarna een afzakkertje op het Roelof Hartplein. Rond middernacht was ik thuis, dus ik heb een beetje uitgeslapen. Opstarten gaat op mijn leeftijd steeds moeizamer.”

Van Heusden merkt het steeds vaker aan zijn lichaam. Een wandelstok en een zitlift zijn in zijn woning stille getuigen van een voortschrijdende leeftijd. “Laatst lag ik een hele dag in bed. Niets voor mij. Dat zou ik vroeger ook nooit hebben gedaan. Ik voelde me beroerd, had een drukke tijd achter de rug en nam daarom maar een dag rust.”

Dertig jaar geleden kreeg Van Heusden de diagnose darmkanker. Hij genas. “Omdat ik geluk had.” Een paar jaar geleden werd een pacemaker ingebracht. Zijn hartslag tikte tot grote verbazing van specialisten amper 25 keer per uur. Veel te laag. “Ik marcheerde er nog goed op, hoor. Ik heb de cardioloog gevraagd de pacemaker op te voeren. Waarom dan in hemelsnaam, wilde hij weten. ‘Nou meneer,’ zei ik. ‘Simpel. Omdat ik wil fietsen.’”

Concurrenten uitputten

De rit is inmiddels achterwege. Tijdens de stop, met drie wolkjes melk en geen suiker voor in de koffie van de veteraan, pakt Van Heusden met beide handen zijn rimpelige bovenbenen. Hij kijkt er even naar. De spieren die hem ooit wereldkampioen maakten zijn nog zichtbaar, toch zint het hem niet. “Mijn spieren gaan weg, ze verdwijnen gewoon. Zeker de laatste jaren gaat het hard. Ik heb inmiddels dunne pootjes. Dat vind ik erg jammer.”

Want hoewel het op- en afstappen steeds meer moeite kost, wil Van Heusden niets liever dan koersen, concurrenten uitputten, demarreren, elkaar gek maken op de fiets. De jonge hond is in het oude lijf niet verloren gegaan. Tot na zijn tachtigste daagde hij twintigers en dertigers uit. “Ik geniet nog steeds op de fiets, maar minder dan vroeger. Ik zou zo graag nog eens bij een snel groepje aansluiten, maar dat gaat niet meer. Daar heb ik mij overheen gezet. Ik ga nu vaak alleen, lekker op eigen tempo.”

Sinds zijn vrouw er niet meer is, woont Van Heusden ook alleen. Zijn lieve Fok, die hij al voor de oorlog kende als ‘het meissie met klompen en zwarte kousjes uit de Van Spilbergenstraat’, is overleden. Meer dan zestig jaar zijn ze getrouwd geweest. Thuis hangen foto’s uit betere tijden aan de muur. “Ze kreeg een hersenbloeding. Daarna kon ze helemaal niks meer.”

Van Heusden voelt het gemis. “Ik heb mijn vrouw tot haar dood kunnen verzorgen. Anderhalf jaar lang. Dat is het mooiste wat ik ooit voor haar heb kunnen doen. Ze wilde het graag, en ik ook. We richtten een speciale kamer voor haar in. Ik had een babyfoon bij me staan zodat we altijd konden praten. Dat deden we veel. Ik viel in die periode zes kilo af. Maar dat maakte mij niet uit, het was voor haar.”

Een scheve schouder

In die periode stopte Van Heusden met baanwielrennen, zijn andere grote liefde, dat hij nog drie keer per week deed. Zijn vrouw kwam nu een keer vóór de fiets, in plaats van andersom, zoals het zo vaak was gegaan. Het was niet anders, de baanfiets werd voorgoed opgeborgen.

Kort daarvoor was hij als 85-jarige gevallen over een andere fietser op de baan. En over hem viel weer een ander. “Ik heb nog altijd een scheve schouder van die val, een pianotoets noemen ze het in medische termen. Met het oog op de afnemende gezondheid van mijn vrouw wilde ik geen risico meer nemen. Als er weer iets met mij gebeurde, en ik raakte in het ziekenhuis, zou ik haar in de laatste periode niet meer kunnen bijstaan.”

Zijn baanfiets heeft Van Heusden nooit meer gebruikt. Toch gaat hij elke week kijken ‘op Sloten’, de wielerbaan in Zuid, bij zijn kameraden van weleer. Zestigers, zeventigers en tachtigers die hun rondjes rijden. En daarna bij de koffie verhalen van vroeger ophalen. Morgen neemt hij cake en een bus slagroom mee, als traktatie voor zijn verjaardag.

Hij geniet van de vriendschappen. “Ik ben altijd in de wielersport gebleven. Als wielrenner, later als ploegleider en organisator van wedstrijden. Zelfs op deze leeftijd kan ik nog fietsen. Financieel niet, maar verder heb ik een rijk leven gehad.”

De huldiging van Piet van Heusden in Amsterdam, nadat hij in Parijs wereldkampioen was geworden op de baan in de discipline achtervolging, 1952. Beeld Nationaal Archief
De huldiging van Piet van Heusden in Amsterdam, nadat hij in Parijs wereldkampioen was geworden op de baan in de discipline achtervolging, 1952.Beeld Nationaal Archief
Meer over