Na 40 jaar trouwe dienst als vrijwilliger in het ziekenhuis OLVG in West, neemt de 92-jarige Wies van der Feen afscheid van haar collega’s.

PlusReportage

Oudste OLVG-vrijwilliger Wies van der Feen stopt na 40 jaar. ‘Ze is een jongedame van 92’

Na 40 jaar trouwe dienst als vrijwilliger in het ziekenhuis OLVG in West, neemt de 92-jarige Wies van der Feen afscheid van haar collega’s.Beeld Daniel Cohen

Wies van der Feen (92) werkte veertig jaar als vrijwilliger in eerst het Andreas Ziekenhuis, later OLVG West – de oudste medewerker ooit in het ziekenhuis. Op 15 december zegt ze de koffiekar vaarwel. ‘Ik zou graag doorgaan, maar het lopen gaat steeds moeilijker.’

Marloes de Moor

Het is alsof hun tred zich in de loop der jaren heeft gevoegd naar die van verpleegkundigen en artsen, die in even hoog tempo langszij komen. Map onder de arm, wapperende jaspanden. Met dezelfde energieke routine maken vrijwilligers Wies van der Feen (92) en Maryan Klein (83) op woensdagochtend hun koffieronde in het OLVG West.

Maryan Klein, de grootste, met ferme stappen voorop. Van der Feen, met snelle korte pasjes, lichtgebogen achter de kar met koffie, thee, limonade en water. Razendsnel rollen de wieltjes over de gekleurde banen in het linoleum. Soepel de bochten door, lange gangen in naar ruimtes waar altijd wel een plukje mensen wacht op een onderzoek, een gesprek of een uitslag.

Klein en Van der Feen doorbreken de wat gespannen sfeer met een luchtig intermezzo. “Koffie, thee? Of misschien een glaasje water, meneer?” informeert Klein, terwijl Van der Feen halverwege zijn antwoord het kraantje van de waterkan al opendraait. Een geolied team. Op woensdagochtend van half tien tot twaalf uur van de partij. “Zij vraagt, ik schenk,” verklaart Van der Feen.

“Deze jongedame is 92 jaar en werkt al veertig jaar bij ons!” roept een verpleegkundige tegen twee patiënten. Ze maakt een weids armgebaar naar Van der Feen. Die wendt bescheiden haar hoofd af: “Ach jongens, schei uit.” Maar een vrouw in een rolstoel heft haar dampende koffiebekertje al. “Daar drinken we op. Op de gezondheid!” Haar man doet mee: “Bravo!”

Lectuurwagen

Het is niet de eerste keer dat patiënten de twee vrijwilligsters met geamuseerd ontzag opnemen. Aanstekelijke levenslust schuilt in hun opgeruimde, vlugge handelingen. Goedkeurende knikjes van het personeel. Sommigen moesten nog geboren worden toen Van der Feen al koffie rondbracht in het ziekenhuis. Dat was nog in het kleine Andreas Ziekenhuis in de Theophile de Bockstraat, waar nu het wooncomplex Andreas Ensemble staat.

Van der Feen: “Mijn man Bob en ik bezochten de zondagsdiensten in de Andreaskapel bij het ziekenhuis. Al gauw gingen we daar ook vrijwilligerswerk doen. Op zondagen brachten wij patiënten in hun bed naar de kerkdienst. We deden er van alles. Mijn man ging als ouderling in gesprek met zieke mensen en bood ze troost. Ik verzorgde de bloemen en planten op de afdeling, schonk koffie en ging rond met de lectuurwagen. Vooral de kraamafdeling met al die pasgeboren baby’s vond ik zo leuk.”

In 1996 fuseerde het Andreas Ziekenhuis met het Sint Lucas Ziekenhuis en kreeg als Lucas Andreas Ziekenhuis, tegenwoordig OLVG West, een nieuwe plek in de Jan Tooropstraat.

Prettige afleiding

Van der Feen zette het vrijwilligerswerk samen met haar man voort. “We bezochten de afdelingen met koffie en maakten een praatje met patiënten. Totdat mijn man na een hartoperatie sterk achteruit ging en in een verpleeghuis terechtkwam. Tweeënhalf jaar geleden is hij overleden. We waren 65 jaar getrouwd en hadden geen kinderen, waardoor we alles samen deden. En nu is het stil in huis. Ik mis hem verschrikkelijk.”

Even is het verdriet haar de baas. “Bob had gewild dat ik doorging als vrijwilliger. En dat heb ik gedaan. Ik wilde niet alleen thuiszitten met mijn verdriet. Het ziekenhuis bood me een prettige afleiding.”

Op woensdag om half negen ’s morgens haalt een taxibusje haar op bij haar flat in De Aker en zet haar af bij het OLVG West. Geen dienst heeft ze overgeslagen. Altijd was ze er, in weer in wind.

Toen Ellen Schmidt, teamleider vrijwilligers, vierenhalf jaar geleden bij OLVG West ging werken, was ze meteen onder de indruk van Wies. “Ze is pittig, erudiet en helemaal bij de tijd. Wil je een foto sturen, dan zegt ze: ‘Stuur maar even op de app.’ Moet ze wat opzoeken, dan pakt ze haar tablet erbij. Doordat ze weet wat er speelt in de wereld, kan ze met mensen van alle niveaus gesprekken voeren.”

Van der Feen maakt bescheiden wegwerpgebaren. Rode blossen trekken over haar gezicht. “Ach, hou op.”

Wies van der Feen met haar collega en vriendin Maryan Klein. Klein: ‘Ik krijg weleens op m’n duvel van haar, hoor, dat ik te stevig doorstap.’ Beeld Daniel Cohen
Wies van der Feen met haar collega en vriendin Maryan Klein. Klein: ‘Ik krijg weleens op m’n duvel van haar, hoor, dat ik te stevig doorstap.’Beeld Daniel Cohen

Maar hoe scherp haar geest ook was, haar benen werden minder. Schmidt suggereerde dat ze misschien eens naar iets anders voor haar moesten kijken. “Daar was Wies eerst helemaal niet blij mee. Ik stelde voor dat ze zou kunnen helpen op de afdeling geriatrie met kwetsbare, oudere patiënten. Daar zag ik haar wel voor me: ze is zo goed met mensen en kan de boel opfleuren.”

“Bij binnenkomst kreeg ze eerst uitleg over de code van de deur naar de afdeling. Toen Wies enthousiast begon te praten merkten ze: daar zat duidelijk pit in! Toen ze weer vertrok, keken ze haar allemaal na. Hoe zou het gaan met die code? Maar daar ging ze hoor. Kordate stappen en tjak tjak, ze toetste die code in. Had ze gewoon onthouden. Heel scherp!”

Stappenteller

Van der Feen werd een graag geziene gast op de geriatrieafdeling, maar verlangde stiekem terug naar de koffiekar. “Ze is wel een beetje een rebel,” zegt Schmidt en lacht. “Ik had haar al eens gezien toen ze zonder het te zeggen toch weer achter de koffiekar liep. Hoe betrapt ze toen keek! Toen ze hoorde dat er weer een plek vrij was, greep ze meteen haar kans.”

Van der Feen knikt. “Ik vind de koffiekar veel leuker. Bij geriatrie zat driekwart van de mensen te slapen. Ik had niet veel te doen. Dit is dynamischer.”

Bovendien heeft ze aan Maryan Klein een goede vriendin. Klein: “Ik krijg weleens op m’n duvel van haar, hoor, dat ik te stevig doorstap. ‘Even rustig aan,’ zegt ze dan.” Aan het eind staat ze stil. Naast haar zachtjes de versnelde ademhaling van Van der Feen: “Pak je stappenteller eens.”

Klein diept een smartphone op uit haar tas en cirkelt met één vinger over het display. “Hier: 2177 stappen. En dan moeten we nog een verdieping, hè? Wacht… ik kijk ook nog even naar de kilocalorieën: 111!” Tevreden turen de twee naar het schermpje.

“Kom, we gaan naar de bioscoop!” oppert Klein. Onderweg poetst ze provisorisch nog even een deurpost schoon. “Daar moet straks even een lappie over.” De ‘bioscoop’ is een tweepersoonsbankje dat zicht biedt op een flatscreen-tv met foto’s van inheemse stammen, gemaakt door fotograaf Jimmy Nelson. “Wat een mooie man!” roepen ze lachend als een stamhoofd met grijze baard verschijnt. En schaterend bij een groep naakte mannen met speren: “O nee, doe weg, weg!”

De korte ‘bioscooppauze’ is vaste prik. Voor de laatste keer, want op 15 december nemen ze allebei afscheid. Klein vanwege de gezondheid van haar man, Van der Feen omdat ze slecht ter been is. “Ik zou graag doorgaan, maar moet er echt een punt achter zetten. Het lopen gaat steeds moeilijker. Ik zal het echt missen. Gelukkig staat de eerste koffieafspraak met Maryan al.”

Klein: “Ga je huilen, Wies?”

Van der Feen knikt. “Ik zeg altijd: ik woon aan de waterkant.”

Meer over