Ornela Vorpsi - Het land waar je nooit sterft

Albanië is altijd een mysterieus land in de verte geweest. Ik weet nog hoe ik het lang geleden tijdens een vakantie aan de noordoostkust van het Griekse eiland Corfu in de verte over het water zag liggen. In de avond schoten vanaf de Albanese kust onheilspellende zoeklichten door de lucht en over de zee.

In die dagen werd vermoed dat het daar, in 'de communistische heilstaat' van dictator Enver Hoxa, niet pluis was, maar over het dagelijks leven in dat afgesloten, in zichzelf gekeerde Balkanland kwamen mondjesmaat berichten naar buiten.

In de literatuur konden we terecht bij het werk van Ismail Kadare, die ten tijde van de dictatuur zijn weerzin veelal in politieke allegorieën tot uiting bracht en in 1990 definitief ontgoocheld de wijk nam naar Frankrijk.

De schrijfster Ornela Vorpsi (1968) had al op veel jongere leeftijd haar geduld met Albanië verloren. In 1991 zocht ze haar heil in Italië om uiteindelijk, net als Kadare, in Parijs terecht te komen. Ze maakte carrière als schilder, fotograaf en videokunstenaar en publiceerde vier jaar geleden haar debuutroman, nu vertaald als Het land waar je nooit sterft.

In dit onverbloemde, genadeloze boek beschrijft Vorpsi in een collage van miniatuurtjes hoe ze als opgroeiend meisje stukje bij beetje ontdekt hoe 'ons geliefde land' in werkelijkheid een monsterlijke samenleving is, waar leugens regeren en het cynisme alomtegenwoordig is, geïllustreerd in het nationale adagium, 'het levenswater van ons land': 'Wie leeft, haat ik en wie sterft, beween ik.'
Daarbij heeft de schrijfster in het bijzonder aandacht voor het lot van vrouwen en meisjes die onderweg zijn om vrouw te worden, onderhevig aan de wijdverbreide stelling: 'Een mooi meisje is een slet, en een lelijk meisje - arme stakker! - niet.' Als dertienjarige is een zwangere vrouw in haar ogen 'een vrouw die in de struiken is geneukt'.

Ook voor haar eigen vader is de vertelster niet veilig. Hij negeert haar protesten tegen zijn avances met de woorden: ''Waarom heb ik anders een dochter gemaakt, ik heb je toch alleen maar gemaakt om je te kunnen zoenen!''
Tot haar opluchting verdwijnt die vader van de ene op de andere dag, om na een proces achter gesloten deuren wegens kritiek op de partij in een heropvoedingskamp te belanden.

Als dochter van een dissident wordt ze op school als 'een risicogeval' gezien, dat een extra onderdompeling in de communistische heilsleer verdient en met een op de houtkachel verwarmde ijzeren liniaal tot discipline wordt gedwongen. Met bijtende spot levert Vorpsi haar commentaar: 'Ik onderga de grootsheid van de menselijke soort en ben eenvoudigweg sprakeloos.'

De vertelster groeit op met haar mooie moeder, die de bewondering oogst van mannen en 'de monsterlijke jaloezie' van vrouwen: 'Zo'n blik, gevoed door verbittering - door dat zuur dat je aderen en je maag aanvreet -, waarmee je kastelen en hele dorpen plat kunt branden. Ze zouden haar het liefst vermorzeld hebben of levend hebben verslonden, aan de honden hebben gevoerd.'

Ook in de verhalen over vrouwen uit haar omgeving voel je haar nauw verholen woede. Het zijn verhalen over illegale (en soms fatale) abortussen, over een bewonderd vriendinnetje en haar moeder die zich prostitueren om te overleven, verklikt worden door de buurt, die hen vervolgens luidkeels beweent als ze worden geïnterneerd in een heropvoedingskamp.

Voor de vertelster vormen boeken (onder andere de sprookjes van Grimm) het tegengif voor de perverse fictie waarin ze leeft. Uit die literaire leerschool is een kiezelhard boek voortgekomen. Nu weet ik eindelijk hoe het daar toeging, aan de overkant van het water. (ALLE LANSU)

Ornela Vorpsi - Het land waar je nooit sterft
Vertaald door Yond Boeke en Patty Krone.
Van Oorschot, 15,00 euro

null Beeld
Meer over