PlusReportage

Op pad met de ijsmeesters van de Jaap Edenbaan: ‘Zo eenvoudig is het niet’

IJsmeesters Ed Zwaan (met muts) en David Vroon meten de ijsdikte en maken aantekeningen op een plattegrond.  Beeld Dingena Mol
IJsmeesters Ed Zwaan (met muts) en David Vroon meten de ijsdikte en maken aantekeningen op een plattegrond.Beeld Dingena Mol

Elke ochtend om half zeven staan de ijsmeesters van de Jaap Edenbaan gereed om de ijsvloer weer zo glad als een spiegel te maken. ‘Vorig jaar heb ik ’s nachts een veldbed op kantoor neergezet.’

Marloes de Moor

Een sluier van nevel rond de lichtmasten. Op het ijs een wit laagje rijp. Het zachte zoemen van de opblaasbare boarding. De Jaap Edenbaan om half zeven ’s morgens. Stil en verlaten. Geen schrapende ijzers, geen kreten bij inhaalmanoeuvres. Het gele lampjessnoer opeens vreemd feestelijk. Een surrealistisch sprookje op de maandagmorgen.

IJsmeester en hoofd technische dienst Sander Rozendaal (47) ziet het elke ochtend. Met zijn collega’s Ed Zwaan (43) en David Vroon (37) staat hij klaar om de ijsvloer, voordat de baan voor publiek opengaat, weer zo glad als een spiegel te krijgen. Eerst lopen ze een ronde om de dikte van het ijs te meten en het te controleren op oneffenheden.

Nu en dan boort Zwaan een gaatje in het ijs en steekt hij de meetlat erin. Vroon noteert op een plattegrond van de baan hoe dik het ijs op verschillende plekken is. “Dan weten we waar we moeten schaven en waar water bij moet. Het ijs is nu tussen de drieënhalf en vijf centimeter dik. Dat is best goed. Onder de drie is te dun, boven de vijf te dik,” legt Zwaan uit.

Gaten, sleuven en scheuren

Als de inspectie gereed is, klauteren de ijsmeesters elk in een Zamboni – een ijsdweilmachine met een naam die ook een tropisch eiland had kunnen toebehoren, maar verwijst naar de uitvinder ervan. Ze starten de motor en draaien de machines met een jankend geluid het ijs op. Felle lichten in de ochtendschemer. De snijplaten schaven kleine laagjes van het ijs af, die worden afgevoerd naar een bak.

De Zamboni’s trekken gladde, brede banen, elk volgens hun eigen nuttige choreografie. Om de tien minuten keren de ijsmeesters terug om de grote hoeveelheden geschaafd ijs in een sloot achter de werkplaats te kieperen. Die ligt er, met grote klonten sneeuw, bij als een weggemoffeld winterlandschap.

Gaten, sleuven en scheuren verwijderen de ijsmeesters door met de machine water op het oppervlak te spuiten. “Het vuil wordt dan meteen verwijderd en het ijs kan aangroeien.”

Fingerspitzengefühl

Met zichtbaar plezier bestuurt Sander Rozendaal de Zamboni. Soms met zijn hoofd half uit het raam voor een beter zicht. Hij werkte eerder van 2010 tot 2012 als ijsmeester bij de Jaap Edenbaan en keerde twee jaar geleden terug. “Tussendoor had ik een baan in de koeltechniek bij GEA, een groot bedrijf gespecialiseerd in ijsbanen en koelvrieshuizen. Ik heb in 2017 zelfs nog de nieuwe leidingen voor de Jaap Edenbaan gemaakt,” vertelt Rozendaal.

Hij heeft ooit een opleiding voor ijsmeester gedaan, maar vindt dat je de ervaring toch vooral in de praktijk moet opdoen. “Het beste leer je het van de oude rotten in het vak. Zo geven we de fijne kneepjes door aan elkaar.”

IJsmeester Sander Rozendaal schaaft de randjes waar de grote Zamboni-ijsmachine niet bij kan komen. Beeld Dingena Mol
IJsmeester Sander Rozendaal schaaft de randjes waar de grote Zamboni-ijsmachine niet bij kan komen.Beeld Dingena Mol

Ervaring opdoen kun je genoeg als ijsmeester, want ook overdag gaat de Zamboni acht keer het ijs op om de baan te dweilen en waar nodig beschadigingen te herstellen. De machine heeft een onweerstaanbare aantrekkingskracht op schaatsers.

“Iedereen wil wel een rondje op dat ding rijden of ermee op de foto. Ze denken: je spuit wat water op het ijs en doet je dingetje. Maar zo eenvoudig is het niet. Er komt fingerspitzengefühl bij kijken. Aan het instelwiel kun je voelen hoe het ijs is. Als het wiel op en neer gaat en doordrukt in de cabine, weet je dat er een hobbel zit. Je onthoudt op welke plek dat was en gaat dan terug om hem vlak te maken. Daar ontwikkel je een gevoel voor en dat heb je niet in een maandje onder de knie,” vertelt Rozendaal.

Computersysteem

Met alleen ijsmeester zijn kun je geen fulltime baan vullen, dus doet hij met zijn team van tien technici ook het onderhoud aan de machines en zaken rond de baan, zoals schilderen, timmerwerk en reparaties aan sanitair of lampen. “Ook in de zomer zijn er genoeg klussen te doen. De groenvoorziening, de witte betonnen baan schilderen, of de buizen van de koelinstallatie schoonmaken.”

Hoewel Rozendaal vooral buiten bezig is, houdt hij ook op kantoor het computersysteem in de gaten. “De temperatuur van de koelinstallatie kun je via de computer of smartphone regelen. Daarop zie je ook alle weersomstandigheden. Soms kijk ik onderweg naar huis nog even en stel ik de temperatuur bij als dat nodig is.”

Nachtwerk

Het onderhoud luistert op de Jaap Edenbaan extra nauw, omdat hij niet overdekt is. Weersomstandigheden als hagel, regen, sneeuw, wind of juist te hoge temperaturen kunnen van invloed zijn op de kwaliteit van de baan. “Er zijn hier veel bomen, waardoor er bladeren op het ijs terechtkomen. Een witte ondervloer weerkaatst het zonlicht, maar de plek waar een blaadje ligt is donker, waardoor het ijs smelt. Daar krijg je rare bobbels van. Het is dus belangrijk om vuil te verwijderen.”

Ook regen is niet gunstig. Die maakt het ijs te dik. “Wij willen ongeveer vier centimeter ijs hebben. Dat is ook echt wel nodig op deze drukke baan, waar ook weer veel ijs wordt afgekrabbeld door de schaatsers.”

Veel sneeuwval biedt een feeëriek plaatje rondom de ijsbaan, maar voor de ijsmeesters is het funest. “Vorig jaar heb ik ’s nachts een veldbed op kantoor neergezet. Er lag zo’n tien centimeter sneeuw op de baan en die bevroor. Zo’n pak krijg je niet in een uurtje weg. We hebben met z’n tweeën de hele nacht doorgewerkt om de baan goed te krijgen. Mensen willen natuurlijk graag schaatsen als er sneeuw ligt, dus dan zorgen wij dat dat mogelijk is.”

Maar ook stralend weer kan voor nachtwerk zorgen. In oktober kunnen de temperaturen nog wel eens oplopen tot 19 à 20 graden. “Dan kun je overdag geen ijs opbouwen. We gaan dan met de nachtploeg aan de slag om ijs te maken met laagjes water.”

Opnieuw beginnen

Na een uur werken rijden de drie mannen terug met de Zamboni’s. Een warme damp slaat van de machines af. Na een korte pauze stappen ze in voor de laatste ronde. Ze spuiten water op het ijs, dat meteen aanvriest, en dweilen daarna nog een laatste keer. Het lichtsnoer boven de baan weerspiegelt in het glanzende ijs. Rozendaal kijkt tevreden toe: “Het is nu zó glad dat je meteen onderuit gaat als je erop gaat staan.”

De voldoening als het klaar is, vinden de ijsmeesters het mooist: de schaatsers blij maken. “Maar ik vervloek het ook wel eens, hoor. Dan ben je de hele ochtend bezig geweest, heb je een prachtige baan, en krijg je ineens een hagelbui. Kun je weer helemaal opnieuw beginnen,” zegt Vroon.

Nog even en de baan gaat open voor de eerste bezoekers. “Schaatsers laten altijd even weten wat ze ervan vinden. Het is mooi om te horen dat het ijs goed is of dat ze lekker geschaatst hebben. Mensen denken vaak dat hier altijd ijs is. Dat is niet zo: we moeten er echt wel wat voor doen.”