PlusInterview

Op naar de top: Amsterdamse judozussen Pannegieter dromen van het olympisch podium

De Olympische Spelen zijn de stip aan de horizon voor de Amsterdamse judozussen Kaya (14) en Indy (12) Pannegieter. De weg is nog lang, maar dromen mag, vinden ze. Aan hun voorbereiding zal het niet liggen. ‘Ik ga er alles aan doen om het te halen.’

Dick Sintenie
Zussen Kaya (l) en Indy Pannegieter: ‘Judo is een explosieve sport. Je moet sterk zijn.’ Beeld Lin Woldendorp
Zussen Kaya (l) en Indy Pannegieter: ‘Judo is een explosieve sport. Je moet sterk zijn.’Beeld Lin Woldendorp

Reuring op de Zeedijk. Twee jonge judoka’s gaan op de foto – allebei in wedstrijdpak, blote voeten op de koude klinkers. De oudste van de twee zet een heupworp in. Het tafereel trekt een hoop bekijks. Voor café Dijk 120 rookt een vrouw een sigaret. Ze lacht naar haar overbuurvrouw, die half uit het raam hangt boven een Thaise toko. “Als jij je badjas nou een beetje laat openvallen, schat, kom je misschien ook op de foto.”

Kaya (14) en Indy (12) Pannegieter laten zich niet afleiden door de omstanders en voorbijgangers – toeristen die een filmpje maken van de fotoshoot, fietskoeriers met haast. Dit is hun terrein, de Nieuwmarktbuurt. Twee stoere meiden, met een passie en talent voor judo. Ze werden onlangs in hun leeftijds- en gewichtsklasse allebei Nederlands kampioen.

De zusjes staan hun mannetje. Toen Kaya een jaar of vijf was en met vader Nico mee mocht naar een wedstrijd van Ajax, sprak ze een supporter aan die met een biertje en een peuk op het perron stond te wachten op de metro. “Weet je dat dat heel slecht voor je is? Bier. En roken ook.” De vrienden van de Ajaxsupporter moesten er hard om lachen. “Ja Henk, hoor je dat?”

Topsportgezin

Indy Pannegieter heeft net verteld dat ze op de ochtend van het NK, zaterdag 30 oktober, niets had gegeten. Ze waren vrijdagmiddag al naar het Groningse Leek vertrokken, maar het ontbijt in het hotel had ze overgeslagen. Het was ook nog heel vroeg; om half acht moesten de deelnemers al in de hal zijn voor de weging. De wedstrijdzenuwen speelden haar bovendien parten. Ze kreeg geen hap door haar keel. En dan moest ze ook nog een paar uur wachten totdat het toernooi voor haar begon. Nagelbijten.

Haar oudere zus Kaya stond als eerste op de tatami, de judomat. Zij was extra gespannen dit keer. “Mijn laatste kans om in deze klasse, tot vijftien jaar, kampioen te worden.” Indy schreeuwde op de tribune haar stem schor. Vader Nico en moeder Veronique Hoogendoorn konden er in Leek ook bij zijn. Gelukkig. Door de coronamaatregelen was er de laatste maanden vaak maar één ouder welkom bij de wedstrijden.

De pandemie heeft al anderhalf jaar grote invloed op het reilen en zeilen in het topsportgezin. Hun knusse huis in de Nieuwmarktbuurt, op de vierde en bovenste verdieping van een mooi appartementencomplex, staat vol met sportattributen: judomatten tegen de muur achter de eettafel, daarnaast een spinningfiets. Onder het raam een roeimachine, een setje halters. In de maanden dat groepstrainingen uitgesloten waren, zijn in deze kamer heel wat zweetdruppels gevloeid. De spinningfiets is een week of acht geclaimd door Kaya, die een breukje in haar hand opliep. “Ze moest haar energie kwijt,” zegt haar moeder. “Op de bank zitten en niks doen is geen optie voor die meiden.”

Al dat ‘thuiswerk’ heeft mooie beelden opgeleverd voor filmmaker Kim van Haaster. Ze maakt een documentaire over Kaya. Wat voor Van Haaster begon als een item over een jonge sporter in coronatijd, is uitgedraaid op een verslag van de droom die het Amsterdamse judotalent najaagt. “Een olympische medaille winnen,” zegt zus Indy. “Goud,” lacht Kaya. Indy: “Tuurlijk, dat zou ik ook wel willen, maar het podium halen zou al heel mooi zijn.”

Ho ho ho. Vader Nico trapt op de rem. De weg is nog lang, en vol hobbels en kuilen. Hij en Veronique drukken hun dochters steeds op het hart: geniet vooral nú van je sport, wees niet te veel bezig met later. “Als ouder ben je er om ze te stimuleren wanneer ze een keertje geen zin hebben in trainen, maar dwingen doen we ze zeker niet. Al is het lijntje soms dun.”

Nico Pannegieter heeft de Academie voor Lichamelijke Opvoeding gedaan. Hij geeft trainingen op het gebied van leiderschapsontwikkeling. Veronique Hoogendoorn heeft communicatie en marketing gestudeerd. Ze werkte voor Artis en War Child en is nu als zelfstandige betrokken bij onder meer Light Art Collection en Slachtofferhulp Nederland. Ze waren samen actief in de buitensport. Hoogendoorn: “We waren allebei van het kitesurfen. We dachten: we gaan twee surfchickies opvoeden. Lekker als gezin de tropische strandjes langs.” Pannegieter, lachend: “Nu zitten we in die bedompte zaaltjes.” Hoogendoorn: “Maar we genieten er enorm van, hoor.”

Nieuwe lichting

Hun dochters kwamen met judo in aanraking via de buitenschoolse opvang. De wachtlijst voor hockey was lang, voor voetbal had Kaya niet zoveel aanleg. Het werd dus geen teamsport, maar een individuele sport. Kaya: “Ik vind judo toch wel een teamsport. Je kunt in je eentje geen training draaien. En je gaat altijd met je club naar wedstrijden. Alleen op de mat moet je het zelf doen.”

Die club is Judo Academie Amsterdam. Al trainen Kaya en Indy Pannegieter nu vooral bij het overkoepelende TopJudo Amsterdam (TJA), dat hofleverancier van het nationaal judocentrum in Papendal wil worden. Voorheen weken de beste jonge judoka’s uit Amsterdam nog vaak uit naar het Haarlemse Kenamju, van de familie Van der Geest, maar TJA is ambitieus en biedt ook de best mogelijke faciliteiten aan. Hoogendoorn: “Nu zie je dat talenten uit de regio ook geregeld voor Amsterdam kiezen.”

Pannegieter en Hoogendoorn laten zich graag inschakelen om het judo in Amsterdam naar een hoger plan te tillen. De stad bracht succesvolle judoka’s voort, zoals Wim Ruska, de zussen Jessica en Jenny Gal en de broers Guillaume en Dex Elmont. Pannegieter: “Hoe mooi zou het zijn als Amsterdam weer een nieuwe lichting voortbrengt?”

Hoeveel tijd hun meiden in de week besteden aan hun sport? Kaya rekent het zelf voor: ze komt al snel aan een uurtje of twintig, inclusief krachttraining. En dan geeft ze nog les aan de kleintjes. Indy: “En we zitten op turnles. Goed voor je sprongkracht, en je wordt er lekker lenig van.”

Om studie en sport te stroomlijnen zitten de zussen op een zogenoemde lootschool, ook wel topsport talentschool: het Calandlyceum. Er wordt in het lesrooster rekening gehouden met de trainingsuren van de leerlingen. Ze krijgen niet meer dan één proefwerk per dag en niet meer dan drie per week. In het weekend van het NK mochten de zusjes op vrijdag al naar Groningen. “Ik had ook geen huiswerk dat weekend,” zegt Indy (schakelklas havo/vwo). Haar oudere zus, die havo doet, had wiskunde mee. “Vond ik niet erg. Het geeft ook een beetje afleiding.”

Knokken

Hun drukke leven vereist een strakke regie. Niet zelden gaat de wekker om zes uur in de ochtend voor een toernooitje in Breda. Veel tijd voor feestjes is er niet. Vriendinnetjes weten het al: Indy en Kaya moeten vaak afzeggen. Maar de meiden gaan er zelf allerminst onder gebukt. Het judo is een ook een deel van hun sociale leven.

Discipline is het toverwoord. Kaya kookt geregeld voor zichzelf: volkoren pasta, veel verse groente. Het eten gaat mee naar school in warmhoudbakjes. “Ik wil mijn energie overdag aanvullen. Judo is een explosieve sport. Je moet sterk zijn.” Indy: “En een beetje gemeen soms. En stoer. Je moet wel durven. Het is toch knokken.”

Een medaille winnen op de Olympische Spelen is de stip die ze op de horizon hebben gezet. De weg is lang, ja. “Maar dromen mag toch?” Dat de droom kan mislukken, beseffen ze allebei donders goed. Kaya: “Ik ga er alles aan doen om het te halen. Als ik het niet red, heb ik toch een mooie tijd gehad.”

Maar wat nu als één van de twee haar droom verwezenlijkt en de ander niet? Indy: “Ik zal Kaya altijd supporten.” Kaya: “Ik zou wel jaloers zijn op de medaille, maar ik zou tegelijk ook heel blij zijn voor Indy.”

Meer over