PlusReportage

Op bezoek bij Oeb’s Platenbar, in de huiskamer van een Melkwegportier: ‘We draaien chille muziek, drinken bier en kletsen bij’

In Oeb’s Platenbar, in een huiskamer in de Staatsliedenbuurt, komen vrienden en bekenden op uitnodiging van Melkwegportier Oeb Madskull (54) langs voor een plaatje en een praatje. ‘Het is alsof je hier even terug in de tijd stapt.’

Sara Luijters
Melkwegportier Oeb Madskull in zijn platenbar: ‘Dit is geen kroeg, het blijft gewoon mijn huiskamer. Je kunt hier alleen langskomen op uitnodiging.’ Beeld Amaury Miller
Melkwegportier Oeb Madskull in zijn platenbar: ‘Dit is geen kroeg, het blijft gewoon mijn huiskamer. Je kunt hier alleen langskomen op uitnodiging.’Beeld Amaury Miller

Wie de huiskamer van Oeb Madskull (een combinatie van twee bijnamen, zijn echte naam gebruikt hij nooit) binnenstapt, waant zich in een Engelse pub annex obscure platenzaak. In het oog springen de bakken vol elpees, gesorteerd op genre – van punk en metal tot reggae, ska en oldskool hiphop – en op alfabetische volgorde.

Duizenden zijn het er. Tegenover de verzameling kostbaar vinyl staat een houten bar met een paar krukken en daarachter een indrukwekkende collectie bierflesjes. Achter een kastdeur bevindt zich een platenspeler en daarboven een computerscherm waarop elke afgespeelde track in beeld komt.

Oeb, ruim zestien jaar portier bij de Melkweg, ontdekte als puber in de vroege jaren tachtig de punkmuziek en bracht zijn dagen door in bekende kraakpanden en kroegen van die tijd: Emma, Van Hall en De Rioolrat, allemaal in de destijds beruchte Staatsliedenbuurt, waar hij nu zelf alweer jaren woont.

“Iedereen was welkom in deze wijk van hippies en krakers, punkies en junkies. Ik speelde in die tijd gitaar in verschillende lokale punkbands, zoals Menace, Brezhnev en Oebeler Hardkoor, een Nederlandstalige punkband. De naam was een verwijzing naar het Oebeler Kinderkoor, de Kinderen voor Kinderen van de jaren zeventig. Het leverde mij uiteindelijk mijn bijnaam op, Oeb, in combinatie met Madskull, het platenlabel dat ik runde tussen 1999 en 2011.”

Veel straathoeken of plekken in Amsterdam zijn voor Oeb altijd verbonden met de muziek die hij tijdens zijn jeugd ontdekte. “Als ik naar mijn moeder ging, die van Oost naar Almere was verhuisd, doodde ik tijdens het wachten op de bus de tijd met plaatjes luisteren bij Arie en Dick van Get Records in de Utrechtsestraat.”

Sommige elpees die hij daar voor een paar gulden kocht, of voor 50 pence op markten in Engeland, zijn tegenwoordig duizend euro waard. “Vinyl is weer helemaal terug en blijkt een goede investering, net als cd’s,” vertelt Oeb. “Niet dat ik ooit ook maar één elpee of cd uit mijn verzameling zou verkopen, daarvoor zijn ze me te dierbaar.”

Foto’s van bezoekers

De bar in zijn woonkamer vol memorabilia – bandstickers, bierviltjes, etiketten en een Gouden Kabouter (die award voor de uitgaanswereld won hij in 2012 met de portiers van de Melkweg) – bouwde hij na een bezoek aan Engeland. “Ik werd geïnspireerd door een bed and breakfast waar ik op een avond samen met de eigenaar aan de bar zat, een man vol verhalen. Toen mijn eigen bar vorm kreeg, begon ik met het uitnodigen van vrienden voor wie ik kookte en met wie ik bierproeverijtjes deed en naar muziek luisterde.”

Dat was in 2007, acht jaar later begon hij met het fotograferen van de bezoekers, die hij vervolgens op Facebook plaatste onder de naam Oeb’s Platenbar. “Tussen 1988 en 1986 had ik een radioprogramma op een piratenzender vanuit De Witte Reus (Zaal 100): Edje’s platenbar. Dit is eigenlijk een voortzetting daarvan: radio aan de bar.”

Op Facebook is de sfeer helaas soms grimmig, merkt hij op. “Mensen voeren er graag felle discussies over wat volgens hen goede en wat slechte muziek is. Ik doe dat zelf ook wel, maar liever live, niet online, je weet dan nooit helemaal hoe iets overkomt of hoe het wordt geïnterpreteerd. Een maand geleden ontdekte ik Instagram, daar is de sfeer een stuk vriendelijker.”

Op het account #oebsplatenbar staan de foto’s van de ruim vijftig bezoekers, geportretteerd met een elpee naar keuze, van de metal van Slayer tot Dolly Parton en The Cure. “Ik vraag iedereen naar hun favoriete plaat en naar het beste nummer erop, en zet alles vervolgens in een playlist, die steeds uitgebreider en diverser wordt; de lijst bestaat inmiddels uit vijf uur muziek.”

Een leuk gesprek

Het regent inmiddels verzoekjes van mensen die ook graag langs willen komen in zijn unieke platenbar. Maar zo werkt het niet, zegt Oeb wat streng: “Dit is geen kroeg, het blijft gewoon mijn huiskamer. Je kunt hier alleen langskomen op uitnodiging. Ik ken alle bezoekers persoonlijk en deel een geschiedenis met ze; het zijn collega’s, vrienden en bandleden van vroeger. Het liefste spreek ik ook met niet meer dan twee mensen tegelijk af. Met meer mondt het al snel uit in een feestje, terwijl het mij vooral gaat om een leuk gesprek en goede muziek.”

Tijdens corona kwam hij als portier thuis te zitten en begon hij met het brouwen van zijn eigen bier, maximaal vijf liter per keer, genaamd Satan’s Destroika Stout, een verwijzing naar zijn oude band Brezhnev, die zelfverklaarde ‘destroika punk’ maakte. “Sinds de pandemie heb ik al twaalf verschillende biertjes gebrouwen. Ik hou van experimenteren en mix het bier met houtsnippers, koffiebonen of whiskey. Het laatste vat is nu bijna op, maar er staat alweer een nieuwe te fermenteren.”

Mensen die langskomen nemen vaak een elpee mee uit hun eigen collectie, vertelt Oeb. “Ik waarschuw ze dat die plaat het pand dan meestal niet meer verlaat. Deze platenbar is voor mij een manier van blijven spelen, want de dag dat je stopt met spelen, is de dag dat je begint te sterven.”

Pietro Pinto. Beeld Amaury Miller
Pietro Pinto.Beeld Amaury Miller

Pietro Pinto (54), beeldend kunstenaar, oprichter Metal Artistry. Platenkeuze: Slayer, South of Heaven.

“Oeb nodigde me uit nadat we elkaar op straat tegen waren gekomen, we hadden elkaar al 32 jaar niet gezien. Het schijnt dat we zelfs nog samen in de band Menace hebben gespeeld, maar dat herinner ik me niet meer, haha. De vorige keer dat ik langskwam had ik een fles van mijn eigen olijfolie uit Zuid-Italië meegenomen, Pietrolio, en ik kreeg van hem twee zelfgebrouwen flessen bier. Het is alsof je hier even terug in de tijd stapt, omringd door decennia muziek.”

Nicole de Groot.  Beeld Amaury Miller
Nicole de Groot.Beeld Amaury Miller

Nicole de Groot (34), werkt bij Dan Murphy’s. Platenkeuze: Kiss, Love Gun.

“Toen ik afscheid nam als portier bij de Melkweg kreeg ik een vippas cadeau van Oeb voor zijn platenbar, dit is de vijfde keer dat ik op bezoek ben. Ik krijg altijd spontaan keuzestress van die enorme hoeveelheid goede platen. De vorige keer ging ik voor Dolly Parton, dit keer is Kiss aan de beurt. Het is altijd supergezellig, we draaien chille muziek, drinken lekker bier en kletsen bij, ik zou ook wel zo’n bar in mijn huis willen.”

Ludwig Frehese. Beeld Amaury Miller
Ludwig Frehese.Beeld Amaury Miller

Ludwig Frehese (24), suppoost bij de Melkweg. Platenkeuze: Motörhead, Ace of Spades.

“Normaal mag je niet zomaar aan iemands platencollectie komen, hier is het juist de bedoeling dat je door alle platen gaat zoeken. De platenbar binnenstappen is een soort happening, heel gaaf. Veel van de muziek in Oeb’s bar kende ik al, via mijn vader die ook naar punk, hardrock en metal luisterde. Ik heb alle bands van de badges op mijn jas live gezien, op Motörhead na, helaas.”

Simone van Melick. Beeld Amaury Miller
Simone van Melick.Beeld Amaury Miller

Simone van Melick (34), werkt bij vaccinatielocaties van de GGD. Platenkeuze: Fleetwood Mac, Rumours.

“Alles aan Oebs huis straalt passie voor muziek uit. Dit is de derde keer dat ik hier ben en iedere keer is er weer iets nieuws te zien, vrijwel alles maakt hij zelf. En ook al is hij het niet altijd eens met de metal waar wij, als jongere generatie naar luisteren, zoals Slipknot, we zijn hier altijd van harte welkom.”

Meer over