PlusAchtergrond

Nieuw: museum Joma in Amsterdam biedt een vorm van ontmoetingskunst

Maarten van der Heijden in zijn museum Joma. 'Als er echt veel mensen komen, ga ik waarschijnlijk een audiotour maken.' Beeld Jakob van Vliet
Maarten van der Heijden in zijn museum Joma. 'Als er echt veel mensen komen, ga ik waarschijnlijk een audiotour maken.'Beeld Jakob van Vliet

Psycholoog, barokmusicus en beeldend kunstenaar Maarten van der Heijden (74) heeft een eigen museum geopend, gewijd aan zijn beeldende kunst en de verhalen van zijn Joodse familie. ‘Ik zet eigenlijk voort wat mijn vader wilde.’

Kees Keijer

“Ik ben Maarten van der Heijden en ik ben joods.” De inleidende tekst van het Joma is direct heel persoonlijk. Het nieuwste en tegelijk een van de kleinste musea van Amsterdam, is dan ook een privé-initiatief. De naam staat voor Jewish SecOnd Generation art & family Museum Amsterdam en is een grapje, vertelt Van der Heijden. “Het bekt net zo lekker als Moma, het Museum of Modern Art in New York. Die O klopt natuurlijk helemaal niet. Maar het moet gewoon goed klinken.”

Het museum is gevestigd in het souterrain van het grachtenpand waar Van der Heijden woont, en vertelt het verhaal van zijn familie. Hier leidt hij de bezoekers rond langs documenten, foto’s, muziek en kunstwerken. “Ik ben zelf onderdeel van het museum. Tot nu toe vind ik het leuk om de verhalen te vertellen, maar als er echt veel mensen komen kan ik me voorstellen dat ik een audiotour ga maken.”

Hoe komt iemand ertoe om een eigen museum te beginnen? “Mijn ervaring als Jood van de tweede of naoorlogse generatie en mijn ‘trauma’s’ zijn kennelijk zo groot, dat ik daar iets mee moest.” Trauma’s staat hier tussen aanhalingstekens want Van der Heijden heeft zich nooit een slachtoffer gevoeld. “Dat is ingewikkeld. Het is heel ambivalent en dat zie je ook bij andere tweedegeneratiejoden.”

Van der Heijden combineert zijn familieverhalen met zijn kunstwerken. Beide hebben met de Holocaust te maken. “Het is zo groot, dat ik dat alleen maar in een museum kon doen. Eigenlijk heb ik zoveel fantasie dat ik er steeds meer bijhaalde. Ik had daar natuurlijk een boek over kunnen schrijven, maar dan weet ik niet waar ik zou moeten eindigen. In het museum is de ruimte beperkt en moet je goede keuzes maken wat er wel en niet in kan.”

Van der Heijden ziet het museum als een kunstwerk, als een installatie en als een work in progress. Het is nog lang niet af en hij zit boordevol ideeën over wat er zou kunnen veranderen.

Niet één waarheid

Na het conservatorium studeerde Van der Heijden psychologie en promoveerde hij in de sociale wetenschappen. “Toen ik 57 was ben ik naar de Gerrit Rietveld Academie gegaan. Dat had te maken met een crisis waarin ik terechtgekomen was. Daardoor realiseerde ik me ook: ik ben joods. Dat wist ik vanaf mijn achtste jaar wel, maar ik deed er nooit iets aan. Als ik mijn religie moest invullen op een formulier, dan schreef ik: niets.”

Door de crisis ging Van der Heijden onderzoeken wat het jodendom eigenlijk inhoudt. “Ze zeggen altijd dat die joodse wijsheid zo geweldig is. Ik wilde weleens weten wat het jodendom mij te bieden had.” Van der Heijden speelde jarenlang contrabas in het orkest van dirigent Ton Koopman. Vanwege die achtergrond probeerde hij eerst klezmermuziek te maken, maar dat mislukte. “Ik moet noten voor mijn kop hebben, anders kan ik niet spelen.”

Hij volgde cursussen, congressen en praatte met rabbijnen. Uiteindelijk kwam hij tot de conclusie dat het jodendom iets heel krachtigs en moois is. “Ik was vooral onder de indruk van de Talmoed. Een rabbijn in de middeleeuwen schrijft iets op, ik vind dat we dit moeten doen. Dan schrijft een ander ernaast: nee, dat moeten we zo doen. Een derde zegt: je hebt gelijk maar we beslissen nu toch iets anders en hierom is dat beter. Dat staat allemaal naast elkaar in het boek. Dat vind ik zo geweldig, dat er niet één waarheid is, maar dat je op allerlei manieren tegen dingen kunt aankijken.”

Gruwelijke foto’s

“Het jodendom is mooi, maar aan de andere kant heb je de horror van de Holocaust. Het is onvoorstelbaar als je dat echt tot je door laat dringen. Want het was natuurlijk een stelselmatige moord- en roofpartij. Die enorme discrepantie, daar moest ik iets mee. En ik bedacht dat ik dat alleen maar kon doen door beeldende kunst te gaan maken.”

Vandaar de Rietveld Academie. Van der Heijden wilde de horror van de Holocaust en het mooie van het jodendom in evenwicht brengen. “Ik maakte heftige dingen, maar volgens de docenten was het aanvankelijk geen goede kunst. Ze vonden dat ik een eigen beeldtaal moest ontwikkelen. Uiteindelijk is me dat wel gelukt.”

Van der Heijden gebruikte foto’s die de geallieerden maakten van de bevrijding van de concentratiekampen. Het zijn gruwelijke foto’s met opgestapelde lijken. Van der Heijden bewerkt de beelden in de computer, samplet de lichamen en voegt er krachtige kleuren aan toe. Uiteindelijk presenteert hij ze als stralende glas-in-loodvensters. In andere werken combineert hij foto’s van concentratiekampen met details uit vijftiende-eeuwse schilderijen van Memling, Van Eyck en Holbein. “Het is een vorm van sublimeren. Als kunstenaar zet je je emoties en woede om in kunst, doet er iets moois mee.”

Blauw glas

Mensen die het meegemaakt hebben, vinden het vaak te heftig. “Joden die dit in het echt gezien hebben, willen mijn werk vaak niet zien. Ik geef ze dan groot gelijk. Ik heb nu zo’n 150 bezoekers gehad, er waren hele mooie gesprekken. Het is ook een vorm van ontmoetingskunst.”

In vitrines staat Van der Heijdens verzameling blauw glas. “Dat ben ik op een gegeven moment gaan verzamelen en wilde ik ook graag in het museum hebben. Er zitten mooie dingen bij die wel wat waard zijn, maar sommige dingen heb ik op Koningsdag gekocht. Ik vind het gewoon hemels, daardoor werkt het een beetje als afleiding voor die horror.”

Het Joma vertelt bijvoorbeeld het verhaal van Van der Heijdens moeder, die de oorlog heeft overleefd doordat ze via leugens half Joods werd verklaard. En van zijn grootvader, de dirigent Martin Spanjaard. Hij werd in 1942 in Auschwitz vermoord. In 1930 heeft Spanjaard Stravinsky gedirigeerd in Wenen en in 1939 stond hij voor het Concertgebouw.

Weer actueel

“Een vriend van mijn moeder stelde aan het begin van de oorlog voor om in een bootje naar Engeland te vluchten. Mijn moeder wilde dat niet, maar haar broer ging wel mee. Ze zijn op zee verdwenen.” Het is een thematiek die met de huidige bootvluchtelingen helaas weer aan de orde is. Zoals het hele onderwerp oorlog. Van der Heijden wilde bezoekers de verschrikkingen van de oorlog laten zien, als iets van vroeger. Maar nu is het door de oorlog in Oekraïne heel actueel geworden.

“Mijn vader zat ondergedoken en is psychotisch geworden. Hij dacht dat hij Jezus was. Daar is hij weer uitgekomen. Na de oorlog heeft hij keihard gewerkt, was de oprichter van het Amsterdams Psychotechnisch Laboratorium. Na zijn dood bleek dat hij zijn hele leven bezig was geweest een toneelstuk te maken van zijn oorlogservaringen. Daarin wilde hij ook de geschiedenis van het antisemitisme verwerken. Het is hem nooit gelukt.”

“Ik was ook bang dat mijn museum zou eindigen als dat idee van mijn vader, dat het mij niet zou lukken. Eigenlijk is dit museum – en dit zeg ik als psycholoog en niet als kunstenaar – hetzelfde. Ik zet eigenlijk voort wat mijn vader wilde. Daarom ben ik blij en trots en ik vind het ook heel prettig om hier in het museum te zijn.”

Joma, Brouwersgracht 49, donderdag t/m zaterdag, 11.00-17.00 uur. Wegens vakantie gesloten tot 1 juli.

Maarten van der Heijden. Beeld Jakob van Vliet
Maarten van der Heijden.Beeld Jakob van Vliet
Meer over