PlusAchtergrond

Nieuw leven voor twee gerenoveerde Cromhouthuizen: ‘Wij willen reuring in het pand!’

Twee van de Cromhouthuizen aan de Herengracht zijn donderdag, na een technisch ingewikkelde renovatie door Stadsherstel, in gebruik genomen door cultuurinstituut Vrije Academie. ‘Ze zijn superuniek, ze hebben de mooiste gevels van Amsterdam.’

Dylan van Eijkeren
De vier Cromhouthuizen aan de Herengracht. De twee middelste werden opgeknapt door Stadsherstel. Beeld Jakob van Vliet
De vier Cromhouthuizen aan de Herengracht. De twee middelste werden opgeknapt door Stadsherstel.Beeld Jakob van Vliet

Aan de Herengracht, nummers 362 tot en met 370 (tussen de Huidenstraat en de Leidsegracht), staan de vier Cromhouthuizen; grachtenpanden die iedere rechtgeaarde Amsterdammer van naam kent, maar waarin het Bijbels Museum op nummer 368 te weinig aanloop kende om ter plekke te kunnen voortbestaan.

Zo kwamen de twee middelste van de vier huizen in handen van Stadsherstel, de Amsterdamse organisatie die bedreigde, karakteristieke panden aankoopt en opknapt. Na gedane werken zoekt Stadsherstel naar geschikte huurders: in dit geval werd dat de (ten dele culturele) beheermaatschappij Amerborgh, die de riante overige ruimte in de panden gebruikt voor haar dochterondernemingen. Daarvan springt de Vrije Academie het meest in het oog: de cursusaanbieder gebruikt er vier collegezalen, opent een winkeltje en beheert een expositieruimte op de begane grond. Ook wordt er een cafeetje geopend waar cursisten en passanten koffie en koek kunnen nuttigen.

De adjunct-directeur van Stadsherstel, Michiel van der Burght (62), vertelt dat het ingewikkeldst aan de opknapoperatie het plaatsen van luchtbehandelingssysteem was. “Dat zat ’m in de kanalen van de warmteterugwininstallatie. Het liefst plaats je maar een van die apparaten, die zijn vrij groot namelijk, maar wij moesten er drie plaatsen vanwege de historische plafondschilderingen van Jacob de Wit en de ornamentele stucplafonds van de zeventiende-eeuwse Amsterdamse beeldhouwer Ignatius van Logteren. We konden daarom niet zomaar overal luchtkanalen ophangen, en die fijnmazigheid was wel nodig vanwege de collegezalen waarin straks 80 mensen zitten.”

Romeinse goden en de dierenriem

De huizen werden begin jaren zeventig rijksmonumenten. Het pand op nummer 368 heeft nog twee originele zeventiende-eeuwse keukens. In de grote zaal bevindt zich een plafondschildering van Jacob de Wit uit 1718 met mythologische voorstellingen van Romeinse goden en de dierenriem. In 2000 werden de panden gerestaureerd en kwam uit een pand op Herengracht 440, dat ook werd verbouwd, een tweede zolderstuk van De Wit: Apollo en de vier seizoenen, uit 1750. Dat werd geplaatst in de achterzaal van het voorhuis.

De Cromhouthuizen vormen tezamen een stadspaleis dat in de Gouden Eeuw werd ontworpen door bouwmeester Philips Vingboons en tussen 1660 en 1662 werd opgetrokken in de zogeheten Hollands classicistische stijl. De huizen zijn voorzien van halsgevels met driehoekige frontons en hebben twee ovale oeil-de-boeuf-ramen.

Originele zeventiende-eeuwse keuken. Beeld Jakob van Vliet
Originele zeventiende-eeuwse keuken.Beeld Jakob van Vliet

Handelaar Jacob Cromhout woonde met zijn gezin in de zeventiende en achttiende eeuw de panden aan de Herengracht 366 en 368. Op de gevelsteen boven de voordeur van het huis op nummer 366 is in reliëf een krom stuk hout afgebeeld – als naamplaatje toch net wat eleganter dan ‘Annie 3x bellen’. De Cromhouts waren kunstliefhebbers en -verzamelaars in een tijd dat het samen met familie en vrienden van kunst en kostbaarheden genieten nog onderdeel was van het sociale leven der welgestelden. Geschilderde portretten, ornamentele meubels, zilveren voorwerpen, maar ook en schelpen en andere curiosa vormden de verrassende collectie in het Cromhouthuis, dat door vijf eeuwen heen bekend is blijven staan als een huis van kunst en collecties.

De Engelse statietrap met houtsnijwerk, die vanuit de marmeren hal naar de bovenverdiepingen leidt, werd geplaatst tijdens een verbouwing in 1717 en is misschien wel de beroemdste wenteltrap van Amsterdam. Stella van Heezik (50), hoofd fondsenwerving van Stadsherstel, prijst eerst het verse lakwerk op de trapleuningen en zegt dan: “De Cromhouthuizen zijn superuniek, ze hebben de mooiste gevels van Amsterdam. We zijn heel blij dat we met deze huurder de publiekstoegankelijkheid kunnen behouden, want hier is veel te zien.”

Gevelornament op ooghoogte

Zo staan in de idyllische ‘Bijbelse tuin’ achter de huizen naast olijven en rozemarijn ook een dadelpalm, oleander, vijgenboom en judasboom. Sinds de renovatie staat in de tuin ook een fiks gevelornament in de vorm van een adelaar. Na een gemeentelijke actie waarbij twee loodsen vol oude bouwfragmenten werden weggegeven, werd het historische stuk, dat ooit op een van de belendende Cromhouthuizen stond maar week voor een dakkapel, terug naar huis gebracht. Van Heezik: “Mensen kunnen nu een gevelornament op ooghoogte bekijken, van dichtbij. Die kans krijg je vrijwel nooit natuurlijk.”

Gevelornament in de tuin; ooit was het van een van de andere Cromhouthuizen.  Beeld Jakob van Vliet
Gevelornament in de tuin; ooit was het van een van de andere Cromhouthuizen.Beeld Jakob van Vliet

Voor een kunsthistoricus als Peter van Duinen (57) vormen de Cromhouthuizen vanwege hun interieurs, bouw en geschiedenis een soort luilekkerland, maar het is niet alleen daarom dat hij handenwrijvend en breeduit glimlachend in de monumentale hal van nummer 368 staat. Van Duinen is de oprichter en directeur van de Vrije Academie, ‘de grootste culturele opleider van Nederland’ (zie kader).

“Wij willen dit huis laten leven,” zegt Van Duinen, “reuring in het pand! Mensen zullen hier in- en uitlopen om tentoonstellingen te zien, colleges te volgen, om de bar en de winkel te bezoeken, en voor de tijdelijke exposities op de begane grond.”

Wat dat laatste betreft trapt Huis Vasari af met het internationaal gevierde trio Darwin, Sinke en Van Tongeren, dat er zijn nieuwe, “spannende taxidermiewerk” lanceert, aldus Van Duinen, “een serie dierenskeletten gebaseerd op klassieke marmeren beelden”. Later dit jaar stellen schilder Jasper Krabbé, fotograaf Jeroen Hofman en het Limburgs Museum er werk tentoon.

Van Duinen voorziet werk aan de winkel voor zijn ‘programmeringsteam’: waren de cursussen van de Vrije Academie tot voorheen theoretisch van aard (en tijdens de pandemie online), nu starten dankzij de grootte en mogelijkheden van Huis Vasari ook praktijkcolleges. “Denk aan schilderen en weven: kunst in praktijk. Daarbij willen we themadagen, een soort minifestivals gaan organiseren, liefst in samenwerking met gespecialiseerde tijdschriften of instellingen. We kunnen in dit pand op vier, vijf plekken tegelijkertijd actief zijn, die mogelijkheid gaan we benutten.”

Rondleidingen

De Cromhouthuizen op de nummers 366 en 368 zijn door ontwikkelaar Amerborgh en Van Duinen omgedoopt tot Huis Vasari – een vernoeming naar de zestiende-eeuwse Toscaanse schilder en architect Giorgio Vasari, door velen tevens beschouwd als ‘de eerste kunsthistoricus’, zegt Van Duinen.

Bar Vasari, het inpandige café met een tuinterrasje, zal vooralsnog dienstdoen als aanlegplek voor een kopje thee en een broodje, later dit jaar wil Amerborgh bekijken of dat kan worden uitgebreid tot een plek voor een vroeg diner, bijvoorbeeld voor wie naar of van een cursus in Huis Vasari gaat of komt. De inrichting is die van een ‘mid century Milanese espressobar’ en komt van ontwerpbureau Uxus.

Plafondschildering van Jacob de Wit. Beeld Jakob van Vliet
Plafondschildering van Jacob de Wit.Beeld Jakob van Vliet

Stella van Heezik van Stadsherstel vindt het erg mooi dat de Cromhouthuizen publieker zijn dan ooit; iedereen kan er de winkel in de entree, de exposities op de begane grond of de bar bezoeken, de huizen vormen voortaan het startpunt voor architectuurrondleidingen door het centrum van Amsterdam, en in elk geval tot medio juli zijn er rondleidingen door de huizen zelf. “Voor ons als Stadsherstel is dat heel mooi. We doen ons werk dankzij onze donateurs, de Vrienden van Stadsherstel, maar vooral om karakteristieke panden als deze voor het publiek te behouden. Dat is in dit geval heel goed gelukt.”

Vrije Academie

De Vrije Academie is het geesteskind van Peter van Duinen; hij begon het instituut in 1990, samen met een medestudent. De eerste jaren nam het duo ‘60 tot 70 procent’ van de cursussen voor eigen rekening; inmiddels werkt de Vrije Academie met zo’n 200 freelance docenten. Van Duinen: “Wij vertellen het smeuïge verhaal achter de hoge cultuur, we verlagen de drempel. We zorgen ervoor dat mensen plezier beleven aan kunst. Ja, zien we deelnemers dan denken, kunst is ook voor mij. Kunst is niet elitair of snobistisch.”

De Vrije Academie voorziet vooral in cursussen op het gebied van kunstgeschiedenis, filosofie, architectuur, wetenschap en religie. Voor het eerst start het in Huis Vasari dit jaar ook met praktijkcursussen. Het instituut verwelkomde in zijn dertigjarig bestaan ruim 100.000 cursisten.

Meer over