Marian Spier: ‘Als je niet weet waar je vandaan komt, ga je zwalken.’

PlusInterview

Na TedxAmsterdam-Women ontdekte ondernemer Marian Spier de vrouwenzaak: ‘Als je in de dertig bent, draait alles heel erg om jezelf’

Marian Spier: ‘Als je niet weet waar je vandaan komt, ga je zwalken.’Beeld Teska Overbeeke

Altijd was Marian Spier (51), oprichter van TEDxAmsterdamWomen, de eerste en enige zwarte vrouw. Ze helpt nu met FEM-Start andere vrouwelijke ondernemers op weg. ‘We leren ze te werken aan hun eigen promotie.’

Marcel Wiegman

In de ijskast van Marian Spier ligt altijd een fles champagne koud. Een kleintje. Voor als er een succes te vieren is. Wauw, wat heb ik nu weer bereikt? Toen uitgever Mizzi van der Pluijm haar vroeg een boek te schrijven over ondernemen en het contract was getekend, heeft ze meteen een reisje naar Parijs geboekt. Zat ze met een glas bubbels op het terras van Les Deux Magots aan het Place Saint-Germain-des-Prés. Proost. Soms koopt ze een sieraad om zichzelf te belonen.

Wat zegt dat over u?

“Dat ik geniet van het leven. Dat vinden mensen in Nederland soms een beetje raar, maar in Suriname wordt alles gevierd. Als er iemand jarig is, is altijd de eerste vraag: wie gaat er koken? Maar goed, ik heb Griekse vrienden, die vieren ook altijd alles.”

Spier is consultant in wat zij noemt ‘complexe communicatievraagstukken’, vooral als het gaat om het overbruggen van culturele verschillen. Een ondernemer van de soort: poen, pret en prestige. Als niet minimaal aan twee van die voorwaarden wordt voldaan, hoef je bij haar niet aan te kloppen voor een opdracht.

Ze werkte voor de gemeente Amsterdam, voor ministeries en bedrijven, en tot drie keer toe sleepte ze een klus binnen van de Verenigde Naties. Drie jaar geleden won ze nog een Women Business Angel Award, een prijs van de Europese Unie voor vrouwen die investeren in vrouwelijk ondernemerschap.

Bijna negen jaar geleden begon Spier haar eigen bedrijf, na een carrière in de marketing en als docent aan de Hogeschool van Amsterdam. Een netwerker in al haar vezels. En overal de eerste en enige zwarte vrouw: van haar eerste baantje op de parfumerie-afdeling van de Bijenkorf tot de raad van toezicht van het Van Gogh Museum en de raad van bestuur van de Van den Ende Foundation.

“Ik doe nul acquisitie,” zegt ze. “Ik word altijd benaderd. Blijkbaar lever ik goed werk en zeggen ze: je moet bij Marian zijn.” Hoe gaat dat? “Een kennis van me uit Amerika was op vakantie in Nederland. Zaten we in het Hilton bitterballen te eten en bij te praten. Zegt ze: ik zoek iemand om in Washington een dialoog te organiseren tussen aanhangers en tegenstanders van Trump, iemand zonder politieke kleur. Ik denk dat jij daarvoor de beste persoon bent. Een paar maanden later zat ik in het vliegtuig.”

Niet dat het altijd even makkelijk ging. Ze was nog niet begonnen met haar onderneming of ze ging al bijna kopje-onder. Het grote probleem: geld. Te veel uitgeven in de veronderstelling dat het toch wel goed komt, problemen met de belastingdienst, een klant die niet betaalde. En dat allemaal tegelijk.

“Het moment dat je denkt: dit is het. Ga ik weer een baan zoeken of ga ik ervoor? Ik heb er vooral van geleerd dat het heel belangrijk is een goede relatie op te bouwen met geld. Het is net als met een man: zorg goed voor je geld, houd bij wat ermee gebeurt, koester het en beschouw het nooit als bijzaak.”

Spier werd geboren in Slotervaart, verhuisde op haar zesde met haar ouders naar Suriname en kwam pas op haar 21ste weer terug. Idealisten waren het: terwijl het halve land na de onafhankelijkheid in 1975 naar Nederland kwam, volgden vader en moeder Spier de omgekeerde weg. Ze ­wilden helpen Suriname op te bouwen. “Ze zijn nooit teruggekomen,” zegt Spier. “Alleen met vakanties.”

Twee jaar geleden vertrok ze met een vriendin voor een reis naar Ghana. Het land, zo bleek niet veel later uit een test, waar 70 procent van haar dna uit afkomstig is. Het werd een emotioneel weerzien.

Vindt u het belangrijk te weten waar u vandaan komt?

“Vroeger keek ik altijd al van die ­programma’s waarin mensen op zoek gaan naar hun roots. Het is onderdeel van je zijn. Als je niet weet waar je vandaan komt, ga je zwalken. Ik weet dat mijn bet­overgrootmoeder tot slaaf gemaakt was, maar waar ze zat? Geen idee. Ik kan mijn geschiedenis achterhalen tot aan mijn overgrootmoeder. Het enige wat je als zwarte vrouw uit Suriname zeker weet, is dat je voorouders uit Afrika komen. Ik was al eens in Senegal geweest. Mooi land, heerlijk gegeten, maar in Ghana was opeens alles anders. Het was alsof ik de mensen herkende. Een heel apart gevoel.”

Ze komt uit een warm nest, zegt ze. “Mijn ouders hielden van elkaar. Mijn vader was in Suriname districtssecretaris, een soort locoburgemeester in het binnenland. Ik heb in mijn jeugd veel van het land gezien, veel dieren en natuur ook. Echt een lekker leven. Helaas is mijn vader jong overleden. Hij was 56 toen hij zomaar dood neerviel. Hartfalen. Ik was 28, woonde al in Nederland en besprak alles met hem. Ik weet nog dat ik net een nieuwe baan had en de volgende dag was hij overleden.”

Suriname leed onder een diepe crisis toen ze begin jaren negentig het land verliet, schrijft Spier in haar boek Impact: ‘Er was een enorm tekort aan tal van producten, van olie en brood tot toiletpapier. Het land verkeerde in armoede.’

‘Ik heb geen kinderen; het leven is gewoon zo gelopen.’ Beeld Teska Overbeeke
‘Ik heb geen kinderen; het leven is gewoon zo gelopen.’Beeld Teska Overbeeke

Het gevolg van de revolutie van Desi Bouterse, zegt ze. “Het waren heftige tijden. Toen ik tien was, zag ik tanks door de straten rijden. Er was een avondklok en wie zich er niet aan hield, werd mishandeld. Dat was traumatisch. Toen hier vorig jaar een avondklok werd ingesteld, heb ik meteen veel geld opgenomen. Ik dacht: ik moet cash in huis hebben. En eten, want ik weet niet hoe lang dit gaat duren.”

Uw vader werkte voor de overheid.

“Mijn vader werkte in die tijd voor het planbureau. Ik zie hem nog staan in de tuin. Hij stond papieren te verbranden omdat hij niet wist wat er ging gebeuren. Of er mensen vermoord zouden worden vanwege de stukken die hij in zijn bezit had. Hij is nog opgepakt en een dag vastgehouden.”

Hij zal positie hebben moeten kiezen.

“Nee hoor, dat hoefde helemaal niet. Het is heel Surinaams om je niet met politiek bezig te houden. Mijn vader zag zijn werk gewoon als een baan. Bouterse was niet zijn vriend, hij deed zijn werk. Voor hem was het belangrijk dat de arme mensen in de dorpen uit zijn district werden geholpen.”

Was u bevoorrecht?

“Daar ga ik heel eerlijk in zijn. Mijn vader had een baan met aanzien. We ­hebben altijd in mooie huizen gewoond en er kwamen bij ons vaak mensen uit het buitenland langs. Daar praatte ik mee. Het huis stond vol met boeken. Mijn ouders namen ons mee naar musea en debatten, en lieten ons vrij in onze keuzes. Ik leerde dat ik alles kon bereiken wat ik wilde, als ik maar goed mijn best deed. Dat zit nog altijd in mijn hoofd.”

Succes is een keuze?

“Als je er hard voor wilt werken. Zo ben ik opgevoed. Ik kom veel mensen tegen die niet hard willen werken, maar wel succesvol willen zijn. Dat gaat niet.”

U doet in Amsterdam-West een project met vrouwen.

“Die vaak in een erbarmelijke toestand leefden. Sommigen waren drie jaar lang hun huis niet uit geweest.”

Succes blijkt dus niet altijd een keuze.

“Als je opgroeit in een harmonieus gezin en er geen financiële beperkingen zijn, sta je anders in het leven. Dat klopt. Als je opgroeit met het idee dat je het toch niet redt, raak je verlamd. Ik help mensen om zelfvertrouwen te krijgen. Na drie jaar vroeg ik die vrouwen in West wat er was gebeurd. De een had tienduizend euro gespaard, de ander had een baan. We leven in Nederland: er zijn genoeg mogelijkheden om succesvol te zijn, ongeacht je situatie. Soms staan mensen op enorme achterstand, maar als je ervoor openstaat, kun je ongelijkheid overwinnen.”

U bent bekend geworden als oprichter van TEDxAmsterdamWomen in 2010, het platform voor mensen die een ­verhaal te vertellen hebben.

“Via Jim Stolze, die ik als gastdocent naar de Hogeschool van Amsterdam had gehaald, was ik betrokken geraakt bij TEDx. Met hem ging ik naar de grote ­TED-conferentie in Amerika. Daar waren een ­aantal invloedrijke vrouwen. Die zeiden: we moeten het thema vrouw op de kaart zetten.”

Hield de vrouwenzaak u zo bezig?

“Ik wist niets van vrouwenemancipatie. Ik kwam uit de marketing. Feminisme was voor mij geen vies woord of zo, maar ik dacht… Ik had niet echt een probleem, dus ik was er niet zo mee bezig. Als je in de dertig bent, draait alles heel erg om jezelf. Ik dacht: ik moet een baan, ik moet goed voor mezelf kunnen zorgen. Het zijn van die dingen die zich later ontwikkelen. Een goede vriendin zei: het gaat er toch niet alleen om of jij problemen hebt? Daar had ze natuurlijk gelijk in.”

Een eyeopener?

“De eerste vrouw die voor ons sprak was Harriette Verwey, een Surinaamse cardioloog die uitlegde dat het vrouwenhart anders in elkaar zit dan het mannenhart. Dat daar nauwelijks onderzoek naar was gedaan en dat vrouwen daardoor vaak ­verkeerd werden behandeld. Nu is het gesneden koek, toen was het nieuw. We hebben Lucia de B. gehad, die het slachtoffer werd van rechterlijke dwaling, maar ook een journalist uit Engeland die veel schreef over verkrachtingen in India. Dan zie je hoe de oren en ogen van mensen opengaan. Ik zag wat voor effect het had. Na afloop kwam een keer een vrouwelijke journalist op me af. Ze zei: ik ga morgen promotie vragen.”

Vorig jaar begon u met FEM-Start om vrouwelijke start-ups te helpen.

“Ik werd vaak benaderd door vrouwelijke ondernemers: waar haal ik mijn geld vandaan, hoe word ik groter? Minder dan één procent van de vrouwelijke start-ups slaagt erin financiering op te halen. Ik dacht: ik heb vijf jaar lang voor TEDxAmsterdamWomen een start-upaward ge­organiseerd. Daar kreeg ik na afloop een kopje koffie voor. Waarom zou ik er niet gewoon geld voor kunnen vragen?”

Loopt het?

“Absoluut.”

Waarom hebben vrouwen er zo veel moeite mee geld op te halen?

“Wij helpen vrouwen zichtbaar te worden en een netwerk op te bouwen. Maar dan nog: er zijn veel meer mannelijke dan vrouwelijke investeerders. Die denken vaak: die mevrouw is nu 25, straks heeft ze een kind. Wil ik daar wel in investeren?”

Investeerders nemen vrouwen niet ­serieus?

“Dat zijn jouw woorden. Ze nemen ­risico’s en maken afwegingen. Soms zijn die realistisch, soms niet. Ik denk dat vrouwen die ondernemen toch uit ander hout zijn gesneden.”

U schrijft: ‘Als het gaat om een glansrijke carrière, dan is nog al te vaak het gezin de grootste spoiler.’

“Dat hoor ik vaak. Dat mensen dat zeggen tijdens meetings.”

Betrek dat eens op uzelf?

“Ik heb geen kinderen. Dat is geen bewuste keuze, het leven is gewoon zo gelopen. Het zou mooi zijn als ik een kind had, maar ik heb niet de juiste partner gevonden en ik geloof, omdat ik zo ben opgevoed, dat een kind twee ouders nodig heeft. Maar ik ben ook gelukkig zonder kinderen hoor. Ik zie dat het soms moeilijk is voor vrienden die ze wel hebben. Altijd zijn er ook die zorgtaken. Maar ze gaan voor hun carrière en het lukt ze ook.”

Hoe leert u vrouwen om investeerders toch over de streep te trekken?

“Wij brengen ze in contact met rol­modellen: vrouwen die het wel is gelukt. We leren ze te werken aan hun eigen promotie en zich te verdiepen in het jargon. Ze moeten leren om te communiceren in investeerderstaal.”

‘Ik denk dat vrouwen die ondernemen toch uit ander hout gesneden zijn.’ Beeld Teska Overbeeke
‘Ik denk dat vrouwen die ondernemen toch uit ander hout gesneden zijn.’Beeld Teska Overbeeke

Inclusief de dijenkletsers en flauwe opmerkingen?

“Als dat nodig is. Maar kijk: kom je als man met een sociale achterstand uit een dorpje in Groningen, dan heb je het ook niet makkelijk als je een goed idee hebt. Dan denkt men ook: moet ik daar geld in stoppen? Die spreekt met een dialect, die komt niet uit ons netwerk. Zo heeft iedereen last van vooroordelen.”

In uw boek stelt u: diversiteit is niet hetzelfde als inclusie.

“Diversiteit gaat over getallen: hoeveel mensen van kleur heb je in je team, hoeveel mensen met een beperking, hoeveel vrouwen? In een stad als Amsterdam heeft zo’n 35 procent een andere culturele achtergrond. Als je dat in je bedrijf hebt, kun je zeggen dat je redelijk goed op weg bent met je diversiteit.”

Maar dan ben je nog niet inclusief?

“Dan begint het pas. Inclusie gaat over de vraag of mensen zich thuis voelen. Dat is goed voor je bedrijf: werknemers gaan er beter van presteren en het is goed voor hun mentale gezondheid. Veel organisaties zien mensen met een andere achtergrond al afhaken voordat ze binnen zijn. Zie de politie. Daar hebben ze een gigantisch probleem. Maar je ziet het net zo goed in de advocatuur of in de financiële en culturele sector. Bijna overal.”

“Vaak zie je bedrijven of organisaties die denken: we gaan divers aannemen. Dan zitten ze vervolgens met een poule van juniors met een andere culturele ­achtergrond, maar is het management nog steeds wit. Dan is er dus eigenlijk niets veranderd. Het gaat er ook om dat je als bedrijf verbinding zoekt met groepen die je nog niet kent, bijvoorbeeld door iets te sponsoren. Als je dan mensen uit zo’n groep binnenhaalt, snap je beter waar ze doorheen gaan, zodat ze zich niet meteen buitengesloten voelen.”

Geeft u eens een voorbeeld?

“Het kan gaan om mensen die willen vasten. Of geen alcohol willen drinken op de vrijmibo. Maar het kan ook gaan om mensen die door een geslachtstransitie heen gaan en nog niet het hele verhaal willen vertellen. Of iemand die met ‘hen’ wil worden aangesproken. Er speelt zo veel tegenwoordig. Bedrijven hebben geld om mensen te trainen, dus kunnen ze er ook voor zorgen dat ze hun medewerkers ­trainen meer empathie te krijgen voor ­collega’s die anders zijn dan zij.”

U schrijft ook over het fenomeen ­‘shifting’.

“Ik ontmoette in Amerika professor Kumea Shorter-Gooden, een goeroe op het gebied van inclusie. In een boek dat ik van haar kreeg, schrijft ze: ‘Zwarte vrouwen zijn yogameesters. Voor elke rol die we vervullen, moeten we een andere kant op buigen. En als we onze rol niet goed vervullen, worden we gezien als mislukking, of zien we onszelf zo.’ Als je een zwart persoon bent in een westers land, ben je voortdurend aan het shiften. Dat kan iets heel simpels zijn: in de ochtend koffiedrinken met je collega’s terwijl je van huis uit gewend bent om thee te nemen. Maar het kan er ook om gaan dat je je anders kleedt of een andere intonatie in je stem legt. Praten met the white voice. En als je thuiskomt, gooi je er weer allerlei Surinaamse woorden doorheen.”

‘Ik zorg ervoor dat de racist niet in mijn hoofd gaat zitten.’ Beeld Teska Overbeeke
‘Ik zorg ervoor dat de racist niet in mijn hoofd gaat zitten.’Beeld Teska Overbeeke

“Als je in Nederland zwart bent, ben je daar constant mee bezig. Het is deel van je natuur geworden. Dat begint al bij het scannen van een restaurant als je binnenkomt. Dat je denkt: weer de enige zwarte persoon. Dan weet je al hoe je je moet gedragen om door de ober op de juiste manier te worden behandeld.”

Keurig?

“Meer dan keurig. Die is goed geïntegreerd, zeggen ze dan. Maar eigenlijk ben je gewoon aan het shiften. Ik zie het ook bij andere zwarte mensen als ze in een witte groep zijn. Pas op het moment dat zo iemand bij mij staat, ontspant hij.”

Vindt u dat erg?

“Het doel heiligt voor sommigen de middelen. Het hangt ervan af wat je wilt bereiken. Iemand met ambitie uit Groningen die naar de Randstad komt is ook constant aan het shiften, al was het maar door zijn accent aan te passen.”

Je moet er toch behoorlijk stevig voor in je schoenen staan.

“Je moet steviger in je schoenen staan als je niet shift. Als je gewoon zegt: dit ben ik en I don’t care. Ik ben inmiddels niet meer constant aan het shiften, maar aan het begin van mijn carrière deed ik dat wel.”

Is Nederland een racistisch land?

“Er is institutioneel racisme. Kijk naar de toeslagenaffaire of de manier waarop vluchtelingen worden behandeld. Soms worden mensen niet aangenomen door hun achternaam. Maar om nou het hele land racistisch te noemen? Nee, het is hier geen Zuid-Afrika. Er is wel veel micro­agressie, maar dat is geen openlijk racisme.”

Dat is racisme-light?

“Een onderdeel van racisme.”

Overkomt het u vaak?

“Bijna dagelijks.

Wat gebeurt er dan?

“Op een borrel in een chique gelegenheid nam laatst iemand mijn jas aan met de vraag: bent u uitgenodigd? Ik was in shock. Weer zo één. Het zijn kleine dingetjes. Een ober die in een gezelschap met witte vriendinnen tegen mij zegt dat de wijn die ik bestel wel heel duur is. Ik benoem het meestal meteen. Ik weet niet of het helpt, maar als ik het heb uitgesproken zit ik er in elk geval niet meer mee. Dan is het weg.”

Ik kan me voorstellen dat het pijn doet.

“Ik zorg ervoor dat de racist niet in mijn hoofd gaat zitten. Anders loop je de hele dag rond met de deprimerende gedachte dat je wordt gediscrimineerd.”

Heeft u weleens het gevoel te worden ­misbruikt voor diversiteitsdoeleinden?

“In de zin van?”

Dat u wordt gevraagd, uitsluitend ­vanwege het plaatje?

“Op die manier. Ik word vaak gevraagd om te spreken. Dan merk je soms: ze moeten een zwarte vrouw hebben. Dat vind ik geen misbruik. Het kan zijn dat men specifieke kennis mist. Zolang ik de ruimte krijg om mijn boodschap over te dragen.”

En voor een raad voor van bestuur of een raad van toezicht?

“Ik word gelijkwaardig behandeld. ­Tenminste: dat gevoel heb ik. Mijn mening telt en dat is belangrijk. Als ik merk dat het anders is, ben ik weg. Maar soms zetten mensen door omdat ze carrière willen maken. Ik oordeel daar niet over. Je bent toch een zwart persoon in een witte samenleving.”

Tien jaar geleden zei u in de krant: ‘Ik ga terug naar Suriname. Zeker weten. Rond mijn vijftigste. Ik ga in elk geval niet oud worden in de kou.’

“Haha, en nu ben ik vijftig. Je denkt altijd: over tien jaar, dan ben ik oud. Ik ben hier nog wel even, maar dat ik ooit naar een warm land ga, blijft staan.”

null Beeld

Marian Spier

24 maart 1970, Amsterdam

1986-1989
Mr. Dr. JC de Miranda Lyceum (vwo), Paramaribo

1991-1993
Bestuurskunde, Haagse Hogeschool

1993-1996
Communicatie, Hogeschool Utrecht

2000-2005
Designmanagement Hogeschool Inholland

1996-2005
Communicatiespecialist bij onder meer Interpolis, KPN en het ministerie van Infrastructuur en Milieu

2005-2013
Docent aan de Hogeschool van Amsterdam

2009-2016
Vicevoorzitter TEDxAmsterdam

2010-2020
TEDxAmsterdamWomen ­(oprichter)

2012-heden
Eigen bedrijf IAMarian

2019-heden
Raad van toezicht Van Gogh ­Museum

2019-heden
Raad van bestuur Van den Ende Foundation

Marian Spier woont in Den Haag.

Meer over