PlusReportage

Na 87 jaar is de Centrale Markthal van het Food Center eindelijk open voor iedereen

De Centrale Markthal in het Food Center Amsterdam geldt als de grootste markthal van Europa. Beeld Ivo van der Bent
De Centrale Markthal in het Food Center Amsterdam geldt als de grootste markthal van Europa.Beeld Ivo van der Bent

Het marktterrein telt veertig hectare en zit midden in de stad, en toch zijn de meeste Amsterdammers er nog nooit geweest. Dat kon ook jarenlang niet. Tot nu: de deur van de Centrale Markthal staat op een kier. ‘De hipsters krijg je hier wel binnen, maar wij willen iedereen.’

Holy shit, dacht Igor Sorko (51) toen hij hier jaren geleden voor het eerst binnen stond. Hier, dat is de Centrale Markthal op het Food Center Amsterdam, en inderdaad: holy shit. Een joekel van een gebouw: 70 bij 125 meter, met een vloer­oppervlak van 6000 vierkante meter. Daarmee is het de grootste markthal van Europa. Nog ­groter is het marktterrein eromheen: 40 hectare, en nog volop in gebruik als plek waar restaurants, winkels en kleine supermarkten hun voedsel in­kopen. Dat gebeurt allemaal midden in de stad, ingeklemd tussen de Jordaan, Bos en Lommer, De Baarsjes en het Westerpark. Toplocatie dus.

En toch: veruit de meeste Amsterdammers zijn hier nog nooit geweest. Geen wonder, ze zijn niet welkom. Al sinds dit gebied in 1934 werd ingericht als markt­terrein is het een gesloten bastion, alleen bedoeld voor wie er wat te zoeken heeft. Voor de rest blijft de poort gesloten.

Of: bleef, moeten we zeggen. Want die poort is onlangs op een kier gezet. Door Igor Sorko en zijn partner in crime Koen ­Vollaers (60), kwartiermakers van beroep. U kent ze wel, ook als u ze niet kent. Op hun lange lijst van projecten staan bijvoorbeeld Pension Homeland en eetfestival Rollende Keukens. De Aprilfeesten op de Nieuwmarkt komen ook uit hun koker. En verder: West Pacific, Club de Ville, Club 11, As, Trouw en de Amsterdamse Water­spelen. Het is maar een greep uit de lijst.

En nu hier dus. Kwartiermaken weer, in opdracht van Boei. Dat is een organisatie die in heel Nederland cultureel erfgoed restaureert en er een herbestemming voor zoekt. Hun portefeuille bestaat uit een heel scala aan oude fabrieksgebouwen, kazernes, kerken en loodsen, allemaal met cultuurhistorische waarde, die ze opnieuw een maatschappelijke functie geven. Boei zegt uit te gaan van de verhalen die de gebouwen in kwestie meedragen – en in het geval van de Centrale Markthal zijn dat er nogal wat.

Vertellen we zo meteen. Eerst over die poort die op een kier staat. Dat zit zo: sinds een paar maanden organiseren ze hier het Markt Maal: een wekelijkse maaltijd, bereid door een kookteam van mensen uit de buurt. Er zijn vier soorten tickets te koop. Het Maatjesmaal (0 euro) voor wie blut is, Stadspas (2 euro), Jan Modaal (9,50 euro, voor de gemiddelde Amsterdammer, arm noch rijk) en Markt Maatje (14,50 euro), waarmee je ook een Maatjesmaal voor een onbekende koopt. Het idee mag duidelijk zijn: iedereen krijgt dezelfde maaltijd. Daar kun je dus voor reserveren en inderdaad, dan gaat die poort opeens open.

Vanavond is het zover. Voor de ingang staat een groep gelukkigen te wachten alsof ze het gouden ticket in een reep ­chocolade hebben gevonden en Willy Wonka ze hoogstpersoonlijk op komt halen. Op eigen houtje naar binnen gaan, kan niet, we worden opgehaald en dat gaat per trein. Lopen of fietsen over het marktterrein vol vrachtwagens en vorkheftrucks mag niet: onveilig. Daarom die trein – of nou ja, treintje. Sorko en Vollaers kochten van een failliet pretpark een paar wagons, de locomotief – gewoon een krachtig elektrisch karretje met een trekhaak – kwam van een legerveiling. Lik verf, allebei een machinistenjas aan en dan gaat het van tsjoeketsjoeke-tuuttuut.

Het koelhuis werd in 1986 beschilderd door Keith Haring. Beeld Ivo van der Bent
Het koelhuis werd in 1986 beschilderd door Keith Haring.Beeld Ivo van der Bent

Oorlogsverleden

Zo maakbaar is het leven van Sorko en ­Vollaers dus, en aanstekelijk is het ook: het schoolreisjesgevoel is er meteen bij iedereen. Achter in het treintje zijn Nanneke de Lint (64) en Monique Rebers (58) ingestapt. Buurtbewoners die al jaren benieuwd zijn naar wat zich achter die hoge hekken afspeelt. En nu mogen ze dan, eindelijk. “Van mij mag het treintje drie rondjes over het terrein rijden,” zegt De Lint. “Zo leuk om nu eens te zien wat hier allemaal gebeurt, hoe het er hier uitziet. Al die vrachtwagens en loodsen: idioot idee dat dit midden in Amsterdam is.”

Sorko staat intussen in een wagon – zijn vrouw Jola Klarenbeek (58) bestuurt het treintje. Gewoon een kwestie van doen, zegt ze – en ze dist wat geschiedenis op, roepend. Wisten we bijvoorbeeld dat hier tot twee jaar geleden nog een slachterij zat? Tientallen koeien per dag, gewoon midden in de stad. Bocht om en in de remmen: hier is het koelhuis en daarop staat een levensgrote schildering van Keith Haring, de legendarische popartkunstenaar. Een enorm fabeldier is het, geschilderd in 1986, in 1988 afgedekt met gevelplaten in verband met vocht in het pand en in 2018 weer tevoorschijn getoverd. Dit jaar kreeg het de status van gemeentelijk monument. “Ooooh”, klinkt het eensgezind.

En even later nog eens als men de Centrale Markthal binnenloopt. De enorme ruimte maakt wat los en hoewel het kwartiermaken ontegenzeggelijk is begonnen, is het nog steeds voornamelijk leeg, hoog en gróót. Mooi is het ook; wie goed kijkt, ziet overal architectonische zwierigheid, zoals dat in de jaren dertig gemeengoed was. De Centrale Markthal was toen al een pronkstuk, in formaat en afwerking.

Op het terras heerst een festivalgevoel. Beeld Ivo van der Bent
Op het terras heerst een festivalgevoel.Beeld Ivo van der Bent

Een deel van de ruimte is gevuld met de inboedel van het reizende dorp van de familie Vollaers, Cantina Mobilé, bestaande uit een Mercedes-vrachtwagen uit 1963, een terras met klaptafels, een paar barretjes, een podium en La Molina, een heus reuzenrad, bekend van de Aprilfeesten. Festivalgevoel, meteen.

Chanel Vredevoogd (71), al 45 jaar buurtbewoner, zet een schaaltje zaalouk op tafel, een Marokkaans mengsel van aubergine en tomaat. Dipt lekker met het Turkse brood dat er al stond. Intussen is er een taiko-optreden aan de gang: Japanse drum. En ah, daar komt een vers getapt Amsterdams biertje. Kwartier­maken, zo doe je dat dus.

De geschiedenis van deze plek gaat bijna een eeuw terug. Het terrein aan de Jan van Galenstraat werd in 1934 ingericht als marktterrein: veertig hectare, omringd door tien insteekhavens, want de handel kwam per boot naar de stad. Verder pakhuizen en deze grote markthal dus, waar de waar werd verhandeld.

Markant is ook het oorlogsverleden. De Duitsers hadden zowel de markthal als de omliggende markten in handen en kregen zo zicht op de Joodse ondernemers van de stad. Maar intussen was het verzet hier ook volop actief. Met valse documenten waarmee Joden de status ‘onmisbaar’ kregen vanwege hun werk in de levensmiddelenhandel konden ze hun transport voorkomen of in ieder geval uitstellen. En nog frappanter: in de kelders zaten Joden en andere burgers ondergedoken. Jarenlang, en goed verstopt, want zelfs het op hetzelfde terrein gelegerde bataljon Duitse militairen heeft ze nooit ontdekt.

Abidin spuit citroencustard in deegvormpjes in de keuken. Links: buurtbewoner Chanel Vredevoogd. Beeld Ivo van der Bent
Abidin spuit citroencustard in deegvormpjes in de keuken. Links: buurtbewoner Chanel Vredevoogd.Beeld Ivo van der Bent

Het bruist weer

Ook na de oorlog werd het voedsel van de stad hier verzameld. Niet meer per boot, maar met vrachtwagens. ‘De buik van Amsterdam’ wordt deze plek dan ook genoemd, en hij is nog steeds als zodanig in gebruik. Alleen de Centrale Markthal verloor zijn functie. Het is moeilijk voor te stellen, maar sinds 2006 is het stil in het on-Amsterdams grote gebouw. Het raakte in onbruik en natuurlijk sloeg onherroepelijk de verloedering toe.

Maar Boei kwam, en Sorko en ­Vollaers, want die weten inmiddels: waar de ver­loedering toeslaat, zijn de mogelijkheden. Toen ze twintig jaar geleden de Gashouder op de Westergasfabriek binnenliepen en de duiven zagen opvliegen, was het ook meteen duidelijk: hier moeten we zijn. Waar het rafelt, liggen kansen.

Kwartiermakers Igor Sorko (l) en Koen ­Vollaers. Beeld Ivo van der Bent
Kwartiermakers Igor Sorko (l) en Koen ­Vollaers.Beeld Ivo van der Bent

Afspiegeling

Sorko organiseerde als producent voor het Holland Festival eens een optreden in de Centrale Markthal, jaren geleden. Dat was toen hij dacht: holy shit. “En ik dacht meteen: als je híér toch eens iets mee mag doen. Sindsdien hebben Koen en ik een heleboel gedaan, maar heel vaak zeiden we tegen elkaar: die hal! Als die op onze weg komt, dan twijfelen we niet, hoor.”

Boei wilde leven in de brouwerij, maar wel leuk leven. Amsterdams leven. Geen poenerigheid, maar iets voor iedereen. Dat werd Markt Centraal, met Maas Sorko (19) – zoon van – als een van de medewerkers. Hij vertelt: “Voor het Markt Maal zijn we de buurt ingegaan. Naar buurthuizen, buurtcomités, echt overal. Daar hebben we heel veel mensen gesproken en uiteindelijk hebben we een groepje van zo’n vijftien buurtkoks samengesteld. Sommigen hadden al restaurantervaring, anderen zijn gewoon gek op koken. Zoals Ikram, die de dip voor bij het brood vandaag heeft bedacht. Het leuke is: iedereen heeft inbreng. De koks uit de buurt mogen bedenken wat er gemaakt wordt, samen met een professionele chef. Die drukt ook wel z’n stempel, hoor, anders eten we elke keer couscous of Syrische groentesoep. En hij zorgt ervoor dat het net een niveautje hoger wordt.”

Even later in de keuken: concentratie. Elk bord heeft focus nodig. Er zijn 130 eters vanavond, zoveel waren er nog niet eerder. Diversiteit is de bedoeling, maar nu eens een keer echt. Niet alleen als woord dat lekker bekt maar daadwerkelijk een afspiegeling van de buurt, van de stad.

Ikram Bouyattouy (42) – van de dip – zet borden klaar met hulp van haar zoontje. Intussen staat Abidin (35) citroencustard uit een spuitfles in deegvormpjes te draperen. Een paar jaar geleden is hij vanuit Turkije naar Nederland gekomen om als kok te werken. Een beetje verloren was ie, in een pizzeria in Volendam, terwijl hij zoveel meer kon en wilde. “Toen leerde ik deze mensen kennen,” vertelt hij, terwijl hij even pauzeert. “Hier leer ik weer andere recepten, maar leer ik ook andere culturen en mensen kennen. Dit voelt als thuis.”

Maas Sorko: “Kijk, op een locatie als deze krijg je de hipsters wel binnen, hoor. Maar we willen iedereen. Ook mensen met een stadspas en zij die tussen wal en schip zijn gevallen. Hipsters of mensen met geld, die vinden altijd hun weg naar dit soort locaties, maar met mensen zoals Chanel, Ikram en Abidin in je team bereiken we alle leeftijden, alle culturen en alle achtergronden. Zorgen voor zo’n ratjetoe aan mensen is misschien wel het leukste van het Markt Maal.”

Vijftien buurtkoks en een professionele chef stellen het menu van het Markt Maal samen. Beeld Ivo van der Bent
Vijftien buurtkoks en een professionele chef stellen het menu van het Markt Maal samen.Beeld Ivo van der Bent

Familiebedoening

“Deze plek is van een koelcel naar een warm bad gegaan,” zegt Vredevoogd even later, inmiddels 130 uitgeserveerde chili-sin-carnes verder. “Er is hier leven gekomen, en wát voor leven. Iedereen is welkom bij het Markt Maal en dat werkt echt: vorige week stond ik met een Syrische jongen te koken, laatst met iemand uit Zuid-Afrika. Mensen met een rugzakje soms, soms niet, maar iedereen wordt gezien. Ik ook, als oudere. En zo logisch is dat niet tegenwoordig.”

Aan de bar staat Vollaers inmiddels, biertje in de hand en kijken naar het taiko-optreden. Zoon Storm (32), ook een van de organisatoren van Markt Centraal, kijkt even mee. Het is hier één grote familie­bedoening. “Ik heb zes kinderen en daarvan zitten er vijf in het bedrijf,” zegt Vollaers. “Die andere studeert bouwkunde, die proberen we een beetje uit deze pret te houden. Want als hij merkt hoe leuk dit is, is hij ook zo verkocht natuurlijk.” Vollaers vindt het heerlijk te zien dat het gebouw weer bruist. Blijft leuk, plekken tot leven wekken. En dat het op deze manier mag, dat is helemaal mooi.

Op het terras kun je eten terwijl je naar optredens kijkt. Beeld Ivo van der Bent
Op het terras kun je eten terwijl je naar optredens kijkt.Beeld Ivo van der Bent

Nieuwe buurt

Vier jaar duurt de renovatie van het gebouw en de periode van kwartier maken. Dat gaat bij Vollaers altijd op gevoel. “Ik heb nog nooit van m’n leven een bedrijfsplan geschreven. En aan contracten van stapels papier doen we ook niet. We horen het wel als iets niet kan of niet mag. Of ik het jammer vind als we straks weer weg moeten? Ach, ik denk altijd aan vandaag. Morgen? Dat is hooguit een vaag plan in de verte.”

Morgen gebeurt het misschien nog niet, maar er gaat een hoop veranderen op dit terrein. De marktfunctie blijft, maar wordt opgeschoven. Vrachtwagenverkeer gaat over een tijdje via de Haarlemmerweg, niet meer zoals nu over de Jan van Galenstraat. Er komen woningen, natuurlijk. Een complete buurt wordt hier uit de grond gestampt: het Marktkwartier. En de Markthal? Onduidelijk nog. Iets voor later, eerst nog een paar jaar kwartier maken, aan de stad laten weten dat het bestaat.

Dan is de laatste ronde geweest, iedereen naar de trein en terug weer. Mooi ritje nog, met de zon die ondergaat en wéér dat Willy Wonka-gevoel. Tot de Jan van Galenstraat, dan is iedereen weer terug in de Amsterdamse realiteit en sluit de poort. Maar volgende week zwaait-ie weer open. Op een kiertje dan, net genoeg.

Meer over