Sculptuur Single Form van Barbara Hepsworth wordt de tuin van het Rijksmuseum in getakeld. Het bronzen kunstwerk weegt 1300 kilo en is 3 meter hoog.

PlusReportage

Monumentale beelden Barbara Hepworth in tuinen Rijksmuseum: drie jaar voorbereiding voor een fluweelzachte touchdown

Sculptuur Single Form van Barbara Hepsworth wordt de tuin van het Rijksmuseum in getakeld. Het bronzen kunstwerk weegt 1300 kilo en is 3 meter hoog.Beeld Eva Plevier

Negen monumentale beelden van de Britse kunstenaar Barbara Hepworth zijn deze zomer te zien in de tuinen van het Rijksmuseum. Ze ogen alsof ze er al jaren staan, maar aan een tentoonstelling als deze gaan jaren diplomatie, rekenwerk, planning en geregel vooraf. ‘Ze bleef radicaal tot aan haar dood.’

Edo Dijksterhuis

Onwillekeurig houdt iedereen even zijn adem in. De hijskraan gromt een toontje lager en de kettingen trekken strak. Single Form komt los van de grond, eerst aan een kant, dan helemaal. Een man in overall controleert of de singels die als een lus om het matglanzende brons van Barbara Hepworths sculptuur zijn geslagen, goed op hun plek zitten. Dan stijgt de ovale vorm op, zodat de contouren van het 1300 kilo wegende en drie meter hoge gevaarte aftekenen tegen de heldere ochtendlucht. De scène uit La Dolce Vita, waarin een helikopter een enorm Christusbeeld door de Romeinse lucht transporteert, schiet te binnen.

Enkele minuten voor dit moment suprême cirkelt metaalconservator Joosje van Bennekom om het kunstwerk heen, helm op haar hoofd, fluorescerend hesje om de schouders en een achttien pagina’s tellend conditierapport in haar hand. “Ze hebben hem nog mooi in de was gezet,” mompelt ze goedkeurend terwijl ze iedere vierkante centimeter inspecteert.

De mannen van het transport maken grappen over het mierennest dat bij het openen van de kist tevoorschijn is gekomen. “Zo meteen staat in de krant: kunsttransporteur Hizkia smokkelt exoten naar EU.”

Ton Nuijen, coördinator tentoonstellingsinrichting, checkt ondertussen de onderkant van de voet van het beeld. “Single Form is gegoten in de jaren zestig,” legt hij uit. “De Engelse maten van bouten uit die tijd corresponderen niet altijd met de informatie die wij krijgen.” Maar hij maakt zich geen zorgen. “Wij hebben altijd een plan B.”

[Tekst loopt door onder de foto’s]

De kist met daarin het kunstwerk wordt na aankomst uitgeladen. Beeld Eva Plevier
De kist met daarin het kunstwerk wordt na aankomst uitgeladen.Beeld Eva Plevier
De transport- en installatieploeg kent na acht eerdere edities van de buitententoonstelling het klappen van de zweep. Beeld Eva Plevier
De transport- en installatieploeg kent na acht eerdere edities van de buitententoonstelling het klappen van de zweep.Beeld Eva Plevier

Tijdens de langzame vlucht van het beeld over de hekken en heg blijft een bakfietsvader staan om een foto te maken. Aan de andere kant van de groene afscheiding wacht midden in het gazon een betonnen rechthoek. De laatste tien centimeter van de daling duren een minuut, een fluweelzachte touchdown. Dan staat het gevaarte. Alles bij elkaar heeft de operatie twee uur geduurd.

Buurman Mondriaan

Conservator Ludo van Halem had Barbara Hepworth (1903-1975) al langer op zijn verlanglijstje staan. De Britse beeldhouwer voldoet ruimschoots aan de criteria voor de buitententoonstellingen die het Rijksmuseum sinds 2013 jaarlijks maakt. Hij somt op: “Het is klassiek modern werk en de maker heeft haar stempel gedrukt op de twintigste-eeuwse beeldhouwkunst. Haar oeuvre is substantieel en er is genoeg werk voorhanden. Dat zij na Louise Bourgeois de tweede vrouw is in deze reeks, speelt ook een rol.”

In 2019 nam Van Halem voor het eerst contact op met Sophie Bowness, die behalve Hepworths kleindochter ook kunsthistoricus is en haar nalatenschap beheert. Als gastconservator stelde zij een longlist van negentien werken samen. “Ik wilde de nadruk leggen op werk vanaf de jaren zestig en zeventig, toen Barbara in brons ging werken, zodat de werken buiten kunnen staan,” vertelt ze.

Bowness: “Single Form is een kleinere versie van het werk dat ze maakte voor het VN-hoofdkantoor in New York, een sleutelstuk in haar oeuvre. Ik wilde ook absoluut Construction (Crucifixion) in de tentoonstelling hebben omdat het met zijn primaire kleuren refereert aan De Stijl. Mijn grootmoeder voelde verwantschap met die Nederlandse stroming. Toen Mondriaan in Londen woonde, was hij haar buurman en goede vriend.”

Complicerende factor was echter dat Construction (Crucifixion) eigendom is van de kathedraal in Salisbury en uit de kloostertuin moest worden getakeld. Single Form stond op een toegankelijker plek, in Battersea Park in Londen, maar was desalniettemin in zeven decennia pas één keer uitgeleend, voor een tentoonstelling in de Royal Academy. En weer een ander werk, Monolith, is sinds 1961 niet van zijn plek geweest en nog nooit buiten Engeland geweest.

“Er was een grote diplomatieke inspanning voor nodig om ze naar Amsterdam te krijgen,” drukt Bowness het eufemistisch uit. Officiële brieven met bruikleenverzoeken gingen gepaard met persoonlijke bezoekjes. Er moesten exportvergunningen worden aangevraagd, die zes tot acht weken op zich lieten wachten. Voor sommige beelden was een tijdelijke opheffing van de monumentenstatus vereist, helemaal een procedure gehuld in bureaucratische mist. “Maar uiteindelijk kregen we de negen beelden die onze eerste keuze waren,” zegt een zichtbaar blije Van Halem.

Radicaal tot haar dood

“Mijn grootmoeder had sterke ideeën over hoe haar werk getoond moest worden en testte die ideeën in haar eigen tuin,” vertelt Bowness. “Voor sommige beelden veranderde ze zelfs de inrichting. Toen Four Square was gegoten, een beeld dat verwant is aan Squares with Two Circles in deze tentoonstelling, liet ze bijna alle rozenstruiken weghalen omdat ze die niet bij het beeld vond passen. Ze bleef radicaal tot aan haar dood.”

In de geest van haar oma adviseerde Bowness over de plaatsing van de beelden in Amsterdam. “Barbara vond het belangrijk dat je om de werken heen kunt lopen, ze zijn bedoeld om van verschillende kanten te worden bekeken. De twee grote beeldengroepen moesten aan de voorkant van het museum komen, daar hebben ze de meeste ruimte. Monolith, daarentegen, is een gedenkteken voor haar oudste zoon die vliegenier was bij de RAF en is omgekomen bij een ongeluk. Dat werk verdient een meer contemplatieve plek.”

Naast het ‘waar’ is er ook nog het ‘hoe’. “Monolith heeft altijd direct op het gras gestaan,” legt conservator Van Halem uit. “Maar uit oude foto’s blijkt dat het beeld oorspronkelijk op een sokkel stond. De laatste keer dat ik naar Engeland ben gegaan, heb ik allerlei sokkels staan opmeten. De kunstenaar had in de tuin van haar atelier niet alleen de stukken steen liggen waar ze sculpturen uit hakte, maar ook bakstenen om sokkels mee te metselen. Aan de hand daarvan hebben we haar bedoelingen gereconstrueerd.”

Gerecyled beton

In een week tijd, tussen 20 en 27 mei, zijn negen monumentale beelden geplaatst in de Rijksmuseumtuinen. Soms één, andere keren twee op een dag. Zo’n schema kan alleen worden afgewerkt als het nodige voorwerk is gedaan.

“Nadat de tulpen zijn uitgebloeid – ze lopen synchroon met de Keukenhof – begint het grondwerk,” vertelt tentoonstellingscoördinator Nuijen. “Op basis van gewicht, afmetingen en de hoogte – de wind kan immers grip krijgen op hoge beelden – wordt een op maat gemaakte fundering met contragewicht geproduceerd. Die bestaat nu voor het eerst uit 100 procent gerecycled beton. Het wordt via urban mining (het recyclen van waardevolle grondstoffen uit stedelijk afval, red.) verzameld in Amsterdam, tot gruis vermalen, gesplitst in losse ingrediënten en tot nieuw beton gemaakt.”

Waar de fundering wordt ingegraven zijn plaggen gras weggestoken, zodat ze later weer kunnen worden teruggelegd en het groen naadloos doorloopt tot de voet van het beeld. Nuijen bepaalt samen met Van Halem de exacte plek voor het beton. “Vooral bij een beeldengroep als Family of Man is dat van belang,” vertelt hij. “Dat is een familie en de leden moeten elkaar een beetje aankijken. Dus zijn we met tekeningen en kartonnen mallen door de tuin gelopen om de locatie heel precies af te tekenen.”

De transport- en installatieploeg kent na acht eerdere edities van de buitententoonstelling het klappen van de zweep. Ze werken gestaag door, zonder een minuut oponthoud maar nooit gehaast. Iedere beweging volgt als automatisch op de vorige, ieder teamlid weet welke taak hij heeft. Paaltjes worden uit het wegdek gelicht. Beschermende dekens worden om het bronzen beeld gewikkeld en met plastic folie op hun plaats gehouden. En ieder plankje van de op maat gemaakte transportkist wordt van een nummer voorzien voordat hij wordt gedemonteerd, zodat hij over vijf maanden weer kloppend in elkaar kan worden gezet voor de terugreis. Tot op de laatste schroef wordt alles gelabeld en opgeborgen.

Als het karwei geklaard is, staat Single Form erbij alsof het beeld nooit ergens anders geweest is. “En zo moet het ook,” stelt Van Halem. “Veel van wat wij doen is onzichtbaar en dat moet ook zo blijven.”

Barbara Hepworth in de Rijksmuseumtuinen: 3 juni t/m 23 oktober. Dagelijks vrij toegankelijk tussen 9.00-18.00 uur.

Meer over