PlusAchtergrond

Medicijnbezorger over wat ze bij mensen thuis aantreft: ‘Het verdriet dat ik niet mag rapporteren’

Barbara Kreijtz (51) is fietskoerier voor apotheken. De bezorgdienst wil dat ze de medicijnen zo snel mogelijk aflevert. Maar de schrijnende gevallen die ze achter de voordeur aantreft, vragen vaak om meer tijd en aandacht. ‘En dat past niet in het businessmodel.’

Marloes de Moor
Apotheekfietskoerier Barbara Kreijtz: ‘Ik doe dit werk niet alleen om buiten in beweging te kunnen zijn, maar ook om mensen te helpen.’ Beeld Nina Schollaardt
Apotheekfietskoerier Barbara Kreijtz: ‘Ik doe dit werk niet alleen om buiten in beweging te kunnen zijn, maar ook om mensen te helpen.’Beeld Nina Schollaardt

Het is dik 25 graden en er staat geen zuchtje wind als apotheekfietskoerier Barbara Kreijtz op haar mountainbike de stad doorkruist. Het is hard werken tegen een laag loon van 11 euro per uur, maar ze doet het met plezier. Ze houdt van buiten zijn en bewegen om fit te blijven. Bovendien is het dankbaar werk; mensen zijn blij als ze hun medicijnen komt brengen. Soms gaat het snel, hoeft ze alleen een medicijnrol in de brievenbus te doen. Maar op andere momenten vergt de bezorging meer tijd en aandacht.

Op 24 juni belt ze aan bij een woning in Amsteldorp. Ze is er eerder tevergeefs geweest en heeft een ‘niet thuis-briefje’ in de bus gegooid. Op het etiket van het pakje medicijnen staat ‘lang wachten ajb’, wat betekent dat de bewoner slecht ter been is. Door de glazen buitendeur ziet Kreijtz na geruime tijd een dame aan komen hobbelen. Ze wrijft met haar vingers over haar handpalm en doet dat later nog eens bij haar andere hand. “Vermoedelijk deed ze dat om te voelen of alles nog functioneerde. Haar gezicht en ogen kon ik nog niet zien, omdat haar hoofd, als een poppenkop, op haar borst hing. Ze schuifelde naar de buitendeur en deed die open.”

Kreijtz: “Toen ze hoorde dat ik van de apotheek was, gaf ze wat cijfers, iets met 7 en 93. ‘Ik word in juli 93,’ zei ze. Ik begreep het eerst niet goed, tot ik me realiseerde dat ze meteen haar geboortedatum had genoemd. Het eerste waar ze bij de apotheek naar vragen als je er komt. Ze had zichzelf gereduceerd tot haar geboortedatum.”

De vrouw zei dat ze nerveus was, bang dat ze in slaap zou vallen en de bel weer niet zou horen. Met haar hand hield ze haar hoofd omhoog om Kreijtz aan te kunnen kijken.

“Ik kon bijna niet geloven dat deze mevrouw alleen woonde. Misschien was ze wel gelukkig, maar dat voelde niet zo. Ik was bezorgd en vroeg hoe het met haar ging, of ze kinderen had of familie? Ze noemde alleen een broer op Texel, en om de dag kwam de thuiszorg bij haar langs. Ik sprak met haar over haar rug, over de vergroeiing in haar nek die ervoor zorgde dat ze snel duizelig was. Ze lag veel op bed, omdat alles haar pijn deed. Ik bood aan een keer koffie te komen drinken. Dat leek ze een apart voorstel te vinden, maar ze wees het ook niet af.”

Te betrokken

Een kwartier was verstreken en dat is eigenlijk niet de bedoeling. Althans niet die van Kreijtz’ werkgever. Ze heeft eerder twee berispingen gehad, omdat ze te lang bezig was geweest op een adres. Zoals die keer dat ze praatte met een meneer die bloedvlekken op zijn pyjama had, die gevallen bleek te zijn en dat wegwuifde met ‘komt goed, komt goed’. Of toen een vrouw in de deuropening plotseling begon te huilen en Kreijtz haar wilde troosten en geruststellen.

En laatst is ze voor één pakje naar drie verschillende plekken in de stad gefietst, omdat de apotheek per ongeluk een verkeerd adres doorgaf. Tot blijdschap van de patiënt loste Kreijtz het zelf op, zodat de medicijnen op tijd kwamen. ‘Dat kán niet. Als de apotheek een fout maakt is dat onze zorg niet,’ liet haar manager weten. ‘Je bent veel te betrokken. Als je zo lang onderweg bent, kost ons dat twintig procent van je uurloon.’

Percentages. Kreijtz heeft er, toen ze begon bij de bezorgdienst, nooit iets over gehoord, maar weet inmiddels dat het daar om draait. Dat het een businessmodel is. “Hoe meer pakjes een apotheek laat bezorgen, hoe goedkoper het wordt en hoe meer aandacht ze kunnen besteden aan klanten in de apotheek zelf. Als je honderd procent op een dag draait, heb je het maximale aantal pakjes afgeleverd. Maar voor praatjes is dan geen tijd.”

Het verbaast Kreijtz, omdat ze het ook anders heeft meegemaakt.

Ogen en oren

In de eerste coronaperiode van 2020 verloor ze de helft van haar omzet als professioneel fietscoach en zag zich genoodzaakt ander werk te zoeken. “Ik ging aan de slag als bezorger voor een apothekengroep in het centrum. Daar werd me meteen duidelijk gemaakt dat bezorgers poortwachters zijn, de ogen en oren van de apotheek. Wij moesten in de gaten houden hoe het met mensen ging en of er hulp nodig was. Onze manager moedigde dit aan. Het was evengoed hard werken, maar zonder tijdsdruk.”

Toen de apotheek besloot de bezorging voortaan door een externe dienst te laten doen, raakte Kreijtz haar baan kwijt. “Ik solliciteerde bij een andere fietskoeriersdienst die ook voor apotheken bezorgt. En daar gaat het er dus heel anders aan toe.”

Het is niet de bedoeling dat ze stilstaat bij de kwetsbare gezichten, verdrietige ogen en broze lichamen die horen bij de geboortejaren die tijdens haar dienst passeren: 1922, 1927, 1931, 1935. Niet zelden is Kreijtz de eerste die ze die week zien en schuilt in hun blik een schoorvoetende vraag om aandacht. Dan vertelt een mevrouw dat ze is uitgegleden en pas een paar dagen later door een buurman werd gevonden. “Ze was blij om met iemand te praten en gaf me een flesje cola. Stiefelend achter haar rollator haalde ze ook nog een rol koekjes uit de keuken.”

Ze heeft wel eens aan collega’s gevraagd hoe zij ermee omgaan. “Je hebt het protocol en de realiteit, zeggen ze dan. Dan weet ik genoeg. Zij herkennen wat ik vertel en maken ook van alles mee, maar laten het makkelijker van zich afglijden.”

Mensen helpen

Op een ander vlak doet Kreijtz dat nu ook. Om percentages maalt ze niet meer. “Ik heb geen idee of ik die haal. Als dat betekent dat ik niet efficiënt genoeg fiets en mijn contract niet wordt verlengd, dan is dat maar zo. Ik doe dit werk niet alleen om buiten in beweging te kunnen zijn, maar ook om mensen te helpen.”

Inmiddels heeft Kreijtz haar diensten teruggebracht van twee dagen naar één per week. “Ik vind het moeilijk om op deze manier te blijven werken. Er is geen balans meer tussen de behoefte aan zorg en een beetje aandacht en de stelregel dat overal maar geld aan moet worden verdiend. Ik zie veel schrijnende gevallen en kan weinig doen. Al kon ik bepaalde situaties maar aankaarten bij de apotheek, zodat zij een extra telefoontje naar zo iemand kunnen plegen of de huisarts kunnen inlichten. Dat zou me al geruststellen.”

Het werk zet haar ook aan het denken over de eenzaamheid van oude mensen. “Krijgen ze bezoek? Kijkt er iemand naar hen om? Ik woon zelf ook alleen. Zal ik er later net zo bij zitten? Dat hoop ik eigenlijk niet. Maar dit is wel de tijd waarin we leven. Een tijd waarin ik op mijn vingers word getikt voor zorgzaamheid.”

Kreijtz heeft het adres genoteerd van de mevrouw in Amsteldorp, mevrouw 06-07-1929. “Ik ga haar binnenkort bezoeken, buiten mijn werk om. Ze heeft me geraakt en laat me niet meer los.”

Signaleringsfunctie apotheekbezorgers

De Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie (KNMP) laat weten dat er geen regels zijn vastgelegd ten aanzien van de signaleringsfunctie van apotheekbezorgers. Wel herkent de KNMP het verhaal van Kreijtz. Als een bezorger in dienst van een apotheek is, is hij of zij onderdeel van het team. Daarin wordt gedeeld hoe het met patiënten gaat en wat bezorgers gedurende hun ronde hebben opgemerkt. Een externe bezorgdienst is niet verplicht op dezelfde manier te werk te gaan. In Amsterdam zijn twee grote concurrerende fietskoeriersbedrijven; zij doen uitsluitend apotheken en zijn daarin gespecialiseerd. Er zijn nog wat aanbieders, maar dat zijn dan koeriersbedrijven die medicijnen erbij doen, ook met de auto en vaak verspreid over heel Nederland en met bijvoorbeeld één apotheek in Amsterdam.

Meer over