PlusExclusief

Maroesja Lacunes, bekend als dochter van Tita Tovenaar, doorbreekt de stilte: ‘De val daarna was heel groot’

Actrice en kunstenaar Maroesja Lacunes (76), dochter van variété-artiest Toby Rix en voor eeuwig bekend als Tika Tovenaar, doorbreekt met een autobiografie de stilte over haar verleden. ‘Daar is die familie weer om je uit elkaar te rammelen.’

Marjolijn de Cocq
Lacunes in een jas van haar moeder, een erfstuk.  Beeld Sevilay Maria, styling Richard Schreefel, haar en make-up Niki Vos
Lacunes in een jas van haar moeder, een erfstuk.Beeld Sevilay Maria, styling Richard Schreefel, haar en make-up Niki Vos

‘En gaat het niet zoals ik wil, dan doe ik dít’ – en met een simpele klap met de ­h­anden liet Tika Tovenaar, in de iconische televisieserie uit de jaren zeventig Tita Tovenaar, alles stilstaan. Twee jaar slechts speelde Maroesja Lacunes de dochter van de tovenaar met de witblonde pruik met twee vlechtjes. Maar de rol achtervolgt haar tot op de dag van vandaag.

Daarom, lacht ze, heeft ze zin in dít interview. Wordt ze gebeld door de media, dan is het meestal met de vraag: hoe is het nu met Tika Tovenaar? Maar nu gaat het over Maroesja Lacunes, actrice, kunstenaar én schrijver. In haar autobiografie De tovenaarsdochter vertelt ze over de andere kant van de schijnwerpers, het decor waarin ze opgroeide en de rollen die ze, zowel privé als op het toneel, toebedeeld kreeg.

Het is het verhaal van een gezin dat werd gedomineerd door een beroemde vader – variétéartiest Toby Rix alias Tobias Lacunes (1920-2017), die met zijn zelfgebouwde ‘toeterix’, een arsenaal aan toeters en sirenes, de wereld veroverde. Een gezin verscheurd door de eeuwige strijd tussen twee ouders en ­loodzware familiegeheimen.

Het is ook een boek over de strijd om erkenning, over de misogynie van de toneel- en televisiewereld, over kunst met grote of kleine K. En onvermijdelijk: over de rol die haar leven zou kleuren, de ‘Tika-avatar’ die door de eindeloze herhalingen van de serie tussen haar en de volgspot zou blijven staan.

U beschrijft het moment dat u net als Tika in uw handen moest klappen om alles stil te zetten en de blik op het verleden te richten. Was die urgentie zo groot?

“Pure noodzaak was het. Ik was al ­l­anger bezig met autobiografische verhalen, maar een autobiografie leek mij niet doenlijk, zo ingewikkeld als het allemaal lag. Maar toen eerst mijn broer, toen mijn zus en mijn vader niet heel lang na elkaar waren overleden, besefte ik dat ik alleen over was. Ik ging me focussen op wat mijn familie voor mij heeft betekend.”

Ton Lensink als Tita Tovenaar en Lacunes als zijn dochter Tika. Beeld ANP Kippa
Ton Lensink als Tita Tovenaar en Lacunes als zijn dochter Tika.Beeld ANP Kippa

“De doorslag gaf Pauline Slot die ik via de Schrijversvakschool had ontmoet en die me heeft begeleid. Ze heeft me geleerd te focussen, maar ze vroeg me ook: ‘Wat ga je ermee doen? Ga je een uitgever zoeken?’ Ik antwoordde: ‘Dat denk ik niet, ik ga mijn familie niet te koop zetten.’ En toen zei ze iets wat echt bij me binnenkwam als een mokerslag: ‘Dan doe je precies wat je je hele leven al hebt gedaan: zwijgen om anderen te sparen’.”

Dat zwijgen is de rode draad. De last van familiegeheimen, maar ook: je stem niet opeisen of laten overstemmen.

“Maar als je erin zit, zie je het niet. Ik bedacht gisteren: als je op een vuilnisbelt bent geboren, ruik je de stank niet meer.”

Werpt meteen tegen: “Nou, zo erg was het ook weer niet.”

U schrijft anders letterlijk over de ­‘vergiftigde bodem’ waarop u, uw broer Geertjan en uw twintig jaar jongere zus Inez opgroeiden.

“Maar met daarbij nadrukkelijk dat mijn ouders ook geweldige mensen waren. Ze waren gepassioneerde kunstenaars, grote talenten. Ze waren verslaafd aan elkaar en hun strijd, en hebben het slechtste in elkaar naar boven gehaald. Dat heb ik meegekregen, maar als kind besef je dat allemaal niet zo. Je hebt het vergelijkingsmateriaal niet, en ik hield van ze, klaar! En dat doe ik nu weer, maar op een andere manier. Het boek is een zwaar proces geweest, maar het heeft me enorm opgelucht. Om te zien: dat zijn zij, dat waren zij en wat een pech hebben ze gehad. Zij wisten ook niet waar ze het ­zoeken moesten.”

U bent ‘tovenaarsdochter’ in dubbele zin, schrijft u. Niet alleen van Tita Tovenaar, gespeeld door Ton Lensink. Uw vader was de échte tovenaar in uw leven met die ‘toeterix’, een rariteit die onder zijn handen een magisch instrument werd.

“Hij was de belangrijkste figuur in onze familie. Dat leek in het begin niet zo. In de eerste periode dat mijn ouders samen waren, hadden ze zoveel verwachtingen. Ze gingen een geweldige toekomst tegemoet. Mijn moeder zong mee in mijn vaders Rainbow Trio, ik was in ’45 na de oorlog geboren, mijn broer vlak na mij – twee vrijheidskinderen. Mijn vader had succes, verdiende veel geld. Misschien was het dat succes waar de eerste krassen door kwamen. Voor de eerste grote barst.”

Die eerste krassen, kunt u die toelichten?

“Ik denk dat hij gewoon vreemdging en dat de aandacht hem naar de bol steeg. Ik heb er geen bewijzen van, maar er is het verhaal van mijn moeder dat ze hem achterna ging naar Groningen en dat ze hem in bed trof met een collega. Maar ze logen tegen me. Hij loog, en mijn moeder bleek ook over fundamentele dingen te hebben gelogen. Als je dat later ontdekt, maakt je dat klein. Dat doet iets met je.”

U droeg als kind al een geheim van uw moeder Sid bij u, met ­alleen een blauw speelgoedbeertje om het aan toe te vertrouwen. Een ontroerend beeld. Toen het toch uitkwam, ­veranderde uw leven totaal.

“De eerste grote barst: dat mijn moeder liefde had opgevat voor de slager. Dat ik me alle details herinner, komt omdat die dingen nog op mijn netvlies staan, die hebben zoveel indruk gemaakt.”

Uw vader dwong een verhuizing van de Watergraafsmeer naar Nieuw-Loosdrecht af voor een nieuwe start, maar u beschrijft een gevangenis voor uw moeder. Ze mocht niet meer optreden, het gezinsleven bleek een façade.

“Binnen die gevangenis deed ze vreselijk haar best. Haar slogan was dat je er iets van moest maken, en dat deed ze. Ze maakte het huis prachtig, ze zorgde dat er vrienden bleven waar mijn vader ze de deur uitkeek, ze sloofde zich uit met maaltijden en feesten. Daar richtte ze al haar talenten op. Je ziet in mijn boek twee moeders: waar de ene bloeit, wordt de andere klein.”

Want zoals u zei: uw moeder was zelf ook getalenteerd. Ze zocht het in ­poëzie, literatuur, Franse chansons. U beschrijft de relatie tussen uw ouders als Rusland versus Amerika, twee ­giganten tegenover elkaar; als kind had u dromen over oorlogen tussen de grootmachten.

“En dat komt nu in werkelijkheid ook weer terug. Terwijl Rusland en Amerika in mijn jeugd nog niet in conflict waren. Merkwaardig. Maar Rusland stond voor diepgang, de cultuur die mijn moeder uitdroeg. Het succes van mijn vader, dat aantrekkelijke naar buiten toe, maar ook dat oppervlakkige verbond ik met Amerika.”

Alles draaide om uw vader, de grote held buiten de deur. U wordt thuis niet echt gezien, maar op school wél.

“Als je iets wilde bereiken, was het ­credo, dan moest dat op eigen kracht. Mijn ouders keken neer op artiesten die naam maakten op de schouders van hun vader, zoals Rudi Carrell. Ik wilde het podium op. Niet zo absoluut als mijn broer. Die zei ‘ik ga ervoor’ en bracht als Jerry Rix het singletje Ebb Tide uit, waardoor hij op zijn vijftiende jeugdidool werd. Maar toen me een rol werd aangeboden als Remi in Alleen op de wereld mocht dat niet van mijn ouders. Om me te beschermen tegen een te vroege entree in die harde wereld, was later de uitleg. Maar dat heeft me nog jarenlang achtervolgd – een rol, en dan díé rol.”

“Op school bloeide ik op tijdens de lessen toneel en voordracht van de actrices Carrie Rens en Jeanne Verstraete. Dat waren mijn ‘moeders’, al voelde dat wel als verraad aan mijn eigen moeder. En er was meneer De Groot, de tekenleraar. Frits.”

Hij was getrouwd, had twee kinderen. U was als 17-jarige een makkelijke prooi, schrijft u. U kreeg een verhouding met hem die verstrekkende gevolgen had.

“Het beetje talent dat ik had vergrootte hij uit, dat stimuleerde hij. Daar begon het mee. Ik weet nog hoe ik thuiskwam nadat hij had aangekondigd te gaan scheiden, om mij. Er was niemand, ik was alleen. Leeg. Ik dacht: ik kán niet ongelukkig zijn. Maar ik was het wel en kon er nergens mee naartoe. Ik was ook niet gewend ergens over te praten, mijn mond open te doen.”

Ketting Mitsy Selhorst, jas Stand Studio, broek Zara, laarzen Martin Margiela, blouse en sieraden eigen collectie Maroesja. Beeld Sevilay Maria, styling Richard Schreefel, haar en make-up Niki Vos
Ketting Mitsy Selhorst, jas Stand Studio, broek Zara, laarzen Martin Margiela, blouse en sieraden eigen collectie Maroesja.Beeld Sevilay Maria, styling Richard Schreefel, haar en make-up Niki Vos

“Je voelt iets voor iemand, je hebt een fantasie. Maar niet dat daar een echtscheiding aan vastzit en dat je daarna wordt geacht voor altijd bij iemand te horen. Ik was een puber, 17. Klaar om misschien verliefd te worden op die of die of die. En daar is iemand die je weet te vangen.”

“Mijn vader trok zijn handen van me af in financieel opzicht, en het heeft toch een paar jaar geduurd voor ik uit die relatie kon stappen. Achteraf bezien is het toch ook mijn vlucht naar buiten geweest, al had dat misschien ook met een leuke ­jonge jongen gekund. Het was niet mijn droom, maar het is vormend geweest.”

U ontdekte later het patroon: dat u de neiging had mannen te laten vertellen wat u moest doen en laten, vanuit een gebrek aan vertrouwen in uw eigen stem.

“Ik volgde daarin mijn moeder, en de tijdsgeest. In latere relaties ben ik meer gaan zoeken naar gelijkwaardigheid en was ik me ervan bewust: o, nou doe ik het weer. Maar ik bleef steeds weer in die valkuil trappen. Ik heb heel wat gevechten moeten leveren, telkens weer die machtsstrijd. Ik heb ze lang niet allemaal genoemd, daar zit nog wel een aantal boeken in. Ik had één machtsmiddel: weggaan. Mijn verhoudingen werden ook steeds korter: vijfenhalf, vier, drie jaar…”

U werd uiteindelijk toegelaten tot de toneelschool en na een jaar weer weggestuurd. U krijgt televisierolletjes, speelt bij het Amsterdamse Jeugdtoneel. En dan: Tita Tovenaar. Auditie voor een ­tafel met ‘keurmeesters’.

“Ja, dat zat me enorm dwars, hoe die mannen zo naar me keken. Daardoor werd ik eigenzinnig. En een van hen – Lo ­Hartog van Banda, die de serie zou schrijven – zag dat en is me die avond achterna gehold. Hij heeft de rol op mijn lijf geschreven. De eerste uitzending was op 1 oktober 1972; daarna was het elke dag vijf minuten, vlak voor zeven uur uitgezonden – we hadden er al een half jaar opnames op zitten. We verwachtten het succes wel een beetje, maar ik kon het zelf niet zien, want ik had geen televisie. En ik schaamde me ervoor dat ik nieuwsgierig was, ik had naar buiten toe een houding van: dat doe ik zomaar even.”

Ondanks het succes ging na twee jaar de stekker eruit.

“Lo, die een soort geestelijke vader voor me werd, vertelde me over de enorme toestanden. Het had met geld te maken, ik volgde het niet zo. We zeiden nog als acteurs: ‘Nou ja, dan krijgen we in ieder geval geen last van het swiebertje-effect. Maar toch is me dat overkomen. Het werk stopte, maar de serie werd eindeloos herhaald, dus ik bleef Tika Toveraar.”

Maroesja Lacunes als Tika in de kinderserie Tita Tovenaar, 1972.  Beeld ANP Kippa
Maroesja Lacunes als Tika in de kinderserie Tita Tovenaar, 1972.Beeld ANP Kippa

“Het is zo’n bizar verhaal. Ik kom nog bijna dagelijks mensen tegen die het gezien hebben en me daarvan kennen. Het houdt niet op. Ik vind het prima, ik vind het prachtig, maar met mijn boek heb ik willen laten zien dat er nog wel wat meer zit achter zo’n sprookjesfiguur. Al wil ik het sprookje ook niet kapot maken.”

Het heeft ú de eerste jaren erna wel ­kapot gemaakt. ‘Geen rol, geen werk, geen eer,’ schrijft u. Een zoektocht: wie was u nog zónder de pruik van Tika.

“Kapot vind ik een te groot woord. Maar ik heb er wel mee gevochten. Door de rol van Tika gingen deuren open, maar ook deuren dicht. En bij mijn ouders had ik het eindelijk gemaakt. Die vonden het fantastisch, ik hoorde van anderen dat ze daar in geuren en kleuren over vertelden. Ook daarom was de val daarna heel groot.”

Uw vader kampte ondertussen met de neergang van het schnabbelcircuit. En nu was er ineens wel ruimte voor een samenwerking: de single Purmer boogie in 1977 – met daarin een knipoog naar uw Tita Tovenaarlied. Wrang detail: u heet ineens Maroesja Rix.

“We konden alle twee meer aandacht gebruiken en dus besloten we dat plaatje te maken. We waren al een eind op weg toen werd besloten wat er op de hoes zou komen. En dan komt de commercie erbij, de buitenwacht, de platenmaatschappij. Lacunes moest weg. En ja, dan wel Tita Tovenaar gebruiken. Ik schikte me.”

“In zijn laatste dagen blijkt hij het lied ook nog gezongen te hebben. We hebben het ook een keer uitgesproken – hij zat toen in een revalidatiecentrum – dat we allebei uiteindelijk maar van één ding bekend waren: hij van zijn dat ene instrument, zijn toeterix, en ik van die ene rol. Mijn eeneiige tweelingzus. Maar als ik eraan terugdenk: wat een enorme waardering is er voor Tita Tovenaar geweest. En zo ­heerlijk om te spelen; kind zijn, wie wil dat nou niet?”

Door stemmenwerk voor reclames en films vond u uiteindelijk de weg weer naar eigen vrije producties.

“Ik ben ook periodes afhankelijk geweest van de WW, maar op een gegeven moment was dat achter de rug en kon ik mijn eigen programma’s doen. Die subsidieerde ik met mijn commerciële werk, dat maakte me zelfstandig en vrij. Het was een geweldige tijd. Acteur Ton Lutz had toen ik van de toneelschool werd gestuurd tegen me gezegd: ‘Je moet niet zo nodig moeten. Je moet doen waar je ­plezier in hebt en dan komt het vanzelf.’ ­Profetisch. Ik ging dus de kunst met een kleine k in en heb daarvan ontzettend genoten.”

Lacunes was 55 toen ze – na tien jaar strijd voor nog altijd een ‘miserabel vrouwenhonorarium’, toenemende concurrentie en afnemende boekingen – besloot uit het theatercircuit te stappen en haar creatieve zoektocht in de beeldende kunst voort te zetten. Ze had een relatie met acteur Henk Votel, nog altijd haar partner – in Tita Tovenaar had hij de rol van opa gespeeld, ze had hem zeventien jaar nadien weer ontmoet. Er leek een periode van relatieve rust en vervulling aan te ­breken.

Blouse Studio Elzinga, gilet Comme des Garçons, pet, broek en sieraden eigen collectie  Marousja. Beeld Sevilay Maria, styling Richard Schreefel, haar en make-up Niki Vos
Blouse Studio Elzinga, gilet Comme des Garçons, pet, broek en sieraden eigen collectie Marousja.Beeld Sevilay Maria, styling Richard Schreefel, haar en make-up Niki Vos

Haar moeder, die haar jongste dochter Inez naar het Griekse Rhodos was gevolgd, is op haar 70ste gestorven. Ook haar broer is na een carrière als muziekproducent in Duitsland met zijn vrouw naar Rhodos verhuisd. Toen bleek dat Geertjan terminaal ziek was, reisde Lacunes af en aan naar het eiland – de relatie met hem was hecht, maar de relatie met Inez bleef er een van aantrekken en verstoten. Lacunes werd ook nog eens gemangeld tussen broer en jongste zus die in een eilandvete tegenover elkaar zijn komen te staan.

“Er was een kern. Ik was mezelf. Ik had mijn echte ik gevonden. Ik had het toneel opgegeven, was kunstenaar. Binnen mijn eigen turmoil was ik stabiel. Maar weer kreeg die giftige bodem een weerslag. Daar is die familie weer om je uit elkaar te rammelen. Mijn zus, opgegroeid in het slagveld van mijn ouders toen wij al uit huis waren, was een slachtoffer. Maar met een enorme, nietsontziende slagkracht.”

Uw zus was een nakomertje. Uw moeder wilde haar houden, na twee door uw vader gedwongen abortussen. U beschrijft hoe u een glaasje van Inez koestert, eet met háár zilveren lepeltje. Daar spreekt een verlangen uit naar wat had kunnen zijn. Mag ik stellen dat u veel verdriet heeft gekend in uw leven?

“Ja. Ik herinner me nog dat toen ik speelde bij het Theater van de Lach een actrice tegen me zei: ‘Ach kind, je hebt nog maar zo weinig meegemaakt.’ Ik was midden 30, maar ik zag er veel jonger uit. Ik had toen geen weerwoord. Maar het waren de genen – niet dat ik niet veel had meegemaakt.”

“Ik heb het in mijn boek niet over incest en verkrachting en de dingen die vandaag de dag worden beschreven. Maar over een ander soort pijn. Verdriet om dat wat bij leven niet in orde is. Waar je doorheen moet, dat je vormt. Waarover je zou kunnen zeggen: such is life. Ik ben in dat verleden gedoken. Wat is er gebeurd, wat heb ik gezien, wat vind ik ervan?”

“Een goede reden om dit uit te geven, en het niet voor mezelf en een klein clubje te houden, is dat ik ook weet hoe dit soort familiepijn bij anderen leeft, dus herkenbaar is en verhalen losmaakt. Het is niet alleen therapie voor mij geweest, maar ik heb ook iets te geven – misschien wel aan zo’n kijkertje van vroeger.”

null Beeld

Maroesja Lacunes


11 september 1945, Amsterdam

1950-1958 Scapino Dansschool
1959-1964 Het Nieuw Lyceum, Hilversum
1966-1967 Amsterdamse toneelschool
1967-1972 De Nederlandse Comedie, Amsterdams Jeugdtoneel, Amsterdams Volkstoneel, Cabaret Prinsheerlijk, kinderrollen in toneelstukken voor televisie
1970-1971 Televisieserie Swiebertje
1972-1974 Televisieserie Tita Tovenaar
1978-1981 Toneelgezelschap Theater van de Lach
1981-1983 Toneel De twee vriendinnen en hun gifmoord
1983-1985 Straattheater Kip
1988 Vrije productie Brecht het leven zelf
1992-1993 Het Auteurstheater
1994-1996 Serie 12 steden, 13 ongelukken
1997 Soap Onderweg naar morgen
1998-2001 Productiebedrijf Fluitman & Lacunes
2022 Boek De tovenaarsdochter


Maroesja Lacunes is getrouwd met Henk Votel en woont in de Jordaan.

Maroesja Lacunes, De tovenaarsdochter, Uitgeverij Gist, €24,99, verschijnt 31 mei

null Beeld Uitgeverij Gist
Beeld Uitgeverij Gist
Meer over