Amsterdammer helpt Amsterdammer

Mantie Camara wil andere immigranten de fouten besparen die zij gemaakt heeft

Op veel plekken in Amsterdam wonen mensen in armoede. Met hulp van Paroollezers laat de stichting Amsterdammer helpt Amsterdammer wekelijks een wens in vervulling gaan. Vandaag: Mantie Camara vraagt 550 euro voor een vlogcamera, zodat ze andere West-Afrikaanse migranten informatie en tips kan geven over het leven in Nederland.

Jessica Kuitenbrouwer
Mantie Camara: ‘Waar ik vandaan kom, werkt alles anders dan hier. Toen ik in Nederland aankwam in 1991, had ik daar geen idee van.’ Beeld Eva Plevier
Mantie Camara: ‘Waar ik vandaan kom, werkt alles anders dan hier. Toen ik in Nederland aankwam in 1991, had ik daar geen idee van.’Beeld Eva Plevier

“Toen ik naar Europa verhuisde, bleef ik in mijn hoofd bezig met Afrika,” zegt Mantie Camara (56). “Veel West-Afrikanen hier in Amsterdam hebben dat. Die staan eigenlijk in twee werelden. Ze zijn wel hier, maar ze zijn continu bezig met hun familie daar.” En dat is een probleem, zegt Camara. “Wij hebben allemaal nog een immigrantenmentaliteit, of lopen zelfs rond met het idee dat we ooit nog terug zullen gaan naar waar we zijn opgegroeid. Maar onze kinderen zijn Nederlanders, en dat moeten we niet vergeten.”

Het is iets dat ze pas recent is gaan beseffen, vertelt ze. De grote cultuurverschillen tussen Nederland en de West-Afrikaanse landen Guinee en Sierra Leone, waar Camara opgroeide, houden haar veel bezig. “Waar ik vandaan kom, werkt alles anders dan hier. Van overheidsinstanties tot de samenleving, hoe mensen wonen, of hoe we kinderen opvoeden. Toen ik in Nederland aankwam in 1991, had ik daar geen idee van en omdat ik de taal niet sprak, kon ook niemand me dat echt uitleggen.”

Familie helpen

Haar beperkte kennis van de Nederlandse samenleving en taal zorgde voor een paar zware jaren. Zonder verblijfsvergunning en de bijbehorende rechten en zonder weet van instanties die haar zouden kunnen helpen, hopte ze van tijdelijk adres naar tijdelijk adres. Ze werkte zwart en vaak onder onmenselijke omstandigheden om de kost te verdienen voor zichzelf én haar familie thuis. “Als je altijd in je hoofd hebt dat je familie thuis iets te kort komt, dan ga je ‘werken, werken, werken’ om hen uit de put te helpen. Het maakt niet uit of jij het zwaar hebt. Jij woont in een flat waar een bankstel in staat, terwijl sommige van je familieleden niet eens schoenen hebben.”

En hoewel familie en gemeenschap nog steeds heel belangrijk voor haar zijn, ziet ze nu in dat die mindset haar ook veel heeft gekost. “Ik was zo bezig met dáár, dat ik vergat dat ik ook verantwoordelijkheden hier had.” Met name haar zoon heeft ze tekort gedaan, vindt ze. “Kort nadat mijn zoon werd geboren, kreeg ik ook eindelijk een permanente verblijfsvergunning. Voor mij betekende dat maar één ding: nu kan ik écht gaan werken.”

Een ‘echte’ baan betekende weliswaar meer inkomen en dus meer voor Camara’s familie in Guinee, maar ook nog meer van huis zijn. “Er waren tijden dat ik ’s ochtends vroeg naar mijn ene baan ging, thuiskwam rond de middag en dan door ging naar mijn horecabaan tot één of twee uur ’s nachts,” zegt ze hoofdschuddend.

Kookprogramma

Haar afwezigheid thuis zorgde er toen haar zoon een puber was voor dat hij goedkeuring en steun buiten de deur ging zoeken en met de verkeerde mensen in aanraking kwam. “De Afrikaanse manier van opvoeden is heel autoritair en streng. Als ik vaker mijn zoon had laten weten hoeveel ik van hem houd en meer naar hem had geluisterd, had zijn jeugd er denk ik heel anders uitgezien. Hij is opgegroeid in een heel andere manier van doen dan ik, daar had ik meer rekening mee kunnen houden.”

De afgelopen jaren heeft Camara het daarom haar missie gemaakt andere West-Afrikaanse immigranten te helpen integreren. Vijf jaar geleden richtte ze Stichting Dembati op, ter ondersteuning van de Mandingo gemeenschap (zie kader) in Nederland. Ze organiseert bijeenkomsten voor immigranten, waar ervaringen en informatie worden uitgewisseld, en ze heeft een radioprogramma in haar moedertaal genaamd Fodoba (Mandingo voor ‘kookpot’) dat ze livestreamt op Facebook. In het programma behandelt ze onder andere cultuurverschillen en geeft ze tips hoe daarmee om te gaan, en deelt ze informatie die anders aan mensen die het Nederlands niet machtig zijn voorbijgaat, zoals nieuws over het coronavirus en landelijke ontwikkelingen.

Het gaat goed met het radioprogramma, maar Camara zou graag wat meer interactie willen met haar publiek en gemeenschap. Daarom vraagt ze om een bijdrage voor een vlogcamera, zodat ze ook beeld kan gaan livestreamen. “Ik heb veel geleerd van mijn eigen weg en mijn eigen fouten. Nu wil voorkomen dat anderen moeten doorstaan wat ik heb meegemaakt.”

Mandingo gemeenschap

De Mandingo gemeenschap, ook wel de Mandinka genoemd, is een West-Afrikaans volk. In West-Afrika wonen momenteel ongeveer 11 miljoen Mandingo, wat de Mandingo een van de grootste volkeren van Afrika maakt. Deze bevolkingsgroep leeft verspreid over Gambia, Senegal, Guinee-Bissau, Mali, Sierra Leone, Guinee, Liberia en Ivoorkust. In Gambia zijn de Mandingo de grootste bevolkingsgroep. Van de bevolking van Gambia spreekt 45 procent Mandingo als moedertaal, 25 procent spreekt het als tweede taal.

Jarco de Swart. Beeld Sophie Saddington
Jarco de Swart.Beeld Sophie Saddington

De wens van vorige week: ‘Slapen moet je energie opleveren, niet kosten’

Vorige week vroeg de chronisch zieke René van der Mark nieuw beddengoed. Jarco de Swart doneert.

Een kleine tien jaar geleden kreeg René van der Mark (52) allerlei onverklaarbare klachten. De boosdoener: een hersentumor ter grootte van een mandarijn. Bij het wegsnijden werd ook zijn hypofyse verwijderd en dus moet hij dagelijks een scheepslading medicijnen slikken. Als chronisch zieke is Van der Mark voor 100 procent afgekeurd en ontvangt hij een uitkering. Vanwege hoge lasten en een laag besteedbaar inkomen komt hij niet in aanmerking voor financiële steun.

Vanwege zijn kleine beurs slaat Van der Mark zelf vaak maaltijden over zodat zijn twee dochters, waar hij in zijn eentje voor zorgt, niets tekortkomen. Hoewel hij vanwege zijn ziekte veel tijd in bed moet doorbrengen, heeft hij maar één set beddengoed, en het verschonen is een tijdrovende en intensieve klus. Maar geld voor ­extra lakens is er niet.

Jarco de Swart (45) gunt Van der Mark een goede nachtrust en voorziet hem graag van nieuw beddengoed. “Er is weinig fijners dan een fris en schoon bed,” zegt de persvoorlichter van de ABN Amro. “Ik heb zelf last van mijn rug en weet uit ervaring hoe akelig het is om gebroken wakker te worden. René heeft een energieprobleem, dus dan wil je dat je bed een fijne, aangename plek is. Slapen moet je energie opleveren, niet kosten. En uitgerust aan je dag beginnen, dat gun ik René nog het allermeest.”

Bien Borren

Stuur uw reactie met vermelding van telefoonnummer naar aha@parool.nl. Meer info: amsterdammerhelptamsterdammer.nl

Meer over