PlusAchtergrond

Mantelzorgers moeten helpen in het verpleeghuis: ‘Zij heeft altijd voor mij gezorgd, nu zorg ik voor haar’

Door een personeelstekort doen verpleeghuizen een dringend beroep op mantelzorgers. Zo springt Rocco Leenders (51) dagelijks bij in De Werf, waar zijn 87-jarige moeder verblijft. ‘Ook voor haar was het emotioneel dat ik haar moest wassen.’

Marloes de Moor
Rocco Leenders en zijn moeder Corrie. ‘Ik voel me soms wel schuldig als ik iets voor mezelf ga doen.’ Beeld Eva Plevier
Rocco Leenders en zijn moeder Corrie. ‘Ik voel me soms wel schuldig als ik iets voor mezelf ga doen.’Beeld Eva Plevier

Wie niet beter weet, zou hem kunnen verwarren met een medewerker bij verpleeghuis De Werf aan de Van Reigersbergenstraat. Zelfbewust, geheel vertrouwd met de omgeving, doorkruist Rocco Leenders de lange gangen, de recreatiezaal, de tuin.

Toch komt hij er pas sinds een jaar, om zijn 87-jarige moeder Corrie Leenders te bezoeken.

De lieve, zorgzame vrouw, die bewust besloot hem een aantal jaar na haar oudste dochter op de wereld te zetten, zodat ze hem ook alle tijd en aandacht kon geven. Een moeder die er onvoorwaardelijk voor hem was, hem na schooltijd opwachtte met koekjes en kopjes thee, hem haar liefde voor reizen, mode en Italië bijbracht. Nu ze ouder wordt, weduwe is en haar zelfredzaamheid als gevolg van de oogaandoening maculadegeneratie verder achteruitgaat, zijn de rollen omgedraaid. Haar zoon Rocco is er voor haar. Elke dag, en onvoorwaardelijk.

Het dorp

En langs het tuinpad van m’n vader/ Zag ik de hoge bomen staan/ Ik was een kind en wist niet beter/ Dan dat ‘t nooit voorbij zou gaan, luidt het veelzeggende couplet uit Het dorp van Wim Sonneveld, waarin Leenders’ geboortegrond Deurne wordt bezongen. Hij woont al dertig jaar in Amsterdam-West, maar reed de laatste jaren steeds vaker naar het appartement van zijn moeder in Deurne. Een rit van bijna 150 kilometer. “Voor de gezelligheid, maar ook om boodschappen doen, mee te gaan naar behandelingen in het ziekenhuis en te helpen bij haar verzorging. Ik heb een oudere zus, maar zij kampt met gezondheidsproblemen, waardoor het voor haar lastiger is dit te doen.”

Langzamerhand merkte Leenders dat zijn moeder het moeilijker vond om voor zichzelf te zorgen. “Ze legde alles wat ze nodig had in het zicht, omdat ze het anders niet kon terugvinden in de la. Aan één oog was ze blind, met het andere kon ze nog 30 procent zien. Ze was bang om uiteindelijk helemaal blind te worden en wilde daarom niet langer alleen wonen, maar geborgen zijn.”

Het lukte Leenders om zijn moeder in het volledig gerenoveerde verpleeghuis De Werf bij hem om de hoek te krijgen. “Ze heeft een ruime studio en geniet van de tuin bij het huis, de fluitende vogels. We gaan samen vaak uit eten, naar Het Concertgebouw of het theater. Dat biedt haar een nieuw perspectief.”

Bijspringen in vakantietijd

Ook Leenders heeft de brief van zorginstelling Amsta gehad, waarin mantelzorgers wegens personeelstekort worden opgeroepen bij te springen in de vakantietijd. Voor hem komt het verzoek niet als een verrassing. “Sterker nog: ik heb dit zelf al eens aangekaart, toen ik hoorde dat ze in de zomer kantoorpersoneel wilden inzetten. Waarom vragen jullie ons niet? dacht ik.”

Hij maakte al eens mee dat een medewerker zich ’s morgens ziek meldde en bewoners al klaarzaten voor het ontbijt. “Paniek alom. Toen ben ik ingesprongen om te helpen. Daarna heb ik voorgesteld om onze hulp in te roepen als er nood aan de man is. Van andere familieleden weet ik dat ze dit ook zouden willen. Vaak hebben zij het idee dat ze zich er te veel mee bemoeien. Als je weet dat het mág, is het anders. Ik ben bij de brief niet betrokken geweest, maar hij sluit wel aan bij wat ik heb gezegd.”

Leenders, die ook lid is van de cliëntenraad van De Werf, heeft deze zomer geen vakantie geboekt, omdat hij weet dat er dan minder personeel is en extra hulp hard nodig is. “Sommige taken vereisen professionaliteit en de juiste opleiding. Daar kun je als familie niks aan bijdragen. Maar er zijn werkzaamheden waarmee je wél kunt helpen, zoals de tafel dekken of afruimen. Iemand met een tillift onder de douche zetten kun je als familielid niet, maar afspoelen wel.”

Alsof het rouwproces al is gestart

Je eigen moeder wassen, dat is een emotioneel moment. “Het is het lichaam dat je heeft voortgebracht, en natuurlijk had ik mijn moeder wel eens in bikini of bloot gezien, maar dit is anders,” zegt Leenders. “Ook voor mijn moeder was het heel emotioneel. Het besef dat ze het niet meer zelf kon, zich door mij moest laten wassen; het is hard om dat te ervaren. Ik zie het als een soort bewustwording van de weg naar het einde, alsof het rouwproces al is gestart. Als familielid zie je een oud of ziek lijf en dat is confronterend. Ik snap dat dat niet voor iedereen is weggelegd, maar ik wil die zorg wél aan mijn moeder bieden. Zich door een vreemde laten wassen was een nog grotere stap voor haar; daarom doe ik het.”

Zo zijn er meer taken die Leenders op zich heeft genomen, vooral bedoeld om zijn moeder op een vertrouwde manier zo zelfstandig mogelijk te laten functioneren. Hij wast haar beddengoed, zelf vouwt ze alles op en legt het in de kast. Boodschappen kunnen ze samen doen, sinds hij voor haar een duoscootmobiel heeft gekocht. Het ontbijt en de broodmaaltijd eet ze in haar eigen woning.

Het zijn volgens Leenders vaak kleine dingen waarmee je het personeel kunt ontlasten. “Ik controleer bijvoorbeeld of er geen etenswaren in de ijskast liggen die over de datum zijn. Mijn moeder ziet dat zelf niet. Spullen die ze volgens de regels niet mogen schoonmaken, omdat ze breekbaar zijn, stof ik zelf af.”

Tekst gaat door onder de foto.

Leenders: ‘Ik heb voorgesteld om onze hulp in te roepen als er nood aan de man is.’ Beeld Eva Plevier
Leenders: ‘Ik heb voorgesteld om onze hulp in te roepen als er nood aan de man is.’Beeld Eva Plevier

Niet voor iedereen

Leenders offert een groot deel van zijn leven op aan de zorg voor zijn moeder. “Voor mij is dat vanzelfsprekend. Ze heeft altijd voor mij gezorgd. Nu zij mijn hulp nodig heeft, wil ik haar die graag geven. Voor mijn vader heb ik ook drie maanden gezorgd toen hij ziek werd.”

Tegelijkertijd beseft hij dat deze intensieve mantelzorg niet voor iedereen in te passen is. “Ik heb geen gezin en ben zelfstandig ondernemer. Mijn werk als praktijkmanager bij een tandarts kan ik thuis vanaf mijn laptop doen. Dat stelt me in staat mijn eigen tijd in te delen en vaak bij mijn moeder langs te gaan. Al neemt dat niet weg dat ook ik het weleens zwaar vind en me soms schuldig voel als ik iets voor mezelf ga doen.”

Leenders denkt wel dat dit uiteindelijk voor iedereen de toekomst wordt. “Vroeger gingen je ouders naar een verpleeghuis met het idee dat daar voor hen werd gezorgd en de familie alleen bijdroeg aan het welzijn. Dat is door het personeelstekort, en ook financieel, niet meer haalbaar. Het vraagt om een andere dynamiek tussen familie en zorg, maar met de juiste communicatie en goede afspraken kan dit de kwaliteit van de zorg zelfs verbeteren. Ik beschouw het als een samenwerking met het personeel om het leven voor mijn moeder zo aangenaam mogelijk te houden.”