Uitgelicht

Let Textiles Talk: waren ze gewoon aan het spelen of was het kinderarbeid?

Jan Pieter Ekker
null Beeld

In 1951 richtte de Egyptische architect en pedagoog Ramses Wissa Wassef samen met zijn vrouw Sophie Habib Georgi in het dorp Harrania, vlakbij de piramides van Cairo, het Ramses Wissa Art Center op. Ontmoedigd door het gebrek aan creativiteit in de 20ste-eeuwse stedelijke cultuur en het verstikkende, routinematige onderwijs wilde hij een educatieve ruimte creëren waar aangeboren creativiteit zou worden gestimuleerd. Hij nodigde kinderen uit, die hij beschouwde als geïsoleerd van vele aspecten van de moderne beschaving, Hij leerde hen te weven als vorm van creatieve expressie.

Directeur Willem Sandberg van het Stedelijk Museum, die Wassefs fascinatie voor de vrije expressie van kinderen deelde, kocht in 1961-1962 zes wandtapijten van het centrum en toonde ze op de tentoonstelling Jong Egypte weeft, die hij organiseerde in Museum Fodor aan de Keizersgracht.

Vijftig jaar later vormen deze tapijten het hart van de tentoonstelling Let Textiles Talk. Het Stedelijk Museum toont de wandtapijten naast een scala aan textielkunst van kunstenaars als Sheila Hicks en Dorothy Akpene en schilderijen van Karel Appel en Jean Lurçat. Zo onderzoekt de presentatie het kunstenaarschap en de museale waardering ervan. Prikkelende vraag: als wat de kinderen maakten geen kunst was, wat was het dan wel? Speelden ze gewoon, of was dit kinderarbeid? Of werden ze gesterkt door wat ze deden?

Let Textiles Talk, t/m 2 maart in het Stedelijk Museum

Meer over