PlusAchtergrond

Leerlingen uit groep 8 horen bijna naar welke middelbare school ze gaan; hoe werkt dat loten ook alweer precies?

Donderdag is het weer zover: dan horen een kleine achtduizend Amsterdamse kinderen op welke middelbare school ze zijn ingeloot. Het is de uitkomst van een complex en spannend proces. Een uitleg in zeven stappen.

Vera Spaans
null Beeld Eva van Brummelen
Beeld Eva van Brummelen

Hoe werkt het loting- en matchingsysteem?

Amsterdam telt een flink aantal scholen waar jaarlijks meer kinderen heen willen dan er plaatsen zijn. Daarom wordt er geloot. In maart hebben alle groepachters een voorkeurslijst ingediend. Kinderen met een vmbo-basis- of -kaderadvies konden volstaan met vier scholen, leerlingen met vmbo-t-advies of vbmbo-t/havo leverden zes scholen in. Kinderen met havo-advies, havo/vwo- of vwo-advies moesten een top 12 maken.

Allereerst zijn de kinderen die voorrang hadden op een bepaalde school (zie ‘Heeft mijn kind nog ergens voorang?’) en die ook op de eerste plek hadden gezet, daar geplaatst. Daarna zijn de kinderen op volgorde van hun lotnummer geplaatst op de plekken die over zijn. Dondermiddag om half vier krijgen alle kinderen online hun lotnummer te zien en ook meteen op welke school ze terecht zijn gekomen. Als dat niet hun voorkeursschool is, komen ze automatisch op de reservelijst voor de scholen hoger op hun lijst. Hoe slechter (hoger) hun lotnummer, hoe beter hun plek op de reservelijst.

Is dit beter dan wat er eerst was?

Tot 2015 werd er per school, dus decentraal, geloot. Scholen die meer aanmeldingen kregen dan ze plek hadden, moesten overgaan op loten. Het resultaat was dat kinderen die, zeg, voor een plek op het Barlaeus waren gegaan maar buiten de boot vielen, daarna op zoek moesten naar een school die nog plek had. Andere populaire scholen zaten dan vaak al vol. Voor die kinderen is het nieuwe systeem beter.

In 2015 kregen kinderen een lotnummer per school. Dat pakte niet goed uit: er waren zeshonderd kinderen die hadden willen ruilen, maar dat werd niet toegestaan omdat kinderen het volgende jaar anders strategisch zouden kiezen. Uiteindelijk werd besloten in 2016 kinderen één lotnummer te geven. Sindsdien is ruilen in beginsel niet meer mogelijk, omdat iedereen op zijn eigen hoogste voorkeursplek komt.

Wel betekent het dat je kunt uitloten voor een school die in principe niet overtekend is. Dat werkt zo: een kind met een laag (dus goed) lotnummer dat toch niet terechtkan op zijn eerste en tweede keuze omdat dat heel populaire scholen zijn, kan inloten op school drie. Een kind met een ongunstiger lotnummer kan die school op één hebben staan, maar toch achter het net vissen doordat de kinderen met betere lotnummers de laatste plaatsen in hebben genomen. Zo komen er twee kinderen niet op hun voorkeursschool terecht, die toch niet met elkaar kunnen ruilen.

Volgens cijfers van de stichting Vrije Schoolkeuze Amsterdam wordt 27 procent van de uitlotingsgevallen veroorzaakt door verdringing: kinderen met een beter lotnummer die voorgaan op kinderen voor wie deze school favoriet is. Dat betekent dus ook dat scholen niet alle leerlingen krijgen die er graag heen wilden en tegelijk leerlingen krijgen die juist niet bewust voor hen hebben gekozen. Je kunt je indenken wat het betekent wanneer je opeens Latijn en Grieks voor je kiezen krijgt terwijl je daar nooit om hebt gevraagd.

Hoe is het de afgelopen jaren gegaan?

We willen wil niemand ontmoedigen, maar de succescijfers lopen steeds net een beetje terug. Kwam in 2019 nog 83 procent van de groepachters op zijn of haar favoriete school, in 2020 was dat 80,92 procent en in 2021 was het slechts 76,81. De gemiddelden zeggen eigenlijk ook niet zoveel, doordat de verschillen tussen groepen leerlingen heel groot zijn. Er is naar verhouding veel meer plaats voor vmbo-leerlingen dan voor kinderen met een havo/vwo-advies. Bij die laatste groep kreeg afgelopen jaar slechts 63,2 procent hun voorkeursschool toegewezen, onder havisten was het 69,9 procent en bij vwo-leerlingen 71,3 procent – ruim 10 procentpunt lager dan in 2020. Kinderen met een vmbo-t/havo-advies mochten in 82 procent van de gevallen naar hun school van aanmelding en van de vmbo-t-leerlingen was dat zelfs 88 procent.

De verklaring schuilt voor een groot deel in de samenstelling van de stad en de verbetering van het basisonderwijs. Het niveau van leerlingen is de afgelopen jaren gestegen. Inmiddels krijgt bijna 60 procent van de kinderen in Amsterdam minimaal een havo-advies. Daarmee is het aandeel vmbo-leerlingen gedaald. Dat zorgt voor overcapaciteit op vmbo-colleges en krapte op havo/vwo-scholen. Kinderen met havo/vwo-advies hebben de minste kans in de loting.

Welk soort scholen is het meest in trek?

Het afgelopen jaar was het Fons Vitae het populairst, maar ook het Metis, het Barlaeus Gymnasium, het Spinoza Lyceum en de Vinse School. Scholen met een brede brugklas deden het goed, vooral onder vmbo-scholieren. Meer algemeen zou je kunnen zeggen dat kinderen vaak kiezen voor scholen waar ze zich thuis voelen om te zijn wie ze zijn en die goed onderwijs bieden. Scholen met een bepaald onderwijsconcept doen het vaak goed, zoals het Spinoza (dalton) en het Metis en het MLA (montessori).

Ook speelt mee dat ouders zoeken naar scholen die kinderen niet te snel naar een lager niveau laten gaan. Daardoor zijn categorale scholen – met maar één niveau – in trek, maar ook ambitieuze havo/vwo-scholen zoals Alasca op Zeeburgereiland. Ook het Lely Lyceum trekt steeds meer ambitieuze leerlingen.

Hoe werkt plaatsingsgarantie?

In 2017 ging een groep ouders van elf kinderen die voor al hun twaalf scholen waren uitgeloot naar de rechter. Alhoewel de rechter niets voor hen kon doen, kregen de kinderen uiteindelijk toch een plek op hun favoriete school. Daarna is voor alle kinderen plaatsingsgarantie ingevoerd: iedereen die het vereiste aantal scholen heeft ingevuld, krijgt een plekje van zijn lijst. Simpel gezegd reserveren alle scholen in elke klas één extra stoeltje voor een kind met een extreem ongunstig lotnummer.

Vorig jaar is een vergelijkbare techniek toegepast op kinderen die op de elfde op de twaalfde plek terecht zouden komen, de zogenoemde staartverbetering. Voor die kinderen is ook gezocht naar extra capaciteit bij scholen hoger op hun lijst, waardoor in 2021 geen enkel kind op plek 12 terecht is gekomen en maar vijf op plek 11.

Heeft mijn kind nog ergens voorrang?

De voorrang voor kinderen die al broers en zussen hebben op dezelfde scholen is in 2010 afgeschaft op de zelfstandige gymnasia en Het Amsterdams Lyceum. Acht jaar later volgden de andere scholen, met een overgangsregeling voor de broertjes en zusjes van zittende leerlingen.

Wel is er nog voorrang voor leerlingen die afkomstig zijn van een basisschool met een specifiek onderwijsconcept (dalton, montessori, vrije school). Die hebben standaard recht op scholen met datzelfde concept – zolang ze die school op de eerste plaats zetten. Dat heeft wel als consequentie dat populaire scholen zoals het Metis, het Spinoza en het MLA voor kinderen zonder voorrang zeer moeilijk bereikbaar zijn. Sterker: vorig jaar zijn zelfs kinderen die voorrang hadden op het Metis uitgeloot voor de havo/vwo-technasiumklas.

Ik ben het niet met de uitslag eens. Kan ik bezwaar maken?

Dat kan, binnen zes weken. Als je kind niet geplaatst is op de school van aanmelding, kun je je wenden tot het bevoegd gezag van deze school. Sinds vorig jaar worden die bezwaren behandeld door een toetsingscommissie. Osvo, de vereniging van Amsterdamse schoolbesturen, roept ouders op niet die volle zes weken te wachten om hun kansen te vergroten op een goede oplossing.

Onderwijsconsumentenorganisatie OCO kan helpen bij het opstellen van een bezwaarschrift. De meeste bezwaren worden afgewezen, maar de stichting Vrije Schoolkeuze Amsterdam ziet dat bij gebleken fouten alsnog een oplossing wordt geboden. Als het allemaal niet lukt, kun je of naar de landelijke commissie Onderwijsgeschillen stappen of naar de rechter – of hopen dat de nieuwe school toch meevalt, natuurlijk.

Meer over