PlusBeeldspraak

La Grande Bellezza brengt vervoering nu we continu in de sluimerstand staan

Wat te doen wanneer het virus plotseling voor je deur staat? Vluchten naar een andere stad in een andere tijd, met La Grande Bellezza.

Jep Gam-bardella (Toni Servillo, rechts) en een oude vriend (Carlo Buccirosso) 
in La Grande Bellezza. Beeld Gianni Fiorito
Jep Gam-bardella (Toni Servillo, rechts) en een oude vriend (Carlo Buccirosso) in La Grande Bellezza.Beeld Gianni Fiorito

Hoe lang duurt dit nog? Het is alsof we in een pauzestand vastzitten, gevangen in afwachting van een verlossing. Hunkerend naar een beschermende vaccinatie. Snakkend naar een bevrijding uit het beknotte leven. Komt er nog wat van? Er worden steeds nieuwe modellen gepresenteerd en hoopvolle vooruitzichten geboden. Maar er is ­altijd een mits en een misschien, een tenzij of een indien. We leven in het Nu Nog Niet.

Inmiddels werkt het wenkend perspectief niet meer, zegt een vijftiger die uit lijfsbehoud en gemeenschapszin het braafste jongetje van de klas werd. Altijd oppassen en verstandig zijn, ongeschonden het eerste jaar doorkomen en in maand 13 van de pandemie twee keer het gemorrel van het monster aan de voordeur horen; het is slopend. De acute nabijheid van het virus is angstaanjagend. Het zet de boel weer op scherp: wees op je hoede, blijf verstandig. Het is echt en het is dichtbij.

Er was een tijd waarin gevoelens van angst en onbehagen eenvoudig bestreden konden worden. Dan sloot ik de ogen en maakte ik in gedachten mijn wandeling op Monte Urgull, de lommerrijke heuvel die de eeuwenoude binnenstad van San Sebastián beschermt tegen de Golf van Biskaje. Loofbomen op de zoete stadskant, naaldbomen aan de zilte zeezijde. Hagedisjes en roodborstjes dichtbij en schoonheid zover het oog reikt. Ik bezocht de Baskische stad tien keer, vanaf het derde verblijf werd het rondje Urgull mijn digestief na de goddelijke lunch. Daarna begon de film.

Slechts een decorstuk­

Ik lag in die periode een keer onder narcose in een Amsterdamse operatiekamer. Na afloop werd me gevraagd of ik nog andere vreemde talen spreek dan Spaans. Tijdens de reconstructie van mijn gebroken elleboog had ik in de sluimerstand een bola del bosque met een copa de tinto besteld en Monte Urgull bewandeld. En daarmee het onbehagen verdreven.

De contouren van de geliefde heuvel zijn zichtbaar in bijna alle buitenopnamen in Rifkin’s Festival, de recente Woody Allenfilm die zich afspeelt op het filmfestival van San ­Sebastián. Omdat de ingebeelde Urgull niet meer in mijn systeem zit leek het een goed idee om het huidige onbehagen te ontvluchten met de beelden die Allens cameraman Vittorio Storaro van het oude toevluchtsoord maakte. Storaro is het Oscarwinnende genie van Apocalypse Now. Hoe lyrisch wil je het hebben?

Laat ik het beleefd zeggen: de Baskische heuvel was te hoog voor Vittorio en Woody leek met zijn gedachten ­elders te zijn. Misschien maakte hij een denkbeeldige wandeling door Central Park, waar hij betere films opnam en betere tijden kende. Monte Urgull was slechts een ­decorstuk in een ontstellend suffe vertoning, die het verontrustende gemorrel aan mijn voordeur niet kon overstemmen. Mort Rifkins fletse festival was niet het mijne.

Gelukkig zijn er nog andere geliefde steden en gekoesterde wandelingen, vol schoonheid zover het oog reikt. Gaat uw stijlvolle gang, Paolo Sorrentino! Neem me bij de hand en leid me van uw theatrale bacchanalen door verstilde Romeinse straten vol schoonheid en verval. Voer me langs de Tiber in het ochtendgloren naar het jaloersmakende appartement bij het Colosseum, waar Jep Gambardella zijn 65-jarige journalistenhoofd te ruste legt. Waar Jep de geesten bezweert door zijn slaapkamerplafond in gedachten tot een azuurblauwe zee te transformeren. Dat is zijn toevluchtsoord, in La Grande Bellezza.

Romeinse milieuschetsen

Mort Rifkin en Jep Gambardella staan beiden met een been in het banale heden en met het andere in een roemrijk verleden. Rifkin genoot aanzien toen hij als filmcriticus de opkomst van Fellini, Bergman en Buñuel kon ­belichten. Gambardella schreef op jonge leeftijd een spraakmakende roman waar iedereen veertig jaar later nog over begint. De films waarin we ze als zestigers leren kennen, knipogen opzichtig naar Fellini’s La dolce vita en Otto e mezzo. Allen vervalt daarbij tot pastiche, terwijl Sorrentino de Romeinse milieuschetsen van de maestro met uitzinnige bravoure en bezonken wijsheid de 21ste eeuw binnenloodst.

Daarom trof de film over een filmcriticus in San Sebastián geen doel, terwijl het toch een thuiswedstrijd was, en bracht La Grande Bellezza de herkenning en vervoering waarnaar ik snakte. Met het monster aan de andere kant van de voordeur lijkt het soms alsof we de balans moeten opmaken en maar beter achterom kunnen kijken, naar een roemrijk verleden waarin we nog iets wezenlijks bijdroegen. Maar Jep Gambardella demonstreert op zijn 65ste verjaardag dat het leven nog lang niet voorbij is en dat het schrijven van stukken voor de krant ook zinvol is.

Natuurlijk ligt deze krant morgen onder in een kattenbak. Maar op een dag kan de deur weer zorgeloos open en komt er een einde aan het Nu Nog Niet.

Rifkin’s Festival en La Grande Bellezza zijn te zien op meerdere vod-kanalen via film.nl.

Meer over