PlusInterview

Kunstenares Helen Verhoeven schuwt de duistere kant van de mens niet: ‘In mijn werk durf ik bijna alles’

Helen Verhoeven in haar studio in Berlijn. Beeld Marcel Wogram
Helen Verhoeven in haar studio in Berlijn.Beeld Marcel Wogram

Kunstenaar Helen Verhoeven (47) schuwt de duistere kant van de mensheid niet. Haar atelier in Berlijn zit wat dat betreft op een passende plek: een voormalig Stasigebouw. Inspiratie haalt ze uit onder meer haar ‘toxische’ schooljaren in LA. ‘Ik zoek het in mezelf.’

Els Quaegebeur

Helen Verhoeven zit in haar atelier in Lichtenberg, voormalig DDR-gebied net buiten de ring van Berlijn, in een gebouw dat de Stasi gebruikte om telefoongesprekken af te luisteren. Ze fietst er in twintig minuten heen vanuit het centrum, waar ze woont met haar man, twee kinderen van 4 en 7 en een wit hondje dat ze redde van de straat.

Ze draait haar laptop van links naar rechts (we praten online) om de grote, hoge ruimte te laten zien die ze met verrijdbare binnenmuren kan aanpassen naargelang het project waaraan ze werkt. Alle muren kunnen aan de kant voor een groot doek, zoals het monumentale schilderij van een overvolle rechtszaal dat ze maakte voor de Hoge Raad of het enorme familieportret van de Oranjes: van Willem de Rijke tot de jongste konings­dochter ­Ariane, nu te zien in het Paleis op de Dam ter ere van honderdvijftig jaar Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst. Ze kan ook een kleine schilderhoek maken naast een kamertje voor keramiek of collages.

Het werk van Verhoeven is abstract en figuratief. Je ziet wat op het doek gebeurt, vaak refererend aan de actualiteit en bekende geschiedkundige ver­halen en je herkent lichaamshoudingen en gezichtsuitdrukkingen van menselijke figuren, maar het is ook magisch en vervreemdend, alsof je naar scènes uit een droom kijkt of naar iemands heimelijke gedachten.

De serie schilderijen die momenteel aan de mobiele wanden hangt, gemaakt in het coronajaar, zijn bedoeld voor een expositie in de Amsterdamse galerie Stigter Van Doesburg, waaraan Verhoeven al jaren is verbonden.

Ze gaat met de camera langs een paar schilderijen en dan langs haar uitzicht: de voormalige Stasigevangenis, nu een museum waar ex-gevangenen rondleidingen geven aan scholieren uit heel Europa, die in grote groepen lachend en kletsend door de straat lopen.

“Er komt sowieso steeds meer leven in de buurt, met cafés, kunstateliers en behuizing voor asielzoekers. Toen ik hier kwam in 2010 was het zo somber, doods bijna. Ik wilde de eerste jaren niet weten wat de Stasi in die gevangenis voor afschuwelijke dingen deed met mensen, omdat ik de beelden niet zo in mijn hoofd wilde hebben als ik hier aan het werk was, met buiten de naargeestigheid.”

Terwijl u in dat werk bepaald niet terughoudend bent in het verbeelden van juist de duistere kanten van de mensheid. Waar zit de bron daarvoor?

“Ik zoek het in mezelf. In mijn Amerikaanse kunstacademietijd deed ik dat door doelbewust jacht te maken op ingrijpende emotionele ervaringen, dingen die buiten het alledaags blikveld gebeurden, om shocks te krijgen die ik kon verwerken in mijn werk. Ik wilde het slechte zien, voelen en meemaken; alsof alleen dat het echte leven is.”

“Het leverde interessante kunst op, en nog steeds, maar ik kreeg ook last van die expres opgelopen trauma’s. Met hevige paniekaanvallen. Op het moment dat ik in iets gruwelijks dook, dacht ik: dit kan ik aan, het is onderzoek, ik heb hier methodes voor, met humor lukt me dat. Later bleken ellendige situaties dieper ingezonken te zijn, en niet uit mijn systeem verdwenen door ze te gebruiken in een atelier. Daarom ben ik voorzichtiger geworden, bewuster van het feit dat mijn geestelijke gezondheid fragiel is. Dat zal ook wel komen door het ouder worden.”

Welke ingrijpende emotionele ervaringen zocht u op?

“Ik deed in San Francisco een emergency medical training zodat ik meekon op de ambulance en op een spoedeisendehulpafdeling kon werken, ik werkte in opvanghuizen voor daklozen, ontleedde lijken in een laboratorium en werkte twee jaar in een abortuskliniek in een achterstandsbuurt. Daar kwamen alleen arme vrouwen, vaak obees of verslaafd, waardoor hun verzekering niets betaalde en ook veel vrouwen die al ver waren in hun zwangerschap. De kliniek had weinig geld en middelen dus lang niet alles gebeurde up to code. Ik heb er vreselijke dingen gezien. Tegelijk was het ook interessant. Het ultieme moment van leven en dood, zo voelde het.”

That Time with Solvents, Helen Verhoeven. Beeld
That Time with Solvents, Helen Verhoeven.

“Als je het hebt over een bron: voor mij als kunstenaar zijn dat gebeurtenissen en situaties met een dubbele boodschap. Mooi en eng, pijnlijk en ontroerend, moeilijk en leerzaam, teleurstellend en hoopvol, tragisch en geestig... Ik heb veel werk gemaakt dat te herleiden is naar mijn tijd in die kliniek zonder weet te hebben van de emotionele resonantie. Dat voelde ik bijvoorbeeld toen ik later zelf jaren bezig was zwanger te raken en een aantal miskramen kreeg. Door alles wat ik had gezien werd die periode extra complex.”

Zou dat ook kunnen komen doordat u ellende niet in eerste instantie opzocht om hulp te bieden, maar meer om iets te halen?

“Misschien. Een van mijn medical emergency-leerkrachten gaf ook les op de politieacademie. Hij had boeken vol afschuwelijke foto’s van verkeerson­ge­vallen, zelfmoorden en kindermisbruik die hij gebruikte om politiemensen in opleiding voor te bereiden op wat hen te wachten stond. Die boeken bracht hij mee naar onze training en in de pauzes. Als we onze snacks aten, bladerden we erdoorheen. Ook toen dacht ik: het is oké dat ik dit allemaal in me opneem, het is informatie waar ik iets aan heb.”

“Met dezelfde houding benaderde ik het ontleden van dode lichamen. Per semester werkte je aan één lichaam. Na een tijdje word je daar melig van, om het aan te kunnen. Toen ik van ‘mijn’ lijk per ongeluk een oor afsneed bij het openmaken van de schedel, schoot ik in een rare, zenuwachtige lach, maar ik voelde me ook schuldig.”

“Die man had een heleboel tattoos. Ik wilde er eigenlijk eentje meenemen, omdat ik werkte aan een serie zelfportretten, gebaseerd op hoe mannen die met mij naar bed waren geweest mij zouden tatoeëren op hun huid. Maar ik durfde het niet, uit angst dat de leidinggevenden het door zouden hebben. Uiteindelijk heb ik zijn voorhoofd meegenomen, daar had hij geen tattoo. Bizar natuurlijk, maar ik deed het uit noodzaak voor de experimentele kunstprojecten die ik in die tijd deed. Elk trauma verantwoordde ik met een serie werken, zoals een baby’tje gemaakt van biefstuk, dat ik documenteerde terwijl het gedurende maanden wegrotte. Of een zelfportret opgebouwd uit organen. Ik nam het allemaal heel letterlijk toen ik jong was.”

Vraagt u zichzelf weleens af of u dat voorhoofd, al dat bloed, de organen van lijken en abortussen van ruim vier maanden nodig had om zo goed te worden als u nu bent?

“Dat zullen we nooit weten. Misschien had ik de bron in mezelf net zo goed kunnen vinden door een boek te lezen en na te denken. Anderzijds weet ik zeker dat mijn werk meer gewicht kreeg, en krijgt, omdat ik zelf een rol speelde in het onderzoeken van wat een lichaam is. Ik heb een eindeloze put gevoelens verzameld, naast feitelijke kennis. Ik merk wel dat ik geen verlangen meer voel zo tekeer te gaan in het echte leven. Ik kijk nog weleens naar nare dingen omdat ik het nodig heb voor een werk, maar dan in de bibliotheek of op de computer. Je ziet die gevoelens ook niet meer zo letterlijk terug op doek. Het zit nu meer in één kwaststreek die bepaalt hoe iemand uit zijn ogen kijkt, of haar schouders optrekt.”

Maar u houdt zich niet in, toch?

“Meestal niet, nee. In het werk durf ik bijna alles. Dat komt ook omdat het begrensd is, letterlijk ook, door de randen van het doek. Daarbinnen ga ik ver in het spel van controle voelen en verliezen, ­zonder dat me iets kan gebeuren, want de fysieke werkelijkheid houdt alles een beetje normaal. Dat voelt als een gestructureerde manier om iets moeilijks te doen of te onderzoeken. Vrijheid is voor mij een belangrijk begrip in het werk. Heel snel iets maken of juist langzaam, precies of los, agressief of rustig; het gehele bereik van mijn emotionele leven wil ik in mijn schilderijen, collages en keramiek hebben, bedoel ik eigenlijk. Daarbij hoort ook dat ik mezelf niet tegenhoud en dat ik risico’s neem, zodat ik niet in herhaling val.”

null Beeld Marcel Wogram
Beeld Marcel Wogram

In de puberteit kwamen de moeilijke emoties en belevenissen onbewust en (deels) ongewild op Verhoeven af. Ze verhuisde op haar twaalfde van Leiderdorp naar Los Angeles voor het werk van haar vader, regisseur Paul Verhoeven. Van een kleine klas op een kleine school in een veilige buurt kwam ze terecht op een high school met tweeduizend leerlingen – zonder dat ze een woord Engels sprak.

“Dat is ook een voorbeeld van waar we het net over hadden: je denkt dat je iets aankunt, maar in retrospectief merk je dat de klap zoveel harder aankwam dan je doorhad toen je hem kreeg. Het waren moeilijke jaren. Mijn twee jaar oudere zus en ik werden meegesleurd in een heel andere wereld en in een jeugd die mijn ouders niet hadden kunnen voorzien. Ze waren progressief, liberaal, Europees en eigenlijk naïef wat Amerika betreft.”

Uw vader kende het land toch goed?

“Hij was vast niet onwetend over de maatschappij in het algemeen, of over de politiek, maar wel over wat er speelde tussen pubers op zo’n enorme public school die niet in de rijkste buurt van de stad stond. Mijn moeder had ook geen idee van de enorme verschillen tussen openbare en privéscholen in Amerika. Als Nederlanders dachten mijn ouders: waarom zou je je kinderen naar een privéschool sturen? Ze moeten leren midden in de maatschappij te staan. Daarom kozen ze gewoon voor de school in de buurt.”

Wat gebeurde daar dan allemaal?

“Geweld, drugs, seks, gangs. Ik kwam er als kind dat nog niets had meegemaakt en binnen een jaar had ik voor mijn gevoel zo’n beetje álles meegemaakt en was de onschuld uit mijn jeugd verdwenen. Mijn zus en ik draaiden mee in een vriendenkring die van agressie aan elkaar hing. De jongens vochten veel, er werd sterke drank gedronken, drugs gebruikt, gedeald, gestolen.”

Ook op seksueel gebied ging het er hardhandig aan toe. Als ik terugkijk met een MeToo-blik zijn er in mijn puberteit zoveel dingen gebeurd die zwaar over de grens gingen van wat toelaatbaar was, laat staan prettig. Ik lees nu dat ongevraagd en zonder toestemming een vinger in iemands vagina duwen verkrachting is, maar die naam zou ik er vroeger nooit aan hebben gegeven. Je bleef bij iemand slapen, of iedereen bleef bij iemand slapen, en dan moest je de hele nacht jongens van je af­duwen, of je werd wakker omdat iemand je probeerde uit te kleden of weer aan je zat. Echt dingen die niet gewenst waren, maar iedereen liet het gebeuren, dus ik wist niet dat ik het recht had boos te worden.”

“Door drank en drugs was ook alles wazig, en bij jezelf razen de hormonen door je lichaam; het was niet zo dat ik ­nergens zin in dacht te hebben. Ik had er verschillende emoties over: ik voelde me geschonden, maar ook schuldig, ijdelheid speelde mee, seksuele macht, schaamte, pijn en ook zeker het verlangen om te worden gezien.”

Ze schiet in de lach. “Ik had een vriend bij wie ik vaak logeerde. Als we wakker werden, gingen we gezellig bij zijn moeder op bed liggen met mentholsigaretten en grote flessen bier om kungfufilms te kijken. Waren we veertien. Ik had er destijds geen perspectief op, maar veel van die kinderen zaten vast in een droevig, uitzichtloos leven.”

En uw ouders hadden geen idee?

“Door de cultuurbarrière kon mijn moeder een tijd niet echt inschatten wat er gaande was. Ik leerde ook te liegen. Het bekende verhaal: jij zegt dat je bij een vriendin slaapt, zij zegt dat ze bij jou slaapt en dan zie je wel waar je terechtkomt. Mijn ouders wisten dat mijn vrienden pistolen hadden waarmee we in de woestijn of in de achtertuin op blikjes schoten. Ze zagen dat als iets normaals in de Amerikaanse cultuur, wat ook zo is. Mijn moeder vond dat als ik dan toch in aanraking kwam met pistolen, ik er kennis van moest hebben zodat ik er verantwoord mee kon omgaan. Op mijn veertiende kreeg ik een pistool en leerde ik schieten op een shooting range. Achteraf gezien totaal krankzinnig, dat vindt zij ook, maar ook een interessante ervaring, al was het maar om de mensen die ik er ontmoette. Alle normale vrijetijdsbezigheden verdwenen. Mijn moeder dacht: we gaan naar Amerika dus we laten viool- en zwemles en ballet even zitten, het is al zo zwaar om te integreren.”

Praatte u met haar over het seksueel misbruik dat u onderging als puber?

“Niet in termen van grenzen en jezelf beschermen, dat was in die tijd minder gebruikelijk, maar mijn ouders waren natuurlijk heel ruimdenkend wat seks betreft. Mijn moeder liet mijn zus en mij lang voordat we seksueel actief werden al zien hoe condooms werken. Ze wilde ons goed voorbereiden. Door mijn vaders werk kwam ik ook al op zeer jonge leeftijd in aanraking met veel seksuele dingen, omdat ik zijn films zag.”

Verhoevens hond Tony. Beeld Marcel Wogram
Verhoevens hond Tony.Beeld Marcel Wogram

“De bedoeling van mijn ouders was goed. Ze wilden laten zien waarom mijn vader zo vaak weg was en weinig tijd had. Of ze er verstandig aan deden, weet ik niet. Het was eigenlijk ook een soort trauma, of in elk geval iets wat een enorme indruk op me maakte terwijl ik er in mijn ontwikkeling nog zo ver vanaf stond.”

Op haar vijftiende wilde Verhoeven kunst maken en niet langer zo de controle ver­liezen. “Ik werd overtuigd pacifist en vegetariër, wilde mijn pistool niet meer, ik schreef me in voor zaterdagklassen op de kunstacademie en ging naar een progressieve hippieschool waar ik een art major kon doen.”

Hoe kwam die ommezwaai zo ineens tot stand?

“In de zomer van 1989 ging ik naar Mexico, waar mijn vader bezig was met de opnames van Total Recall. Ik studeerde Spaans, logeerde bij een familie in een klein plaatsje en ging af en toe naar mijn vader als hij niet hoefde te draaien. De hele vakantie was ik weg uit de toxische sfeer binnen mijn vriendenkring in LA. Ik leerde nieuwe mensen kennen – lieve, zachtaardige hippietypes die veel dichter bij me stonden.”

“Toen ik terugkwam, hoorde ik dat mijn vriendinnen, die inmiddels bijna net zo agressief waren als de jongens, een meisje in coma hadden geslagen. Ik was in Mexico al tot de conclusie gekomen dat ik het roer wilde omgooien, maar dat was de druppel.”

“Op mijn nieuwe school leerde ik de andere kant van Californië kennen, de ongelooflijk leuke en bijzondere kant. We hadden counsel: een keer in de week bij het licht van één kaars met z’n allen over onze problemen praten. We voerden inheemse Amerikaanse sweat lodge-rituelen uit, zaten 24 uur achter elkaar in ons eentje op een berg. Er was, kortom, volop aandacht voor sociaal-emotionele ontwikkeling, voor communicatie en ook voor politieke bewustwording. Ik kreeg er een fantastische opleiding en heb er hechte vriendschappen aan overgehouden. Het verschil met mijn oude school was zo groot, terwijl ze hemelsbreed dicht bij elkaar lagen.”

Spreekt u nog weleens iemand van die eerste school?

“Via Facebook kom ik weleens iets te weten over vrienden van toen. Sommigen zijn dood, één jongen zat in de gevangenis voor een gewapende overval, een andere omdat hij een raketpropeller probeerde te verkopen aan iemand die een FBI-agent bleek te zijn. Amerikaanse toestanden. De drie jaar op die school zijn nog steeds bepalend voor mijn perspectief en dus ook voor mijn werk, denk ik.”

De hond springt naast haar op de bank. Ze hebben vannacht samen in het atelier geslapen.

“Ik kan beter drie, vier dagen achter elkaar in mijn atelier blijven om dag en nacht te werken, en daarna een paar dagen thuis zijn zonder werk. Ik moet me kunnen terugtrekken om de tijd te kunnen verliezen en ik vind het moeilijk risico’s te nemen in mijn schilderen als ik weet dat ik op een bepaald tijdstip weg moet.”

When Fingernails, Helen Verhoeven. Beeld
When Fingernails, Helen Verhoeven.

“Dingen gaan vaak mis, dat is het eigenlijk. Werken is veel reageren: ik doe iets, ik kijk, het is niet goed en ik reageer. Elke keer raak ik dan kwijt wat ik heb gedaan. Ik kan een werk niet saven onder een andere naam, het is gewoon weg. Dat is een heftig emotioneel aspect van schilderen: je hebt en je verliest, je hebt en je ­verliest. Het is een ­constante oefening in loslaten en door­zettingsvermogen.”

Hoe zou u de werken voor de komende tentoonstelling omschrijven?

“Ik deed de laatste jaren veel grote gestures: enorme doeken vol mensen. Dit zijn juist kleine, onsensationele, naar binnen gekeerde, voor het oog rustige ­portretten. Gereduceerd. Min of meer één figuur op de achtergrond in conventioneel klein formaat. Het doet me een beetje denken aan de schilderkunst die ik maakte toen ik vijftien, zestien was, na die intense jaren. Ze zijn niet erg vrolijk, moet ik ­zeggen. De frustratie en isolatie van het coronajaar zitten erin verwerkt. Ik moet in de wereld zijn om me goed te voelen, mijn leven delen met familie en vrienden, en dat was gereduceerd tot niets.”

Ze zijn niet vrolijk, maar wel geestig. Zoals die sombere vrouw met twee ­sigaretten in haar handen en een ­masker met oogjes om haar nek.

“Humor in het werk is heel fijn. In mijn schilderijen gaat het vaak over akelige ­dingen, maar hopelijk met een zekere lichtvoetigheid, omdat humor nu eenmaal ­het beste tegengif is voor alle ellende. ­Misschien heb ik dat wel het meest gemist het afgelopen jaar, humor. Een aantal mensen met wie ik verschrikkelijk kan lachen, heb ik niet kunnen zien.”

Hoe voelt het om deze werken straks los te laten?

“Ik zat deze week Floddertje te lezen met de kinderen, Annie M.G. Schmidts boek over een meisje dat altijd vies wordt, met haar hondje Smeerkees. Tijdens het lezen dacht ik: Floddertje doet me aan mezelf denken.”

Want?

“Bij Floddertje vliegen tomatensoep, schuim, verf, modder of inkt alle kanten op. Alles raakt out of control. Als ik geconcentreerd bezig ben iets uit te drukken in een werk, vergeet ik ook alles om me heen. Naarmate een deadline nadert, wordt het erger: steeds viezere kleren, ongewassen haar, meer chaos, overal rommel. Maar het werk is precies wat het moet zijn, net als dat Floddertje altijd een plan heeft.”

“Als deze schilderijen de deur uitgaan, laat ik ze los, neem ik mijn omgeving weer waar en haal ik adem, met het gevoel dat ik uit een wilde zee ben gestapt. Het Floddertjemoment van opruimen en schoonmaken treedt dan in. Ik vind het heel fijn als het werk weg is en ik wil het ook liever niet terughebben na een expositie. Als ik mezelf omsingel met wat er al is, komt er geen ruimte voor nieuwe dingen in mijn hoofd. Ik wil de muren leeg hebben, ik wil ze verzetten, de ruimte veranderen en zien wat er komt.”

Helen Verhoeven: Puff Puff Goodbye. Tot en met 9 oktober in galerie Stigter Van Doesburg, Elandsstraat 90.

Jeugdfoto van Helen Verhoeven. Beeld
Jeugdfoto van Helen Verhoeven.

Helen Verhoeven

22 juni 1974, Leiden

1986-1989 Emerson Junior High, Los Angeles
1989-1992 Crossroads School, Los Angeles
1996 San Francisco Art Institute
2001 New York Academy of Art
2004 Nightmares, Wallspace, New York (eerste solo-expositie)
2006 Rijksakademie van Beeldende ­Kunsten, Amsterdam
2008 Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst

Selectie uit solo-exposities

2008 Event Two, LA, Event One, New York
2010 Art Show I, Berlijn, The Thingly ­Character, Amsterdam
2013 The Waiting, Frankfurt, Mother, Amsterdam
2018 Oh God, Maastricht
2021 Puff Puff Goodbye, Amsterdam

Werk van Verhoeven behoort tot de vaste collectie van onder meer de Saatchi Gallery in Londen, het Stadtmuseum Berlin, het Bonnefanten in Maastricht en het Stedelijk Museum in Amsterdam.

Verhoeven woont in Berlijn met haar man, twee kinderen en een hond.

Meer over