PlusMaarten Moll

‘Kroatië, zeg je?’

Maarten Moll
null Beeld Sjoukje Bierma
Beeld Sjoukje Bierma

Mijmerende mannen.

Dat waren het die daar over de brugleuning hingen, kijkend naar het verkeer dat onder hen door raasde. Richting Alkmaar, of Almere, of Amersfoort.

Twee mannen, ik schatte ze tussen de vijftig en de zestig.

Ik bleef staan, niet ver van ze vandaan. Keek ook quasigeïnteresseerd naar de auto’s en vrachtwagens.

Het ging over de vakantie.

“Kroatië, zeg je?”

“Ja, Kroatië. Enorme campings met enorme disco’s.”

“En daar ga jij in mee?”

“Het is misschien de laatste keer dat die kleine met ons meegaat, dus…”

“Daar gaat je visvakantie…”

“Tsja… maar dan kan ik haar nog wel een paar keer in het water gooien.”

“Haha, ja, die van mij haat dat ook, hahaha.”

“Dan neem ik die herrie wel op de koop toe…”

“Maar Kroatië… ik weet het niet hoor.”

“En jullie?”’

“Wij?”

“Frankrijk zeker weer?”

“Ja… “

“Ik dacht dat het vorig jaar geen succes was?”

“Twee weken regen, een week hele slechte wijnproeverijen.”

“En nu?”

“Le Vigan.”

“Nee!”

“We gaan het toch doen.”

“Daar was toch helemaal geen wijn te scoren?”

“Nee, maar het was de leukste camping waarop we ooit hebben gestaan. Prachtige omgeving, en die berg van Tim Krabbé in de buurt. Racefietsje weer mee hoor. En dat met Lisanne natuurlijk.”

“Je weet toch dat het alleen maar kan tegenvallen?”

“Ik heb mijn huwelijk daar gered!”

“Daarom juist.”

“Hé, wat zeg jij nou? ”

“Ik maak maar een grapje, Thijs, een grapje.”

“Mmm. Kroatië? De kust schijnt wel schitterend te zijn.”

Ik liet de mannen alleen.

Ik heb zelf ook gemengde gevoelens bij plekken waarnaar ik ben teruggekeerd.

Faverolles-en-Berry.

De tweede keer was dat leuke bakkertje er niet meer, de eigenaar van het huisje was constant chagrijnig, het zwembadwater was te koud. En de vakantieboeken vielen tegen.

Nou ja. De Amerikaanse schrijver F. Scott Fitzgerald waarschuwde er in 1931 al voor. Uit het privédomeindeel De namiddag van een schrijver: ‘Maar we gingen in de zomer twee weken naar Annecy en zeiden na afloop dat we daar nooit weer heen zouden gaan omdat die weken perfect waren geweest en geen enkele volgende keer zou ze kunnen evenaren.’

Volgen passages met met klimrozenstruiken begroeide hotels, berghoning, witte vurenhouten badhokjes, Japanse lantaarns en een thé dansant.

Maar wie leest nog F. Scott Fitzgerald?

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Meer over