PlusAchtergrond

Krijgt de groene Lutkemeerpolder een Voedselpark? ‘Industrieterrein is ook belangrijk, maar dit kan alleen op deze plek’

De strijd tegen de bouw van distributiecentra in de groene Lutkemeerpolder heeft een nieuwe wending gekregen door het plan voor een Voedselpark langs de rand van Osdorp. Misschien zelfs in combinatie met het bedrijventerrein. ‘Eten verbindt over het algemeen.’

Bart van Zoelen
Hieke van der Hoogte van Pluk en Jeffrey Spangenberg, voorzitter van Slow Food Amsterdam in de Lutkemeerpolder. Zo’n 75 Amsterdammers halen bij Pluk zelf hun groenten en kruiden van het land. Beeld Dingena Mol
Hieke van der Hoogte van Pluk en Jeffrey Spangenberg, voorzitter van Slow Food Amsterdam in de Lutkemeerpolder. Zo’n 75 Amsterdammers halen bij Pluk zelf hun groenten en kruiden van het land.Beeld Dingena Mol

Op de akkertjes in de Lutkemeerpolder merkt ‘stadsboer’ Hieke van der Hoogte bij bezoekers uit de stad geregeld de onbedwingbare behoefte om hun schoenen uit te trekken. Meteen als ze aankomen ziet zij het gebeuren. “Ze willen contact maken met de bodem. Zo’n verademing is het om hier te zijn, even de stad uit.”

Die uitwerking hebben de vruchtbare grond en de onbespoten groenten blijkbaar op de leden en de bezoekers van Pluk, een zogeheten CSA. Hier wordt aan ‘community supported agriculture’ gedaan. Zo’n 75 Amsterdammers, hier ‘oogsters’ genoemd, halen zelf hun groenten en kruiden van het land. Bij weer een andere CSA in de Lutkemeer krijgen de leden in de stad wekelijks een groentepakket bezorgd.

De groenteteelt is kleinschalig, maar efficiënt. Warmte en beschutting komt van mobiele tunnelkassen en de gewassen staan expres kriskras door elkaar. “Tomaat en basilicum versterken elkaar,” zegt Van der Hoogte. Op het lapje grond van 0,3 hectare verbouwt Pluk vijftig verschillende groenten, waardoor drie teelten per jaar mogelijk worden. Voedselverspilling waardoor wereldwijd een derde deel van de voedselproductie de maag nooit haalt, wordt hier tot een minimum beperkt doordat ook de toppen van de tuinboonplant, de bloemen van de paksoi en het loof van de meiraap worden aangeprezen als etenswaren.

Een natuurspeeltuin

De akkers zijn een voorproefje op de toekomst van de Lutkemeerpolder, als je het vraagt aan de natuurbeschermers die al jaren strijden tegen de plannen om hier een bedrijventerrein te bouwen. Jarenlang frustreerden ze de bouwers door het land te bezetten. Door felle uithalen richting het stadsbestuur probeerden ze de gemeente Amsterdam op andere gedachten te brengen. Terwijl de eerste bouwvergunning voor een distributiecentrum intussen is afgegeven, tappen ze uit een ander vaatje: ze hebben hun eigen plan gelanceerd om hier een zogeheten Voedselpark te maken.

‘Er zijn weken dat oogsters bij moeten kopen, maar er zijn zeker ook weken dat ze groenten overhouden en kunnen delen met hun buren,’ aldus Hieke van der Hoogte van Pluk. Beeld Dingena Mol
‘Er zijn weken dat oogsters bij moeten kopen, maar er zijn zeker ook weken dat ze groenten overhouden en kunnen delen met hun buren,’ aldus Hieke van der Hoogte van Pluk.Beeld Dingena Mol

Daarin krijgen bijvoorbeeld akkerbouw, kleinschalige veeteelt en fruitbomen een plek, mooi aansluitend op de populaire Tuinen van West. Net buiten de bebouwde kom van Osdorp zal groen ook voor recreatie als geroepen komen, verwachten de initiatiefnemers. Zo denken ze aan wandelpaden en een natuurspeeltuin.

Op de 3 hectare die het stadsbestuur al voor stadslandbouw heeft vrijgemaakt rond de fel bevochten ecologische boerderij De Boterbloem laten de eerste akkers alvast de potentie van het Voedselpark zien. Dertig weken in het jaar is de opbrengst bij Pluk meer dan genoeg voor de 75 gezinnen die hier hun kostje van het land halen, zegt Van der Hoogte. “We verbouwen hier wel aardappels, maar geen granen. Er zijn weken dat oogsters bij moeten kopen, maar er zijn zeker ook weken dat ze groenten overhouden en kunnen delen met hun buren.”

Stadslandbouw

De plannen voor het Voedselpark zijn geïnspireerd door steden in heel Europa die langs de stadsranden nieuwe parken oprichten waar het verbouwen van voedsel een grote rol speelt. “In Barcelona, Parijs, Londen…het Deense Aarhus is een soort Silicon Valley op het gebied van stadslandbouw,” zegt de bij de plannen betrokken Jeffrey Spangenberg, voorzitter van Slow Food Amsterdam. “Wereldwijd ziet men dat de stad de grootste vervuiler is. Sinds kort woont meer dan de helft van de wereldbevolking in steden en op den duur wordt dat 70 procent, dus het probleem wordt alleen maar groter.”

“Dat geeft de noodzaak om na te denken over voedselzekerheid, biodiversiteit en bodemvruchtbaarheid vlak bij de stad. We moeten straks tien miljard monden voeden en de hoeveelheid vruchtbare grond wordt kleiner.” De nabijheid van de stad ziet Spangenberg als een voordeel omdat veel transport wordt vermeden, maar ook omdat het nauwe contact met een groot en koopkrachtig koperspubliek de ontwikkeling van innovatieve, efficiënte en duurzame voedselconcepten mogelijk maakt.

Spangenberg geeft meteen toe dat de Lutkemeerpolder met 43 hectare te klein is om honderdduizenden Amsterdammers te voeden. “Maar het is groot genoeg om verandering aan te jagen. Je kunt niet verwachten dat de Albert Heijns en Unilevers van deze wereld dat gaan doen. Zie de Lutkemeer als de grootste broedplaats van Amsterdam.”

Lutkemeer vrijkopen

Het Voedselpark draait ook niet alleen om eten. In het plan wordt veel verwacht van de verwerking van de grondstoffen, misschien zelfs van ‘biobased’ materialen voor de industrie. Verder wordt gedacht aan educatie over voedsel en natuur gericht op kinderen in de stad, sociale voorzieningen zoals zorgboerderijen en plekken waar Amsterdammers kunnen leren hoe ze hun eigen groenafval composteren – organische reststromen die nu met het huisvuil worden verbrand.

Chef-koks uit de stad zullen nog onbekende ingrediënten die bij ons klimaat en het seizoen passen bekend maken bij een groot publiek, verwacht Spangenberg. Op hun beurt zullen boeren in contact komen met de stad. “Verslaafd als ze zijn aan industriële landbouwmethodes gebaseerd op pesticiden. Zij moeten ook beseffen dat de stad een explosie aan mogelijkheden en nieuwe doelgroepen biedt.”

Franke Remerie van Land van Ons over Lutkemeer: ‘Het is een prachtige, groene plek waar je veel kunt doen voor de voedselteelt, educatie en de verbinding tussen mensen in de stad.’ Beeld Dingena Mol
Franke Remerie van Land van Ons over Lutkemeer: ‘Het is een prachtige, groene plek waar je veel kunt doen voor de voedselteelt, educatie en de verbinding tussen mensen in de stad.’Beeld Dingena Mol

De plannen voor het Voedselpark krijgen steun van Land van ons, een jonge organisatie die landbouwgrond opkoopt om die vervolgens te verpachten aan bioboeren, als steun in de rug voor de biodiversiteit. Land van ons, een burgercoöperatie van 18.000 leden, heeft al een bedrag van 5 tot 7 miljoen genoemd toen activisten een crowdfunding startten met de bedoeling de Lutkemeer vrij te kopen.

Het zou een mooie handreiking zijn richting de tweeduizend Amsterdamse leden, zegt oprichter Franke Remerie. De Lutkemeer zou het in 2019 opgerichte grondfonds in één klap op de kaart zetten, ongeveer zoals Natuurmonumenten zichzelf in 1905 lanceerde met de aankoop van het Naardermeer.

Het plan voor een voedselpark spreekt Remerie zeer aan. “Het is een prachtige, groene plek waar je veel kunt doen voor de voedselteelt, educatie en de verbinding tussen mensen in de stad. Eten verbindt over het algemeen.” Remerie legt uit dat het hier gaat om de laatste kleigrond van de stad, uiterst vruchtbaar. “Rond Amsterdam heb je vooral veel veenweiden, daar kan je eigenlijk alleen vee op houden. Voor een voedselpark kan je daar niet zoveel mee.”

De crowdfunding, tussenstand: 4 ton, lijkt tot dusver weinig kansrijk als je bedenkt dat Amsterdam eerder becijferde dat het 42 miljoen kost om de polder groen te houden. De activisten dringen er op aan om de polder te blijven bekijken als landbouwgrond waarmee de waarde vele malen lager zou uitvallen. Ze benadrukken verder dat er nog geen kosten zijn gemaakt om de polder te ontwikkelen, waardoor de vergelijking ook om die reden mank gaat.

Kleigrond

Remerie onderstreept liever hoe bijzonder de kleigrond van de polder is. “Industrieterrein is ook belangrijk, maar dat kan op zoveel andere plekken rond de stad. Dit voedselpark kan alleen hier.” De initiatiefnemers hebben hun hoop gevestigd op het nieuw aangetreden stadsbestuur. Laat ze tenminste een bedrag noemen, zegt Remerie, dan komt het er ook. Zelf heeft hij al gesproken met SADC, de ontwikkelingsmaatschappij achter het bedrijventerrein, waarvan Amsterdam overigens een van de aandeelhouders is. Daar proefde hij de bereidheid om over een Voedselpark na te denken, al was het maar in een combinatie met bedrijven.

Rode kool gaat in de kleigrond van de Lutkemeerpolder. Beeld Dingena Mol
Rode kool gaat in de kleigrond van de Lutkemeerpolder.Beeld Dingena Mol

“Een industrieterrein is toch gediend met aantrekkelijke plekken waar mensen willen verblijven?” zegt Remerie. “De randen langs de dijken zijn voor hen minder interessant.” Bovendien, ook bij stadslandbouw gaat het om bedrijven. “Dit plan gaat bedrijvigheid en arbeid opleveren.” Remerie verwijst verder naar gronddeals uit het verleden waardoor de Lutkemeerpolder bepaald niet van alle smetten vrij is gebleven. “Dan hoef je dat verleden niet meer met je mee te zeulen.”

Spangenberg wijst liever op de eerste akkertjes die er al zijn en het effect dat daarvan uitgaat. “Dit geeft al echt het idee van een broedplaats. Hier gebeurt al iets. Hier komen we zo dicht bij ons voedsel en de grond dat we daar een andere binding mee krijgen met gevolgen voor de gezondheid en mentale gesteldheid van Amsterdammers. Terwijl we het nu allemaal achteloos uit de schappen van de supermarkt trekken.”

In Pakhuis De Zwijger wordt donderdag 2 juni (20.00 uur) gedebatteerd over de plannen voor een Voedselpark in de Lutkemeerpolder.

Grondfonds Land van Ons

Bij de reddingspoging voor het groen van de Lutkemeerpolder speelt grondfonds Land van Ons een centrale rol. De in 2019 opgerichte burgercoöperatie koopt boerenland op om de biodiversiteit te herstellen – met tweeduizend leden in Amsterdam.

Om uit te leggen wat Land van Ons doet, vergelijkt het grondfonds met 18.000 leden de in 2020 gekochte poldergrond bij het dorpje Oud Ade graag met de weilanden even verderop langs de weg uit Leiden. Groene biljartlakens zijn het, wijst perceelbeheerder Louis van der Meché. Maar wat groeit daar nou helemaal? Ja, Engels raaigras, heel veel Engels raaigras. Maar verder? Alles staat in het teken van de koeien die er grazen. De boeren maaien er graag drie keer per jaar. Des te meer veevoer halen ze van het land. “De weidevogels eindigen vermorzeld in het hooi.”

Land van Ons doet niet aan bemesting of bestrijdingsmiddelen en Van der Meché ziet het in 2020 gekochte perceel van 21 hectare opfleuren. Langzaam maar zeker wordt de grond schraler en er komt meer biodiversiteit. Daar ontbreekt het aan op weiland dat helemaal in het teken staat van de veeteelt. Juist de generatie die Land van Ons steunt, ouderen die in de woorden van Van der Meché hun schaapjes op het droge hebben, ziet het verschil. “Vroeger waren er veel meer vogels en veel meer bloemen in het veld. De korenbloem is verdwenen, alles is groen. Vroeger zag je veel meer kleur.”

“We subsidiëren eigenlijk biodiversiteit,” legt hij uit. Dat is in de Randstad niet goedkoop. Met 7 euro per vierkante meter moest Land van Ons een miljoenenbedrag op tafel leggen. Het jarenlange gebruik van kunstmest en bestrijdingsmiddelen ijlt nog na, maar in Oud Ade ziet hij met eigen ogen het verschil. En daar komen dan weer vogels op af, wijst Van der Meché op de grutto, de kievit en een buizerd. In twee jaar kocht Land van Ons bijna een miljoen vierkante meter landbouwgrond en dat blijft na aankoop een agrarische functie houden. Er wordt dus geen natuur van gemaakt, zoals bij Natuurmonumenten. “Daar heb je andere clubs voor.”

De achterliggende gedachte: juist in agrarisch gebied, mits biologisch beboerd, is de biodiversiteit het hoogst en ook het landschap is ermee gediend. “Als je op vakantie bedenkt: ‘wat is dit mooi!’ dan gaat het bijna altijd om agrarisch gebied. Denk aan een alpenweide of een kastanjeboomgaard in Frankrijk. Bovendien: als de natuur niet wordt beheerd, wordt het in het drassige Nederland vanzelf een moerasbos en of dat nou in het landschap past dat wij intussen opvatten als oer-Hollands? “Als je een bos wilt zien, ga je maar naar Drenthe.”

Land van Ons brengt alleen oude landschapselementen terug. Zo kwamen in het oosten van het land geriefbosjes terug. Dat is meteen een ‘kraamkamer’ voor de biodiversiteit, volgens Van der Meché. In Oud Ade werd met hulp van vrijwilligers een kilometerslange haag aangelegd.

Daarnaast worden hier experimenten gedaan met toekomstbestendige landbouw die mogelijk is in veenweidegebieden en verdere bodemdaling kan voorkomen. Door de teelt van cranberries bijvoorbeeld en met de Blaarkop, een koeienras dat goed uit de voeten kan met zompige poldergrond. Als experiment kweekt een Koreaanse boer nu ginseng, zwarte bonen en Koreaanse komkommers die anders worden geïmporteerd voor Aziatische Nederlanders. Tussen de plantjes schuilt alvast een kievit.

Op die manier werpt Land van Ons ook boeren die het anders willen een reddingsboei toe. Hier kunnen ze nog land pachten, als ze tenminste biologisch willen boeren. “Zij weten ook wel dat het niet zo geweldig is om eindeloos veel stikstof en bestrijdingsmiddelen over het land uit te storten, maar ze kunnen niet anders omdat ze vastzitten aan hun contracten met de bank.” Door de grond op te kopen van boeren die willen stoppen biedt Land van Ons ze een uitweg en daarmee is het fonds een alternatief voor uitkoop door de overheid. Maar: voor de biodiversiteit dus. “Omdat de overheid het niet doet, doen wij het. Grassroots.”

Meer over