PlusExclusief

Karin Spaink stopt na dertig jaar met haar column in Het Parool – ‘Boosheid heeft plaats gemaakt voor bezorgdheid’

null Beeld Marjolein van Damme
Beeld Marjolein van Damme

Het is mooi geweest, zegt Karin Spaink (64): ze stopt na dertig jaar met haar columns in Het Parool. Tijd voor nieuw bloed. Ze heeft alles al gezegd over alles. Ook over MS, borstkanker en haar haperende lichaam. ‘Boos ben ik niet meer.’

Marcel Wiegman

Na dertig jaar en bijna duizend columns in Het Parool zet Karin Spaink er een punt achter. Het is mooi geweest. Iets te vaak denkt ze: daar hadden we het in 1998 ook al over. Oma vertelt. “Het is tijd voor andere geluiden op mijn plekje in de krant,” zegt ze. “Voor andere stemmen met ­andere achtergronden.”

Ze schreef over privacy, over seksuele diversiteit, over de vrouwenzaak, over de zegeningen van de Canta, over het kwaad dat Scientology heet en over een bestaan met MS. Ze schreef over ziekte en dood en over de vreugde van het leven. Over wat schreef ze in al die jaren eigenlijk niet? Haar laatste column verschijnt op 8 maart. “Die zal dan wel over vrouwendag gaan.” Dat vindt ze geestig: de eerste, in 1992, ging over dierendag.

Dat u zich die nog kunt herinneren.

“Het was de eerste. Vraag me niet naar de tweede. Ik deed er een hele week over. Ik vond dat echt een ding: in de krant schrijven. Ik liep naast mijn schoenen. Serieus.”

U trok meteen van leer tegen de vrienden van het dierenactivisme.

“Het was de tijd waarin we werden doodgegooid met foto’s van zielige zeehondjes, maar wat er met biggen gebeurde, daar maakte niemand zich druk over. Ik vond dat hypocriet. Ik kan daar slecht tegen.”

Wat voor columnist bent u?

“Een veelvraat. Ik heb ook erg veel gehad aan het feminisme. Dat heeft me geleerd met een andere blik naar de wereld om mij heen te kijken. Wist je bijvoorbeeld dat ze in de Jordaan hogere vensterbanken zijn gaan bouwen, zodat de vrouwen niet meer uit het raam konden hangen?”

Wat brengt u tot schrijven?

“Deadlines. Hahaha.”

Ik dacht: misschien is het boosheid of nieuwsgierigheid dat u drijft?

“Boos ben ik niet meer.”

Heeft dat met ouder worden te maken?

“Dat zou goed kunnen. Boosheid heeft plaats gemaakt voor bezorgdheid. Over de politiek, over Oekraïne, over de kloof tussen arm en rijk. Het wordt allemaal steeds erger.”

Als je boos bent, heb je tenminste nog het idee dat je er iets aan kunt doen.

Anger is an energy. Dat klopt. Er woedt een oorlog in Europa. In twee weken tijd is de hele wereld op zijn kop gezet. Maar als je ziet hoe ze ons door die pandemie heen hebben gerommeld. En dat je dan weet dat er met het klimaat nog een drie keer zo grote crisis komt. Dan denk ik: jezus christus, ik ben blij dat ik geen kinderen heb. Heel stom, want ik ben ook bezorgd voor andermans kinderen. Ik zie het niet ­v­erbeteren, maar ik weet niet meer wat ik er tegen moet doen.”

Doorschrijven?

“Dan word ik zuur en cynisch. Dan denk ik: ik heb het al 25 keer gezegd…”

En niemand die naar me luisteren wil.

“Zo wil ik dus niet worden. Dat ik als een soort Cassandra de hele tijd roep: pas toch op!”

In 1986 werd vastgesteld dat Spaink multiple sclerose heeft. Een paar jaar later kreeg ze een hersenbloeding en in 2006 werd er ook nog eens een keer borstkanker ontdekt. Ze begint over haar bekendste boek, Het strafbare lichaam uit 1992, waarin ze de termen orenmaffia en kwakdenken introduceerde – en die ze nog graag in De Dikke Van Dale op mag zoeken voor het bezoek. In het boek beschrijft ze hoe ‘kwakdenkers’ er zomaar van uitgaan dat fysieke ziektes een mentale kwestie zijn en dat die alleen ‘tussen de oren’ kunnen worden genezen. En dat het aan jezelf ligt als dat niet lukt.

‘Vroeger kon je nog gewoon opium kopen, of morfine.’ Beeld Marjolein van Damme
‘Vroeger kon je nog gewoon opium kopen, of morfine.’Beeld Marjolein van Damme

Eigen schuld, dikke bult.

“Geen ontkomen aan. Het is hartstikke protestants. Mensen schreven: mijn eigen familie zegt dat ik het niet goed doe met de kanker, want ik moet positief denken. Ik schrok daarvan. Dat iemand een boek nodig heeft om zich godbetert te verweren tegen zijn eigen familie. Dat is heftig. Ik was blij mensen te kunnen helpen, maar opgelost was het daarmee natuurlijk niet in zo’n familie. Überhaupt: het hele denken over de invloed van denken op je lichaam. Waarom draaien we het niet eens om: wat is de invloed van je lichaam op het denken?”

Hoe je neerslachtig kunt raken van ziekte?

“Er bestaat een theorie dat het lichaam bij beginnende kanker zo hard aan het werk is om de kankercellen te verslaan, dat je uitgeput raakt. Dat interpreteer je zelf als een depressie. Zo bezien kan depressie een voorbode zijn van kanker. Dat denken over lichaam en geest, we doen alsof we in een dictatuur leven: we worden geregeerd door ons hoofd, terwijl ook ons lichaam de baas kan zijn.”

Krijgt u vaak ongevraagd advies?

“Ik krijg soms ongevraagde opmerkingen. Als je met een kruk loopt bijvoorbeeld: ben je net op wintersportvakantie geweest? Rot op. Ik vraag jou toch ook niet waarom je een bierbuik hebt. Met zieke mensen is het net als met zwangere vrouwen: iedereen denkt dat ze aan je mogen komen.”

Spaink werd geboren in Amsterdam en groeide op in Weesp. Toen ze vijf was, wilde ze heks worden. Toen bleek dat daar geen school voor was, werd het juf. Dat heeft ze volgehouden tot aan de lerarenopleiding, waaraan ze een lesbevoegdheid Engels en handvaardigheid overhield. Eigenlijk is ze nog steeds juf, vindt ze. “Van nature. Ik wil gewoon graag uitleggen hoe de wereld in elkaar zit.”

Haar vader werkte bij de PTT, later KPN. Daar ontwierp hij telefooncentrales. Haar moeder, een diploma van de huishoudschool op zak, trok erop uit als er geld nodig was, maar zodra het serieus werd, was ze vertrokken. Ze had, zegt Spaink, moeite de balans te vinden tussen kinderen, huis en werk. En dan was de eenvoudigste oplossing: wegwezen.

Aan de muur van haar woonkamer hangt een groot portret van haar ouders, gemaakt door de bevriende fotograaf Gon Buurman. De foto is dertig jaar oud, ze zijn tegen de zestig jaar en houden elkaar liefdevol vast, hun hoofden tegen elkaar aan, de ogen gesloten, de vader met ontbloot bovenlijf. Onwillekeurig kijk je nog een keer. En nog een keer. Dan pas valt op dat hij zijn rechterhand mist.

‘Boosheid heeft plaatsgemaakt voor bezorgdheid. Over de politiek, over Oekraïne, over de kloof tussen arm en rijk. Het wordt allemaal steeds erger.’ Beeld Marjolein van Damme
‘Boosheid heeft plaatsgemaakt voor bezorgdheid. Over de politiek, over Oekraïne, over de kloof tussen arm en rijk. Het wordt allemaal steeds erger.’Beeld Marjolein van Damme

Het beeld is vaak: leven met een handicap is maar een half leven.

“Mijn vader mist een deel van zijn arm. Aan de andere kant heeft hij geen duim en ontbreken stukken van zijn vingers. Bij elkaar heeft hij er tweeënhalf. Hij zat in militaire dienst bij de commando’s. Dat betaalde goed en je kreeg er een opleiding. Bij een oefening moesten ze een brug opblazen. Hij ontstak het lont en meteen ging de bom af. Mijn ouders kenden elkaar net. Hij was al gehandicapt voordat ik werd geboren, dus ik ken hem niet anders. Ik heb hem altijd alles zien doen: timmeren, sjouwen, verven, klussen. Ik heb nooit gedacht: hij kan niks. Ja: hij kon zijn schoenveters niet strikken en het bovenste knoopje van zijn boord niet sluiten. Van hem heb ik geleerd dat het niet zo veel zegt als je een handicap hebt. Dat je de dingen moet doen op een manier die voor jou werkt.”

Na de borstkanker poseerde u in het feministisch maandblad Opzij. Er was te zien hoe er bij u een borst was afgezet.

“Daar schrokken mensen van. Het was ook vrij heftig, want ik was kaal van de chemo. Ik wilde laten zien hoe het eruit zag. Het is toch ontzettend gek: er zijn zoveel vrouwen met borstkanker, maar nooit zie je een lichaam zonder borst. Op een foto zag ik iemand bij wie het litteken schuin liep. Toen dacht ik: dat wil ik ook. Iedereen heeft horizontale strepen, maar aan je lichaam is niets horizontaals.”

Hoe ziet dat er dan uit?

“Nou, kijk maar. Het is geniaal. De chirurg zei: ik heb er nooit zo bij stilgestaan, maar dit trekt ook minder.”

Wordt gezondheid overschat?

“We denken dat gezondheid het hoogste goed is, of in elk geval bijna. Maar ik heb geleerd dat je je prima kunt vermaken als je van alles mankeert. Dat je een goed leven kunt hebben en leuke dingen kan doen. Natuurlijk: je moet je soms aanpassen. Je moet mij niet achter zo’n hoog/laagbureau laten staan. Maar als je mij in een goede stoel zet, kan ik werken als de beste.”

U schreef dat u nooit had gedacht zo oud te worden als u nu bent: 64 jaar.

“Formeel werd bij mij op mijn dertigste MS vastgesteld. Ik was een periode half blind en mijn evenwicht was een tijdje kapot. Zelfs als ik kroop, viel ik nog om. Ik heb een paar keer echt behoorlijk heftige aanvallen gehad. Dat ik twee weken achter elkaar alleen maar kon kotsen. Hoe het met die ziekte in het begin gaat is vaak bepalend voor hoe het verder loopt.”

Ik zal niet zeggen dat u weer loopt als een kievit, maar…

“In huis zijn het korte spurtjes. Dat gaat prima. Als ik moe ben en mijn tanden sta te poetsen moet ik nog steeds oppassen dat ik niet omval, maar goed: ik heb een tijd gehad dat ik voor van alles en nog wat een rolstoel gebruikte. Dat is niet meer.”

Het gaat beter?

“Je moet me met mijn evenwichtsstoornis nog steeds niet in het donker laten lopen en ik heb nog altijd een blinde vlek in mijn ogen, maar er is ook veel rechtgetrokken.”

Wat gek.

“Ja.”

Hebben ze daar een verklaring voor?

“Nee. Het nare van MS is: je spieren worden niet meer goed aangestuurd, waardoor je ze minder gebruikt en ze gaan verslappen. Dat is geen MS, maar het gevolg van MS. Nu ik wat meer kan doen, ben ik ook mijn spieren weer gaan trainen.”

Kunt u zich nog een leven voorstellen zonder ziekte?

“Ik zie mezelf niet als ziek. Ik ben iemand met een makke. Ik heb wat. Maar dat is voor mij zo normaal geworden. Ik heb langer MS dan dat ik geen MS had. Ik heb geen idee hoe mijn leven was gelopen als ik het niet had gehad.”

Dacht u wel eens: waarom ik?

“Waarom ik niet? Iemand moet het krijgen.”

U heeft veel geschreven over seksuele diversiteit.

“Dat klopt.”

Hoe zit dat eigenlijk met u?

“Op het moment is er helemaal niks.”

Dat kan natuurlijk ook.

“Toen ik een jaar of 24 was realiseerde ik me opeens dat ik als actieve feminist ontzettend veel vrouwen om mij heen had. Ik zag nog nauwelijks mannen. Ik dacht: als ik nou nog eens een keer wat wil? En verdomd: twee maanden later werd ik verliefd op een vrouw. Was ik dus lesbisch. Een tijdje later bedacht ik me dat ik mannen ook nog steeds leuk vind. Maar ik vertikte het om mezelf bi te noemen.”

null Beeld Marjolein van Damme
Beeld Marjolein van Damme

Laat de anderen maar raden?

“Op dinsdag lesbisch, in het weekend panseksueel en op donderdag aseksueel. Wat kan mij dat label schelen. Wat overigens niet wil zeggen dat het politiek niet interessant is.”

Want?

“Hetero’s hoeven nooit wat uit te leggen. Niemand vraagt ooit aan een hetero: wanneer wist jij nou voor het eerst dat je hetero was? Wist je het wel zeker en heb je het getest? Dat is toch raar? Waarom moeten je alleen als je homo bent of lesbisch vertellen wanneer je uit de kast bent gekomen en hoe dat was?”

Vond u het moeilijk een partner te vinden toen u ziek werd?

“Ik dacht: wie wil er nou een kapot meisje? Maar ik merkte al snel dat het meeviel. Wel raar. Soms zeiden mensen: je ziet er zo goed uit, terwijl je in een rolstoel zit. Alsof alleen mensen die jij niet aantrekkelijk vindt in een rolstoel zitten. Ik merkte dat het niet veel uitmaakte. Al weet ik natuurlijk niet of er iemand heeft gedacht: die Spaink is best leuk, maar jammer dat ze wat heeft. Nou valt ze af.”

Maar over aandacht heeft u niet te klagen?

“Nee. Met die rolstoel ben ik mezelf ook wat extravaganter gaan kleden. Onder het motto: ik zal ervoor zorgen dat ze naar mij kijken en niet naar die stoel. Het enige wat ik merk is dat mensen het soms eng vinden. Dat ze bang zijn dat ze je pijn doen of wat het betekent voor de relatie als ik een grote aanval krijg. Dat zijn legitieme vragen, maar die spelen ook als je op latere leeftijd een relatie krijgt. Wat wel lastig is dat mensen de neiging krijgen om voor je te gaan zorgen. Daar moet je bij mij niet mee aankomen.”

Tien jaar geleden trouwde u met uw hartsvriendin Christiane Hardy.

“Het beste wat ik ooit heb gedaan.”

Het huwelijk duurde 173 dagen.

Ze draait aan de trouwringen die nog steeds om haar vinger zitten. “Toen is ze overleden. Het huwelijk was een bezegeling van onze vriendschap. Ze had alvleesklierkanker. Ik wilde haar laten weten dat ze altijd op mij terug kon vallen. Het had iets tegendraads: we zouden nooit met een man zijn getrouwd, maar wel met elkaar.”

Wat heeft haar ziekteproces u geleerd?

“Dat het moeilijk is om te bedenken wanneer je dood wil. Chris is de dag nadat ze had gehoord dat ze kanker had naar haar huisarts gegaan. Ze had geen aarzeling om te zeggen: ik wil het in eigen hand houden. Maar beslissen wanneer dat dan is, is echt nog wel een ander ding. Ze kreeg af en toe een delier. Ze sliep steeds meer en kreeg vaker morfine. Op een gegeven moment heb ik gezegd: lieverd, je moet zeggen wat je wilt, want straks kan de huisarts niks meer. Die avond heeft ze besloten dat het mooi geweest was. Toen ze euthanasie kreeg waren haar broer en zus erbij, haar ex en ik. Allemaal op en aan dat bed. De huisarts vroeg: weet je het zeker? Ja graag, zei ze. Alsof ze zich erop verheugde. Er was geen enkele aarzeling meer, maar het proces ernaartoe heeft lang geduurd.”

De Daily Telegraph schilderde u ooit af als suicide guru.

“Nadat ik had uitgezocht hoe moeilijk het was om pillen in huis te halen waarmee je zelf je leven mee kunt beëindigen. Iedereen riep dat je die zo op internet kon bestellen. Dat viel nog best tegen. Op twee adressen heb ik pillen gekregen, bij de derde ben ik opgelicht: wel betaald, nooit ontvangen.”

“Ik trek de grens eerder dan de dokter. Wat ik zei: ik ben niet het type om me te laten verzorgen. Daar word ik een heel naar mens van. Dat doe ik mezelf en mijn omgeving liever niet aan. Als het de verkeerde kant op gaat met mij, wil ik niet wachten op euthanasie. Wat ik ingewikkeld vind is dat elke manier om wat prettiger dood te gaan dan door verhanging of van een flat afspringen, wordt geblokkeerd. Vroeger kon je nog gewoon opium bij de apotheek kopen of morfine. Als er nu een medicijn is waarmee je dood kunt gaan, wordt het uit de handel genomen.”

Daar zijn natuurlijk wel redenen voor.

“Misschien moeten we daar eens wat rustiger over doen. Huisartsen en apothekers kunnen wel makkelijk aan middelen komen. Ik geloof dat er in die beroepsgroep een procentpuntje meer zelfmoord voorkomt dan elders, maar het is zeker niet zo dat die mensen er en masse een einde aan maken, ook niet als ze een keer een slechte nacht hebben gehad of een weekje een kuthumeur. Weet je wat het is: als iemand die zelfmoord overweegt het idee heeft dat hij zich moet verdedigen, gaat hij zich vastbijten. Als je zegt: ik vind het niet leuk, maar ik ga je niet tegenhouden, krijg je een heel ander gesprek.”

Heeft u die pillen nog steeds in huis?

“Die liggen er al twintig jaar.”

Bent u bang om dood te gaan?

“Ik ben bang om met veel pijn dood te gaan, maar doodgaan sec? Helemaal niet.”

Het is u al een keer bijna overkomen.

“Toen ik een hersenbloeding had. Ik kreeg opeens ontzettende koppijn en daar kwam een spasme overheen. Die nam mijn hele been over. Ik lag er bij als een plank en kon tegen mijn toenmalige vriendje nog net zeggen: huisarts, bellen. Ik werd verzwolgen. Het was zo zwart dat ik helemaal niets meer zag, geen omvang, geen afmeting, helemaal niks. Ik dacht: ‘ga nu film leven zien, wou naar gewone film’. Een soort monkelige gedachte, want we zouden die avond naar de film gaan. Het grappige was: er zat geen ‘ik’ meer in. Ik kon geen ‘ik’ meer denken.”

Was er paniek?

“Ik was een beetje boos, omdat ik een andere film wilde zien. Maar verder? Ik was weg en dat was het.”

Misschien bent u daarom niet bang meer voor de dood?

“Misschien stel ik me doodgaan wel zo voor, omdát ik er niet bang voor ben. Je hebt mensen die geloven in de hemel. Die zien vast een prachtige poort en engelen als het zover is. Het kan heel goed dat de voorstelling die je van de dood hebt, gestructureerd is aan de hand van hoe je er over denkt. Vervolgens vat je dat op als een bevestiging: zie je wel, het is zoals ik het altijd heb gedacht.”

U zei op uw 51ste: ik ga liever dood op mijn 70ste na een leuk leven dan op mijn 90ste als demente bejaarde.

“Oh, God, ja. Man, dementie…”

Ik bedoelde eigenlijk: nu die 70ste verjaardag dichterbij komt krijgt u misschien de neiging om tegen te gaan spartelen?

“Dat zou kunnen, maar als ik kijk hoe het nu gaat met de wereld. Met de politiek, een oorlog vlak om de hoek en het klimaat. Echt. Dat ik denk: fuck. Ik weet het niet, ik ben echt bang voor fascisme. Dan moet ik natuurlijk groots sterven en iemand meenemen, maar dat durf ik niet.”

null Beeld Karin Spaink
Beeld Karin Spaink

Karin Spaink

20 december 1957, Amsterdam

1963-1969 Jan Leeghwaterschool, Weesp
1969-1975 Van der Waals Scholengemeenschap, Amsterdam (eerst gymnasium, daarna havo)
1975-1981 Lerarenopleiding D’Witte Leli (Engels), Amsterdam
1981-1984 Studie sociologie, Universiteit van Amsterdam
1986-1987 Opleiding tot computerprogrammeur bij Volmac en Fokker
1981-1982 Lerares Engels, Ashram College, Alphen aan den Rijn
1982-1987 Medewerker politieke partij PSP (in 1990 opgegaan in GroenLinks)
1988-1990 Computerprogrammeur bij Fokker Aircraft
1990-heden Freelance journalist en schrijver
1992-2022 Columnist bij Het Parool
2018-heden Chef eindredactie bij Follow the Money

Karin Spaink woont op de Oostelijke Eilanden.