Leco van Zadelhoff: ‘Ik ben  echt niet de hele dag bezig met tuttemetut.’

PlusInterview

Kapper en visagist Leco van Zadelhoff beoordeelt niet meer iedereen op straat: ‘Al het rampzalige probeer ik te blokken’

Leco van Zadelhoff: ‘Ik ben echt niet de hele dag bezig met tuttemetut.’Beeld © Jitske Schols

Leco van Zadelhoff (53), de bekendste kapper en visagist van Nederland, ziet zichzelf als een ambachtsman. Zijn boek Leco, Worden wie je bent legt zijn tomeloze energie en passie bloot. ‘Je bent zo goed als je laatste lipglossje.’

Els Quaegebeur

Leco van Zadelhoff (53) komt aanlopen met een meeneemkoffie en een stuk bananenbrood van het tentje op de hoek van de Alexander Boerstraat, waar hij zijn studio heeft. Hij opent de lage deur van het souterrain. Zijn lichtbruine labradoedel Paco komt aangekwispeld. In de smalle gang staan twee hippe fietsen die afgaan als je ertegenaan stoot. Wonen doet Leco niet meer in Amsterdam. Een jaar geleden verhuisde hij met zijn Braziliaanse vriend Carlos naar Vinkeveen. De fietsen zijn voor binnen de stad, die hij ook nog beschouwt als thuis.

Hij gooit zijn sleutels op de witte ronde tafel naast de kappersstoel, vraagt of het bezoek een cappuccinootje met havermelk wil en barst in lachen uit als dat bezoek bekent een half uur eerder te zijn opgestaan om haar haar te föhnen zodat ze hem onder ogen durfde te komen. “Laatst zag ik in een restaurant dat een vrouw stiekem een lippenstiftje opdeed voor ze naar me glimlachte. Op een of andere manier heb ik die uitwerking op mensen.”

Op een of andere manier...

“Haha, ja, maar dat ik verslingerd ben aan mijn vak betekent niet dat ik vind dat iedereen er constant gecoiffeerd bij moet lopen. Ik ben zelf helemaal niet zo ijdel. Negenennegentig procent van de tijd is dit het.”

Hij wijst op zijn zwarte spijkerbroek en verwassen zwarte T-shirt. “Als ik naar Boulevard ga als medepresentator trek ik natuurlijk iets leuks aan en doe ik een beetje make-up op, dat hoort erbij, maar verder ben ik echt niet de hele dag bezig met tuttemetut. Dat kan ook helemaal niet met mijn werk, want ik moet met mijn handen ergens in kunnen zitten. Ik heb geen enkel shirt zonder blondeervlek.”

Ben jij niet zo beroepsgedeformeerd dat je je op straat de hele tijd ergert aan slechte kapsels, uitgroei en verschrikkelijke lippenstiftkleuren?

“In de jaren dat ik echt over de top ambitieus was, dacht ik echt: ik mag voorlopig niet doodgaan want er moet nog heel veel gebeuren in Nederland. Dat heb ik losgelaten. Ik kijk nu meer naar mensen van wie ik onder de indruk ben: mooi opgemaakt, smaakvol gekleed, of iemand van wie het haar prachtig zit. Het is niet des Nederlands, maar ik heb mezelf geleerd daar altijd wat van te zeggen. Net nog, bij de koffie, zag ik zo’n leuk meisje. Burberrydingetje aan, leuk geföhnd haar. Dan zeg ik: wow, wat zie jij er cool uit, lekker wakker worden dit, heerlijk.”

“Het omgekeerde doe ik niet meer. Al het rampzalige probeer ik te blokken. En het kan héél rampzalig zijn. Maar weet je, het leuke van ouder worden is dat ik steeds vaker denk: wie ben ik om iets te vinden van het haar van die man of vrouw? Als zij er gelukkig van worden. Al kan ik het weleens jammer vinden dat iemand niet een kleín beetje werk maakt van een op zich leuk hoofd.”

Vragen voorbijgangers je weleens om advies?

“De vragen van vreemden komen tegenwoordig vooral binnen via Instagram, maar het komt soms voor dat ik in de supermarkt bij de wc-rollen op mijn schouder wordt getikt: Leco, vertel me nou eens eventjes, wat moet ik met mijn haar? Als mensen charmant zijn en het aardig vragen, wil ik altijd helpen.”

Van Zadelhoff wist op de basisschool al dat hij de kapperskant op wilde – toen nog vooral een gevoel zonder plan. Daar kwam verandering in op de dag dat hij als jongen van 13 binnenstapte bij de ouderwetse dameskapsalon in zijn woonplaats Harderwijk en aan de eigenaresse vroeg: mag ik hier komen werken? “Het was overweldigend, alsof ik in een geheime wereld werd ingewijd. Vooral de geuren herinner ik me: de ammoniak van de permanentvloeistof, de kruidige geuren van de shampoos en de zoete geur van de haarlak. Ik vond alles even heerlijk. Veel meer dan handdoeken in de wasmachine stoppen zal ik niet hebben gedaan, maar het zaadje begon te ontkiemen.”

Al heel jong knipte hij thuis. Zijn vader, de buurman, meisjes uit de straat en uiteindelijk zijn moeder. Dat doet hij nog steeds, om de vijf weken. Er is er maar één, zegt ze dan.

Het staat allemaal beschreven in het boek Leco, ondertitel: Worden wie je bent. Na vier ‘beautyboeken’ zijn er nu memoires waarin we van Zadelhoff kunnen volgen van zijn jeugd in een gelukkig gezin met drie zonen naar Amsterdam, waar zijn carrière in een stroomversnelling kwam. Zijn eerste appartement was in een voormalig kindertehuis op de Koninginneweg, bewoond door Angela Groothuizen, inmiddels al dertig jaar zijn klant en hartsvriendin. Groothuizen is een van de ‘mooie, sterke, bijzondere’ vrouwen aan wie Nederlands bekendste kapper en visagist zijn boek opdraagt: zij vormen de rode draad in zijn leven, schrijft hij.

‘Die 88 kleuren oogschaduw zijn leuk, maar niet nodig.’ Beeld © Jitske Schols
‘Die 88 kleuren oogschaduw zijn leuk, maar niet nodig.’Beeld © Jitske Schols

Van Zadelhoff zou zijn reputatie geen eer aan doen als zijn persoonlijke verhaal in Worden wie je bent niet ook een les in zich had. Geen stappenplan naar smokey eyes dit keer, maar een humorvol pleidooi voor het ambacht, vanuit zijn overtuiging dat scholen en ouders zich in de opvoeding van kinderen te zeer richten op de kenniseconomie. Dat moet veranderen, want de samenleving kan niet zonder mensen die dingen kunnen maken, zo staat in de proloog.

“Mijn ouders zagen dat ik anders was, creatief, geen studiebol zoals mijn oudere broer. Ze hebben me nooit gepusht richting een vwo-diploma en de universiteit. Wel stimuleerden ze me het beste uit mezelf te halen, wat ik ook besloot te gaan doen. Tegenwoordig willen veel jonge mensen visagist worden vanwege de nouveauté op het gebied van make-upspullen, de fotootjes, de volgers. Niets mis mee, ik sta ook niet met mijn rug naar de toekomst, maar de oorsprong zou moeten zitten in de wens het ambacht te beheersen. Ik erger me mateloos aan iedereen met een Blokker-föhn en een rode lippenstift die zich op social media stylist noemt. Je moet jezelf bekwamen en daarna moet je heel veel haar en make-up doen, alleen dan kun je goed worden. Ik zie altijd gelijk of iemand het in zich heeft. Mensen worden gek van mij, maar ik weet het al als een cursist me een hand geeft.”

Wat voel je dan?

“Talent, passie, doorzettingsvermogen. Of een gebrek daaraan. Iedereen kan leren een schaar vast te houden, maar dat betekent niet dat je kunt knippen. Als iemand bij mij komt voor een test – en dat gebeurt vaak want ik geef de nieuwe generatie graag alle kansen – hebben ze bijna altijd een Rimowa-koffer vol peperdure haar- en make-upspullen bij zich. Ik zeg dan: laat maar dicht, die koffer. Dan schrikken ze. Ja maar, ik zou toch voordoen? Ja, zeg ik dan, hier heb je een bruin oogpotlood, mijn lievelingspotlood. En alleen daarmee ga jij een oog heel mooi opmaken. Als ze dat kunnen, weet ik dat ze visie hebben. Die 88 kleuren oogschaduw zijn leuk, maar niet nodig.”

“Hetzelfde geldt voor föhnen. Een beetje onderhands wapperen is geen föhnen, dat is droogmaken. Doe je met een föhn, maar het is geen föhnen. Of iemand dát kan zie ik aan de grootsheid van de gebaren bij de eerste inzet van de borstel. Ook dat is een vak. En ook ik kan niet achterover gaan leunen, denkend dat ik binnen ben. Als ik nog steeds zou doen waar ik bekend mee ben geworden, de zogeheten Leco-look van mijn vriendinnen, was ik allang afgeserveerd. Ik heb een rugzak aan ervaring, tuurlijk, maar ik zeg altijd: je bent zo goed als je laatste lipglossje.”

En ondertussen blijft je Johan Cruijff-achtige motto gelden: als je er niet knapper van wordt, moet je het niet doen.

“Dat zeg ik ook altijd, ja. In het tijdsbeeld van nu is stijl individualistisch, wat ik fantastisch vind. Iedereen ontwikkelt zijn eigen lookje, alles kan en mag op elk moment, of het een smokey eye is, of alleen eyeliner, een heel schoon oog of juist knalblauw, maar binnen dat alles moet je blijven denken: wat staat mij? Wat is mijn beautypaspoort? Waar knap ik werkelijk van op? Kwestie van Glassex op de spiegel spuiten en je ogen openen. De spiegel liegt nooit.”

Toch zie ik buiten veel mensen rondlopen van wie ik denk: het zal wel individualistisch zijn wat je aan hebt, maar jij hebt je beautypaspoort niet op zak. Los van smaak is er toch ook wel zoiets als objectieve schoonheid?

“Zeker, en dat weten mensen zelf ook. Vergeet niet, de meest gestelde vraag aan mij is en blijft, ongeacht het modebeeld: wat moet ik nou doen? Of: help. Mensen vragen mij nooit of ik ze helemaal door de wasstraat kan trekken zodat ze er daarna uitzien als een of andere internationale moviestar. De meeste vrouwen willen gewoon met een paar goeie spulletjes het beste uit zichzelf halen, en daar ben ik een groot voorstander van.”

En de gemiddelde Nederlander wil er niet te veel tijd aan kwijt zijn, denk ik.

“Zeker niet, maar gelukkig ziet men ook in Nederland tegenwoordig het belang in van ’s morgens even lekker bezig zijn aan jezelf. We moeten ophouden met ‘ik heb geen tijd’. Nee, je hebt geen zin, want tijd kun je maken. ‘There are no ugly women, only lazy ones,’ zei cosmeticakoningin Helena Rubinstein ooit. Briljante uitspraak. Ben ik ook van overtuigd. Zelfs als je achttien kinderen hebt rondlopen, kun je even twee minuten iets op je gezicht smeren. Ben je al lekker verzorgd. Geldt ook voor mannen trouwens, en alles daartussenin. Dat moet je voor jezelf doen, zodat je niet schrikt als je onverwacht een spiegel tegenkomt. Dan voel je je beter. Ik heb de afgelopen dertig jaar zoveel hoofden in mijn handen gehad dat ik met alle mogelijke stelligheid kan zeggen dat je van iedereen de better version kan maken. Het moet niet, als jij superconfident ben zonder wat dan ook, prima, maar ik weet wel wat uiteindelijk de kracht is van een goede coupe en de juiste make-up. Ik heb mensen echt zien opveren als bamboe.”

Zie je het als een remedie tegen neerslachtigheid?

“Ik ben geen psychiater, maar ik geloof er heilig in dat bij iemand die niet lekker in zijn of haar vel zit, goed haar en mooie make-up naar binnen kunnen slaan. Het geneest natuurlijk niet, een lekkere opknapbeurt bij mij in de stoel, maar het is wel zalvend. En dat zie je. Uitstraling zit niet in een potje, ik kan het er niet opsmeren, maar ik kan je wel zo’n goed gevoel geven dat er een sparkle ontstaat. Die sparkle is mijn holy grail, daar doe ik het voor. Met een paar accenten kun je al het beste uit iemands hoofd halen. Als mensen een beetje somber zijn, trek ik zes highlights alleen aan de contourlijn en ze zien er al uit alsof ze zes weken op vakantie zijn geweest. Dat is toch mooi meegenomen. Ik zeg het ook tegen cursisten: schat, je hebt het hele arsenaal erop gesmeerd, theoretisch heb je het fantastisch gedaan, maar zie je niet dat deze vrouw dit nu niet kan dragen. Het is te veel, begin met drie producten en bouw het op. Less, less.”

Is dat mensenkennis?

“Goed leren kijken en doseren vooral. Vakidioten zoals ik zijn als ze jong zijn geneigd hun hele trukendoos open te trekken, want die hebben we. Ik deed dat vroeger ook. Caroline [Tensen] zag er bij de opnames van Het spijt me uit alsof ze een fotoshoot voor Vogue moest doen. Tot de regisseur me op mijn schouder tikte en zei: Leco, we hebben het over een caviaruzie, hè. Helemaal verkeerd ingeschat door mij. Maar ja, je bent ambitieus, een streber, en ik wilde laten zien wat ik kon.”

Wat doe het met jouw sparkle als je bij iemand de holy grail bereikt?

“Ik ben als een kind in een speelgoedwinkel als dat gebeurt. Mijn emoties kunnen alle kanten opschieten, maar als ik met mijn vak bezig ben, voel ik me altijd happy. Kom maar op, geef mij iemand.”

Hoe vind je het om 50-plus te zijn?

“Heel fijn. Ik ben ten goede veranderd. Bewuster, rustiger en tegelijkertijd durf ik uitgesprokener te zijn. Ik was vroeger zo all over the place, zo druk. Op mijn 35ste kreeg ik een burn-out. Een kleintje, hoor. Niet zozeer door de hoeveelheid werk, maar door de druk van een boodschap die ik ook van huis uit meekreeg: pak nu je moment, laat het niet schieten, voor je het weet is er een ander. Ik ging maar door en stopte nooit eens bij een stationnetje om uit het raampje te kijken. Ik was alleen maar aan het werk, privé ging het me niet voor de wind, en ik was ook nooit trots op wat ik deed. Daar maakte dat burn-outje korte metten mee. Ik ben nog steeds getrouwd met mijn fantastische vak, maar ik heb wel geleerd er meer van te genieten, op vrijdagavond met trots terug te denken aan een lookje dat ik die week heb gemaakt, of aan een bruid die door mijn visie helemaal sparkly naar het altaar schrijdt.”

En je hebt een leuke jonge vriend uit Brazilië.

“Carlos maakt mijn leuke leven nog leuker, ja. Ik hoop dat ik met deze man honderd mag worden, nu hij hier eindelijk mag zijn. Eén ding: het is een hel om dit land binnen te komen als buitenlander, en te mogen blijven. God, wat een vernederende, superverdrietige uitputtingsslag is dat. Kom bij mij nooit meer klagen dat ‘Nederland de deuren wagenwijd openzet’. Nou, Carlos en ik hebben het gedaan zoals het hoort, en dat was fokking lastig. En dan is Carlos nog een man die goed kan leren en enorm gemotiveerd was. Hij zag welke wegen hij moest bewandelen, we konden er goed over praten, we konden ons een bedreven advocaat veroorloven. Je zal maar iets minder in huis hebben, dan red je het niet.”

Dat is kennelijk de bedoeling.

“Onze advocaat zei: een op de drie mensen haakt af, omdat het gewoon bijna niet te doen is een status te krijgen.”

Geen makkie om een prille liefdesrelatie zo op de rails te krijgen.

“Het is de omgekeerde wereld, zeg ik altijd. Normaliter begin je met daten, je spreekt af en toe af, dat wordt wat vaker, je blijft een weekend, je gooit eens je tandenborstel bij elkaar naar binnen, en zo bouw je het op. Wij begonnen met een negatieve en moeilijke periode, na de euforische vaststelling dat we zo verliefd waren dat we elkaar niet los wilden laten. We werden echt in het diepe gegooid, en dat duurde maar en duurde maar. Elke keer dat we dachten: nu zijn we er, kregen we weer een onmenselijk telefoontje dat hij zes weken moest wachten in het land van herkomst. Ik heb de IND dagelijks gestalkt, gebeld, overwoog zelfs om met een fles Spa blauw op de stoep te gaan zitten totdat ik eens wat concreets hoorde. Helpt allemaal niet. Ik ben iemand die best veel naar zijn hand kan zetten, maar in deze kwestie was ik machteloos, want je hebt me toch met een bureaucratische toestand te maken.”

‘Ik heb mensen echt zien opveren als bamboe.’ Beeld © Jitske Schols
‘Ik heb mensen echt zien opveren als bamboe.’Beeld © Jitske Schols

“Nu zijn we eindelijk, na zes jaar, toe aan dat stukje van een liefdesrelatie dat normaliter aan het begin zit. Samen een weekendje weg, date night, vrijdagavond streep in de agenda: die is voor ons. Dat voelt goed. We komen tot de conclusie dat de slepende ellende ons verdieping heeft gebracht. Als het geen echte liefde was, waren we allang afgehaakt. Dat we allebei wilden volhouden, geeft ons veel vertrouwen.”

Gelukkig dat Carlos’ inburgering niet samenviel met de pandemie. Dan was het nog moeilijker geweest. Hoe was die periode voor jou? Je hebt een contactberoep, je mocht geen mensen aanraken.

“De stilval was niks voor mij natuurlijk. Alsof je een hogesnelheidstrein ineens op de handrem zet. Lukt niet. Maar mede dankzij Carlos heb ik een goede tijd gehad. We zijn het thuis leuker gaan maken, ik ben gaan sporten, heb mijn talen opgefrist en omdat we in de audiovisuele branche iets meer mochten, had ik nog wel wat werk. Ik heb ook het online-stuk omarmd. Leuke how to-filmpjes gemaakt met Chantal [Janzen]. Ging zij dingen bij zichzelf doen die ik van een afstand voorschreef. Hilarisch was dat. Ik maakte ook in mijn eentje content. Praten, dingen uitleggen, ik moest bezig zijn. Ik heb zelfs een pop aangeschaft. We noemden haar Brenda. Ik pak haar even. Waar is Bren?”

Hij diept Brenda, die alleen een hoofd en een nek heeft, op uit de bezemkast.

“Bij Bren deed ik voor hoe je moet föhnen, een krul zet, stijltangetje erin. Ze heeft echt haar, dus ik kon er van alles mee. Die filmpjes zijn grappig. Ik smeerde zelfs make-up op haar gezicht.”

Ze heeft best goed haar.

“Bren heeft hartstikke lekker haar. Ik heb het ook nog gekleurd.”

Jij gaat die schaar en kwast nooit loslaten hè?

‘Ik ga er mijn graf mee in. Zelf denk ik dat ik ineens neerval achter de stoel terwijl ik iemands haar beeldig aan het maken ben. Hopelijk voor haar aan het einde van de sessie. Haha. Maar god, nee, er zit geen uitknop op. Ik voel me vitaler dan ooit, ik kan het tempo heel goed aan, ik heb een lekker thuisfront, ik heb mijn zaakjes goed op orde. Ik ben niet zo zakelijk maar wel zakelijk genoeg om de goede mensen om me heen te verzamelen. Een lager pitje zie ik niet voor me. Haar en make-up vind ik nog steeds het leukste wat er is. Mocht ik niet meer kunnen meekomen, ben ik realistisch genoeg om te stoppen, dat wel. Of ik ga een leuk ouderwets kapsalonnetje beginnen. Lijkt me ook heerlijk, met zo’n rij van die geföhnde dames.”

Je wil natuurlijk graag blijven kletsen.

‘Zeker. Ik hou enorm van praten, ik kan luisteren, en ondertussen breng ik het mooiste in iemand naar buiten. Daar word ik blij van. Als ik de hele dag met Brenda’s bezig moest zijn, hield ik het voor gezien. Dat ontbrak er wel aan, Bren kletste niet.”

Hij grinnikt: “Ze zat wel heel goed stil.”

Leco van Zadelhoff: Leco, Worden wie je bent, Ambo|Anthos, €20,99.

null Beeld leco
Beeld leco

Leco van Zadelhoff

15 mei 1968, Dieren

1980-1984
Groen van Prinsterermavo, Harderwijk
1984
Kappersopleiding, Zwolle
1984-1987
Kapsalon Gert Achterberg, Harderwijk
1987-1989
Stephan’s Hairtrend, Harderwijk
1989
Visagist bij Miss Universe-verkiezingen
1990-heden
Freelance kapper en visagist
1998
Eerste Beauty Book
2004-2012
Mode- en lifestyledeskundige bij RTL Boulevard
2007
Achievement Award Koninklijke Algemene Nederlandse Kappersorganisatie
2012-2015
SBS Shownieuws
2015-heden
RTL Boulevard
2021
Presentatie Chantals Beauty Camper (met Chantal Janzen en Fred van Leer)

Leco woont in Vinkeveen met zijn vriend Carlos en hun hond Paco. Met zijn ex-vriend heeft hij een 15-jarige dochter.