PlusAchtergrond

Kaf­kaëske toestanden bij de IND: ‘Hé, wat vreemd, uw geval staat aangemerkt als opgelost’

‘Ik vind het zo’n vreemd idee, dat we daar met zijn viertjes op Schiphol staan en dat mijn vrouw dan het land niet in zou mogen.’ Beeld Vincent Spiering
‘Ik vind het zo’n vreemd idee, dat we daar met zijn viertjes op Schiphol staan en dat mijn vrouw dan het land niet in zou mogen.’Beeld Vincent Spiering

Als wetenschapper Sebastiaan Faber (52) met zijn Amerikaanse vrouw naar Nederland wil reizen, belandt hij in een bureaucratische hel. Ze komt het land niet in, waarschuwt een overbelaste IND, die hem van het kastje naar de muur stuurt.

Sebastiaan Faber

Stel je voor: je woont als Nederlander met je gezin in de Verenigde Staten. Je landt om zes uur ’s ochtends op Schiphol met je Nederlandse kinderen en je Amerikaanse partner – hun moeder – voor het traditionele jaarlijkse bezoek aan Amsterdam. Bij de paspoortcontrole zegt de marechaussee: “Het spijt me, maar mevrouw mag het land niet in.”

Dat was het schrikbeeld dat in mij opdoemde na een telefoontje met de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) twee weken voor ons geplande zomerbezoek aan Nederland. Mijn vrouw, zo verzekerde de IND-beambte me, zou de toegang tot Nederland worden geweigerd. De reden: we zijn eerder dit jaar met zijn tweeën 90 dagen op onderzoeksverlof in Spanje geweest. Daarmee had mijn vrouw haar Schengendagen opgebruikt.

Dat is namelijk de regel: mensen met een paspoort van buiten de Europese Unie mogen maar 90 per elke 180 dagen in het Schengengebied doorbrengen. Of je met een Europeaan getrouwd bent, samenwoont of kinderen hebt maakt daarbij niets uit. De straf bij overtreding is niet mals: een boete, onmiddellijke uitzetting en mogelijk een tijdelijke verbanning.

Ik ging koortsachtig op zoek naar een oplossing. Een visumaanvraag? Onmogelijk: 90 dagen is altijd het maximum, de enige optie daarna is een verblijfsvergunning. Kon dat? Nee, want dan zou ik zelf in Nederland moeten wonen en werken.

Toch bleef ik het stug proberen. Dagen achtereen stond ik om vier uur (tien uur Nederlandse tijd) op om de IND te bellen.

“Ik vind het zo’n vreemd idee,” zei ik dan, na steevast een halfuur in de wacht, “dat we daar met zijn viertjes op Schiphol staan en dat mijn vrouw dan het land niet in zou mogen.”

“Kan ik me voorstellen,” zeiden de meeste IND-beambten inlevend. “Maar dat is nu eenmaal de regel.”

Lichtpuntje

Al vanaf de eerste dag belooft de medewerker mijn vraag door te geven aan de specialisten van het backoffice, die mij terug zal bellen. Maar dat telefoontje blijft uit. Advocaten die ik de zaak voorleg bevestigen dat de IND met grote achterstanden kampt. Ondertussen komt onze reisdatum steeds dichterbij.

Totdat op de vijfde dag opeens een lichtpuntje verschijnt. Wanneer ik mijn inmiddels goed ingestudeerde verhaal doe, heeft de IND-medewerker onverwacht een ander antwoord.

“Oh, maar dat is geen probleem, hoor. Er is een bilateraal verdrag tussen de Verenigde Staten en Nederland, waaronder Amerikanen nóg eens 90 dagen in Nederland mogen verblijven als ze al elders in Schengen zijn geweest.”

Ik geloof mijn oren niet. “Wacht. Bedoelt u dat de dagenteller dan eigenlijk weer terug naar nul gaat?” vraag ik.

“Ja, precies. Zoekt u het maar op. Het backoffice kan het verder uitleggen als u teruggebeld wordt.”

“Maar hoe kan het nou dat vier van uw collega’s dat verdrag niet hebben genoemd?”

“Het is denk ik niet heel algemeen bekend.”

Niet gedroomd

Opluchting, maar ook twijfel. Bestaat dat hele verdrag wel? Ik ga op onderzoek uit. Uiteindelijk kom ik terecht bij een officieel document van de EU, gepubliceerd in 2019 ter voorbereiding op het nieuwe Entry Exit System (EES): een Europees computernetwerk dat alle grensverkeer centraal registreert. Wat blijkt? Het Schengenverdrag uit 1985 geeft landen de mogelijkheid om bestaande bilaterale visumovereenkomsten te respecteren en bepaalde buitenlanders langer toe te laten. Omdat ook het EES straks met die bepaling rekening moet gaan houden, geeft dat EU-document per land aan om welke verdragen het gaat. En ja hoor, daar staat het: een verdrag tussen de VS en Nederland, van kracht sinds 15 augustus 1947. Negentig dagen extra.

Ik begrijp nu dat ik niet gedroomd heb. Maar wat betekent dat straks voor ons, op Schiphol bij de paspoortcontrole? Misschien even met het Nederlandse consulaat in Chicago bellen. Nu wil het geval dat onze consulaten niet langer direct telefonisch bereikbaar zijn. Alle gesprekken worden doorverbonden met Nederland Wereldwijd, een centrale dienst. Na een half uur in de wacht krijg ik een vriendelijk iemand aan de lijn.

“Van zo’n verdrag heb ik nog nooit gehoord, hoor. Maar ik vraag het even na.”

Tien minuten later: “Wij hebben er alle verdragen op nageslagen, maar kunnen niets vinden. Uw vrouw mag Nederland niet in. Sorry.”

Mijn hart terug in de schoenen.

Voor u gaat dat niet op

Van lieverlee ga ik verder op onderzoek. Twintig minuten later heb ik beet. Een oud Amerikaans regeringsdocument, integraal door Google ingescand, vermeldt een overeenkomst met Nederland uit 1947 die op 15 augustus van dat jaar van kracht zou gaan. Dus toch! Maar kunnen wij ons daarop beroepen?

Ruim een week na mijn eerste telefoontje bel ik voor de zevende keer de IND. Ik leg uit dat ik al een week op dat befaamde backoffice wacht.

“Ze lopen inderdaad vreselijk achter. En hé, wat vreemd, uw geval staat al aangemerkt als opgelost. Dat klopt niet. Geeft u me even een moment.” Dan: “Ik heb ze net aan de Skype gehad. U wordt vandaag nog gebeld.”

Een uurtje later gaat de telefoon: eindelijk een mevrouw van het backoffice! Ze bevestigt dat het verdrag bestaat. Maar of wij er aanspraak op kunnen maken? Ze gaat even overleggen.

“Nee,” zegt ze even later, “voor u gaat dat hoogstwaarschijnlijk niet op.” De uitzondering op basis van het verdrag is bedoeld voor mensen die al in Schengen zijn, zegt ze, en wij zijn inmiddels alweer terug in de VS.

“Maar dat staat nergens,” breng ik ertegenin. “Hoe kom ik dat nu zeker te weten?”

“Dat kunt u beter aan de marechaussee te vragen. Omdat zij over de grensbewaking gaan, ligt het besluit bij hen.”

Goed documenteren

De meneer van de marechaussee kan zich onze situatie voorstellen. Je wilt niet de halve wereld rondvliegen en dan het land niet in kunnen. Had hij wel eens van zo’n bilateraal verdrag gehoord?

“Jazeker.”

“En kunnen wij daar dan aanspraak op doen? Hoe gaat dat in zijn werk?”

“Tja, dat is eigenlijk een vraag voor de IND.”

“Maar die heeft me nu juist weer naar u doorverwezen!”

Hij zet me in de wacht om met het Hoofd Doorlaatpost te bellen.

“Je kan proberen je bij de paspoortcontrole op dat verdrag te beroepen. Maar dan moet je je wel goed kunnen documenteren. Negen van de tien collega’s, wed ik, zijn er niet van op de hoogte.”

“Hoe komt het eigenlijk dat u het dan wel kent?”

“Toevallig had ik vorig jaar een geval met een Amerikaan waar dat verdrag ter sprake kwam.”

“Dus we zitten goed?”

“Ik zou voor de zekerheid toch nog even navraag doen bij het consulaat.”

Ik dus weer aan de telefoon met Nederland Wereldwijd, waar ze nog steeds van geen verdrag weten.

“Maar ik zit hier in Nederland,” geeft de medewerker toe. “Misschien weet het consulaat in Chicago meer.”

Is dat dan toch telefonisch bereikbaar? Nee, dat niet. Maar hij heeft wel een geheim e-mailadres.

Wonder boven wonder krijg ik snel een mailtje terug. De consulair medewerker weet er het fijne niet van, maar gaat het weer navragen bij Buitenlandse Zaken in Den Haag. Dat geeft de volgende ochtend uitsluitsel: we kunnen bij aankomst aanspraak doen op het verdrag, mits we kunnen bewijzen dat we nog geen voet in Nederland hebben gezet. Voor de zekerheid nemen we toch maar een advocaat in de arm.

Doolhoven

Ik heb in tien paniekerige dagen een hoop geleerd. De Nederlandse overheid is overbelast, dat is wel duidelijk. Eenduidige antwoorden blijken schaars. (In antwoord op een Woo-verzoek kreeg onze advocaat inzage in een intern document dat de IND voor deze gevallen als leidraad hanteert, maar dat op centrale punten dubbelzinnig blijft.) Instanties schuiven de eindverantwoordelijkheid op elkaar af. In de praktijk ben je als burger aangewezen op je eigen volharding en inventiviteit, op de interpretatie van individuele ambtenaren en op de (niet goedkope) expertise van mensen die zich specialiseren in het ontcijferen van dit soort doolhoven.

En als we begin juni op Schiphol landen, worden we na een korte blik op onze paspoorten vriendelijk doorgewuifd.

Amsterdammer Sebastiaan Faber is professor of Hispanic Studies en woont in de Verenigde Staten.

Reactie IND

Woordvoerder Mijke Bol: “We betreuren het dat wij meneer aan de telefoon niet voortvarender konden voorzien van een eenduidig antwoord op zijn vraag. Door het wegvallen van reisbeperkingen na de coronapandemie is het nu aanzienlijk drukker aan de telefoon; mensen hebben veel vragen. De wachttijd kan hierdoor op piekmomenten helaas oplopen. Dit voorbeeld is voor ons aanleiding om het interne proces van informatievoorziening over de visumvrije periode en bilaterale verdragen te optimaliseren.”

De IND bevestigt dat Amerikanen volgens het genoemde verdrag inderdaad nog maximaal 90 dagen in Nederland mogen verblijven, ook als ze recent een ander Schengenland hebben bezocht.

Even druk als voor corona

De IND houdt niet bij hoe vaak dit soort casussen voorkomt. Algemene cijfers zijn er wel. De IND heeft in 2021 ruim 194.000 aanvragen ontvangen. Het gaat om mensen die in Nederland willen werken, studeren, bij hun familie willen wonen, asiel aanvragen of Nederlander willen worden door naturalisatie. Afgelopen jaar was het daarmee voor de IND weer net zo druk, of soms zelfs drukker, als in de jaren voorafgaand aan de coronacrisis, die zich vooral in 2020 kenmerkte door veel reisbeperkingen.