Review

Joseph Boyden - Door het zwarte sparrenwoud ***

Vijf jaar geleden oogstte de Canadees Joseph Boyden (1966) al veel succes met zijn romandebuut, De driedaagse reis, het verhaal van twee indianen van de Cree stam, Elijah Weesageechak en Xavier Bird, die zich als scherpschutters aanmelden bij het Canadese leger en strijden op de slagvelden van de Eerste Wereldoorlog.

Een grimmig poëtisch epos was het, waarin Boyden zich knap wist te verplaatsen in die First Nations, de nationale variant van de native American. Niet helemaal verwonderlijk trouwens, want de schrijver heeft behalve Schotse en Ierse ook Métisloten aan zijn stamboom en kon bovendien putten uit de rijke militaire geschiedenis van zijn eigen voorouders.

In zijn nieuwe roman, Door het zwarte sparrenwoud, die werd bekroond met de prestigieuze Scotiabank Giller Prize 2008, keert hij terug naar diezelfde culturele bron - zij het dat hij in dit tweede deel van een geplande trilogie een behoorlijke sprong in de tijd maakt.

Eén van de twee vertellers is namelijk Will Bird, een zoon van één van de helden uit De driedaagse reis. Will woont aan de rivier Moose, heeft ooit een behoorlijke reputatie opgebouwd als piloot en ligt nu in het ziekenhuis van zijn geboortedorp. In coma, wat hem er niet van weerhoudt in gedachten zijn levensverhaal te vertellen aan zijn nichtjes, Annie en Suzanne.

Dat klinkt geforceerd, en rationeel gezien is het dat natuurlijk ook, maar Boyden is erin geslaagd deze eenzelvige dronkenlap zo'n innemende stem te geven dat hij je moeiteloos aan zijn lippen laat hangen. Als hij vertelt over de drie zware crashes die hij wonder boven wonder heeft overleefd, over het tragische lot van zijn echtgenote en kind of over de eenzame schoonheid van het bushleven. Zo eenzaam dat hij zelfs tegen het oude legergeweer van zijn vader begint te praten en vriendschap sluit met een oude berin.

Ontroerende en bikkelharde scènes levert het op. Beschrijvingen met een nuchter soort lyriek die meeslepen zonder te idealiseren. Want een idylle is dit Moosonee, Ontario, allang niet meer. Mede door het veramerikaniseren (of is het vercanadiseren?) van de dorpelingen én de invloed van de familie Netmaker, een motorbendeachtige clan die in cocaïne handelt en verklikkers genadeloos te grazen neemt. Vooral leider Marius, die het op Will gemunt blijkt te hebben.

Waarom? Dat heeft alles maken met de andere, helaas minder geslaagde verhaallijn - in afwisselende hoofdstukken door Wills relaas geweven - die wordt verteld door nichtje Annie Bird. Zij zit aan het bed van haar oom, en doet verslag van de zoektocht die zij in Toronto, Montreal en New York ondernam naar zus Suzanne, die ooit met Gus Netmaker naar de grote stad vertrok, carrière maakte als fotomodel en vervolgens spoorloos verdween. Net als haar louche vriendje, de broer van Marius.

Een thrillerelement met potentie, zou je zeggen. Maar zodra Boyden de oevers van de Moose verlaat, raakt hij prompt verstrikt in de vreemdste clichés en melodramatische wendingen.

Annie lijdt bijvoorbeeld aan een soort epileptische aanvallen, die schijnbaar zonder ironie als visioenen worden gepresenteerd. In Toronto wordt ze bijgestaan door een wijze, oude Cree (dakloos, want de stad is een wrede plek voor nobele, oude volkeren), die haar van orakelachtige adviezen over haar toekomst en ware aard voorziet. Oude Man geeft haar bovendien Gordon mee, een zwijgzame indiaan die haar als lijfwacht vergezelt, redt uit netelige situaties en uiteraard haar minnaar wordt. En als ze doordringt tot Suzannes modellenwereld - vol hijgerige agenten, paparazzi en een glamoureuze koninginnenbij, die haar in haar hofhouding opneemt - verandert de jongensachtige Annie in no time in 'een indiaanse prinses', die in de voetsporen van haar verdwenen zus voor de camera's belandt. Als ze in de spiegel kijkt, ziet ze Suzanne, zegt ze zelfs ergens.

Moeizaam. En doodzonde ook.

Want zodra Will Bird aan het woord komt, blijkt telkens dat Boyden wel degelijk een buitengewoon getalenteerde verhalenverteller is, een gedurfd stilist, met oog voor detail. Om zijn stem blijf je Door het zwarte sparrenwoud lezen, ruim vijfhonderd pagina's lang, én hoopvol uitzien naar het slotdeel van deze trilogie. (DIRK-JAN ARENSMAN)

Joseph Boyden - Door het zwarte sparrenwoud ***
Vertaald door Josephine Rijnaarts
De Bezige Bij, 24,90 euro.

null Beeld
Meer over