PlusInterview

Job Cohen over zijn afscheid bij de OBA: ‘Het kan me geen bal schelen welke politieke stroming zich sterk maakt voor de bibliotheek, als het maar gebeurt’

null Beeld Annelie Carlström
Beeld Annelie Carlström

Na acht jaar neemt Job Cohen deze maand afscheid als voorzitter van de raad van toezicht van de OBA. Het belang van de openbare bibliotheek neemt alleen maar toe, stelt de oud-burgemeester. ‘Het is een reikende hand naar de kinderen met een achterstand in de stad.’

Patrick Meershoek

Net als de president van de Verenigde Staten mag de voorzitter van de raad van toezicht van de OBA niet meer dan twee termijnen van vier jaar dienen. Eind januari draagt Job Cohen (74) de voorzittershamer over aan Lodewijk Asscher, eveneens diep geworteld in het bestuur van de stad en eveneens sociaal-democraat. Dat laatste is trouwens geen vereiste voor de functie, zegt Cohen. “De openbare bibliotheek heeft een grote rol gespeeld in het ideaal van de sociaaldemocratie om de arbeider te verheffen, maar het kan me nu eerlijk gezegd geen bal schelen welke politieke stroming zich sterk maakt voor de bibliotheek, als het maar gebeurt.”

Wat leest u zelf graag?

“Ik lees vooral te weinig. Dat komt mede door de kranten die zo ontzettend veel nieuws en verhalen brengen. Ik ben net begonnen aan Migratie als DNA van Amsterdam van Jan en Leo Lucassen, twee mensen die ik hoog heb zitten. Wat ik echt een geweldig boek vind, is Zo hadden we het niet bedoeld van Jesse Frederik. Dat gaat over de toeslagenaffaire. De biografie van Hans van Mierlo ligt nog op de stapel voor het nieuwe jaar.”

Dat is allemaal non-fictie. Leest u geen romans?

“Ik hoop daar nu weer wat meer tijd voor te krijgen. Het probleem is dat ik een tamelijk secure lezer ben. Als ik eenmaal aan een boek begin, wil ik het ook helemaal lezen. Mijn echtgenote is in staat om hele stukken over te slaan. Dat kan ik niet, ook niet als de inhoud tegenvalt. Als je het boek dan niet uitleest, is het helemaal zonde van de tijd.”

Job Cohen: ‘Het boek staat nog steeds centraal, maar er komt van alles bij.’ Beeld Anjes van der Linden
Job Cohen: ‘Het boek staat nog steeds centraal, maar er komt van alles bij.’Beeld Anjes van der Linden

Er verschijnen ook nog luisterboeken met uw stem.

“Dat vind ik ontzettend leuk om te doen. Het is begonnen toen iemand van uitgeverij Rubinstein mij benaderde: goh, je hebt zo’n mooie stem. Mijn toenmalige echtgenote had multiple sclerose en kon niet meer lezen. In de studio las ik haar Het grijze kind van Theo Thijssen voor. Dat was het lievelingsboek van mijn grootmoeder, die ik overigens nooit heb gekend. Ik vind het zelf ook een mooi boek.”

“Enfin, het viel in de smaak en daarna heb ik nog een aantal parels uit de Nederlandse literatuur gedaan. Boeken van Nescio, Elsschot, Multatuli en Vestdijk. Maar ook Wees onzichtbaar, dat geweldige boek van Murat Isik over zijn jeugd in de Bijlmer. Van Geert Mak heb ik ook een paar titels voorgelezen. Het laatste wat ik heb gedaan is Een huis genaamd Marseille, een prachtig boek waarin een paar honderd jaar geschiedenis van de stad vanuit het perspectief van één pand aan de Keizersgracht wordt beschreven. Wie hebben daar gewoond? Wat is daar gebeurd? Het luisterboek is klaar, maar door corona is het op de plank blijven liggen. Het zal binnenkort wel verschijnen.”

Als burgemeester mocht u in 2007 de nieuwe vestiging aan het Oosterdok openen. Nu neemt u afscheid als voorzitter van de raad van toezicht.

“Het was op dat moment de grootste openbare bibliotheek van Europa. Iedereen was er ontzettend trots op. En ik zeg dit als toezichthouder: de OBA mag de gemeente ongelooflijk dankbaar zijn. Want ook in de periode van zware bezuinigingen, toen in andere gemeenten in het land enorm werd gesneden in de subsidie voor de openbare bibliotheek, is dat in Amsterdam niet gebeurd. Daardoor zijn we in staat gebleven om alle 27 vestigingen overeind te houden. Dat is enorm belangrijk voor de stad. Toen er in deze raadsperiode weer moest worden bezuinigd, is de bevolking in opstand gekomen. Het onderstreept dat de OBA niet van de OBA is of van de gemeente. De OBA is van de burgers.”

De bibliotheek heeft een metamorfose ondergaan in de afgelopen acht jaar als gevolg van de digitalisering.

“Die verandering is nog in volle gang. De digitalisering schrijdt voort op een manier die we nu nog moeilijk kunnen voorspellen. Ik heb in een landelijke commissie gezeten die moest nadenken over de toekomst van de openbare bibliotheek. Het kenmerkende zinnetje uit ons rapport was: van collectie naar connectie. Vroeger was de bibliotheek een verzamelplaats van boeken. Je ging erheen om een boek te lenen en als je het uit had, bracht je het terug. Onder invloed van de digitalisering is alles anders geworden. De komst van de computer en het internet heeft ons leven ingrijpend veranderd. De bibliotheek van de toekomst gaat daar een belangrijke rol in spelen. Het boek staat nog steeds centraal, maar er komt van alles bij.”

De commissie pleitte voor de bibliotheek als agora, als marktplaats.

“Een culturele marktplaats. Een grote verandering die er nog aan zit te komen, is dat de openbare bibliotheek meer en meer een buurthuis zal worden, met de nadruk op de letteren. Een plek om samen te komen. Dat vind ik een ongelooflijk belangrijke stap, met name voor de kinderen in de stad die het lezen van huis uit niet hebben meegekregen. Een van de nieuwe leden in de raad van toezicht is Omar el Khamlichi, die tegenwoordig manager nieuwe technologie is bij Quin, een organisatie die de zorg wil vernieuwen. Die zegt letterlijk: alles wat ik heb bereikt in het leven, dank ik aan de OBA. Daar kon hij heen in zijn jeugd, daar leerde hij de wereld begrijpen.”

“Die reikende hand naar kinderen met een achterstand, dat vind ik een ongelooflijk belangrijke rol van de bibliotheek. En die rol gaat alleen maar groter worden. Het is akelig om te zien hoe jongeren die een achterstand oplopen zo makkelijk op het verkeerde pad belanden. Als je op het goede moment de juiste zetjes geeft, valt er preventief nog een hoop te doen. Daar ligt een geweldige taak voor de OBA, zeker na een periode waarin het jongerenwerk flink is verwaarloosd.”

Is er voldoende politieke steun voor die nieuwe rol van de OBA?

“Daar maak ik me geen zorgen over. De bibliotheken zijn tijdens deze lockdown open omdat het kabinet ze heeft aangemerkt als een essentiële voorziening. De gemeenteraad heeft vorig jaar de middelen beschikbaar gesteld voor de komst van de OBA Next die in 2025 op de Zuidas de deuren moet openen. Het spannende is: niemand weet nog precies wat daar allemaal gaat gebeuren. Dat hangt af van de ontwikkelingen in de digitalisering. Maar vast staat dat de OBA Next een bijdrage gaat leveren aan de digitalisering in de stad, ook daar als verbindingsofficier tussen school en thuis.

Alle medewerkers van de OBA hebben een afscheids-boodschap gekregen waarin u hen een hart onder de riem steekt. Waarom was dat?

“Voor een deel van het personeel zijn alle veranderingen van het afgelopen jaar heel moeilijk geweest. Een deel van de mensen vindt het prima, een ander deel vindt het lastig. Het gaat vaak om medewerkers die al heel lang voor de OBA werken en dat heerlijk vonden. Nu worden er andere dingen van hen gevraagd. Daar hebben we binnen de raad van toezicht ook vaak over gesproken. Van mijn kant heb ik al die mensen enorm willen bedanken voor alles wat ze hebben gedaan. Dat vind ik belangrijk om te benadrukken.”

Meer over