Review

Jazz: Diverse artiesten - Freedom, rhythm & sound - Revolutionary jazz & the civil rights movement 1963-82 *** (Soul Jazz Records)

Jazz: Gilles Peterson en Stuart Baker Freedom, rhythm & sound - Revolutionary jazz original cover art 1965-83 ***
(SJR Publishing)

Een zwarte president in het Witte Huis moet in de jaren zestig een wel héél zonnige visie op de toekomst hebben geleken. Toch bloeide in die tijd in de Verenigde Staten het zwarte bewustzijn als nooit tevoren. De vooral met dominee Martin Luther King geassocieerde Civil Rights Movement streed geweldloos voor gelijke rechten voor blank en zwart. Militant en radicaal waren de communistisch georiënteerde Black Panthers en Malcolm X, die zijn strijdbaarheid vooral ontleende aan de Islam.

Bij dat nieuwe zwarte bewustzijn hoorde natuurlijk ook muziek. Soul was de muziek van de Burgerrechtenbeweging. Je kon In Aretha Franklins Respect een song horen over een vrouw die fatsoenlijk behandeld wilde worden door haar vent, maar het was natuurlijk een oproep tot algeheel respect voor de zwarte Amerikanen.

In de funk, het wildere broertje van de soul, kwamen de radicalere opvattingen aan bod. Geen zanger of muzikant die de nieuwe zwarte trots zo goed wist te uiten als James Brown in Say it loud - I'm black and I'm proud.

Maar welk effect hadden Martin Luther King, de Black Panthers en Malcom X op de jazz, dat andere zwarte muziekgenre? Op die vraag wil de verzamel-cd Freedom, rhythm & sound een antwoord geven. De Engelse samensteller Gilles Peterson, als diskjockey een groot kenner van jazz in de allerbreedste zin van het woord, is ervoor in de krochten van zijn immense platenverzameling afgedaald. Sun Ra en Archie Shepp zijn voor jazzliefhebbers bekende naam, maar wie kent Horace Tap­scott & The Afrikan Peoples Arkestra of Pheeroah Ak Laff?

Maar dat is juist het punt dat Peterson wil maken. Het nieuwe zwarte bewustzijn deed zich volgens hem binnen jazzkringen vooral gelden in de underground, zoals die halverwege de jaren zestig ontstond. Jazzmuzikanten uit die hoek voelden zich kunstenaars in plaats van artiesten, traden liever op in gemeenschapscentra dan in de traditionele jazzclubs en hechtten groot belang aan hun Afrikaanse roots.

Sommige van de door Peterson geselecteerde muziek klinkt behoorlijk freakerig, maar het merendeel is toegankelijker dan je zou verwachten. Het zal komen doordat veel groepen zich nadrukkelijk presenteerden als collectief: gezamenlijk musiceren werd hoger aangeslagen dan individueel soleren. Swingen doet de muziek vaak wel. De groove is soms zelfs zo dwingend dat je er op zou kunnen dansen.

Wat bij beluistering van de dubbel-cd Freedom, rhythm & sound kan tegenstaan is het wel heel nadrukkelijk alternatieve karakter van de muziek. Het is toch een beetje de zwarte versie van hippiemuziek. Wat ook duidelijk spreekt uit de hoezen waarin dit soort jazz werd verpakt. Ze zijn verzameld in een boek dat tegelijkertijd met Freedom, rhythm & sound verschijnt.

We zien Amerikaanse mannen in Afrikaanse gewaden, veel afbeelding van farao's en piramides, krakkemikkige typografie en tekeningen die gemaakt lijken door de niet heel erg getalenteerde neefjes of nichtjes van de muzikanten. Een groter contrast dan met de strak vormgegeven jazzhoezen van bijvoorbeeld het Blue Notelabel lijkt ondenkbaar. In de begeleidende tekst valt nogal eens het woord rauw. Amateuristisch was misschien een passender omschrijving geweest.

Voor zowel cd als boek Freedom, rhyhtm & sound geldt: mooi dat deze muziek aan de vergetelheid wordt ontrukt, maar de jazzgeschiedenis hoeven we er echt niet voor te herschrijven. (PETER VAN BRUMMELEN)

null Beeld
Meer over