PlusInterview

Jason Reitman neemt stokje van zijn vader over met Ghostbusters-film: ‘Alsof de Beatles weer bij elkaar zijn’

Jason Reitman: ‘Er waren beelden die ik in mijn jeugd bedacht die nu per se in de film moesten.’ Beeld Getty Images
Jason Reitman: ‘Er waren beelden die ik in mijn jeugd bedacht die nu per se in de film moesten.’Beeld Getty Images

Jason Reitman neemt het stokje van zijn vader Ivan over met de liefdevolle en nostalgische vervolgfilm Ghostbusters: Afterlife. ‘In de kern is dit, net als veel van mijn eerdere werk, een film over familie.’

Joost Broeren-Huitenga

Het is compleet voor de hand liggend en tegelijk enigszins verrassend dat Jason Reitman een Ghostbusters-film heeft geregisseerd. Je zou kunnen zeggen dat hij ervoor in de wieg is gelegd, als zoon van filmmaker Ivan Reitman, de regisseur van de oorspronkelijke Ghostbusters-film uit 1984 en het vervolg uit 1989.

Toch biedt zijn cv tot nu toe niet direct aanleiding om hem in te huren als maker van een miljoenen kostende popcornfilm barstensvol visuele effecten. Reitman profileerde zich met films als Juno (2007), Up in the Air (2009) en Young Adult (2011) vooral als maker van bedachtzame werkjes rond personages in een existentiële crisis. “In mijn versie van Ghostbusters zou geen spook gevangen worden,” grapte Reitman zelf vijftien jaar geleden. “Er zou alleen maar gepraat worden over ghostbusten.”

Het liep anders, en nu is er Ghostbusters: Afterlife. Toch voelt het voor Reitman niet als een enorme stap. “Er was natuurlijk een steile leercurve wat betreft het gebruik van visuele effecten. Maar in de kern is dit, net als veel van mijn eerdere werk, een film over familie. Het is een verhaal over drie generaties ghostbusters, en dat was voor mij een persoonlijk verhaal, waarvan ik wist hoe ik het wilde vertellen.”

Nostalgie

Dat Reitman werd ingehuurd, lijkt deels ingegeven door het feit dat de Ghostbusters-franchise zelf ook in een soort existentiële crisis terecht was gekomen. Een reboot uit 2016, waarin een groep vrouwelijke komieken in de enorme schoenen van de oorspronkelijke ghostbusters stapten, werd een flop. Critici reageerden lauwtjes, en een kleine maar zeer vocale groep fans was ronduit vernietigend.

Ghostbusters: Afterlife is in tegenstelling tot die film een expliciet vervolg op de eerste twee films, en voelt in veel opzichten als een poging die fans terug te winnen. Maar misschien is dat gewoon het gevolg van het feit dat Jason Reitman zelf ook al zowat zijn hele leven een fan is.

“De hele film gáát over die nostalgie,” stelt Reitman. Dat is toch wat te veel eer. Zeggen dat de film erover gaat, impliceert dat hij iets te zeggen heeft of op wat voor manier dan ook commentaar levert op de groeiende hang naar een troostende verbeelding van het verleden. Een eerlijker manier om het te verwoorden is dat nostalgie de drijvende kracht van de film is.

Onbedoeld lijkt Reitman dat zelf ook te verwoorden, als hij de film omschrijft als ‘de fan fiction die ik bedacht als kind’. Want ook hijzelf was als jongetje een fan van de wereld die zijn vader had bedacht – tot en met een zelfgeknutseld proton pack, de iconische rugzakken-met-toverstaf waarmee de ghostbusters de geesten in bedwang houden.

“Als je als kind ergens fan van bent, wordt het onderdeel van je innerlijke wereld,” denkt Reitman. “Je hoofd zit vol met die personages, en dat komt eruit in de tekeningen of verhalen die je zelf bedenkt. Er waren beelden die ik in mijn jeugd bedacht die nu per se in de film moesten – zoals het moment waarin een geest wordt opgejaagd vanuit een door de straten scheurende auto.”

Eerbetoon

De film is in zekere zin ook een eerbetoon aan de in 2014 overleden komiek Harold Ramis, de medebedenker van de ghostbusters en vertolker van personage Egon Spengler. Het verhaal opent met de dood van dat personage, waardoor zijn dochter en kleinkinderen de afgelegen boerderij erven waar hij als kluizenaar leefde. Uiteraard waren daar spookachtige redenen voor.

Hoewel het verhaal grotendeels draait om die nieuwe generatie spokenjagers, geven de drie andere oorspronkelijke acteurs – Bill Murray, Dan Aykroyd en Ernie Hudson – ook acte de présence. Reitman: “Toen zij in kostuum de set op stapten, was het alsof de Beatles weer bij elkaar gekomen waren.”

Ook dat wordt breed uitgemeten in de pr-materialen, net als het feit dat vader Ivan Reitman bij alle opnamen aanwezig was. “Hij wilde altijd meer slijm,” lacht Reitman daarover. “Het was nooit genoeg. Wie er aan het langste eind trok? Laat ik het zo zeggen: er zit minder slijm in de film dan sommige mensen zouden willen. Misschien stoppen we in de volgende weer meer slijm.”

Want ja, zoals dat hoort in Hollywood: de deur naar een vervolgfilm staat wagenwijd open. “Ik hoop het,” zegt Reitman desgevraagd. “Ik zou het fantastisch vinden als deze film de basis wordt voor nog veel meer Ghostbusters-films.”

Nederlandse effecten

Hoewel de slotakte, zoals dat tegenwoordig gaat in spektakelfilms, verzandt in een flinke berg computereffecten, bevat Ghostbusters: Afterlife opvallend veel praktisch gerealiseerde effecten. “Het hoort bij het oorspronkelijke recept,” zegt Reitman daarover. “Niet voor niets was Ghostbusters de zeldzame komedie die een Oscarnominatie voor zijn visuele effecten binnenhaalde.”

De als animatronics tot leven gewekte hellehonden en andere fysieke effecten komen uit de koker van Nederlander Arjen Tuiten. De in het Friese Joure geboren effectenman begon zijn carrière ooit als lijkenschminker bij Baantjer, en maakte in Hollywood naam met zijn werk voor films als Pan’s Labyrinth en Malificent.

Ghostbusters: Afterlife van Jason Reitman is te zien in Arena, City, FC Hyena, De Munt, Pathé Noord, Soho House

Ghostbusters: Afterlife: Phoebe (Mckenna Grace) in de 'Ecto-1 jumpseat’. Beeld Kimberley French
Ghostbusters: Afterlife: Phoebe (Mckenna Grace) in de 'Ecto-1 jumpseat’.Beeld Kimberley French
Meer over