PlusExclusief

Jan Pieter Ekker ging op zoek naar het stilleven van zijn overgrootmoeder: ‘Ik zie dat de lijst wel wat liefde nodig heeft’

Jan Pieter Ekker voor Het Depot in Rotterdam. Beeld Anneloes Pabbruwee
Jan Pieter Ekker voor Het Depot in Rotterdam.Beeld Anneloes Pabbruwee

Het Depot in Rotterdam biedt sinds eind vorig jaar onderdak aan de collectie van Museum Boijmans Van Beuningen. Tussen die ruim 151.000 kunstwerken bevindt zich ook het olieverfschilderij Stilleven met cactussen, gemaakt door Lucie van Dam van Isselt. En zij is de overgrootmoeder van Jan Pieter Ekker, kunstjournalist bij Het Parool. Hij kon het voor het eerst met eigen ogen bekijken.

Jan Pieter Ekker

Lucie van Dam van Isselt (1871-1949) is de moeder van mijn opa, Martin Ekker. Ik herinner me nog dat er bij hem thuis in Bosch en Duin veel schilderijen van haar hingen en dat de zolder vol stond. Bij mijn ouders hingen ook wat schilderijen van Lucie, en ook een paar van haar man Evert Ekker, maar toen ik klein was wist ik niet dat haar werk ook in museale collecties zat of dat het een zekere waarde vertegenwoordigde. Ik kan me sowieso niet herinneren dat mijn ouders ooit iets over Lucie hebben verteld. Het ging nooit over kunst aan de keukentafel. Toen ik mijn oudste zus belde om te vragen of wij eigenlijk wel eens naar een museum gingen, moest ze lachen.

We zijn één keer met de hele familie naar een museum geweest, herinnerde zij zich, maar toen waren alle kinderen al uitgevlogen. Dat wist ik ook nog: het was in 1986, naar de opening van een Lucie van Dam van Isselt-tentoonstelling in Bergen op Zoom. Mijn opa vertelde daar een verhaal dat me altijd is bijgebleven, over een schilderij dat door mijn ouders was uitgeleend; een atelier-interieur dat normaliter in de woonkamer boven de schoorsteenmantel hing.

Dat verhaal gaat zo: mijn ouders waren beiden getrouwd toen ze elkaar leerden kennen. Voor mijn moeders vader, die van streng katholieken huize was, was dit verschrikkelijk; niet alleen ging zijn dochter scheiden, ze zou bovendien hertrouwen met een gescheiden, niet-katholieke man (van wie ze bovendien een kind verwachtte). Het duurde dan ook ruim een half jaar nadat ze getrouwd waren (ik was inmiddels geboren) voordat mijn vader op bezoek mocht komen bij zijn schoonouders. Toen hij op de drempel van de woonkamer stond, zag mijn vader het schilderij hangen. “Dat is van mijn oma,” zei hij. Het ijs was direct gebroken; dat atelier-interieur was het lievelingsschilderij van zijn schoonvader.

Roodborstje

Na diens dood kwam het schilderij terecht bij mijn ouders. Sinds de dood van mijn moeder hangt het bij mij thuis – niet omdat ik dacht dat het iets heel bijzonders was, maar vanwege de emotionele betekenis (bovenop de schildersezel zit een roodborstje, een vaker terugkerend symbool voor Lucies grote verdriet; na haar scheiding van mijn overgrootvader Evert Ekker – zelf ook een verdienstelijk schilder – mocht ze haar twee zoontjes niet meer zien).

null Beeld Anneloes Pabbruwee
Beeld Anneloes Pabbruwee

Ik heb nog een paar schilderijen van Lucie van Dam van Isselt, waaronder een prachtig portretje van mijn vader toen hij 12 jaar was. Afgelopen najaar heb ik dat uitgeleend aan Museum Veere, voor een grote tentoonstelling over Lucie van Dam van Isselt. Die tentoonstelling, Lucie van Dam van Isselt, een markante Veerse Joffer, was mede georganiseerd door mijn nicht Karen Ekker.

Zij was in 2019 een website begonnen met een oeuvrecatalogus, waarin inmiddels ruim 600 schilderijen, tekeningen en prenten van Van Dam van Isselt zijn afgebeeld en beschreven. Ondanks corona was het een van de best bezochte – en gewaardeerde – tentoonstellingen van de afgelopen jaren. Mijn 21-jarige dochter ging er met een vriendin naartoe. Ze was best trots, vertelde ze later; het meest ­bijzonder vond ze het om het portretje van haar opa in een museum te zien hangen. Door haar ging ik er ook weer anders naar kijken – maar dit terzijde.

Na haar scheiding hertrouwde Lucie van Dam van Isselt in mei 1909 met de kunstcriticus Albert Plasschaert, met wie ze in 1911 een reis naar Italië maakte. Na een bezoek aan het Uffizi in Florence besloot ze om voortaan alleen nog ­bloemen en kleine stillevens te schilderen.

Over die beslissing schreef ze in een brief aan haar vriendin en collega Jeanne ­Bieruma Oosting: ‘Het kwam doordat ik jaren geleden Titiaans Flora zag, die blanke, rossige vrouw met dat boeketje primula’s in de hand. Toen wist ik dat ik geestelijk en ambachtelijk niet verder kon reiken dan dit merveilleus geschilderde tuiltje bloemen.’

Die stillevens bevatten doorgaans huis-, tuin- en keukenspullen: ­schildersattributen en schrijfgerei, ­vogelnestjes uit de tuin en een vergiet, een braadpan of snijplank uit de keuken. Knoflook en rabarber, geraniums en duizendschoon. Ze zijn schijnbaar lukraak neergezet op een wit tafelkleed en voor een witbetegelde achtergrond.

null Beeld Anneloes Pabbruwee
Beeld Anneloes Pabbruwee

Haar stofuitdrukking en fijngevoelige sfeertekening werden gewaardeerd. ‘Mevrouw L. van Dam van Isselt schildert, gelijk vele dames, met het meeste succes stillevens, met name bloemen,’ schreef De Middelburgsche Courant al in 1916. In 1949 schreef Bieruma Oosting in haar in memoriam in De Groene Amsterdammer: ‘Zoals iedere schilder een eigen kleurenprogramma heeft, was Lucie bij uitnemendheid de schilderes in het wit, van al de witten in hun nuances, koel en warm, en werden haar stillevens meestal gecomponeerd in die toonsoort, waarin korte, geestige toetsen de nodige afwisseling brachten in ­contrasterende kleuren. (…) Hoewel behept met Franse gratie is het werk typisch ­Hollands. (...) In haar schilderijen zal ze nog jaren lang voortleven!’

2 voor 12

Kort geleden was Lucie van Dam van Isselt een vraag in de kennisquiz 2 voor 12 (1,5 miljoen kijkers); ze werd omschreven als ‘een van Neerlands beste bloemschilders’. “Critici waren lovend over haar werk. ‘Juwelen van het zuiverste water,’ zo werden haar doeken wel omschreven,” aldus presentator Astrid Joosten, die erbij keek alsof ze wist waar ze het over had. De kandidaten moesten het antwoord overigens opzoeken.

De werken van Lucie van Dam van Isselt bevinden zich in de collecties van tal van musea: het Rijksmuseum heeft een aantal etsen, het Stedelijk Museum heeft een paar werken, net als het Van Abbemuseum in Eindhoven (daarover later meer) en het Kunstmuseum in Den Haag. Teylers Museum in Haarlem heeft het fraaie ­schilderij Madeliefjes in een zilveren beker op zaal hangen (en verkoopt nu in de museumwinkel een ansichtkaart van Lucies tekening Zonnebloemen in een vaas, waarvan de opbrengsten naar Oekraïne gaan – de zonnebloem is de nationale bloem van Oekraïne). Boijmans Van Beuningen heeft dus dat stilleven met cactussen, ergens in Het Depot.

Die bovenmaatse bloempot is een werkgebouw waar registratie, bruikleenverkeer, conservering, restauratie en onderzoek plaatsvindt. Zowel de objecten als de zorg voor de kunstcollectie zijn er zichtbaar. In de woorden van hoofd collectie en onderzoek Sandra Kisters: ‘Het Depot is het eerste publiek toegankelijke kunstdepot ter wereld zijn waar een gehele collectie is samengebracht’.

Kralentapijt

Voor 20 euro kun je eindeloos door het gebouw dwalen. De liften, gaanderijen en diagonale trappen, die doen denken aan de schilderijen van Piranesi, bieden uitzicht op rekken met schilderijen en zelfportretten van Carel Fabritius, Carel Willink, enorme vitrinekasten vol aardewerk, porseleinen vazen en tinnen pullen. Op de bovenste verdieping ligt een prachtig kralentapijt van Suzan Drummen, iets verderop staat mijn favoriet: het beeld van de ­Italiaanse kunstenaar Maurizio Cattelan, die zijn hoofd nieuwsgierig door een stuk museumvloer steekt.

Het is ook mogelijk om deel te nemen aan een rondleiding, die niet alleen langs een aantal hoogtepunten leidt, maar ook een van de niet voor het publiek toegankelijke depots aandoet. Daar zijn er in totaal tien van: twee voor kleine organische en gecombineerde materialen (papier, leer, textiel, been), twee voor kleine anorganische materialen zoals glas en keramiek, en een voor groot formaat organische en gecombineerde materialen, waaronder meubelen, fietsen, tapijten en kunstwerken. Ook zijn er depotcompartimenten voor metaal en kunststof, voor werken op papier (met ruim 88.000 werken de grootste deelcollectie van het museum) en twee schilderijendepots met enorme, verrijdbare Bruynzeelopbergsystemen.

null Beeld Anneloes Pabbruwee
Beeld Anneloes Pabbruwee

Stilleven met cactussen hangt ergens in het grootste schilderijendepot, A2.13, een halfronde ruimte waar circa 2300 schilderijen en lijsten worden bewaard, weet ­Boijmans-registrar Roelie Zijlstra. Registrars zijn voornamelijk verantwoordelijk voor de bruiklenen intern en buiten het museum – Zijlstra is gespecialiseerd in moderne kunst. Samen met Kia Kubic, medewerker collectiebeheer, sluiten we aan bij een groepje bezoekers dat voor de deur van het schilderijendepot staat. Die gaat niet zomaar open; slechts een beperkt aantal suppoosten kan de deuren openen, met een pasje én door hun rechterhand op een biometrische scanner te leggen.

Voordat we naar binnen gaan, heeft de gids eerst een aantal ‘huishoudelijke mededelingen’: “Het is, net als in een gewoon museum, streng verboden iets aan te raken of in de buurt te komen van een rek. Er mogen wel foto’s worden gemaakt, maar niet met flits. En direct achter de deur ligt een plakmat; gelieve daar even goed op te stappen, zodat alle viezigheid van je schoenen verdwijnt.”

“Normaliter is een depot een plek waar kunst komt om te rusten,” vult Kubic aan, terwijl ze een trapje pakt. “Je bent de hele tijd bezig om zo beschermend mogelijk bezig te zijn, maar door het publiek wordt het kwetsbaarder en dat is soms moeilijk te accepteren. Mensen komen soms heel dicht bij de kunst.”

Rek 59

We lopen langs Rembrandts Titus aan de lezenaar en Pieter Bruegels De kleine toren van Babel naar Rek 59. “Hier moet ie zijn,” zegt Kubic beslist. “Aan de achterkant.” Dat klopt, zo blijkt nadat ze het rek voorzichtig naar voren heeft getrokken. Stilleven met cactussen hangt tussen Marius Richters’ Portret van Meester Pieter Jacobus Oud (1941), een stilleven (1931) van Harm Kamerlingh Onnes en een potloodportret van Dr. A.J. Domela Nieuwenhuis door Jan Toorop, uit 1924. Het schilderij wordt op een speciaal karretje geplaatst en tussen het publiek door naar een speciale ruimte gebracht om het eens goed te bestuderen. “Kijk, daar gaat er eentje, zegt een bezoeker als de kar met het schilderij in een lift verdwijnt. “Je moest eens weten,” denk ik, “het is er niet zomaar eentje; het is gemaakt door mijn overgrootmoeder!”

null Beeld Studio Tromp
Beeld Studio Tromp

Het schilderij is groter dan ik dacht op basis van de beschrijving op de website (hoogte 32 cm, breedte 41 cm), maar dat komt ook door de ferme gouden lijst. Op het schilderij staan vijf cactussen in wit uitgeslagen bloempotten tegen een wandje van witte tegels. Het is gesigneerd in de rechterbovenhoek, een jaartal ontbreekt. “Het is een superhedendaagse voorstelling. Het is nu heel hip om zo’n tafereel met cactussen thuis te hebben; ik kan me voorstellen dat het een groter publiek aanspreekt,” zegt Kubic terwijl ze het schilderij in de studiezaal aan een nauwkeurige inspectie onderwerpt. “Ik zie dat de lijst wel wat liefde nodig heeft. Maar dat gebeurt pas als een werk wordt getoond; dan gaan we bekijken wat voor behandeling er nodig is.”

Zijlstra heeft haar laptop opengeklapt en Stilleven met cactussen opgezocht in The Museum System (TMS), een dataregistratiesysteem voor musea. “Voor zover is terug te vinden in de archieven, heeft het schilderij nog nooit ergens gehangen,” zegt ze, half verontschuldigend. “Dan heeft het geen prioriteit qua behandeling.”

Volgens TMS was Lucie ‘circa 29 tot 78 jaar’ toen ze Stilleven met cactussen schilderde. Een vrij ruime datering, aldus Zijlstra. “Maar omdat we het niet weten, staat er wanneer zij het redelijkerwijs zou hebben kunnen gemaakt. Is bij jou wel bekend wanneer ze het gemaakt kan ­hebben?”

Een appje naar mijn nicht biedt uitkomst. ‘Circa 1920,’ antwoordt zij. Niet veel later volgt een tweede appje; ze heeft het even gecheckt bij Wim Blok, die uitgebreid onderzoek heeft gedaan naar Lucie van Dam van Isselt en meerdere tentoonstellingen rond haar werk heeft georganiseerd. ‘Rond 1920, zeker niet daarna. Ik zou gaan voor 1915-1920’. “Het werk is afkomstig uit de collectie van Suzanne de Stuers-Teding van Berkhout. Zij werd ook geportretteerd door Walter Vaes en Lucie en zij zullen elkaar zeker gekend hebben,” meldt Blok ook nog.

Dat komt overeen met de informatie in TMS; het schilderij is in 2005 in de museumcollectie terechtgekomen, uit een legaat van dr. S.C.L. Vreede-de Stuers. “De legator was cultureel antropoloog en socioloog aan de UvA. Het lijkt erop dat de familie van de legator en de kunstenaar elkaar kenden uit het Zeeuwse Veere,” leest Zijlstra in het conditierapport op haar scherm.

Handschoentjes

Het museum krijgt wel vaker schenkingen, maar niet alles wordt geaccepteerd. Soms gaat een schenking gepaard met een verzoek of er gewaarschuwd kan worden als het werk wordt getoond. “Maar die vraag is eigenlijk niet te beantwoorden, het kan wel dertig jaar duren,” aldus Zijlstra. “Als er nu aanwinsten op gebied van moderne kunst binnenkomen, zeg ik altijd: we hebben het over de eeuwigheid. Iets wat nu onbelangrijk lijkt te zijn, kan over vijftig jaar heel belangrijk blijken te zijn. Alles in de collectie wordt op die manier bekeken; we trekken ook voor alles handschoentjes aan; niet alleen voor Dalí en de oude meesters, maar ook voor jouw overgrootmoeder.”

Er hoeft in ieder geval niet te worden gevreesd dat Stilleven met cactussen van de hand wordt gedaan, zegt Kubic. “Ontzamelen doen we wel, maar het gebeurt heel minimaal. Daarbij gaat het met name om kunstnijverheid en om dubbele werken. Schilderijen doen we eigenlijk nooit weg; dit werk zal hier gewoon blijven.”

Er kunnen allerlei redenen zijn waardoor een schilderij op een dag toch opeens komt bovendrijven, vervolgt Kubic. “Op de landschapstentoonstelling À la campagne – Het Franse licht van Maris tot Monet in het Fries Museum worden nu werken uit onze collectie getoond die wij zelf niet ­eerder hebben laten zien. Doordat we onze collectie veel beter in kaart hebben gebracht, komen werken makkelijker bovendrijven. Dat was precies de bedoeling van directeur Sjarel Ex: collega-­conservatoren die voor een bepaald schilderij komen, krijgen ook nog tien andere ­schilderijen te zien.”

Stilleven met cactussen staat nu weer op het netvlies van Ex (“Wat een leuk schilderij is dat, hè?”), wellicht zorgt dat ervoor dat hij op een dag plaats inruimt in een van de vele vitrines in het Depot. “Het is goed mogelijk dat we de in vergetelheid geraakte vrouwelijke kunstenaars een keer presenteren in een van de drie tentoonstellingsruimtes. Er wordt geregeld gewisseld; we streven naar veel dynamiek en interactie, zodat elk bezoek aan het depot weer nieuwe indrukken en dwarsverbanden oplevert.”

Onderzoeker Bram Donders is sinds oktober 2021 bezig met het beter ontsluiten van vrouwelijke beeldende kunstenaars uit de collectie negentiende eeuw (1789-1914) van Boijmans Van Beuningen. Het gaat om zo’n 1200 werken waarvan de meeste op papier zijn gemaakt, maar Boijmans heeft ook 31 schilderijen van vrouwelijke kunstenaars. “Bij mijn inventarisatie kwam ik ook het schilderij van Lucie tegen. Ik vrees dat het buiten de scope van mijn onderzoek zal vallen, daar het stilistisch gezien later gemaakt lijkt te zijn, maar het is een leuk werkje.”

Post-itje

Maar ook voor winkeldochters kan er hoop zijn, juist vanwege het feit dat het winkeldochters zijn, zo bleek in de zomer van 2013 in de tentoonstelling Bourgeois ­Leftovers in De Appel, dat destijds nog was gevestigd aan de Prins Hendrikkade. De tentoonstelling was samengesteld door zes jonge curatoren die in opleiding waren bij De Appel. Toen zij achter de schermen mochten kijken bij het Van Abbemuseum viel hen een stapeltje archiefpapier op waar een post-itje op zat met de woorden ‘Bourgeois Leftovers’. Het bleek om werken te gaan uit de verzameling van sigarenfabrikant Henri van Abbe, de stichter van het museum. Maar dan om klassieke, burgerlijke salonkunst, afgekeurd voor de vaste opstelling van het museum, dat vanaf eind jaren veertig een beleid inzette op internationale, vernieuwende kunst.

Het curatorenklasje haalde onder meer een liggend naakt van Jan Sluijters uit het depot naar Amsterdam, een stilleven van Bart Peizel, een portret van Johannes Franken én Sterrekers met kievitseieren, een ‘huis-, tuin- en keukenstilleven’ van Lucie van Dam van Isselt. Zijlstra, monter: “Door dit artikel wordt Stilleven met cactussen ook weer zichtbaar – wie weet wat ermee gebeurt?”

Depot Boijmans Van Beuningen is di t/m zo geopend. Meer informatie over Lucie van Dam van Isselt is te vinden op lucievandamvanisselt.nl

null Beeld Anneloes Pabbruwee
Beeld Anneloes Pabbruwee
Meer over