PlusOuder&kind

Iven over zoon Jazz: ‘Bij hem moesten we het ouderschap nog uitvogelen’

Jazz & Iven. Beeld Harmen de Jong
Jazz & Iven.Beeld Harmen de Jong

Omdat Jazz de oudste van zijn zeven kinderen is, heeft Iven een speciale band met hem. Die band werd nog hechter toen Jazz drieënhalve maand in het ziekenhuis lag. ‘In die periode sliep papa elke avond bij mij op de kamer.’

Iven Cudogham (44)

“Afgelopen zomer hebben we meegedaan aan het programma Een huis vol, waarin grote gezinnen worden gevolgd. Het was het goede moment om mee te doen nu Jazz, onze oudste, over een tijdje misschien het nest gaat verlaten. Het is een heel integer gemaakt programma, ik denk dat het zo populair is omdat iedere ouder zich erin herkent. Of je nu zeven kinderen hebt, zoals wij, of één; liefde is de verbindende factor.

Toen ik Cynthia ontmoette was ze vijftien en ik zeventien jaar, ze zei toen al dat ze een groot gezin wilde en in het centrum van Amsterdam wilde wonen. Het is allebei uitgekomen.

De eerste pannenkoek mislukt altijd, is een quote van Daphne Deckers. Jazz is onze eerste en hij is allesbehalve mislukt, maar met hem moesten we het ouderschap nog uitvogelen. Bij elk kind erna werd alles alleen maar relaxter. Des te strakker de planning, des te groter de teleurstelling – dat is iets wat je wel leert met zo veel kinderen.

Omdat hij mijn oudste is, is de band met Jazz heel speciaal. Een van de mooiste reizen die ik heb gemaakt was met hem samen, naar New York, toen hij in groep 8 zat.

Ik herken veel van mezelf in Jazz. We kunnen allebei charmant zijn en heel open, maar soms ook in onszelf duiken met een bepaalde blik die daarbij hoort. Ik probeer hem te leren dat je je altijd bewust moet zijn van wat je uitstraalt, je non-verbale communicatie kan voor of tegen je werken.

Het klinkt misschien gek als vader van zeven kinderen, maar ik hou helemaal niet van opvoeden. Maar kinderen hebben nu eenmaal grenzen nodig. Nu Jazz ouder is, vind ik het steeds leuker worden; de rol van coach past me beter.

Ik heb gewerkt als tv-presentator, ben kinderboekenschrijver en geef les op scholen in talentontwikkeling. Als je weet waar je goed in bent, kun je met hard werken worden wie je bent. Het zou mij niets verbazen als Jazz later, net als ik, iets in de media gaat doen.

Ik ben geen strenge vader, maar ik ben ook zeker niet de beste vriend van mijn kinderen. Jazz mocht niet tot laat op straat hangen of blowen en drinken. Vroeg rijp is vroeg rot, en voor experimenteren heb je later in je leven nog tijd genoeg. Vriendschap en relaties zijn belangrijk, maar familie is er voor altijd. Dat we er voor elkaar zijn, daar draait het uiteindelijk om.”

Jazz Cudogham (19)

“Een groot gezin is heel gezellig, er is altijd iemand in de buurt, het is nooit saai. Als oudere kinderen helpen we onze ouders met de jongsten, door op te passen. Voor elkaar zorgen doen we automatisch. Ik merk wel dat het bijzonder is, met zo veel kinderen in het centrum van Amsterdam wonen met ouders die al heel lang samen zijn. De reacties die ik krijg op Een huis vol zijn heel leuk, het was heel bijzonder om de opnames van ons als gezin terug te zien.

Ik denk dat mijn ouders wel geluk met mij hebben: ik ben nog nooit te laat of onder invloed thuis gekomen, ook al mochten mijn vrienden meestal veel langer wegblijven. Toen vond ik het natuurlijk weleens irritant dat ze zo streng waren, maar nu snap ik het wel.

Eigenlijk mogen we vrij veel, er zijn gewoon een paar dingen waar papa heel duidelijk over is. Hij laat mij meer los sinds ik achttien ben. Hij zegt niet meer dat ik iets niet mag, hij raadt me alleen nog dingen af. Meestal luister ik wel naar zijn advies. Papa vindt het belangrijk dat we als gezin een team zijn en dat we het beste uit onszelf halen.

Onze reis naar New York was geweldig, ik weet nog dat we enorme hamburgers aten in Harlem, dat we door de stad gingen fietsen en dat ik de rook uit de putten in de stoep heel indrukwekkend vond. Ik draag nu een zilveren ketting die mijn vader in New York kocht toen hij zelf negentien was.

Onze band was altijd al hecht, maar werd versterkt toen ik heel erg ziek werd op mijn dertiende en net naar de middelbare school ging. Van de ene op de andere dag had ik last van heftige buikgriepklachten en moest ik wel twintig keer op een dag overgeven. Uiteindelijk heb ik drieënhalve maand in het ziekenhuis gelegen voor onderzoeken. Het was een ­heftige tijd, iedereen was heel bezorgd – ook omdat het om een ­hersentumor zou kunnen gaan.

Ik bleek last te hebben van een maagverlamming, waarbij eten traag wordt verteerd. Ik ben daarna een tijdje met een sonde in mijn neus naar school gegaan. In die periode in het ziekenhuis sliep papa elke avond bij mij op de kamer, daardoor heb ik meer dan mijn broertjes en zusjes één-op-één tijd met hem doorgebracht en hebben we elkaar beter leren kennen.”

Iven Cudogham (44), schrijver kinderboekenreeks over Anansi de spin
Cynthia Cudogham (42), eigenaar ­kinderkookclub Stip & Tijger
Jazz Cudogham (19), heeft een tussenjaar, werkt bij restaurant Daalder
Kik Cudogham (15), 3-havo, Alasca
Loïs Cudogham (14), 2-havo, Finse School
Pixie-Lien Cudogham (11), groep 8, De Burght
Twiggy Cudogham (8), groep 4, De Burght
Seven Cudogham (6), groep 3, De Burght
Oos Cudogham (4), groep 1, De Burght

Het gezin woont in een huurhuis in ­Centrum.

Ook samen in Het Parool? ouderenkind@parool.nl

Sarah en Tamara. Beeld Harmen de Jong
Sarah en Tamara.Beeld Harmen de Jong

Tamara en dochter Sarah zijn beiden gediagnosticeerd met dyslexie. Tamara richtte een stichting op om mensen met dyslexie meer zelfvertrouwen te geven. ‘Dyslexie is een rode draad in mijn leven.’

Tamara Vreeken (49)

“Met drie dyslectische kinderen heb ik 100 procent gescoord. Dyslexie is een rode draad in mijn leven, ik heb het, net als mijn vader en broertje. Het heeft een erfelijke component. Voor mijn vader, mijn broer en mij was school vreselijk. Mijn juffen vonden me lui en dachten dat ik moeilijk leerde.

Hoe langer ik op school zat, hoe dommer ik me voelde en hoe meer ik me in mezelf terugtrok. In die tijd had niemand nog van dyslexie gehoord. Mijn moeder, die zelf op onderzoek was uitgegaan, kwam als eerste met de diagnose. Zij heeft voor ons op de barricaden gestaan.

Pas op mijn werk, als projectmanager op een ontwerpbureau, kwam het plezier in mijn eigen kunnen. Toen ik Sarah voor het eerst naar school bracht, voelde ik me weer dat domme kleine meisje. Ik dacht al aan dyslexie, maar Saars leraar wist zeker dat het aan haar ogen lag. In groep 4 is ze eindelijk getest en bleek dat ze geweldig dyslectisch is. Gelukkig is Saar superzeker van zichzelf, maar ook zij heeft, net als haar broer en zus, last gehad van issues met zelfvertrouwen. Ingmar, mijn man, en ik hebben voor elk kind moeten vechten om een fijne leeromgeving te creëren.

Op Sarahs middelbare school gaf de lerares biologie voorbeelden van psychische stoornissen en noemde naast depressie ook dyslexie. Saar stak haar vinger op en zei dat dyslexie geen stoornis is. Dat ze zich zo goed staande houdt en in zichzelf gelooft, is een enorme inspiratie voor mij. Saar is een echte doorzetter. Ze heeft drie jaar op topniveau geroeid en trainde elke dag twee uur.

Ze zit nu op de kunstacademie en is daar op haar plek. Ze is een conceptdenker: wat ze bedenkt, ziet ze voor zich. Saar heeft een heel fijn brein. Voor haar profielwerkstuk heeft ze een jurk gemaakt met een rok – plus een enorme sleep – van bubbeltjesplastic en een lijfje van spijkerstof. Daarvoor kreeg ze een tien.

Mijn opvoeding is gericht op zelfredzaamheid, ik heb geprobeerd tips door te geven. Zo kan ik niet onthouden of je vogel of fogel schrijft. Dan denk ik aan een vliegtuig: vogels vliegen, dus een v. Wat ik wil bereiken, is het inzicht dat een dyslect een anders werkend brein heeft met nadelen en voordelen. In sommige dingen, zoals lezen en schrijven, zijn we niet goed, maar we kunnen uitblinken op terreinen als denken in mogelijkheden, empathisch vermogen en ruimtelijk inzicht.”

Sarah Vreeken (19)

“Bij ons aan de eettafel komt dyslexie vaak langs. We maken er grappen over of we vragen ons af hoe je een woord spelt. Mijn vriendje is ook dyslectisch en als we het niet weten, komen we altijd bij mijn vader uit. Papa geeft zoveel liefde. Soms komt hij naar me toe en vraagt: ‘Heb ik je vandaag al gezegd hoeveel ik van je hou?’ Op de kunstacademie speelt dyslexie geen rol. Veel studenten en docenten zijn hartstikke dyslectisch. Het is inspirerend om te merken hoe anders iedereen denkt. Door veel samen te werken, kan ik mezelf ontwikkelen en nog beter worden.

Het enige waar ik aan moet wennen, is dat iedereen zo creatief is. Op de middelbare school was ik een van de weinigen en kreeg ik vaak complimenten. Nu is iedereen goed en val ik minder op. Voor mijn toelatingsexamen heeft mama me vooraf geholpen. Het lukt me niet altijd om mijn ideeën te verkopen. Mama luistert eerst naar wat ik wil vertellen en doet dan suggesties om het beter te maken.

Op de basisschool hoorde ik bij de slechte leerlingen. In groep 6 las ik nog op het niveau van groep 3. Omdat mama zelf ook moeite had op school, is het fijn dat ze begrijpt waarom het niet lukt. Ze is nooit ongeduldig, maar stimuleert. Op de basisschool oefenden we thuis elke dag twintig minuten met werkjes die dyslecten moeilijk vinden. Als ik daarna op school merkte dat het beter ging, gaf me dat zoveel power. Ik vind het goed dat mama een stichting heeft opgericht om mensen met dyslexie te helpen meer zelfvertrouwen te krijgen en hun eigen talenten te ontwikkelen.

Vorig jaar ben ik gestopt met roeien door een combinatie van corona, waardoor de wedstrijden niet doorgingen, en mijn eindexamenjaar. Ik vond het fijn om meer tijd te hebben voor mijn examen, later naar bed te kunnen en tijd te hebben voor feestjes. Als ik in Utrecht woon, waar ik studeer, ga ik zeker weer roeien.

We zijn allemaal heel sportief. We gaan vaak op fietsvakantie. We starten voor de deur en nemen alles mee wat we nodig hebben – zoals potten, pannen, kleren, tenten en slaapzakken – en fietsen dan in een dag of tien naar Frankrijk of Duitsland.

We kunnen goed samenwerken, als een van ons geen zin meer heeft, ­slepen de anderen hem er doorheen. Op de fietstochten heb ik zo veel geleerd over mezelf, wat mijn kwaliteiten zijn. Op drukke wegen fietst papa voor, mama achter en wij drie ­ertussenin.”

Tamara Vreeken (49), medeoprichter HOI Foundation
Ingmar Vreeken (52), consultant ICT
Sarah Vreeken (19), eerstejaars ­Hogeschool voor de Kunsten Utrecht
Emma Vreeken (16), 5 havo ­Montessori Lyceum
Tobias Vreeken (16), 4 mavo ­Spinoza20First

Tamara, Ingmar, Sarah, Emma en Tobias Vreeken wonen in een appartement in de Rivierenbuurt.

Ook samen in Het Parool? ouderenkind@parool.nl

Sharon & Nadesty. Beeld Harmen de Jong
Sharon & Nadesty.Beeld Harmen de Jong

Op haar veertiende werd Nadesty gediagnosticeerd met leukemie. Sharon is toen gestopt met werken om bij haar dochter te kunnen zijn. ‘Ik was bijna elke dag bij haar in het ziekenhuis.’

Sharon Landvreugd (43)

“Nadesty en ik lijken totaal niet op elkaar. Ze lijkt veel meer op haar vader. Zij kunnen allebei erg direct zijn. Dat wordt goed bedoeld, maar kan soms wel hard aankomen. Ze verheft in zo’n situatie snel haar stem: dat heeft ze absoluut van haar vader.

In 2014 werd ze ziek: ze had leukemie. Ze is toen een half jaar ziek geweest, en eind 2017 kwam het terug. Toen is ze 1,5 jaar ziek geweest. Toen ik hoorde dat ze leukemie had, stond alles stil. De grond zakte weg onder mijn voeten. We waren al hecht, maar Naddy’s ziekte heeft ons closer gemaakt. Ik was bijna elke dag bij haar in het ziekenhuis. We hebben toen veel gesprekken gevoerd, over wat we voelden, over hoe het met ons ging, maar ook over het leven in het algemeen. Ik heb het gevoel dat we elkaar beter hebben leren kennen in die tijd.

Hoewel het een vreselijke tijd was, waren er ook mooie momenten. In het ziekenhuis lagen we altijd samen in haar eenpersoonsbed dicht tegen elkaar aan. Dan voel je zo’n intense liefde van elkaar. Als ze soms een paar dagen thuis was, legden we alle matrassen op de grond van de woonkamer en sliepen we daar met het hele gezin bij elkaar. Dat zijn, gek genoeg, prachtige herinneringen.

Naddy is echt een strijder. Als ze iets wil, rust ze niet voor ze dat heeft bereikt. Ze wilde koste wat het kost haar havodiploma halen. Na haar ziekenhuisopname was het heel zwaar om terug naar school te gaan. Aan het einde van de dag haalde ik haar vaak huilend op. Ik zei tegen haar: van mij hoef je dat diploma niet te halen. Maar elke ochtend stond ze weer netjes, op tijd, klaar met haar tas en maakte ze de hele dag vol. Ik leer in dat opzicht echt van haar. Het geeft mij de moed en de kracht om door te gaan als ik even over iets kleins klaag.

Bang dat ze dood zou gaan, was ik nooit. Ik heb er natuurlijk wel over nagedacht, maar mijn geloof heeft me daar doorheen geholpen. Ik wist: dit is een zware strijd die we nu moeten voeren, maar het einde wordt prachtig. En dat klopte: ze is nu een prachtige, hardwerkende jonge vrouw.

Hoewel Naddy niet meer thuis woont, spreken we elkaar nog heel veel. Ze woont hier vlakbij, bij mijn ouders, dus ik zie haar elke dag en we appen en bellen veel. Mede daarom vind ik het niet zo erg dat ze niet meer thuis woont: het gaat erom dat zij van haar leven kan genieten en gelukkig is.”

Nadesty Landvreugd (21)

“Ik ben niet per se streng opgevoed, maar mijn moeder was erg voorzichtig met me. Ik kon haar nooit spontaan sms’en dat ik in het Vondelpark was, dat moest ik minstens een week van tevoren vragen en dan wilde ze precies weten met wie ik was en hoe laat ik thuis zou zijn.

Volgens mij komt dat doordat ze erg jong was toen ze mij kreeg, en ik haar eerste kind ben. Bij mijn broertje en zusje is ze losser: ik denk dat ze zag dat het met mij goed ging en dat ze bij hen wat lakser kon zijn. Behalve die voorzichtigheid was ze vooral heel lief en zorgzaam. Ze wilde en wil altijd alles van me weten: hoe het met me gaat, wat ik uitvoer, maar ook wat ik ’s avonds heb gegeten, haha.

Toen ik ziek werd, is mijn moeder gestopt met werken. Ze was vijf nachten in de week bij me. We leefden samen in het ziekenhuis en hadden een eigen routine. We keken elke avond samen om half tien The Big Bang Theory. Dan lagen we met zijn tweetjes hardop lachend in bed en konden we twintig minuten vergeten wat er aan de hand was.

Mijn vader kwam in de weekenden. Bij moeilijke momenten ging hij vaak naar de gang: hij vond het heel moeilijk om mij met pijn of in paniek te zien. Mijn moeder bleef altijd binnen om me te helpen en te kalmeren.

De eerste keer dat ik ziek werd was ik veertien. Ik was toen vooral bezig met de lichamelijke pijn, ik stond minder stil bij wat er precies gebeurde. Ik leefde echt van dag tot dag. De tweede keer was ik achttien, dat was mentaal zwaarder: ik miste veel mijlpalen, zoals de examenreis en de diploma-uitreiking. Ik heb nog nooit in mijn leven een uitreiking van iets gehad, daar baal ik wel van.

Mijn moeder en ik zijn echt een team samen. We zijn heel verschillend, maar in discussies vormen we vaak een front. Als ik bijvoorbeeld ruzie heb met mijn vader, kiest mijn moeder volgens hem altijd mijn kant.

Ik ben heel druk met studeren, en nu ik niet meer thuis woon, zie ik mijn moeder minder vaak. De vrije tijd die ik heb, besteed ik vooral met mijn vrienden. Maar we bellen elkaar elke dag minstens twee keer. Ze wil alles van mijn leven weten, maar ik wil haar ook graag alles vertellen.

Als ik zeg dat ik haar alles vertel, bedoel ik echt alles. Natuurlijk zijn er wel dingen waar mijn vriendinnen meer details van krijgen dan mijn moeder, maar ze weet wel alles.”

Anthony Landvreugd (47), horecaondernemer
Sharon Landvreugd (43), pedagogisch medewerker
Nadesty Landvreugd (21), student journalistiek
Faraisa Landvreugd (18), student social work
Nafairon Landvreugd (13), tweede klas Calvijn College

Sharon, Anthony en de twee kinderen wonen in Oud-West. Nadesty woont bij haar grootouders in Oud-West, om de hoek bij haar ouders.

Ook samen in Het Parool? ouderenkind@parool.nl

Mieke & Daan. Beeld Harmen de Jong
Mieke & Daan.Beeld Harmen de Jong

Gezondheid en sport zijn erg belangrijk bij Mieke thuis. Daan probeerde allerlei sporten tot hij surfen ontdekte en dat zijn lifestyle werd. ‘Toen hij terugkwam uit Australië was hij een man.’

Mieke Wit (60)

“Toen ik in verwachting was, kreeg ik ’s nachts een visioen van een jongetje op de voorplecht van een zeilboot. Bij zo’n jongen past de naam Daan, dacht ik, helemaal in combinatie met de achternaam Zeegers. Het is zo grappig dat Daan, als fanatiek surfer, de jongen is geworden die ik in dat visioen heb gezien. Roland en ik sporten veel en we wilden graag dat onze kinderen ook dat plezier leren kennen. Daan koos eerst sporten die niet echt bij hem pasten, tot hij het surfen ontdekte, dat heeft hij nooit meer losgelaten. Het is zelfs zijn lifestyle geworden.

Als jongetje was Daan vrij solistisch. Dat is veranderd toen hij op zijn achttiende op reis ging naar Australië. Toen heij terugkwam, was hij een man, compleet met lang haar en een baard.

Eén van de eerste keren dat we met vakantie gingen, hadden we een huisje gehuurd. Dat was aardig, maar het lijkt nogal op thuis. Daarna hebben we een oude bus gekocht en die omgebouwd tot camper. Daar zijn we acht jaar mee op stap geweest.

Daan en Isabel praten nog altijd vol liefde over die vakanties, daarom is het zo leuk dat Daan ook zo’n soort bus heeft gekocht. Die bus had nog wel wat malheur, maar Roland kan alle dingen die niet functioneren weer functionerend krijgen. Wij hebben ons ingekocht en gaan er ook mee op vakantie.

De bus heeft een groot bed waaronder Daans surfplanken passen en in ons geval de racefietsen. Ik vind het geweldig, je hebt je huis bij je en de vrijheid om te gaan en staan waar je wil, want wij kamperen graag wild. Ik doe nu wel stoer, maar ik wil ook graag eens mijn haar wassen.

Hoewel Daan fysiek op mij lijkt, zie ik in zijn karakter meer elementen van Roland. Ze zijn allebei heel sportief en zetten zich volledig in voor iets wat ze willen. In het klussen lijkt Daan misschien iets meer op mij. Roland gaat voor 110 procent resultaat, wij vinden 95 procent genoeg.

Daan en zijn vriendin Sanne zijn hun toekomst aan het verkennen. Ze aarzelen of ze een vaste baan zoeken of zelf gaan ondernemen. Ik pas op dat ik geen ongevraagd advies geef. Ik ben van een generatie die met een vaste baan geld verdient. Zij willen misschien in verschillende landen leven en digitaal zaken doen. Dat maakt mij onrustig, maar ik houd mijn cynisme voor me. Sanne en Daan zijn wijs genoeg.”

Daan Zeegers (26)

“Voor ik naar Australië ging, was ik een verlegen mannetje. Daar werd ik gedwongen zelf vrienden te maken. Net aangekomen in het hostel zag ik mensen die huilend hun ouders belden, dat wilde ik echt niet. Ik ben in de gemeenschappelijke ruimte gaan zitten en heb iemand aangesproken. Ik moest een barrière over, maar al snel spraken we uitgebreid met elkaar. Alle twee in slecht Engels, tot bleek dat we allebei uit Nederland kwamen. Al snel merkte ik dat veel mensen alleen reizen en dat het makkelijk is iemand te leren kennen.

Mijn ouders vinden gezondheid belangrijk. Ze letten op dat we gezond en biologisch aten. Als klein jongetje ging ik elke zaterdag met mijn vader boodschappen doen op de Noordermarkt. Dan liepen we hand in hand, ik heb daar nog altijd warme herinneringen aan.

Ze vinden sport ook belangrijk. Ik had er eerst niet zoveel zin in en heb van alles geprobeerd. Zo was ik een luie voetballer. Als keeper zat ik vaak voor het doel, dan riep mijn vader dat ik mee moest doen en antwoordde ik dat de bal nog ver weg was.

Het lijkt wel of mama sportiever is dan ooit, soms gaan we gezellig samen spinnen. Ik kan altijd bij haar aankloppen. Tijdens een studiedip heb ik mama gebeld, en heeft ze me opgehaald en met me gepraat om te proberen te begrijpen waar ik mee zat en te kijken of ze kon helpen. We hebben samen een planning gemaakt en ook bij het schrijven van mijn scriptie had ik veel aan haar.

Mama is zorgzaam en open-minded. Ze is altijd op zoek naar het hele verhaal. Zo sprak ze uitgebreid met Syrische vluchtelingen om te ontdekken waar ze problemen mee hebben. Ze wil weten hoe het zit, voor ze oordeelt. Ik hoop dat ik dat van haar heb overgenomen.

Sinds ik mijn studie werktuigbouwkunde heb afgerond, werk ik drie dagen per week op kantoor en ik weet niet of ik dat mijn hele leven nog wil doen. Door corona is de digitale nomade in opkomst, en samen met mijn vriendin Sanne ontwikkelen we een plan om werken en reizen te kunnen combineren.

Twee jaar geleden heb ik een bus gekocht die is omgebouwd tot een camper. Er moet nog flink aan geklust worden en daar helpt mijn vader me bij. Soms spreken we af om samen te werken, maar als ik bij hen thuis kom, heeft hij het al gedaan. Dat waardeer ik enorm, maar het hoeft niet. Met de bus rondreizen is ultieme vrijheid.”

Mieke Wit (60), beleidsadviseur pensioenfonds PWRI
Roland Zeegers (62), werktuigbouwkundige Tata Steel
Daan Zeegers (26), technisch tekenaar en surfleraar
Isabel Zeegers (23), pedagogisch ­medewerker in de kinderopvang

Mieke Wit en Roland Zeegers wonen in een eengezinswoning in Amstelveen. Daan Zeegers woont met vrienden in een appartement in Amsterdam Noord.

Ook samen in Het Parool? ouderenkind@parool.nl

Cees en Nadia. Beeld Harmen de Jong
Cees en Nadia.Beeld Harmen de Jong

Cees was een betrokken vader, al lag de focus soms wel erg op school, vindt Nadia. Toen haar ouders uit elkaar gingen, zag zij dat het de juiste keuze was. ‘Ik kreeg er twee meer ontspannen ouders voor terug.’

Cees Reuvecamp (62)

“Nadia was op de basisschool een lief en rustig meisje. Ze was niet super-extravert, maar wel erg gericht op anderen en had daardoor veel vriendinnetjes. Dat bezig zijn met anderen en hun welzijn is ze nooit kwijtgeraakt. In haar werk als persoonlijk begeleider bij Housing First ondersteunt ze mensen met psychische- en verslavingsproblemen. Zelf coach en begeleid ik basisschooldocenten in hun werk als leerkracht en opvoeder, met als doel dat ze zich blijven ­ontwikkelen – in dat opzicht zijn we allebei een mensenmens.

Nadia kan mij erg verrassen. Dan maakt ze beslissingen waarvan ik denk: hoe kom je dáár nou weer bij? Ze heeft bijvoorbeeld een keer haar baan opgezegd zonder dat ze iets nieuws had gevonden. Voor mij zijn dat heel plotselinge keuzes, maar daarna merk ik dat ze er zelf lang en goed over na heeft gedacht. Dat lef, dat vind ik knap.

We waren altijd een stabiel gezinnetje met zijn drieën, Nadia’s moeder, Nadia en ik. Toen Nadia een jaar of vijftien was, had ze verkering met een jongen. Op een avond kwam ze naar ons toe en zei ze: ‘Ik heb het uitgemaakt, ik ben verliefd op iemand anders.’ Dat was een meisje. Voor ons was dat prima, dat is nooit een ding geweest. Een tijd later zijn Nadia’s moeder en ik gescheiden, omdat ik op mannen val. Ik ben nu al vijftien jaar samen met Koos, die ik tijdens het uitgaan heb ontmoet.

Ik heb gelukkig een ­goede band met Nadia’s moeder. En Koos en Nadia kunnen het ook fantastisch met elkaar vinden. Koos en ik komen graag samen oppassen op haar kinderen, als Opa Cees en Opa Koos.

Nadia wist altijd al dat ze moeder wilde worden. Bij twee vrouwen is het proces van moeder worden wat ingewikkelder, maar ze heeft er de tijd voor genomen en heel goed over nagedacht. Pas toen ze alles op een rijtje had, gingen ze ervoor. En ze is een fantastische moeder. Zij en haar vrouw Christien zijn verschillend: Christien is wat actiever en onderneemt veel met de kinderen, bij Nadia vinden ze meer rust.

Nadia was een ingetogen kind, maar ging wel elk weekend naar de toneelschool, waar ze erg op haar plek was. Ze speelde eens in een voorstelling, waarnaar haar moeder en ik gingen kijken. Toen kwam ze het podium op en zong ze in haar eentje een lied. Ze had ons daar niets over verteld. Hoe ze daar zo krachtig stond te zingen, vond ik prachtig.”

Nadia Reuvecamp (36)

“Mijn vader heeft een soort natuurlijk charisma. Hij kan met iedereen overweg, maakt makkelijk een praatje. Op een verjaardag waar ik niemand ken, trek ik me terug: ik vind smalltalk verschrikkelijk. Hij staat absoluut niet op de voorgrond, maar kan wel met iedereen kletsen. Hij gaat ook alleen op vakantie. Dan gaat hij in zijn eentje uit eten en zo, dat vind ik stoer.

Hij was een betrokken vader, al zat er altijd een klein pedagogisch randje aan. De focus lag soms wel erg op school. Allebei mijn ouders zaten in het onderwijs – tja, dan krijg je dat. We deden veel dingen samen als gezin: vakanties, kamperen, fietstochtjes en uitstapjes naar oma. Toen ik wat ouder werd, ongeveer in mijn laatste jaar op de middelbare school, hield ik mijn ouders wat meer op afstand. Ik zat niet supergoed in mijn vel, was wat ongelukkiger, zoals veel tieners dat zijn. Ik wilde mijn ouders daar niet mee belasten, denk ik. In die tijd besloot ik ook mijn ouders bij hun voornaam te gaan noemen. Die fase duurde een week, haha. Het zijn gewoon mijn papa en mama.

Op mijn zestiende gingen mijn ouders uit elkaar. Ik vond dat wel ­vervelend, maar ik merkte al vrij snel dat het de juiste keuze was. Ik kreeg er twee meer ontspannen ouders voor terug.

Nu ik kinderen heb, zijn ze allebei ook erg betrokken. ­Afgelopen zomer ging ik met mijn vrouw, onze kinderen, mijn moeder, mijn vader en zijn man kamperen. Het was kutweer, maar dat we daar zo met z’n allen op die camping kunnen zitten, vind ik waardevol.

Als opa is hij superleuk. Ik wist natuurlijk al dat hij goed is met ­kinderen, maar het is heel bijzonder om dat met je eigen kinderen te zien. Laatst zwaaide de jongste voor het eerst; dat was naar mijn vader. Dan zie ik hem daar heel erg van genieten. Ik merk dat ik sommige dingen uit mijn eigen opvoeding toepas als moeder. Dat pedagogische van mijn ouders heb ik ook een beetje. Zo ­probeer ik net als mijn ouders leermomenten voor de kinderen te halen uit het dagelijks leven.

Mijn oudste dochter gaat bijna naar de basisschool, dat vind ik best spannend. Laatst maakte ik me er druk om dat ze daar ook moet overblijven. Mijn vader zegt dan: ‘Maar ze zit nu toch ook weleens de hele dag op het kinderdagverblijf?’ Waar ik soms beren op de weg zie die er niet zijn, kijkt mijn vader eerder naar wat er wél kan. Door hem kan ik de dingen beter relativeren.”

Nadia Reuvecamp (36), persoonlijk ambulant begeleider
Christien Hager (33), ambulant maatschappelijk werker bij Mentrum
Lenne Reuvecamp (3)
Cil Reuvecamp (8 maanden)
Cees Reuvecamp (62), systemisch coach en supervisor
Koos Bakker (56), cabinemedewerker KLM

Nadia en Christien wonen met hun twee dochters in Oost. Cees en Koos wonen samen in het Centrum.

Ook samen in Het Parool? ouderenkind@parool.nl

Eden en Fatima. Beeld Harmen de Jong
Eden en Fatima.Beeld Harmen de Jong

Fatima is Marokkaans, haar man is Nederlands en Indisch. Eden viert daarom alle feestdagen, van Kerstmis tot Suikerfeest. Samen zijn ze al in achttien landen geweest. ‘We zijn rijk en gezond.’

Fatima Adda (36)

“Eden is creatief en ondernemend. Zo is hij zonder dat wij er erg in hadden een YouTubekanaal gestart over gamen. We proberen het gamen wel binnen de perken te houden: deze zomer heeft hij acht weken geen scherm gezien en dat ging prima. Ik heb liever dat hij leest en legoot, of dat ie buiten speelt.

Tijdens de lockdown had hij in de woonkamer een atelier gemaakt, inclusief coronamaatregelen, waar hij zijn legobouwwerken aan ons verkocht. Hij nam het heel serieus en wilde ook alles weten over de Kamer van Koophandel en de belastingen. Tegelijk is hij nog echt een jochie.

Voor het slapen gaan spelen mijn man en ik altijd de aap-en-beershow voor Eden en Norah, met hun favoriete knuffels. Hij kan daar zo in opgaan dat hij boos wordt op de beer, in plaats van op zijn vader, als die gekke dingen tegen hem zegt. Eden leest altijd Donald Ducks, de strip is zijn referentiekader geworden; laatst legde hij uit hoe hij aan een bult kwam door te vertellen dat hij een ‘Donald Duck-achtig’ ongeluk had gehad.

Hij was een heel rustige baby en begon pas laat met praten. Lange tijd dachten we dat Eden misschien een achterstand had in zijn ontwikkeling. Op zijn vierde leerde hij zichzelf lezen en niet veel later ontdekten we dat hij juist een flinke cognitieve voorsprong heeft. Vandaar dat hij op zijn achtste al in groep zeven zit.

Daarnaast heeft Eden veel energie en kan hij slecht tegen prikkels. Gelukkig zit hij op een geweldige school waar ze goed met hem meedenken. Edens schoolsituatie heeft ons de nodige zorgen gegeven en legt veel pijnpunten in het passend onderwijs bloot. Wij doen er alles aan om ervoor te zorgen dat Eden lekker in zijn vel zit, duidelijkheid is voor hem heel belangrijk en door veel met hem te bewegen kan hij zijn energie kwijt.

Hij zit op een sport-bso en voetbalt drie keer in de week, het liefste loopt hij de hele dag rond in een van zijn Ajaxtenues. De ene dag wil hij profvoetballer worden, de andere dag vuilnisman, om de wereld te redden van al het afval. Maar één ambitie heeft hij al sinds zijn vierde en dat is werken bij kassa vier van Albert Heijn. Wat hij ook gaat doen, ik heb er alle vertrouwen in dat het goed komt.”

Eden Schardijn (8)

“Mijn moeder is de kleinste mama van de wereld, ze is maar 1.51 meter en ik kan haar al optillen. Ze is ook de zachtste mama, we kunnen heel goed knuffelen samen. Ik vind het leuk om met mama te koken, ik mag altijd de ui en knoflook snijden en fruiten in de pan. Pasta met zalm en spinazie kan ik al bijna helemaal zelf klaarmaken, mijn recept heeft ook in de schoolkrant gestaan.

Mama is Marokkaans en papa is Nederlands en Indisch, daar merk ik niet zo veel van, behalve met koken. De ene dag eten we soto ajam en de andere dag tajine. We vieren met de familie, net als op school, alle feestdagen, van Kerstmis tot Suikerfeest.

Ik vind gamen leuk, maar dat mag ik niet zo vaak doen, omdat ik anders verslaafd raak. Soms verstoppen papa en mama alle gamespullen voor me, maar dan ga ik zoeken en vind ik ze altijd wel weer. Verder houd ik heel erg van buitenspelen. We wonen heel hoog en als je naar beneden kijkt, zie je de speeltuin en in de verte de duinen, waar we vaak naartoe gaan in het weekend. Soms ga ik fietsen als mama gaat hardlopen, bij de dijk hier verderop. Het is gezellig om even met zijn tweetjes te zijn.

Ik houd erg van lezen, de laatste tijd lees ik alles over de Tweede Wereldoorlog. De boeken van Tom Groot vind ik leuk, maar het liefste lees ik Donald Ducks. Ik heb er wel duizenden gelezen. Mama koopt oude pockets en stripboeken voor me op Marktplaats. Ik lees altijd ’s avonds in bed. Papa en mama komen dan controleren of ik wel op tijd stop, want anders ga ik door tot ik in slaap val en soms is het dan al heel laat. Wat ik ook graag doe, is bouwen met Lego. Ik heb mijn eigen atelier bedacht en daar bouw ik dingen die ik dan voor een paar euro verkoop aan papa of mama.

Mama zegt heel vaak dat we moeten weten dat we het goed hebben in Nederland en als familie, want hier is iedereen vrij en veilig en we zijn rijk en gezond. Voor ik naar school moest, gingen we veel samen op reis. Ik ben al in achttien landen geweest. Het leukste vond ik Disneyland en het waterpark in Bangkok. Ik zou nog wel eens terug willen naar Thailand.”

Fatima Adda (36), ambtelijk secretaris medezeggenschap
Daniël Schardijn (37), grafisch vormgever en eigenaar MRDK Creative
Eden Schardijn (8), Groep 7, jenaplanschool De Atlantis
Norah Schardijn (5), Groep 3, jenaplanschool De Atlantis

Ze wonen in een koophuis in Nieuw-West.

Ook samen in Het Parool? ouderenkind@parool.nl

Amber en Daniëlle. Beeld Harmen de Jong
Amber en Daniëlle.Beeld Harmen de Jong

Daniëlle laat Amber vrij in haar studiekeuze. Amber ging als een van de weinigen van haar klas naar de mavo. ‘Als ik me vroeger onzeker voelde op school, was mama er altijd.’

Daniëlle Trippelvitz (51)

“Omdat Sander en Lisa, mijn twee oudste kinderen, uit huis zijn, voelt Amber zich soms enig kind. Ze mist haar broer en zus. Dat doe ik ook. Gelukkig eten we elke dinsdagavond met zijn vijven. De oudsten vinden dat we Amber verwennen. Misschien in aandacht, maar niet in spullen. Mijn kinderen werkten vanaf hun zestiende. Amber verdient bij de Hema drie euro per uur. Als ze bij Starbucks voor zes euro een koffie koopt, weet ze dat ze daar twee uur voor moet werken, zo leert ze de waarde van geld kennen.

Ik zit 22 jaar in het onderwijs en werk 21 jaar op de Cornelis Vrijschool. Ik ga nog altijd met zoveel plezier naar mijn werk. Het leukste is om het vertrouwen van de kinderen te winnen en ze iets te kunnen leren. Mijn werk is liefde. Op de basisschool zat Amber in een klas met kinderen die allemaal goed presteerden. Ze haalden bijna altijd A’tjes en Amber kreeg C’s en soms een D. Voor Amber was dat moeilijk. De meeste leerlingen kozen vwo, Amber ging naar de mavo. Op het schoolplein kwamen ouders mij troosten omdat Amber naar het vmbo ging. Ik kon ze wel wurgen. Een kind is geen cijfer.

Amber heeft op school zo hard gewerkt, dat ze van 2 mavo naar 3 havo ging. Dat is echt een enorme stap en dat heeft ze helemaal zelf gedaan. Daar ben ik ontzettend trots op. Ik ben een makkelijke moeder. De kinderen mogen zelf weten hoe laat ze thuiskomen. Als ze ergens plezier hebben, moeten ze daar vooral blijven. Als ze een joint willen roken of een pilletje willen nemen, kunnen ze dat proberen, maar liefst wel in gezelschap van vrienden. Zo vrij ben ik ook opgevoed. Ik was een stoute en stoere puber, die veel spijbelde en blowde. Amber niet, die werkt hard voor school, soms misschien te hard.

Amber is vaak bij mijn ouders en ze is heel lief voor ze. Ze rummikubt, wandelt en kletst met eindeloos geduld. Mijn vader is kampeergek. Sanders eerste werkstuk heette ­Kamperen met opa en dat is een gevleugelde uitdrukking in ons gezin. Nog altijd kamperen Sander, Lisa en Amber elk jaar met opa. We zijn allemaal kampeergek.

Toen Amber klein was, kreeg een van onze katten onverwacht een nestje. Toen namen we de katten en het nestje mee naar de camping. Ze kregen een eigen tentje en mijn man Gert Jan fabriceerde een ren. We zaten de hele dag op camping­stoeltjes naar de kittens te kijken.”

Amber Nieuwenhuijs (16)

“Mama doet alles voor mij. Als ze van haar werk weggaat en ik vertel dat ik trek heb, neemt ze een lekker broodje mee. Als ze boodschappen doet, mag ik kiezen wat we gaan eten. Ik ben eraan gewend met zijn drieën in huis te wonen, maar met Lisa en Sander zijn we compleet. Als we met zijn drieën eten, gaat alle aandacht naar mij, met zijn vijven komen we allemaal aan de beurt.

Mijn nieuwste verslaving is TikTok. Ik volg anderen en zet er zelf filmp­jes op, bijvoorbeeld van hoe ik playback. Op TikTok durf ik meer dan bij mijn dramalessen op school. Als ik in de klas optreed, ben ik soms bang dat ik iets verkeerd doe en mijn klasgenoten dat dan zien. Ik voel hun energie. Een filmpje is anoniemer en bovendien bekijk ik het vooraf, als ik het niet goed vind post ik het niet.

Mijn opa en oma betekenen net zoveel voor me als mijn ouders. Wij hadden vroeger geen oppas. Opa en oma waren er altijd, ze haalden mij uit school en deden alles. Nu wil ik graag zo veel mogelijk leuke dingen met ze doen. Vorige week gingen opa en ik naar Artis. Voor zijn gezondheid moet hij niet te lang achter elkaar lopen, maar hij is eigenwijs. Ik heb toen bij elk bankje gezegd: laten we hier even gaan zitten.

Mama is ongeduldig, ik ook. Als papa iets moet doen, doet hij het meteen en het liefst ook zo goed mogelijk. Daarin lijk ik op hem. Ik maak mijn huiswerk altijd voor de deadline en ik probeer het niet af te raffelen. In mijn klas gingen bijna alle kinderen naar het vwo, twee gingen naar de havo en één naar de mavo, dat was ik. Op de mavo voelde ik me meteen thuis, ik was niet meer de slechtste van de klas, maar soms zelfs de beste.

Als ik me vroeger onzeker voelde op school, was mama er altijd. Jij bent hartstikke normaal, zei ze, je moet je niets van die cijfers aantrekken.

Mijn ouders zijn niet streng. Ik mag zelf weten hoe hard ik voor school werk en ik bepaal al jaren hoe laat ik naar bed ga. Dat vind ik fijn, want zo leer ik wat goed voor me is.

Toen we dertien werden, mochten we een reis uitzoeken. We kozen alle drie New York. Sander ging met mama, Lisa met papa. Ik kon niet kiezen en nam ze allebei mee.”

Daniëlle Trippelvitz (51), leerkracht basisschool
Gert Jan Nieuwenhuijs (62), eigenaar recreatiepark De Wielen, Sint Maarten
Sander Nieuwenhuijs (23), master business administration UvA
Lisa Nieuwenhuijs (21), tweedejaars rechtsgeleerdheid UvA
Amber Nieuwenhuijs (16), 5 havo Montessori Lyceum Amsterdam

Daniëlle, Gert Jan en Amber wonen in een benedenhuis in West.

Ook samen in Het Parool? ouderenkind@parool.nl

Kristin en Rosalie. Beeld Eva Plevier
Kristin en Rosalie.Beeld Eva Plevier

Rosalie en Kristin doen graag dingen met elkaar. Zo gaan ze vaak naar de film of bij elkaar op de koffie. ‘We zijn het niet altijd eens, maar we zijn er wel altijd voor elkaar.’

Rosalie Solleveld (71)

“Ik wist altijd al dat ik graag een kind wilde. Vanaf het moment dat Kristin werd geboren, heb ik haar warmte en veiligheid gegeven en deden we veel samen. Ik ben zelf met weinig eigenwaarde opgegroeid. Het heeft me tijd en moeite gekost dat op te bouwen, dus ik vond het belangrijk dat mijn dochter dat wel zou hebben. Ik zei vaak tegen haar dat ze belangrijk was en zelf dingen gedaan kon krijgen. Mede daardoor is ze altijd al onafhankelijk geweest.

Toen ze een jaar of één was, kroop ze nooit op haar knieën, maar op haar billetjes. Op die manier had ze twee handen vrij en kon ze zelf haar dingen dragen: een koekje en een teddybeer. Ze is een stuk onafhankelijker dan ik. Als ik in een situatie zit waar ik eigenlijk niet in wil zijn, denk ik: nou ja, ik doe het maar. Zij doet dat niet. Daardoor durft ze ook risico’s te nemen. Toen ze een tijd geleden graag iets nieuws wilde, is ze gestopt met de goede baan die ze had. Ze neemt het risico zonder baan te zitten, omdat ze verder wil komen.

Kristin houdt veel rekening met anderen, soms iets te veel. Zelf wil ze ook graag kinderen, maar haar vriend is iets jonger dan zij. Ze wil dat hij er ook helemaal klaar voor is, en dat alles goed op orde is voor ze aan kinderen beginnen. Maar dan voelt ze zich wel rot tegenover mij, omdat ik het leuk zou vinden om nu al oma te worden. Die empathie zit sterk in haar.

Ik onderneem veel: ik fotografeer, werk in de tuin en ben vrijwilliger bij het Stedelijk Museum. Kristin is blij dat ik dat doe en gunt me leuke dingen in mijn leven. Laatst waren we samen bij een gereedschapswinkel. Daar werkte een hele vriendelijke, leuke man van een jaar of tachtig. Kristin vroeg aan mij: ‘Is dat niet iets voor jou?’ Ik zei nee, nee, hij is te oud. Toen grapte ze: ‘Nou, dan neem ik hem wel!’

Toen Kristin twaalf was, zijn haar vader en ik uit elkaar gegaan. Daarna hebben we een moeilijke tijd gehad. Ik ben veel mensen kwijtgeraakt en door invloeden van buitenaf is onze relatie een tijdje wat slechter geweest. We zijn nooit contact verloren, maar nu doen we echt veel samen. Dan gaan we bijvoorbeeld eerst lunchen, vervolgens naar de film en daarna eindeloos kletsen. We praten over van alles. De film, maar ook haar relatie, de natuur, dingen waar we mee zitten. Het gaat echt goed met ons.”

Kristin Pater (34)

“Het was vroeger altijd bal bij ons thuis. Mijn moeder hield wel van een feestje en werkte als fotograaf. Ze had daardoor veel vrienden in de creatieve sector: altijd een gekke bende. Ik werd dan ook erg vrijgelaten als jongere.

De enige keer dat ik mijn moeder echt woedend heb gezien, was toen ik een tongpiercing had genomen. Ze deed heel boos tegen me, terwijl ik niet kon praten: ik had dat ding in mijn mond. Dat kwam wel goed uit.

Dat ze graag feestte, kwam bijvoorbeeld tot uiting als ze af en toe op tafel stond te dansen of een erg laag decolleté droeg. Als puber vond ik dat soms wel een beetje moeilijk.

Mijn ouders zijn uit elkaar gegaan toen ik twaalf was. Dat was de keuze van mijn moeder. Nu is scheiden een stuk normaler, maar toen werd daar nog heel anders naar gekeken. Haar eigen moeder, mijn oma, vond het bijvoorbeeld echt niet oké. Die zei: ‘Wie scheidt er nou, je hebt toch een man nodig?’ Dat maakte het extra lastig voor mijn moeder.

Ik ben erg trots op haar. Mijn moeder heeft me geleerd om kleine dingen in het leven te koesteren. Zelf doet ze dat ook: ze heeft een eigen tuin waar ze heel blij mee is. Dan maakt ze zelf een boeketje uit de tuin en zet ze die op tafel. Ik zie dan aan haar dat ze daar blij mee is, dat ze daar echt van kan genieten. Dat vind ík dan weer leuk om te zien. Zelf kan ik ook van zulke kleine dingen genieten.

Mijn vader overleed toen ik 17 was aan kanker. Ik heb dat toen eigenlijk genegeerd. Toen ik een paar jaar later paniekaanvallen begon te krijgen, heb ik hulp gezocht en kwam ik erachter dat ik zijn overlijden niet echt had erkend; in mijn hoofd was hij al jaren op vakantie. Het was mentaal lastig om dat allemaal te verwerken.

Doordat ik één ouder zo jong ben verloren, ben ik zorgvuldig op de relatie met mijn moeder. Ik weet dat het zo over kan zijn, en apprecieer onze momenten samen heel erg.

We gaan graag samen naar de film. Toen dat vanwege corona niet kon, gingen we minstens elke twee weken bij elkaar op de koffie om de hele middag te kletsen. Praten doen we sowieso veel en graag samen. Zitten we samen met een wijntje te praten over het leven. Over vroeger, over elkaar. We zijn het niet altijd over alles eens, maar we zijn er wel altijd voor elkaar.”

Kristin Pater (34) werkt bij een softwarebedrijf
Rosalie Solleveld (71) is fotograaf en vrijwilliger bij het Stedelijk Museum

Kristin woont met haar vriend in de Rivierenbuurt, Rosalie woont in Oud-Zuid.

Ook samen in Het Parool? ouderenkind@parool.nl

Masai en Rory.
 Beeld Eva Plevier
Masai en Rory.Beeld Eva Plevier

Rory werd op jonge leeftijd ongepland vader, wat ervoor zorgde dat hij wat van zijn leven wilde maken. Nu herkent hij zichzelf in Masai. ‘We zijn allebei een beetje straatjongens en heel sociaal.’

Rory Grashuis (50)

“Ik werd jong vader, op mijn 23ste. Masai was ongepland, maar heel erg welkom. Het ouderschap zorgde ervoor dat ik wat van mijn leven ­wilde gaan maken, tot die tijd deed ik maar wat. De eerste jaren van Masai’s leven was ik huisvader en studeerde ik bedrijfskunde. Toen hij vier was, hebben we alles verkocht en ons spaargeld opgenomen, en een reis van een jaar gemaakt door Zuidoost-Azië. Het was een geweldige ervaring voor ons als gezin.

Masai is altijd een hosselaar geweest, een ondernemer in de dop. We hebben hem altijd aangespoord om hard te werken, niets is vanzelfsprekend. Toen hij op zijn zestiende naar Lowlands wilde, waar ik ieder jaar was voor mijn werk, kreeg hij niet zomaar een vrijkaartje van me. Wel regelde ik een baantje voor hem als afwasser; na zijn werk kon hij dan feestvieren.

Als puber was hij vooral geïnteresseerd in ’s nachts leven, ik legde hem uit dat ie dan net zo goed in het nachtleven kon gaan werken. Op zijn vijftiende organiseerde hij onder meer grote feesten voor tieners, Eigenwijz, en jaren later kwamen daar avonden in de Supperclub bij. Hij regelde in die periode ook sterke leeftijdsgenoten voor de opbouw van feesten en evenementen van Wink, de creative experiential agency waar ik mede-eigenaar van ben.

Vorig jaar, net voor corona, hebben we samen Mijnbijles.nu opgericht, een honderd procent online bijlesinstituut. Masai steekt zijn tijd en talent erin, ik mijn netwerk en ervaring. We voeren eerst een goed gesprek met ouders en leerling om een scherp beeld van het probleem te krijgen en zoeken vervolgens naar een ervaren docent die het beste bij de situatie past. Inmiddels geven we, met een sterke groep leraren uit heel Nederland, zo’n honderd uur bijles per maand.

Masai en ik hebben altijd een goede, openhartige relatie gehad en voelen elkaar perfect aan. Vroeger was ik de coach van zijn voetbalteam en hij de aanvoerder. Ik herken mezelf in hem, we zijn allebei een beetje straatjongens en heel sociaal. Masai praat heel makkelijk met iedereen en is voor niks en niemand bang. Op jonge leeftijd was hij al heel zelfstandig. Op zijn twaalfde nam hij in Sri Lanka, zonder het ons te melden, een tuktuk naar de McDonald’s, gewoon omdat ie daar zin in had. Ik heb me nooit echt zorgen om hem gemaakt, juist niét, Masai kan zich prima redden.”

Masai Grashuis (26)

“Van mijn vader heb ik leren ondernemen, hij is daarin een groot voorbeeld. Een van de dingen die hij me heeft bijgebracht is dat je een paar keer flink op je bek moet gaan, als je niet faalt heb je het jezelf te makkelijk gemaakt.

Ik was als kind al altijd bezig met hosselen. Zo verkocht ik oude, opgeknapte fietsen op de camping, of ik nam de krantenwijk over van andere jongens om bij te verdienen. Vanaf mijn zestiende werkte ik, naast school, in het nachtleven. Ik stond nooit achter de bar, want ik ­wilde zelf dingen organiseren.

Tegenwoordig heb ik samen met Rory een administratiekantoor voor creatieven en een online bijlesinstituut. Bijles geven wordt meestal als een bijbaantje gezien, maar wij pakken het heel serieus aan. Ik vond school vreselijk, maar een goede leraar is het halve cijfer, dat weet ik als geen ander.

Dat we goed kunnen samenwerken komt omdat we elkaar snappen. We delen een liefde voor voetbal en Rory praat graag tegen me in voetbalanalogieën. Hij zegt dingen als: ‘Een onderneming is als een voetbalteam waarin je de balans moet vinden tussen jonge talenten en ­ervaren spelers met een sterke as.’ Ik begrijp dan wat hij bedoelt.

Ik vind het leuk dat hij een jonge vader is, hij staat dicht bij mijn belevingswereld. Al mijn vriendinnen waren stiekem verliefd op mijn vader, en al mijn vrienden trouwens op mijn moeder, haha. Rory is een harde werker en hij houdt van een feestje. Als kind heb ik daar overigens nooit iets van gemerkt, er was altijd veel structuur thuis. Ik ontdekte pas veel later dat in de meeste gezinnen de moeder het eten bereidde, bij ons thuis kookte Rory. Voor zijn Mexicaanse gerechten bleven al mijn vrienden altijd eten.

Mijn vader heeft Indische roots, mijn moeder Surinaamse en Arubaanse. We zijn opgevoed met het gegeven dat iedereen gelijk is, ongeacht geslacht, afkomst, geaardheid. Diversiteit is niet iets is waar je bang voor hoeft te zijn, maar wat je juist moet omarmen. Mijn vriendengroep is altijd heel uiteenlopend geweest, wit, zwart, man, vrouw, gay, straight, jong en oud: ik maak daarin geen enkel onderscheid.

Toen mijn ouders na 23 jaar liefdevol uit elkaar gingen, organiseerden ze een groot scheidingsfeest, dat was heel bijzonder om mee te maken. Mijn broertje en ik staan bij mijn ouders altijd op de eerste plek, en daar ben ik ze heel dankbaar voor.”

Rory Grashuis (50), mede-eigenaar Wink, Mijnbijles.nu en een administratiekantoor
Masai Grashuis (26), mede-eigenaar Mijnbijles.nu, een administratiekantoor en student bedrijfsadministratie NTI

Rory woont met zijn vriendin Amanda in een nieuwe woontoren op het NDSM-terrein in Noord. Masai woont in een huurappartement in het centrum van Zaandam.

Ook samen in Het Parool? ouderenkind@parool.nl

Paul en zoon Julio in hun werkplaats in Noord. Beeld Eva Plevier
Paul en zoon Julio in hun werkplaats in Noord.Beeld Eva Plevier

Paul en Julio klussen veel samen. Paul was docent bouwkunde en Julio is meubelmaker. De liefde voor timmeren heeft hij van zijn vader. ‘Ik zie nog de kleine spijkertjes en minihamertjes die we gebruikten.’

Julio Weller (30)

“Mama is het hart van ons gezin. Ze is Spaans en ze is een powervrouw. Ze is nooit boos, niemand durft haar boos te maken. Ik houd ontzettend veel van haar. Mijn zus en ik zijn tweetalig opgevoed en we hebben een jaar in Spanje gewoond in het huis waar mijn moeder is opgegroeid. Ik zet de knop zo om: als ik twee weken in Spanje ben, denk, droom en vloek ik in het Spaans.

Paul en ik klussen veel samen, we noemen ons grappend Weller & Pa. Hij was docent bouwkunde en ik ben meubelmaker. Op de Vrije School gaf hij timmerles en daar heeft hij – denk ik – de basis gelegd voor mijn liefde voor timmeren. Ik zie nog de kleine spijkertjes en minihamertjes die we gebruikten.

Mijn middelbareschooltijd was niet heel denderend, ik heb op bijna elke school in Amsterdam gezeten. In die tijd blowde ik veel. Ik was snel afgeleid en ook flink aan het puberen. Uiteindelijk heb ik mijn diploma op het Luzac gehaald. Daarover voelde ik me superschuldig, want we wonen wel op een gracht, maar we zijn geen rijk gezin. De meubelmakersvakschool, die ik daarna deed, vond ik geweldig. Daar kreeg ik niet zes boeken als huiswerk, maar een stuk hout waar ik een kistje van moest maken. Leren door doen, dat past mij.

Wij wonen met zijn vieren in één huis, mijn ouders hebben een verdieping en mijn zus en ik ook. We hebben een heel goeie band, niks is lekkerder dan ’s morgens samen een kop koffie drinken, maar we kunnen elkaar ook loslaten. Mijn ouders hebben een woonboot gekocht in Noord, tegenover De Ceuvel waar mijn zus werkt. In Noord bestaat nog een echte maakindustrie. Overal wonen en werken mensen met een ambacht.

Ik kan echt genieten als iemand iets moois maakt. Mijn vader en ik hebben in Noord ook een kleine werkplaats. We hebben net een hele mooie platenkast voor hem gemaakt. Ik zet hem in elkaar, hij schuurt en lakt.

Als we samen zijn praten we veel over werk, constructie, materiaal en gereedschap. Van mama mogen we tijdens het eten niet meer over klussen praten. Het gaat bijna altijd goed, soms botsen we. Paul was vroeger docent en hij heeft soms van die docententrekjes. De omslag kwam nadat ik de meubelvakschool heb gedaan, nu kan ik beter timmeren.

Pa is de bron. Met vragen over constructies kan ik altijd bij hem terecht, hij heeft zoveel kennis.”

Paul Weller (67)

“Julio houdt erg van het leven. Hij kan hard werken, maar carrière maken is niet zijn drive, zijn drive is dat hij leeft. Dat heeft hij van zijn Spaanse moeder. Ik ben daar jaloers op, ik moet altijd allemaal dingen van mezelf. Julio is warm en open. Toen de kinderen klein waren, woonden we op een boerderij in Gelderland en als ik de schapen schoor, legde Julio zijn hand op hun hoofd en bleven ze rustig liggen. Dat doen ze normaal niet, meestal spartelen ze.

Laatst hoorde ik iemand zeggen dat hij 24 uur per dag opvoedt. Ik schrok me rot. Toen de kinderen klein waren, liepen ze gewoon tussen de koeien, paarden en schapen. Opvoeden gaat vanzelf. Julio en ik hebben het gezellig samen. Alleen de werkplaats opruimen, daar moeten we ons echt toe zetten. Als we samen werken, valt me altijd op hoe goed hij kan meten en met welk gemak hij iets uitzaagt. Er lijkt niets aan, maar als ik het zelf probeer, merk ik hoe moeilijk het is.

Ik heb met onderbrekingen altijd in het Centrum gewoond. De laatste tien jaar is het daar zo veranderd door de explosie van toerisme. We vertrekken volgende maand naar Noord.

Gelukkig blijven Julio en Esther in de buurt. Ik ben ontzettend trots op mijn kinderen. Esther organiseerde tijdens de pandemie opvang voor 80 ongedocumenteerde West-Afrikanen in boten naast café De Ceuvel omdat iedereen van straat moest. Twee boten werden omgetoverd tot dagopvang en voor 2000 euro kochten ze een oude toiletboot waarin echt alles lekte. Dat heb ik geweten, want ik heb geholpen met opknappen en heb wekenlang letterlijk met mijn handen in de stront gezeten. Esther slaagde er in een veilige omgeving voor de vluchtelingen te creëren.

Ik heb altijd geweten dat het goed zou komen met Julio en school. Zelf werd ik op mijn 15de van het Ignatius gestuurd, een school geleid door Jezuïeten. Ze zeiden dat ik genoeg had geleerd. Ik was een soort stuiterbal en waarschijnlijk niet te harden. Daarna ben ik stukadoor geworden; ik heb mijn meesterschap gehaald in Venetië.

Toen het met Julio misging op school, heb ik gezegd dat hij zijn havodiploma moest halen. Ik heb het altijd erg gevonden dat ik niet de goeie papieren had. Waar ik ook kwam moest ik altijd weer nieuwe diploma’s halen, waaronder bouwkunde. Altijd die jacht op diploma’s, daar wilde ik hem voor behoeden.

Julio heeft dat Luzac razendsnel gedaan. Het heeft me een rib uit mijn lijf gekost, maar dat diploma geeft hem vrijheid.”

Paul Weller (67), gepensioneerd docent bouwkunde
Isabel Weller-Riera (56), kunsthistorica en vertaler
Julio Weller (30), meubelmaker, @wellerjulio
Esther Weller (27), mede-eigenaar café De Ceuvel

Ze wonen nu nog in een grachtenpand in het Centrum, maar verhuizen naar Noord: Paul en Isabel naar een woonark, Julio is zoekend.

Ook samen in Het Parool? ouderenkind@parool.nl

Christina en Fedde. Beeld Harmen de Jong
Christina en Fedde.Beeld Harmen de Jong

Christina zou het liefst met haar kinderen en vriend Pedro naar Ibiza verhuizen, waar ze de vrijheid voelt die ze in Nederland mist. Voor zoon Fedde hoeft dat niet zo. ‘We gaan er al elke zomer heen.’

Christina Tölle (47)

“Ik kom al dertig jaar op Ibiza en sinds de geboorte van Fedde en ­Sterre kamperen we er zes weken op een hippiecamping aan het strand. Op Ibiza voel ik de vrijheid die ik in Nederland zo mis; iedereen kan zichzelf zijn daar. Thuis schaamt Fedde zich vaak voor mij, om mijn kledingstijl, omdat ik te hard lach of omdat ik topless zon, maar op Ibiza ziet hij meer moeders zoals ik.

Het liefst zou ik met de kinderen en mijn vriend Pedro op Ibiza gaan wonen. Ons werk kunnen wij remote doen, dus we zijn zelf niet aan Nederland gebonden. Voor de grap heb ik Fedde dit jaar ingeschreven op een private school op het eiland, hij is nog aangenomen ook. Natuurlijk heb ik rekening te houden met hun vader en met de wens van de kinderen zelf. Sterre wil bijvoorbeeld absoluut niet weg uit Nederland. Ik zal dus nog even geduld moet hebben voor ik me daar voorgoed kan gaan settelen.

Ik herken mezelf in Fedde, we delen dezelfde speedy energie. Hij is heel creatief en was vroeger altijd aan het bouwen met blokken – een keer bouwde hij Rotterdam na.

Hij is een geboren leider. Hij komt ergens en neemt meteen het initiatief. Fedde is heel aanwezig en extreem in alles. Daardoor botst hij vaak met andere kinderen, maar als hij eenmaal een vriend heeft gemaakt, is het voor het leven.

Toen de jongens nog klein waren, vond ik het belangrijk om ze bepaalde normen en waarden te leren; ­netjes eten, beleefd zijn, elkaar ­helpen, maar verder doe ik niet aan regels. Dat komt door mijn eigen strenge Duitse opvoeding, waarin alles draaide om het volgen van regels. Nu ze groter zijn ga ik uit van hun eigen verantwoordelijkheid, en ik zie dat het werkt. Fedde weet heel goed wat wel en niet goed voor hem is. Als hij heel lang aan het gamen is, stopt hij uit zichzelf om buiten te gaan steppen.

Sinds een jaar woont Pedro bij ons. Hij heeft een zoontje van vijf in ­Portugal, dat hij om de zes weken opzoekt. Voor de jongens was het in het begin wel even wennen, maar nu zien ze ook de voordelen van nog een man in huis én van een blije moeder. Deze zomer brengen we voor het eerst een paar weken met z’n allen door op de camping in Ibiza, als one happy fake family.”

Fedde van Dijk (13)

“Als mama iets wil, dan doet ze het ook. Vorig jaar had ze het met Pedro over Ibiza en dezelfde dag nog stapten ze in de auto en reden ze erheen. Ze is een beetje gek en gaat graag naar party’s. Haar stem en haar lach zijn heel luid, je hoort haar al van heel ver. Ze kleedt zich ook heel anders dan andere moeders, hippie-achtig en bont. Toch vind ik het ook wel leuk dat ze niet is zoals iedereen. Op de camping in Ibiza zijn alle moeders zoals mama, dat voelt wel relaxter dan thuis. Soms vind ik haar niet streng genoeg. Ik mag gamen wanneer ik wil en moet zelf opletten of het niet te veel wordt.

Mijn ouders zijn allebei architect, zelf wil ik later achtbaanarchitect worden. Ik vind pretparken heel leuk, deze zomer zijn we er al naar drie geweest. Laatst waren we in Duinrell en toen mama uit de achtbaan kwam, ging ze met haar benen omhoog op de grond liggen omdat ze zo duizelig was. De mensen van de EHBO kwamen eraan om te vragen of alles wel goed met haar ging. Ik vond het zo gênant dat ik ben weggerend. Ik heb toen Pedro gebeld om te zeggen dat ze een dramaqueen is en dat ze ­normaal moest doen.

Sinds een jaar woont Pedro bij ons in huis. Eerst vond ik dat niet zo leuk, maar soms is het toch wel handig. Als mama boos is op ons, springt Pedro ertussen en dan is het na tien minuten weer over. Wat ik wel irritant aan hem vind, is dat hij mijn kamer ­binnenkomt zonder te kloppen.

Mama komt uit Duitsland. Thuis spreken we Duits, met papa praten we Nederlands en met Pedro Engels. Ik hou vooral van de Duitse taal, ik volg Duitse YouTubers en op Ibiza heb ik Duitse vrienden op de camping. Op school ben ik weleens ­uitgescholden voor mof, maar daar trek ik me niks van aan.

Mama wil naar Ibiza verhuizen, maar ik blijf liever in Nederland. We gaan er al elke zomer heen. Mama gaat altijd vooruit en Sterre en ik komen dan twee weken later zelf met het vliegtuig. We hebben allemaal een eigen tentje, waar we zelf voor moeten zorgen. Ik vind het leuk op het eiland, maar ik zou ook weleens naar andere plekken op vakantie ­willen. Later wil ik wel gaan reizen en meer van de wereld zien.”

Christina Tölle (47), architect
Pedro Ferreira (39), lighting engineer van superjachten
Fedde van Dijk (13), 2 vmbo/havo, De Hartenlust, Bloemendaal
Sterre van Dijk (11), groep 8, De ­Spaarneschool, Haarlem

Het gezin woont in een koophuis in Haarlem.

Ook samen in Het Parool? ouderenkind@parool.nl

Marijke en Anna. Beeld Harmen de Jong
Marijke en Anna.Beeld Harmen de Jong

Anna zat op de middelbare school toen haar moeder de diagnose borstkanker kreeg. Megaverdrietig was ze niet. ‘Ik weigerde te accepteren dat het misschien ook níet goed zou kunnen gaan.’

Anna Bánsági (21)

“Mijn moeder is enthousiast over alles. Al toen ik heel jong was, droeg ik graag hakken. Mijn vader was daar niet zo blij mee, maar mijn moeder vond het juist wel leuk. Toen we in groep acht kerstdiner hadden, mocht ik van haar mijn hakken aan. Die waren natuurlijk veel te hoog – stond ik daar te wiebelen – maar ik vond het heel leuk dat ik dat toen mocht van mama.

Toen ik in de derde klas van de ­middelbare school zat, kreeg mama de diagnose borstkanker. Ik heb toen heel erg mijn kop in het zand gestoken. Ze waren er gelukkig vroeg bij, dus ik dacht: het komt vast goed. Ik denk dat het op mij niet zo’n impact heeft gehad, omdat ik weigerde te accepteren dat het misschien ook níet goed zou kunnen gaan.

Mijn moeder heeft mijn mentor destijds gemaild om te laten weten wat er aan de hand was. Dat was wel awkward, want ik merkte dat mijn mentor dacht: hoezo is Anna alweer op school, waarom is ze niet megaverdrietig? Maar in mijn hoofd zou alles toch wel goed komen. Toen mijn moeder hoorde dat de kanker was uitgeschakeld, was ik wel blij natuurlijk, maar ik dacht vooral: o, daar ging ik toch al vanuit.

Mijn moeder is altijd heel erg bezig met andere mensen. Ze werkt met mensen met uitkeringen, en nu ze thuis werkt hoor ik haar vaak bellen. Ze vraagt bij elk telefoongesprek aan degene met wie ze spreekt hoe het met diegene gaat. Dat hoeft ze niet te doen. Zij neemt net die extra stap, en zeker deze mensen kunnen dat goed gebruiken.

Dat bezig zijn met anderen betekent ook wel dat ze zich erg graag met andere mensen, en vooral met mij, bemoeit. Zo heeft ze laatst mijn oude kamer opgeruimd. Dat vind ik erg lief, maar ik heb een la met oude ­kleren die ik probeer te vermaken tot nieuwe kledingstukken. Zij heeft daar een aantal ­kledingstukken uitgehaald, in een vuilniszak gedaan en me gevraagd: ‘Dit kan wel weg, toch?’ Ik denk dan: nee, het kan niet weg. En waarom ga je überhaupt door die la heen?

Ik ben twee keer uit huis gegaan. De eerste keer duurde minder dan een jaar en was antikraak. Nu woon ik samen met vriendinnen en is het permanent: ik ben niet van plan terug naar huis te verhuizen. Vorige keer wilde ik weg om het weggaan, nu ben ik bijna elk weekend thuis – gewoon omdat ik merk dat ik zin ­heb om mijn ouders te zien.”

Marijke Hooiveld (56)

“Anna had als kind al een heel sterk rechtvaardigheidsgevoel. Toen we op haar derde samen buiten waren, was er een groepje jongens van een jaar of tien ruzie aan het maken. Anna liep toen op hen af en zei: ‘Jongens, geen ruzie maken!’ Die jongens dachten: huh? Maar ze waren wel stil.

De periode dat ik ziek was, was zwaar. De behandeling kostte veel energie en ik was erg moe. Ik heb daar nog steeds naweeën van. Ook werd ik kaal. Dat vond ik toen niet per se erg, maar nu denk ik wel: jeetje, ik liep zo rond, dat moet voor anderen heftig geweest zijn. Anna was echt een heldin in die tijd. Veel mensen wilden haar helpen, maar daar houdt ze niet zo van. Dat had ik ook wel, ik kwam toen weinig onder de mensen: je wilt normaal zijn, maar dat ben je op dat moment niet.

Ik ga graag harmonieus door het leven, zeker met iemand van ik zoveel hou. Ik vond opvoeden daardoor soms best moeilijk; regels zijn niet mijn ding. Haar kamer was altijd een enorme troep, ik vond het lastig om daar achteraan te gaan. Dan zei ik op een gegeven moment maar: ‘Anna, ik kom je kamer niet meer in.’ Daar moest ze dan om lachen. Ze ruimde dan wel op, maar zodra ze daar zelf aan toe was.

Anna is superzelfstandig. Ze wilde altijd al vroeg het huis uit en zelf dingen ontdekken. Ze heeft als internationaal koerier gewerkt: pakjes rondbrengen over de hele wereld. Ze zocht de dingen daar allemaal zelf uit en wilde daar niet onze hulp bij. Als ze iets van plan is, wil ze het echt in haar eentje doen. Ook toen ze uit huis ging, wilde ze alles zelf doen. Toen haar televisiepakket werd afgeleverd, stelde ik voor dat ik zou blijven zodat we het samen konden uitzoeken. Maar zelfs dat wilde ze liever doen zonder mijn hulp, merkte ik.

We hebben veel gevideobeld tijdens haar reizen. Zo konden we haar ontdekkingen vanaf de zijlijn meemaken, ter support. Ze belde ons vaak als ze op het vliegveld zat; dat zijn natuurlijk al eenzame plekken, en dan bleven we zo lang mogelijk aan de lijn. Maar ze belde ons bijvoorbeeld ook toen ze door een stadje in Maleisië liep en er verder niemand op straat was. Dan had ze ons gewoon even nodig. Ze redde zich prima zelfstandig, maar toch was ik er altijd pas gerust op als ze weer thuis was.”

Paul Bánsági (60), projectleider bij een softwarebedrijf
Marijke Hooiveld (56), budgetconsulent bij de gemeente Amsterdam
Aurél Bánsági (27), student ­informatica
Anna Bánsági (21), student ­psychologie

Paul en Marijke wonen in een appartement op Zeeburg. Anna woont in een appartement in Nieuw-West. Aurél woont in Delft.

Ook samen in Het Parool? ouderenkind@parool.nl

Dickie en Jet. Beeld Harmen de Jong
Dickie en Jet.Beeld Harmen de Jong

Jet vertrekt voor twee jaar naar Noorwegen om haar vwo daar af te maken. Ze lijkt erg op haar moeder, niet alleen qua uiterlijk. ‘We zijn allebei ook eigenwijs en vinden snel dat we gelijk hebben.’

Dickie Gunning (47)

‘Het is supermooi voor Jet dat ze de komende twee jaar haar vwo kan afmaken op een school in Noorwegen. Tegelijk heb ik moeite haar los te laten. Net als Cecile, mijn jongste dochter. Toen we hoorden dat Jet geplaatst was op het United World College in Noorwegen, verzuchtte Cecile: ‘Gelukkig niet in Canada.’ Toch is het ver. Ze vliegt naar Bergen en reist dan nog een eind naar een fjord in the middle of nowhere. Daar is het in oktober al -10 graden Celcius.

Ik ben een huismus. Vroeger kroop ik vaak nog even bij Jet in bed om samen de dag door te nemen. Tegenwoordig komt ze bij mij in bed om me nog even te knuffelen. Jet houdt enorm van knuffelen. Voor het ­United World College heeft ze zelf alles geregeld. Ik probeer op te voeden door de kinderen zelf te laten ontdekken. Soms zal iets tegenvallen, maar dan leer je vallen en opstaan.

Jet is sensitief. Zij is het hondje dat om de kudde rent en zorgt dat iedereen het goed heeft. Ze helpt al een paar jaar statushouders en vluchtelingen om in Nederland te aarden. Zo raakte ze ook betrokken bij de schakelklas van haar school en ontdekte dat sommige leerlingen moeite hebben om een stageplek te vinden. Op zo’n moment vraagt ze ons om hulp. Natuurlijk hebben wij iets geregeld om goeie plekken te vinden.

Voor Noorwegen wil ik haar iets zelfredzaams meegeven. Van mij krijgt ze een goed zakmes, dat is een waardevol instrument waarmee je een broodje kunt smeren en een schroef kunt indraaien. Plus een setje speelkaarten, niets is zo universeel. Qua uiterlijk lijkt Jet lijkt op mij, ze heeft mijn optimisme en vrolijkheid, maar verder lijkt ze op haar vader.

Joost, mijn man, heeft in zijn jeugd met zijn ouders – Louise en Jan Willem Gunning – over de hele wereld getrokken. Hij is avontuurlijker dan ik. Jet en hij houden van ontdekkingsreizen. Jet en haar zus Cecile zijn verschillend. Ze hebben allebei op een montessoribasisschool gezeten. Jet ging door naar het Montessori Lyceum. Cecile wilde juist een ­strenge school met duidelijke regels. Jet is van de harmonie, die houdt niet van ruzie. Cecile vindt het leuk om een beetje te prikken.

Door corona hebben we erg met zijn vieren geleefd, dat vond ik heerlijk. Voor Jet naar Noorwegen vertrekt, gaan we nog een week zeilen: met zijn vieren in een kleine ruimte, overgeleverd aan de natuur en zien waar de wind ons brengt.”

Jet Gunning (16)

“Ik heb geen flauw idee waar ik terechtkom. Het spannendst lijkt het me om mensen uit andere culturen te ontmoeten en daardoor een breder beeld van de wereld te ontwikkelen. Ik heb superveel zin om de verhalen achter de mensen te horen. Ik ben nieuwsgierig, net als mama. Wij ­willen alles weten.

De buitenwereld ziet het United World College (UWC) vaak als elitair. Dat klopt niet. De organisatie wil dat de scholen toegankelijk zijn voor iedereen die zich kwalificeert. Daarom zijn er beurzen beschikbaar voor wie dat nodig heeft. Elk kind kan naar het UWC, geld speelt geen rol.

Voor ik me inschreef, heb ik uitgebreid onderzocht of het een school voor mij is. Het was zo vet om te ontdekken dat oud-leerlingen zoveel voor mij wilden doen. Echt iedereen dacht mee.

Ik heb opgegeven naar welke scholen ik wilde, het UWC bepaalt uiteindelijk de school die het best bij je past. Mijn ouders hebben me alles zelf laten organiseren. Ik wilde dat ook, maar vroeger verlangde ik er weleens naar dat zij iets voor me zouden regelen. Het is heel lekker als iemand dat voor je doet. Eerst zag ik mijn ouders als een twee-eenheid, door mijn keuze voor het UWC ontdekte ik voor het eerst hoe verschillend ze zijn. Papa vindt het superleuk dat ik ga. Mama ook, maar ze zei al snel dat ze me ontzettend zal missen.

We zijn alle vier retecompetitief. We doen altijd wedstrijdjes, bijvoorbeeld wie het eerste bij de ijswinkel is. Je wint niets, het draait letterlijk om wie de eerste is. Ik ben niet goed in verliezen, als ik toch verlies, raak ik snel gefrustreerd. Daar maken de anderen grapjes over. We zijn goed in elkaar plagen.

Uiterlijk lijk ik op mijn moeder, we zijn allebei ook eigenwijs. We vinden snel dat we gelijk hebben. Zij is heel zorgzaam, dat hoop ik ook te zijn. Mama komt overal te laat. Echt altijd. Papa en ik zijn juist altijd te vroeg. We zeggen weleens tegen haar dat we ergens eerder moeten zijn, dan komen we precies op tijd.

Wat ik het meest zal missen is het vangnet dat mijn ouders en mijn zusje bieden, vooral het spontane, dat ik niet meer zomaar even kan knuffelen. Met mama zal ik onze kleine kletsmomentjes missen. Tegen haar kan ik echt alles zeggen. Mama is mijn voorbeeld. Ik zou het heel mooi vinden als ik later net zo’n sterke vrouw word als zij.”

Dickie Gunning (47), ambtenaar bij gemeente Amsterdam
Joost Gunning (46), werkt bij ABN ­Amro
Jet Gunning (16), klas United World College Red Cross Nordic
Cecile Gunning (14), 4-vwo, Amsterdams Lyceum


Dickie, Joost en Cecile wonen in een koophuis in De Pijp. Vanaf augustus woont Jet intern op haar school in ­Flekke in Noorwegen.

Ook samen in Het Parool? ouderenkind@parool.nl

null Beeld Harmen de Jong
Beeld Harmen de Jong

Mary emigreerde naar Nederland voor de liefde. Edwin werd op z’n Engels opgevoed. ‘Hoe ouder ik word, hoe meer ik me bewust word van de extreme beleefdheid die ik heb meegekregen.’

Mary Brown (76)

“Toen ik net 18 werd, ging ik met een vriendin op vakantie naar Nederland. Na een paar dagen ontmoette ik een jongen op wie ik verliefd werd. Het plan was eigenlijk om met die vriendin drie maanden door Europa te gaan reizen en dan terug te gaan naar Engeland, maar ik heb toen de keuze gemaakt om in Amsterdam te blijven. Nu woon ik hier al 58 jaar.

Edwin was erg driftig toen hij jong was. Hij sliep ’s nachts niet: overdag deed hij af en toe wel een dutje, maar in de nacht was het krijsen en gillen. Op een gegeven moment ben ik, toen hij drie was, zelfs een paar dagen in mijn eentje naar Engeland gegaan: ik trok het gewoon niet meer.

Als mijn familie uit Engeland belde, zat ik in de keuken Engels met ze te praten. Edwin kende toen natuurlijk nog geen Engels en begreep dus niet was er werd gezegd. Daar kon hij erg boos om worden. Op een gegeven moment heeft hij uit woede toen de telefoon gepakt en door de kamer gegooid. Toen hij ouder werd, werd dat gelukkig wel minder.

Hij komt elke zaterdag bij me op bezoek. We lezen allebei graag, daar praten we veel over. Over welke boeken we gelezen hebben en wat we daarvan vonden. Soms praat ik ook weleens over dingen die hij wat minder leuk vindt. Ook al praat ik dan lang, hij doet toch alsof hij het interessant vindt.

Edwin is sowieso erg zorgzaam en probeert altijd oplossingen voor problemen te vinden. Toen ik een paar jaar geleden mijn elleboog had gebroken, kon ik de voordeur niet zelf openmaken. Hij heeft toen een hele constructie gemaakt waardoor dat wel lukte. Hij heeft ook iets bedacht voor de duivenoverlast op mijn balkon. Hij heeft daar iets voor gemaakt waar hij wel vier of vijf uur mee bezig is geweest, maar dat vindt hij helemaal niet erg.

Als ik mijn familie in Engeland opzoek, ga ik altijd met de trein. De laatste jaren gaat dat wat lastiger, ik heb moeite met het tillen van mijn koffer. Edwin gaat daarom weleens met me mee. Dat kost hem dan een week van zijn vakantiedagen, maar hij doet dat om mij te helpen. In Engeland maken we graag samen mooie wandelingen, bijvoorbeeld in Bath. Dat zijn fijne momenten.

Toen Edwin jonger was, ging hij graag en vaak uit. Je kunt je als moeder dan niet voorstellen dat hij ooit een lieve, goede vader zal worden met een eigen volkstuintje. Dat is hij nu wel. Dat is erg leuk om te zien.”

Edwin Raap (50)

“Mary was als moeder heel liefdevol, maar ook erg beschermend. Ze was altijd bang dat me iets zou overkomen. Ik leerde relatief laat fietsen; pas op mijn negende, van een vriendje. Mijn moeder vond het wel prettig dat ik niet fietste: zo had ze weer een zorg minder. Ik merk dat ik dat zelf ook had toen ik kinderen kreeg: op de speelplaats stond ik het liefst de hele tijd naast Azra en Rebekka. Ik vond het lastig om ze maar gewoon hun gang te laten gaan.

Toen ik in de puberteit kwam vond ik het al vroeg leuk om uit te gaan en te blowen. Als ik dan midden in de nacht thuiskwam hoorde ik altijd gestommel. Dat was mijn moeder, die niet kon slapen voordat ik er was. Daar voelde ik me soms wel een beetje schuldig over.

Ik bewonder heel erg hoe mijn moeder haar plek heeft gevonden in Nederland. Ze was heel jong toen ze naar Amsterdam kwam. Ze is zelf erg timide en om dan, zonder de taal te spreken, in zo’n ouderwetse naoorlogse maatschappij terecht te komen, met al die Nederlandse directheid, dat zal niet makkelijk geweest zijn.

Hoe ouder ik word, hoe meer ik me bewust word van de Engelse aspecten in mijn opvoeding. Extreme beleefdheid en een bepaalde mate van klassenbewustzijn die ik heb meegekregen bijvoorbeeld. Ik ben ook minder direct opgevoed dan in Nederland normaal is. Ik merk ook nu nog dat ik moeite kan hebben met de Nederlandse directheid. Ik ben niet tweetalig opgevoed, maar als mijn ouders ruzie maakten, deden ze dat altijd in het Engels zodat wij het niet konden verstaan. Een betere drijfveer om de taal te leren is er natuurlijk niet.

We lezen allebei graag. Mijn moeder nam ons vroeger vaak mee naar de bieb. Dat vond ze heel belangrijk, en ze las ons elke avond voor. Toen ik een jaar of vijf was, wilde ik niet meer voorgelezen worden. Ik had toen net zelf leren lezen en vond dat ze te langzaam las. Ik wilde veel sneller door de boeken heen. Ze was een fantastische voorlezer, wat extra knap is als je bedenkt dat Nederlands niet haar moedertaal is.

Mijn moeder straalt liefde uit op alle manieren. Toen ik een jaar of zeven was, was ik gigantisch Robin Hood-fan. Toen we met carnaval verkleed naar school mochten, heeft ze een fantastisch Robin Hood-pakje voor me gemaakt. Inclusief hoedje met veer, groene muiltjes en werkende pijl en boog. Daar moet ze minstens veertig uur aan gezeten hebben. Ik voelde me toen echt heel cool. Fantastisch dat ze dat voor me heeft gedaan.”

Mary Brown (76), gepensioneerd
Edwin Raap (50), tekstschrijver gemeente Amsterdam
Carien Reugebrink (56), eigenaar vintagekledingwinkel Rosa Rosas
Azra Raap (22), afgestudeerd HKU
Rebekka Raap (22), student Journalistiek aan Hogeschool Utrecht

Mary woont in een appartement in de Surinamepleinbuurt. Edwin en Carien wonen in Slotervaart. Azra en Rebekka wonen in Utrecht.

Ook samen in Het Parool? ouderenkind@parool.nl

null Beeld Eva Plevier
Beeld Eva Plevier

Bouchra woont met haar drie kinderen afwisselend in Hilversum en bij haar vriend Robert in Diemen. Jimmy is de enige jongen. ‘Bij mijn vader krijgen ze nog een baby. Ik hoopte op een broertje.’

Bouchra Tjon Pon Fong (38)

‘Vorig jaar werden Robert en ik aan elkaar gekoppeld door gemeenschappelijke vrienden, zijn buren in Diemen. Het was meteen gezellig, en dat is het nog steeds. Net als ik heeft hij drie kinderen; Roberts oudste dochter woont voornamelijk bij haar moeder, de mama van de jongste twee meisjes is overleden. Mijn jongste dochter heeft een andere baby daddy dan mijn twee oudsten.

Gelukkig klikte het meteen tussen alle kinderen. Roberts dochters hebben mij meteen omarmd en mijn kinderen Robert ook, dat was het belangrijkste. Volgend jaar gaan we met z’n allen in Diemen wonen, dan zijn mijn kinderen ook dichter bij hun vader, die in Amsterdam woont.

Tijdens de lockdowns hebben we al met zijn zevenen samengewoond, dat ging heel goed. Mensen vinden het vaak heftig, zo’n groot gezin, maar ik ben het gewend. Ik kom uit een grote familie, mijn moeder is Marokkaans en mijn vader Surinaams. Het is een kwestie van goed plannen en verder heel flexibel zijn.

Jarenlang was ik zangeres in K-otic, daarna heb ik nog opgetreden in dinnershows. Het leventje was heerlijk en het had iets verslavends, maar sinds een jaar voel ik de drang om op te treden niet meer zo. Mijn leven is goed zoals het nu is. Ik werk in het bedrijf van Robert als planner en als ayurvedisch behandelaar, maar ik ben vooral druk met moeder zijn.

Jimmy zit altijd als enige jongen tussen de meiden, hij is heel lief en zorgzaam. Nog iedere ochtend maakt hij me wakker met een dikke knuffel. Hij volgt tweetalig onderwijs en spreekt vlekkeloos Engels. Leren gaat hem makkelijk af, er was zelfs sprake van dat hij een klas over zou slaan, maar vanwege corona hebben we dat laten gaan. Jimmy heeft ook een goed gevoel voor humor, heel volwassen, we kunnen echt lachen samen.

Toen ze klein waren gingen Jimmy en Eleana vaak met me mee naar optredens, misschien is hij daarom niet bang om op de bühne te staan. Vorig jaar bij een moppentapavond op camping De Lievelinge in Vuren klom ie zo het podium op, heel stoer.

Vroeger verslond Jimmy boeken, nu vindt hij gamen het leukste wat er is. Ik probeer er wel op te letten, maar met zo veel kinderen die de aandacht vragen, ontglipt het weleens aan mijn aandacht. Ik heb niet echt een gebruiksaanwijzing voor de opvoeding, ik doe gewoon mijn best. Met veel liefde komt het sowieso goed.”

Jimmy van Rongen (11)

“Mama is heel chill, ze wordt nooit snel boos om dingen. Ze houdt erg van plannen en kan er alleen niet goed tegen als we ons niet aan de gemaakte afspraken houden.

Omdat we met veel kinderen zijn moeten we haar wel een beetje helpen, met de tafel dekken en afruimen, of op de kleintjes te letten als ze boodschappen moet doen. Ik kan heel goed omgaan met kleine kinderen, dus ik vind dat nooit erg.

Ik heb ook nog een halfzusje bij mijn vader en daar krijgen ze nu nog een baby. Ik hoopte op een broertje, maar nee, het wordt wéér een meisje. Straks heb ik zeven zusjes, haha! Ik ben daarom extra blij met mijn vader en met Robert, dan ben ik tenminste niet de enige jongen in huis.

Het is druk met z’n allen, maar wel gezellig. Tijdens corona woonden we in Diemen en dan zaten we met zevenen aan de ronde tafel te eten. Als mijn zus en ik vrienden uitnodigen mogen ze altijd mee-eten, ook in Hilversum, waar we heel klein wonen.

Als er ergens veel mensen zijn merk ik dat vaak niet eens, ook in een drukke klas kan ik me goed concentreren. Wel vind ik het lekker me af en toe even terug te trekken en te gamen, dat is iets voor mij alleen. Ik speel veel Minecraft en ook wel schiet­spellen. Mama zegt vaak dat ik moet stoppen, maar dat lukt dan niet altijd. Ik moet wel toegeven dat ik er soms iets te lang achter zit.

Mama en ik vinden het leuk om samen filmavondjes te houden, met een zak Bugles en zo’n knijptube met kaas, en iets te drinken erbij. We hebben alle Marvelfilms al gezien en laatst zijn we aan de Star Wars-films begonnen, maar toen viel mama ­halverwege in slaap. Het plan was om ze allemaal te gaan kijken, maar dat hebben we nog steeds niet gedaan.

Ik ben Marokkaans, Surinaams en Nederlands, maar daar merk ik niet zo veel van, behalve dan misschien het eten. Mama kan heel goed koken, vooral haar rijst met bonen en vegan shoarma vind ik heel lekker.

Ze is met de islam en het katholieke geloof opgevoed, maar toen ze zeventien werd is ze daarmee gestopt. Ze heeft me uitgelegd hoe dat voor haar was. Ze zegt altijd dat ze nergens in gelooft, behalve in de liefde.”

Bouchra Tjon Pon Fong (38), ­ayurvedisch behandelaar en planner
Eleana van Rongen (13), 3 vwo
Jimmy van Rongen (11), groep 8
Melina Rose Pels (2)
Robert van Opmeer (43), eigenaar van kitbedrijf Are You Kitting Me
Jody van Opmeer (13), 2 mavo/havo
Jane van Opmeer (5), Sint Petrus
Roisin van Opmeer (3)

Bouchra en kinderen wonen afwisselend in Hilversum en in Diemen.

Ook samen in Het Parool? ouderenkind@parool.nl

null Beeld Harmen de Jong
Beeld Harmen de Jong

Danny groeide op in de Jordaan. Problemen werden thuis vaak weggelachen. Zijn moeder, Greet, heeft echt Jordanese humor. ‘Ik hou van geintjes, misschien om iets te verdoezelen.’

Greet Lentz (70)

“Via mij had Danny samen met een vriendje een vakantiebaantje als afwasser in de spoelkeuken van het Confectiecentrum. Ze stonden aan het eind van een lopende band en moesten het vuile servies in de afwasmachine zetten. Eerst ging het goed, maar al snel konden die sukkels het niet bijhouden en hoorde je steeds meer borden en glazen stukvallen. Het leek wel een slapstick.

In het begin van de coronatijd raakte Danny zijn baan kwijt. Daar schrok ik van. Hij is toen een eigen schoonmaakbedrijf begonnen, dat vond ik moedig en eng. Omdat hij zo hard werkt, loopt het goed. Daar ben ik trots op. Op zijn eerste werkdag zijn we met Semmie en Tatum, zijn oudste kinderen, naar zijn huis gereden om hem te verrassen met een fles champagne en een taart. Als grap had ik er ook een emmer met schoonmaakspullen bijgedaan. Ik hou van geintjes, misschien om iets te verdoezelen, dat weet ik niet.

Danny is gek op zijn vader. Met mij is hij het meestal oneens, dat is altijd zo geweest. Ik ben direct en zeg alles wat ik vind, Danny is behoudender. Hij denkt eerst na voor hij praat. ­Danny heeft vier kinderen uit twee relaties. Anita, zijn vrouw, heeft een zoon die ernstig verstandelijk gehandicapt is: Lars. Danny is zo lief met Lars, dat is echt prachtig om te zien.

Ik kom uit een voetbalfamilie. Als kind ging ik met mijn vader naar het Olympisch Stadion waar Blauw-Wit speelde. Ons huwelijksfeest vierden Simon en ik in de kantine van Blauw-Wit. In mijn jeugd in de Jordaan stond mijn box buiten en zat mijn moeder ernaast op een vuilnisbak. Alles gebeurde op straat. Na het eten speelden hordes kinderen buiten en als de ijscoman kwam en je geluk had, kon je moeder een ijsje betalen. Nu zijn er alleen maar achterlijk dure huizen.

Sinds een paar jaar gaan we in de winter naar Spanje. Dat vond ik moeilijk, omdat ik mijn kleinkinderen zo lang niet zou zien. In ons eerste jaar lag ik op het strand en dacht ik dat ik ­Anita op de boulevard zag. Ja hoor: op dat moment kwamen Danny’s kinderen Nikkie en Noa aanrennen, die keihard ‘Oma!’ riepen. Ik huil ­bijna nooit, maar toen hield ik het niet droog.

Aan tattoos heb ik een bloedhekel, maar ik ben trots dat Danny zijn vader en moeder op zijn arm heeft staan, als dank voor alles wat we voor hem hebben gedaan.”

Danny Lentz (50)

“Ik doe altijd mijn best om ma aan het lachen te maken, lekker met haar dollen, tot ze zo hard lacht dat ze niet meer kan ophouden. Mijn moeder heeft echte Jordanese humor. Ze zegt precies wat ze denkt, ook al is dat niet altijd in haar voordeel.

Ze is stronteigenwijs, maar dat ben ik ook. Ik heb mijn moeder vroeger wel tot wanhoop gedreven, want ik kon heel goed zuigen. Omdat we ­hetzelfde karakter hebben, botsen we vaak, maar ik hou verschrikkelijk veel van haar.

In onze familie worden problemen vaak weggelachen. Anita heeft mij leren praten en laten zien hoe je problemen bespreekbaar kunt maken.

Wij hadden vroeger een simpel en nuchter gezin. Mijn ouders werkten keihard en als we ’s avonds thuiskwamen waren er aardappels, groenten en een karbonade. Ze verwenden me ook. Ik mocht geen brommer, dat vond ik jammer, maar zij wisten wat voor wildebrassie ik was. Toen ik mijn rijbewijs haalde, gaven ze me mijn eerste auto, een oranje Mini.

In mijn jeugd waren we elk weekend bij Goldstar, onze voetbalclub. Pa zat in het bestuur en ma was vrijwilliger in de kantine. Ze heeft haar hele leven in de horeca gewerkt. De horeca is voor haar gemaakt: ze heeft humor, maakt het iedereen naar de zin en kan heel snel werken. Van kleins af aan zat ik op de tribune bij Ajax, eerst samen met mijn vader en later bij de F-side.

Door corona werd ik ontslagen. Het was altijd al mijn ambitie om iets voor mezelf te beginnen. Mijn meisje steunde me enorm en omdat zij een goeie baan heeft, durfde ik de gok te wagen. Het bevalt prima. Als Anita

’s morgens vroeg naar het ziekenhuis moet, heb ik tijd om de kinderen nog even naar school te brengen. Mijn ouders hebben ook geholpen toen ik voor mezelf begon, maar het belangrijkste is dat ik van hen heb geleerd wat hard werken is.

Ma is een geweldige oma. Toen ­Nikki en Noa jong waren, kwam ze elke week met de trein naar Nieuwegein om een dag op te passen. Ze verwent ze enorm. Wij zijn nogal streng met eten, maar van haar mogen ze altijd snoep.

Pa en ma hebben al veertig jaar een zomerhuisje in Egmond. Vroeger ­gingen we daar elk weekend heen en nu zitten zij daar de hele zomer. Een paar jaar geleden zijn ze in de winter voor het eerst naar Benidorm gegaan. Dat hadden ze jaren eerder moeten doen, ze zijn nu op een leeftijd om te genieten.”

Greet Lentz (70), cateringmedewerker (gepensioneerd)
Simon Lentz (72), hoofd logistiek (gepensioneerd)
Danny Lentz (50), eigenaar DLCleaning
Anita Bokma (43), verpleegkundige
Semmie Lentz (21), bouwvakker
Tatum Lentz (17), havo afgerond
Nikki Lentz (9), groep 5 obs De Krullevaar, Nieuwegein
Noa Lentz (8), groep 5 De Krullevaar
Lars Bokma (18), dagcentrum De Weteringhoek, Utrecht

Greet en Simon wonen in de ­Jordaan. Danny en Anita wonen met hun ­kinderen in Nieuwegein.

Ook samen in Het Parool? ouderenkind@parool.nl