Plus

Is deze Egyptische superster de redder van het Amsterdamse judo? ‘Bij elke training keek iedereen of zijn auto er al stond’

Het Amsterdamse judo lag lange tijd op de rug. Voormalig Afrikaans kampioen Ramadan Darwish (34) vecht nu met ziel en zaligheid om de talenten uit de stad te geven wat op zijn erelijst ontbreekt: een olympische medaille. ‘Onze judoka’s lopen met hem weg.’

Thomas Sijtsma
De Egyptische topjudoka Ramadan Darwish met zijn Amsterdamse leerling Noah Shukrula.  Beeld Lin Woldendorp
De Egyptische topjudoka Ramadan Darwish met zijn Amsterdamse leerling Noah Shukrula.Beeld Lin Woldendorp

In de lange gangen van de sportcampus van de Hogeschool van Amsterdam, aan de rand van Nieuw-West, wordt de hoekige verschijning vaak even nagekeken. Ramadan Darwish ziet er met zijn bijna honderd kilo, twee meter lengte en geblokte spiermassa niet uit als een doorsnee student of scholier. Dat is hij ook niet. De Egyptenaar komt dagelijks Amsterdamse judoka’s in de leeftijdsgroep tot 21 jaar helpen en begeleiden.

Laat je niet afschrikken door zijn woeste uiterlijk. Aan tafel in de kantine blijkt zijn zachtaardige en bescheiden karakter als vanuit het niets een tiener verschijnt die Darwish een knuffel komt geven. Zijn vrouw Zozo El-Akabawy, die mee is als tolk omdat Darwish het Nederlands nog niet machtig is, krijgt een boks van de tiener. Of hij training komt geven? “Ja, straks in de dojo.”

Zwartebanddrager Darwish is niet zomaar iemand. In zijn geboorteland geldt hij als een grootheid. Vlak na aankomst op het vliegveld in Egypte, bij de douane, wordt hij al herkend. “Ik moet vaak handtekeningen uitdelen en op straat houden ze mij tegen. Dat gebeurt in Amsterdam niet.”

Zwarte zeep

El-Akabawy kende Darwish al voor ze hem ooit had gesproken. De geboren Amsterdamse, met Egyptische roots, judode jaren internationale wedstrijden voor het Noord-Afrikaanse land en hoorde van anderen over een van de beste atleten van Egypte. “Al die meiden waren gek op hem. Bij elke training ging iedereen kijken of zijn auto er al stond. Van die hype moest ik helemaal niets hebben.”

De palmares van de judoka is bekend bij de meeste Egyptenaren. Darwish is drievoudig olympiër (zevende plek in Rio de Janeiro 2016), won brons op de wereldkampioenschappen van 2009 en is achtvoudig kampioen van Afrika. Alle resultaten in de categorie tot honderd kilo.

El-Akabawy raakte er niet van onder de indruk. Toch sloeg de vonk over toen ze zes jaar geleden bij een judotoernooi in Gabon voor haar moeder op zoek ging naar zwarte zeep. Darwish hield haar tegen en waarschuwde de Amsterdamse voor het gevaar op straat. Daarna zorgde hij hoogstpersoonlijk dat ze de zeep kreeg. “Daar begon mijn interesse in hem. Die superster bleek heel aardig. We begonnen te praten en zijn inmiddels zelfs getrouwd.”

Vanwege de liefde woont Darwish al een paar jaar in Sloten en sinds begin dit jaar is hij een van de belangrijkste trainers van TopJudo Amsterdam. De stichting, opgericht in 2010, heeft als doel de stad weer op de Nederlandse judokaart te zetten door de krachten van tien judoclubs uit de regio te bundelen en zodoende de grootste talenten te behouden.

Talentenfabriek

In het verleden was het vaak zo dat de Amsterdamse talenten werden opgepikt door bijvoorbeeld het Haarlemse Kenamju, waar ze meer en betere kansen kregen om zich te ontwikkelen. “Dat is gelukkig verleden tijd,” zegt Steven Shukrula (56), voorzitter van TopJudo Amsterdam. “Omdat wij nu ook professionele begeleiding bieden, blijven de talenten bij ons. Het is net als voetbal: talenten van Feyenoord en Ajax wisselen ook niet snel van club. Dat is een ongeschreven regel.”

Sinds het begin van dit jaar probeert Darwish, pas kort gestopt met het professioneel bedrijven van de sport, de judotalenten tot 21 jaar naar een nog hoger niveau te brengen. Daarvoor brengt de olympiër veel tijd door in de dojo van het sportcentrum van de HvA, tot groot genoegen van Shukrula. “Hij is als een engel op het juiste moment uit de hemel gevallen. Als ik een boot had, zou ik hem op de boeg door de grachten varen. Toptrainers zijn in het judo zo schaars en wij hebben er een van de hoogste kwaliteit.”

Volgens Shukrula is er geen betere. “Darwish is zo gedisciplineerd en doordat hij zelfs op de Olympische Spelen heeft gestaan, brengt hij een rugzak vol ervaring mee. Dat is van onschatbare waarde voor onze talenten en onze trainers. Hij heeft zelf alles meegemaakt, bijvoorbeeld hoe ze met druk en tegenstanders moeten omgaan. Onze judoka’s lopen met hem weg.”

Amsterdam wil in het judo weer een talentenfabriek zijn. Daarvoor creëren Shukrula en andere bestuursleden de topsportomgeving met alle faciliteiten die nodig zijn. Judoka’s hebben toegang tot krachttrainers, fysiotherapeuten, voedingsdeskundigen, een mentale coach en ook vertrouwenspersonen.

Het geheel is van dermate goede kwaliteit, dat ook Darwish onder de indruk is. “Het is heel professioneel. De talenten zijn leergierig en gretig. Ik denk dat een deel van de sporters grote successen kan halen.”

Vijf jongens en vier meisjes schuren al tegen de Nederlandse top aan. Ze doen op nationale kampioenschappen mee om de prijzen.

Pijn als stimulans

Darwish ging na het beëindigen van zijn carrière door een donkere periode. Zijn leven draaide om judo, om prijzen winnen, hij was altijd op weg naar nieuwe doelen. Die vielen weg, waardoor hij zoekende was.

“Ik had niet bereikt wat ik altijd wilde bereiken: een olympische medaille. Dat stemt mij verdrietig, ik heb daar om gerouwd. Inmiddels probeer ik dat negatieve gevoel om te zetten in een nieuwe ambitie. Wat mij zelf niet is gelukt, wil ik met mijn Amsterdamse talenten behalen. Zij kunnen de pleister op mijn wond zijn. Mijn hoogste doel is daarom een medaille voor een van hen. Ik hoop dat mijn pijn voor hen de stimulans vormt.”

Hoewel Darwish de talenten technisch en tactisch veel bijbrengt, richt hij zich voornamelijk hun wilskracht. “De beste judoka is mentaal kerngezond. Doorzettingsvermogen en geduld zijn de belangrijkste eigenschappen om een topsportcarrière na te streven. Ik wil ze meegeven om geduldig te zijn, niet op te geven na een tegenslag en nooit de doelen uit het oog te verliezen.”

“Alleen de judoka’s die onverstoord door blijven gaan, komen uiteindelijk bovendrijven. Iedereen krijgt te maken met tegenslagen, het gaat erom hoe je daar mee omgaat. Al het andere moet je uitschakelen. Blessures, problemen in de thuissituatie en ruzie, ze zullen je alleen maar afleiden op de mat.”

Het zou over twee of vier jaar zomaar kunnen: een olympische medaille voor een Amsterdamse judoka. En dat allemaal door een zwart zeepje in Gabon.

Judotalent Noah Shukrula (17): ‘Door hem doe ik harder mijn best’

“‘Only judo, Noah, only judo.’ Dat zegt hij vaak tegen mij. Darwish is nog maar een paar maanden mijn trainer, maar hij ziet meteen wanneer ik iets aan mijn hoofd heb. Dan loopt hij naar me toe, legt een hand op mijn schouder en stelt me gerust.

We krijgen veel technische tips, maar van hem leer ik vooral dat ik alles in het moment moet leggen. Hij stimuleert en motiveert mij echt. Door hem doe ik harder mijn best. Tijdens toernooien loopt het weleens vast in mijn hoofd door de spanning. Hij probeert dat weg te nemen.

Darwish kon als judoka tegenstanders laten vliegen en dat brengt hij ons nu bij. Hij is echt steengoed als trainer. Als ik een wedstrijd judo, moet de coach soms lang analyseren tot ik een aanwijzing krijg. Darwish ziet het meteen en brengt het snel over, zoveel ervaring brengt hij mee. Ik weet zeker dat hij ons successen zal brengen.”

Meer over