PlusInterview

In ‘Jason’ mogen we als kijker zijn traumatherapie bijwonen

Jason Bhugwandass. Dicht op de huid, als een onzichtbare observator, filmt Maasja Ooms hem tijdens een intensieve traumatherapie. Beeld
Jason Bhugwandass. Dicht op de huid, als een onzichtbare observator, filmt Maasja Ooms hem tijdens een intensieve traumatherapie.

Maasja Ooms gaf met Alicia de jeugdzorg een aangrijpend gezicht: de documentaire over een meisje in een instelling bracht veel teweeg. Met Jason, haar derde film over jongeren in moeilijke situaties, heeft ze een drieluik voltooid. Op Idfa is vandaag de première.

Lorianne Van Gelder

Maasja Ooms en Jason Bhugwandass zijn vrienden. Ooms (52) is filmmaker, Jason (22) is een activistische, zelfverklaarde probleemjongere met trauma’s. Het lijkt misschien een onwaarschijnlijke vriendschap, maar de vriendschap is echt. Ze ontmoetten elkaar toen Ooms een ronde door het land maakte na haar film Alicia (2017), een hartverscheurende documentaire over een meisje in een kindertehuis dat geen pleeggezin vond. De film werd onbewust een aanklacht tegen de manier waarop we in Nederland de hulp hebben georganiseerd voor kinderen en jongeren in de problemen. De vele debatten, praatsessies en impactavonden die Ooms, die ooit zelf in een kindertehuis heeft gezeten, vervolgens bijwoonde, lieten zien hoeveel de jeugdhulpsector zelf ook snakte naar verandering.

Op een van die avonden over Alicia stond Jason op. Hij was heel mondig tegen een wethouder in Utrecht. “Iedereen had zoiets van: wie is dat?” zegt Ooms. Ze liep op hem af en ze raakten aan de praat.

Kwetsbare fase

Ooms speelde met de gedachte een film over Jason te maken en hij wilde dat ook graag. Hij had heel wat te vertellen en had veel woede in zich. Over zijn trauma’s in de gesloten instelling waar hij als tiener zat, over de gevangenisachtige situaties van veel jeugdzorginstellingen. Maar het ging toen slecht met Jason. Hij wilde niet meer leven, hij sneed zichzelf. Ooms maakte zich zorgen en na een paar proefdraaidagen wilde zij niet meer. Ze vond het te risicovol. Hij wilde wel. Maar hoe maak je een film over een jongen in zo’n kwetsbare fase van zijn leven?

Toch is de film er gekomen. Dicht op de huid, als een onzichtbare observator, filmt Ooms Jason tijdens een intensieve traumatherapie. Hij vecht met zijn demonen, maar nooit wordt hij een zielig slachtoffer. Je ziet hem ook pannenkoeken eten met een vriend, eloquent optreden in Nieuwsuur en een borstverwijderingsoperatie ondergaan, want Jason is bovenop alles nog in transitie van vrouw naar man.

Het is veel, de ‘bakken’ trauma – hij deelt zijn pijn letterlijk op in mentale bakken of vakjes om het behapbaar te maken – die we mogen zien van Jason. Maar de film is ook hoopvol. Als er iemand veerkrachtig is na huiselijk geweld, seksueel misbruik en trauma na isolatie in een jeugdinstelling, is het Jason het wel. Strijdvaardig, kwetsbaar en zonder gêne laat hij zijn traumatherapie vastleggen. Zijn armen dragen de littekens van het veelvuldig snijden. Soms zit hij met een grote teddybeer voorovergebogen wiegend in een stoel, dan weer praat hij ronduit zelfverzekerd. En Ooms zit altijd, in haar eentje, achter de camera. Stil, empathisch, observerend.

U twijfelde of u wilde doorgaan met een film over Jason, maar de film kwam er. Wat trok u over de streep?

“Jason zei: ‘Jij bent mij niet’, als ik zei dat ik het eng vond. Maar hij was er echt slecht aan toe. Hij liep ’s nachts letterlijk weg voor zijn nachtmerries. Het ging een paar keer zo slecht dat ik hem van een crisisafdeling heb gehaald. Twee jaar later vond hij eindelijk een traumatherapie waar hij mocht beginnen. Ik heb bij veel mensen gecheckt of ik moest doorgaan met filmen, en ik heb ook veel gesprekken gehad met Jason. Als je als jongere zoveel op eigen houtje hebt gedaan, is autonomie heel belangrijk. En is het aanmatigend om te zeggen: het is voor jou niet goed als deze film wordt gemaakt. Toen zijn traumatherapeuten ook akkoord waren, durfde ik het aan.”

Maasja Ooms
 Beeld
Maasja Ooms

Aan het begin van de film komt in beeld: ‘Jason is een man met een missie.’ Waarom is dat?

“Je moet als kijker het gevoel hebben dat je mag kijken. Er gebeurt zoveel heftigs, dat je je niet een voyeur moet voelen. Zijn missie en boodschap zijn belangrijk: hij wil zo snel mogelijk van gesloten jeugdinstellingen af. Iedereen roept dan: gesloten jeugdzorg kan nog niet dicht, want we hebben nog niets anders. Maar hij vindt: gesloten jeugdzorg is slecht en iets wat slecht is, moet gewoon ophouden.”

Jason laat zich filmen na zijn borstoperatie, tijdens therapiesessies, in persoonlijke gesprekken. Was er voor hem geen enkel taboe op wat u mocht zien?

“Nee, eigenlijk niet. Hij is ook al heel open, op Twitter bijvoorbeeld (@JasonErvD, ruim 18.000 volgers, 20.000+ tweets – red). Alles is al bekend. Hij was ook vaker op televisie geweest. Dus daar zat voor mij niet het echte spannende, en voor hem ook niet. Voor mij was de uitdaging hoe je het invoelbaar kon maken: opgesloten zijn met zware trauma’s en daar nog getraumatiseerder uitkomen.”

In uw twee eerdere films, Alicia en Rotjochies, wist u ook hulpverleners en probleemjongeren voor u te winnen. Wat is het dat u kwetsbare mensen toch voor uw camera krijgt?

“Mensen zeggen weleens dat ze mijn aanwezigheid niet ‘voelen’. Ik kan op twintig centimeter afstand zitten en je voelt mij niet meer. Ik weet niet hoe dat komt. Blijkbaar ga ik op in de omgeving en de sfeer van een moment.”

Wat is na drie films uw indruk van de staat van de jeugdzorg?

“Een volledig beeld heb ik niet. Maar er moet wel heel goed worden gekeken naar uithuisplaatsingen. Kinderen komen er vaker slechter uit dan ze erin gingen. Het lijkt me belangrijker om te kijken wat je kunt doen bij een gezin, voordat je kinderen weghaalt. Jason zegt ook: de slachtoffers worden opgesloten, terwijl de daders vrij rondlopen. Dat opgesloten zijn is een heftigheid. De manier waarop we met dit soort jongeren omgaan in de jeugdzorg komt voort uit angst. Onder het mom van eigen veiligheid worden kinderen opgesloten, maar er wordt niet gekeken naar wat dat impliceert. Je wordt opgesloten in een stille kamer met allerlei trauma’s die niet zijn verwerkt. Dat is gewoon gruwelijk.”

Hoe gaat het nu met Jason?

“De traumatherapie heeft hem goed gedaan, maar het is niet voorbij. Het ontbreekt hem nog aan een fundament in zijn leven, hij noemt het zelf ook ‘modder’. Ze raden hem nog een andere therapie aan. Maar de woede over zijn opgesloten zijn, gaat denk ik nooit echt weg.”

Bent u inmiddels ook activistischer geworden?

“Ik was een sluimerende activist en dat activisme is nu meer naar buiten gekomen. Ik hoop vooral dat ik mensen opnieuw leer kijken; naar omstandigheden die je zelf in stand houdt, naar systemen die we vanzelfsprekend vinden. Ik dacht ook dat ik na deze trilogie klaar was met het onderwerp, maar ik zou eigenlijk nog graag een film maken over de hulpverleners. Dus wellicht komt die er over een paar jaar nog aan.”

Jason. Première ​​18/11 in Eye, daarna nog op 19/11 en 20/11 op het Idfa te zien, en 21/11 op NPO2.

Zo helpt jeugdzorg wel

Marco Bottelier is bestuurder bij Accare, een jeugd-ggz-organisatie in onder meer Almere. Psychologen van Accare behandelen Jason in de film. Dat behandelaars en een ggz-instelling traumatherapie laten filmen is bijzonder. Accare deed mee aan de documentaire om te laten zien wat traumatherapie kan doen en hoe intensief het proces is.

De kritiek die Jason uit – over de schadelijkheid van opsluiting, over het gebrek aan begeleiding van een heel gezin in de jeugdzorg – vindt weerklank bij Bottelier. “Opsluiten moet je niet willen, dat weten we inmiddels als jeugdhulpsector, maar dat betekent niet dat het middel is verdwenen. Als een jongere een gevaar is voor zichzelf en zijn eigen omgeving, is een opname soms dat wat nodig is. Maar je wilt het eigenlijk voorkomen.”

Er is inmiddels een kentering gaande in de jeugdzorg. Uithuisplaatsingen zijn een laatste redmiddel, veel beter werken behandelingen gericht op het hele gezin, met hulpverleners die thuis langskomen. “Maar daar zijn goed opgeleide mensen en geld voor nodig,” benadrukt Bottelier. Dat is een heikel punt sinds de jeugdzorg in 2015 een taak van de gemeente werd.

Bij Accare wordt ook een intensieve gezinsbehandeling aangeboden waarbij een gezin zes tot acht weken samen wordt opgenomen – KINGS heet die (Kind IN Gezond Systeem). Eerst krijgen de ouders een traumabehandeling – want trauma gaat vaak over van generatie op generatie – en daarna worden de kinderen geholpen. De behandeling is succesvol: gezinnen blijven na behandeling veelal ‘intact’, terwijl vooraf uithuisplaatsing vaak als laatste redmiddel werd gezien. Met de Erasmus Universiteit Rotterdam en de Rijksuniversiteit Groningen onderzoekt Accare momenteel de langetermijneffecten van KINGS.

Meer over