PlusInterviews

Ic-verpleegkundige: ‘Klap in mijn gezicht als mensen de maatregelen negeren’

In het begin van de coronacrisis volgde Het Parool in de serie Coronadagboek drie Amsterdamse zorgverleners. Hoe gaat het een jaar later met de huisarts, de specialist ouderengeneeskunde en de ic-verpleegkundige?

 Marike de Meij, huisarts en palliatieve zorg bij het OLVG. Beeld Marc Driessen
Marike de Meij, huisarts en palliatieve zorg bij het OLVG.Beeld Marc Driessen

Marike de Meij (45) is huisarts in Oost en werkt in het palliatief team van het OLVG. In de eerste golf zette het team een afdeling op voor stervende coronapatiënten.

“Vorige week heb ik mijn tweede coronavaccinatie gehad, net als veel andere huisartsen. Ik was er best wel even ziek van. Hoge koorts, grieperig. In de appgroep met collega’s bleek dat ik niet de enige was. Kees Brinkman, internist-infectioloog in het OLVG, zit ook in de groep en die appte: ‘Klinkt allemaal als krachtige immuunrespons!’ Dat voelt goed. En na twee dagen waren de bijverschijnselen ook weer weg. De vaccinatie geeft een gevoel van opluchting. Ik ben er heel blij mee. Alsof ik de eindstreep heb gehaald zonder ernstig ziek te zijn geworden.

In de huisartsenpraktijk zien we heel weinig andere infectieziekten, geen snotneus, niets. In andere jaren moet je altijd wel een paar kinderen met een virusinfectie laten opnemen. Nu zijn ze er niet. Ik heb nog in geen oor gekeken. Griepgevallen zijn er evenmin. Een interessant gevolg van alle coronamaatregelen. Vorige week at ik bij mijn vriendin, ook huisarts. Ze zei: ‘Ik ga nooit meer handen van patiënten schudden.’ Dat klinkt onaardig, maar misschien is het wel veel gezonder.

Ik worstel met de mensen die zeggen dat ze het zo zat zijn, alle beperkingen. Ik ben het ook zo zat, ik heb ook een kind dat thuis zit. Het is echt allemaal erg vervelend. Toch denk ik dat de kwaal nog steeds erger is dan de meeste maatregelen die tot nu toe zijn genomen. Waarschijnlijk komt dat ook omdat je het met je eigen ogen ziet, in de praktijk: mensen gaan niet alleen dood aan corona, jonge patiënten die hartstikke gezond waren kunnen nu niet meer voor- of achteruit door vermoeidheid. Ik zou graag zien dat het lukt om nog even vol te houden.

Komt er een derde golf? In ieder geval is de tweede nog steeds niet voorbij. Die duurt wel lang. Het lijkt wel het nieuwe normaal. Als de Britse variant echt onaardig gaat zijn, ontstaat helaas misschien zelfs nog een bedden-tekort. Elke vergadering zeggen we weer: we hopen zo ontzettend dat dat niet gaat gebeuren. Maar we bereiden ons er wel op voor.

De grote winst in de behandeling nu is de inzet van ­ontstekingsremmer dexamethason en bloedverdunners. Dat is een verschil met de eerste golf. De mensen met covid die wij als palliatief team zien, zijn echter vaak uitgeput, verward, angstig. Er is ook frustratie vanwege het beperkte bezoek. De verpleging worstelt daar denk ik ook mee. Ze vertellen mij dat ze alleen bij een patiënt naar binnen gaan als het moet, veel minder dan ze zouden ­willen.

Nee, niet iedereen van het zorgpersoneel is al gevaccineerd. Dat is wel een pijnpunt. Het OLVG is volledig afhankelijk van het landelijk beleid. Er is helaas nog steeds een tekort aan vaccins, waardoor nog niet iedereen die in aanraking komt met covidpatiënten is ingeënt. Dat is mijn grote frustratie richting het overheidsbeleid, het is lang traag en chaotisch gegaan. Ik ben erg blij dat het nu eindelijk lijkt te gaan lopen.”
Bas Soetenhorst

Heleen Verwijs, verpleegarts bij zorginstelling Amsta. Beeld Marc Driessen
Heleen Verwijs, verpleegarts bij zorginstelling Amsta.Beeld Marc Driessen

Heleen Verwijs (43) is specialist ouderen-geneeskunde bij Amsta.

“Eind februari hebben onze bewoners hun tweede prik gehad. De meesten zijn nu dus gevaccineerd, hoewel er ook zijn waarvan bijvoorbeeld de familie om allerlei redenen geen toestemming heeft gegeven. Maar dat de meesten nu beschermd zijn, geeft een heel, héél goed gevoel. Het geeft hoop op een toekomst waarin we weer iets normaler met elkaar kunnen omgaan.

Er valt in die zin wel een last van me af. Helemaal nu er toch sprake van is dat we mogelijk landelijk een derde golf krijgen. Zonder het vaccin zou ik me veel meer zorgen maken, dan had ik waarschijnlijk juist in deze tijd mijn hart weer vastgehouden. Maar nu weet ik dat als er een derde golf komt, dat die dan hoogstwaarschijnlijk aan de bewoners voorbijgaat. Ik ben geruster.

Tegelijkertijd blijven de hygiënische maatregelen ongewijzigd. Ik vind dat begrijpelijk. Het OMT weet nog niet genoeg over de besmettelijkheid na vaccinatie. Bovendien beschermt een vaccin niet voor 100 procent. Maar in mijn werk is het soms wel lastig. Familie van bewoners komt naar mij toe om te vragen of we de teugels al een beetje kunnen laten vieren. Of ze met hun vader of moeder weer eens in de gemeenschappelijke huiskamer mogen zitten. En of familie vaker en met meer personen tegelijk op bezoek mag komen.

Het zijn begrijpelijke vragen. Ik zou ook graag willen dat het anders kon, dat we konden versoepelen. Helaas moet ik familie teleurstellen en aangeven dat versoepelen nu nog niet kan. Wij houden ons aan de landelijke richtlijnen en er wordt nog gestudeerd op het versoepelen van de maatregelen. Uitzonderingen maken is lastig. Het punt is ook dat als ik bij één familielid zeg dat het wel even kan, andere bewoners en hun familie dit ook willen. Dan zit je straks toch met zes mensen en hun bezoek in de, hiervoor te kleine, huiskamer.

Hoe nu verder? Wat wordt de volgende stap? Aan die mondkapjes zitten we de komende tijd waarschijnlijk nog wel even vast, verwacht ik. We zullen ons nog steeds bewust moeten blijven van alles wat je zelf kan doen om het risico op besmettingen te verkleinen. Want het vaccin werkt goed, maar het is geen garantie dat je niet besmet raakt.

Wat is het voor iedereen een bijzonder jaar geweest. Het is nu precies een jaar geleden dat Nederland in lockdown ging. Wat hebben we met z’n allen om moeten leren gaan met alle veranderingen. Bijzonder om te zien hoe iedereen zich op zijn manier heeft aangepast. Ik vond het zelf vooral in het begin erg pittig, toen we nog moesten ontdekken hoe het virus werkt en wat we in de verpleeghuizen moesten doen om zoveel mogelijk onze kwetsbare bewoners te beschermen, maar ook kwaliteit van leven te kunnen waarborgen voor ze.

Voor de verpleeghuiszorg in zijn algemeenheid was het een zware tijd. In het begin had ik het gevoel dat het verpleeghuis een beetje een ondergeschoven kindje was, maar gelukkig is dat wel veranderd. Dat onze bewoners en het personeel als eersten gevaccineerd konden worden, heeft me goed gedaan. Ik vind dat terecht. We zien nu al dat er een dalende trend is in het aantal besmettingen en uitbraken. Ik ben blij dat het nu beter gaat.”
Marc Kruyswijk

Martine Minnema, IC verpleegkundige bij het OLVG. Beeld Marc Driessen
Martine Minnema, IC verpleegkundige bij het OLVG.Beeld Marc Driessen

Martine Minnema (48) is ­ic-verpleegkundige van het OLVG.

“We zijn natuurlijk allemaal coronamoe, maar ik merk op onze ic dat collega’s ook in het werk soms coronamoe zijn. Mag ik alsjeblieft een keertje niet op een covidkamer? Want anders sta ik wéér de hele dag in de beschermende kleding. Anders moet ik wéér elke keer nadenken wat ik mee naar binnen moet nemen, omdat ik, als ik iets vergeet, me weer helemaal moet omkleden.

Het is mooi werk, natuurlijk, maar het is ook fijn om weer eens tussen de gewone ic-patiënten te staan, zoals mensen die een openhartoperatie hebben ondergaan. Daar zit toch weer een andere ic-hectiek omheen. Die mensen blijven vaak maar een dag na een operatie op de ic en dan gaan ze weer weg. Covidpatiënten liggen vaak in slaap, en dat een aantal weken achter elkaar.

Al heb je met hen ook contact hoor. Ik herinner me talloze kippenvelmomentjes. Zo vroeg een man mij, vlak voordat hij werd geïntubeerd en voor lange tijd in slaap werd gebracht, of ik een paar dagen later, namens hem, zijn vrouw wilde feliciteren omdat ze jarig was. En covid valt nog steeds niet te voorspellen. We hadden een echtpaar op de ic liggen, van wie de vrouw veel zieker leek dan de man. Uiteindelijk mocht zij de ic toch eerder verlaten, omdat ze sneller herstelde. Nog altijd worden we verrast.

Inmiddels zijn mijn collega’s op de ic gevaccineerd. Dat is natuurlijk mooi, maar we kampen toch met veel zieke collega’s. Vielen ze voorheen uit door covid of een verdenking daarop, nu zit een aantal collega’s nog steeds thuis omdat ze lang moeten herstellen van een covidinfectie. Andere collega’s hebben een burn-out. De emotionele belasting, de werkdruk; het is ze teveel geworden. Dat zijn heus niet alleen jonge mensen, maar ook collega’s die al heel lang meelopen.

Daarom vind ik het ook zo moeilijk om aan te zien als mensen de maatregelen negeren. Het voelt als een klap in mijn gezicht. Ik zie er nu ook collega’s aan onderdoor gaan. Ik kan in niemands portemonnee, hart of leven kijken, maar het wordt er op deze manier niet beter op. De Britse variant heeft de gewone variant al bijna verdreven, ik zie het zo snel niet goedkomen.

Overigens is het nu wel veel beter geregeld met de patiëntenspreiding in het land. En waar ik tijdens de eerste golf vier patiënten onder mijn hoede had, met hulp van ic-ondersteuners, zijn dat er nu doorgaans twee. Buiten het werk om zoek ik afleiding en ik probeer me juist een beetje afzijdig te houden van de talkshows met al die meningen. Ik ben er tijdens mijn diensten 100 procent voor de patiënt en daarbuiten zoek ik vooral naar leuke dingen: wat kunnen we nog wel? Ik fiets, wandel, lees en ik heb de luisterboeken ontdekt.”
Malika Sevil

Meer over