PlusAchtergrond

Hoogleraar Tessa Roseboom: ‘De eerste duizend dagen zijn bepalend voor je schooladvies, je kansen op de arbeidsmarkt, je latere gezondheid...’

Tessa Roseboom. Beeld Sophie Saddington
Tessa Roseboom.Beeld Sophie Saddington

De eerste duizend dagen van ieder mens, van piepkleine bevruchte eicel tot peuter van twee, zijn bepalend voor de rest van het leven. In haar nieuwe boek legt hoogleraar Tessa Roseboom (48) uit hoe we die begintijd positief kunnen beïnvloeden. ‘Als je er vroeg bij bent, heb je later een stuk minder ellende.’

Lorianne van Gelder

In de ivf-kliniek waar de jonge biologe Tessa Roseboom stage liep, zag ze het voor het eerst: een net bevruchte eicel, zo onder haar microscoop. Hier voltrok zich het begin van een nieuw mens. In het kille tl-licht van het lab ontstond een baby. In een petrischaaltje, niet in een warme baarmoeder.

Op dat moment werd Rosebooms interesse in het allerprilste begin van het leven gewekt. Vijfentwintig jaar later is ze dé Nederlandse autoriteit op het gebied van de eerste duizend dagen van het leven: van dat piepkleine, alleen door een microscoop waarneembare eitje tot de tweejarige peuter die al ‘eitje’ kan zeggen.

Die eerste duizend dagen zijn cruciaal, weet de hoogleraar Vroege Ontwikkeling en Gezondheid aan de Universiteit van Amsterdam en directeur van onderzoeksinstituut Reproduction & Development van het Amsterdam UMC als geen ander. In de buik worden alle essentiële organen aangelegd en in de eerste twee levensjaren wordt wel 80 procent van het brein ontwikkeld.

Roseboom deed onderzoek naar kinderen die werden verwekt in de Hongerwinter van 1944-45. Die hadden vaker depressies, scoorden cognitief slechter. Door voedselgebrek bleken deze kinderen later meer kans te hebben op hart-en vaatziektes – in de baarmoeder worden alle hartspieren aangelegd, daarna komt er niets meer bij.

Er is inmiddels overweldigend veel onderzoek naar die eerste periode in het leven, maar Roseboom vat het samen in vijf simpele, essentiële zaken: voeding, gezondheid, liefde, stimulatie en veiligheid. Als het daarmee goed zit, start je leven beter. Ontbreekt er iets, dan zul je de gevolgen merken.

Welke gevolgen zijn er bij een slechte start?

“In het prille begin van het leven leert je brein of de wereld over het algemeen veilig is, of er goed voor je wordt gezorgd, of er genoeg eten is. Als je niet bent begonnen in een veilige, voorspelbare omgeving, ga je niet op een gezonde manier om met stress, kun je veel agressiever reageren, is het moeilijker om op de lange termijn te plannen. Daardoor ben je ook weer gevoeliger voor verslaving, kom je minder goed mee op school. Het heeft allemaal te maken met wat je in de eerste duizend dagen aanlegt.”

Is het mogelijk de boel nog te repareren?

“Het is niet dat je brein stuk is, het is meer een thermostaat. Je kunt door leefstijlverandering of therapie wel wat verbeteren. Maar alles helemaal in de optimale setting krijgen, zal niet lukken. Het hoeft in die eerste duizend dagen ook niet perfect te gaan, maar als je er vroeg bij bent, heb je later een stuk minder ellende.”

In 2018 kwam u al met het boek De eerste 1000 dagen. U overhandigde het aan Hugo de Jonge, destijds minister van Volksgezondheid. Was uw punt nog niet gemaakt?

“Dat boek heeft veel gedaan. De eerste duizend dagen zijn in het coalitieakkoord terechtgekomen en het landelijke programma Kansrijke Start, waar 45 miljoen euro voor is vrijgemaakt, is opgezet. 275 gemeenten, ook Amsterdam, doen daaraan mee. Maar preventie is niet zo’n spannend verhaal. Er zit weinig heroïsch in. Je gaat pas over vijftig jaar concrete resultaten zien en daarom is het voor politici moeilijk erin te investeren. Niemand is natuurlijk tegen een goed begin van het leven, maar we wachten vaak tot er problemen zijn voordat we handelen.”

In Gelijk goed beginnen geeft u voorbeelden uit de praktijk. Van hulp voor vaders tot steun aan drukbezette ouders, van groene woonwijken tot stoppen met roken. Is het niet wat veel?

“Ik vind het soms jammer dat die programma’s met elkaar concurreren. Zo is er een programma ‘nu niet zwanger’, gericht op zwangerschapspreventie, een programma ‘aanstaande ouders die stoppen met roken’, een programma ‘hulp bij opvoeding’... Die hulpprojecten hebben allemaal hetzelfde doel, alle kinderen dezelfde kansen geven, maar gaan met elkaar in competitie.”

Het is een boel bemoeienis, van kraamhulp tot consultatiebureau. Zelfs als ouder zónder grote problemen denk je soms: bemoei je met je eigen zaken.

“Dat hoor ik ook. Dat moeten zorgprofessionals zich ook gaan aantrekken. Ouders weten dat ze verantwoordelijk zijn en willen het allemaal goed doen. Maar ze zijn ook onzeker en lang niet iedereen durft hulp te vragen. Veel mensen zeggen: ik vraag liever hulp aan familie en vrienden dan aan een hulpverlener, omdat ik me dan beoordeeld en onzeker voel. En als er problemen zijn, ben ik ook nog bang dat ik mijn kind zou kunnen kwijtraken. Er mag wel wat meer worden benadrukt dat het normaal is dat je met een drukke baan, stress en een kind dat slecht slaapt even wat hulp nodig hebt.”

En als je toch nog een wijntje dronk tijdens je zwangerschap, niet genoeg met je kind hebt gepraat, te gestrest was, is je kind dan al verpest?

“Nee, kinderen zijn veerkrachtig, ze kunnen tegen een stootje. Maar als de negatieve invloeden zich blijven opstapelen, zijn de consequenties groot. We weten dat kinderen die met geweld te maken hebben gehad, later zelf ook gedragsproblemen krijgen of zelf pleger worden. We weten dat stress invloed heeft op latere gezondheid. We weten dat veel tegen je kind praten de woordenschat enorm vergroot.”

“Ouders zijn primair verantwoordelijk voor kinderen en de overheid moet alleen ondersteunen. Maar ook werkgevers hebben er een rol in. Er moet bijvoorbeeld veel meer ruimte komen voor verlof, ook voor vaders.”

“Nederlandse kinderen zijn de gelukkigste kinderen ter wereld, vergeet dat niet. Maar toch maakt het uit of je wieg op de grachtengordel staat of in de H-buurt in Zuidoost. Die eerste duizend dagen zijn bepalend voor je schooladvies, voor je kansen op de arbeidsmarkt, voor je latere gezondheid.”

U maakte zich er kwaad om dat KLM met coronamiljarden werd gesteund terwijl er nauwelijks werd geïnvesteerd in kinderen en ouders.

“Ik was al vrij activistisch, maar dit maakte me echt boos. Tijdens de lockdowns afgelopen jaren is geweld achter de voordeur flink toegenomen. Mensen zijn afhankelijker geworden van de voedselbank. Ouders stonden enorm onder druk. We hadden nooit de kinderopvang en scholen moeten sluiten. Niets ten nadele van het steunen van ondernemers, maar wat hebben we voor kinderen en hun ouders gedaan? Kinderen gaan hier het langste last van hebben.”

Een goed begin in Amsterdam

Tessa Roseboom sprak voor haar boek met mensen die het initiatief namen om die belangrijke eerste duizend dagen van het leven makkelijker te maken. Dit zijn twee Amsterdamse voorbeelden.

Fathers for life

Zakery Beachers vader vertrok al vroeg uit zijn leven. Hij groeide op in een pleeggezin en leefde op straat. Op zijn zestiende werd hij zelf vader en kwam het besef dat zijn leven draaide om zijn zoon. Het vaderschap bracht hem veel. “Daarom wil ik andere vaders helpen om betrokken te zijn bij hun kind,” vertelt hij in Gelijk goed beginnen. “Alle aandacht gaat uit naar moeder en kind. Dat is jammer, want veel relaties lopen stuk en kinderen verliezen soms het contact met hun vader.” Met zijn initiatief Fathers for Life helpt hij jonge vaders met andere vaders in contact te komen zodat ze elkaar kunnen steunen. “Ik hoop dat daardoor meer kinderen opgroeien met hun vader en vaders meer betrokken zijn bij hun kind.”

Pro Parents

De Amsterdamse Joyce Knappe richtte in 2014 Pro Parents op, om werkende ouders te helpen bij het (aanstaande) ouderschap. Zelf verbaasde ze zich erover dat ze na een traumatische bevalling zo weinig steun kreeg, zeker bij de terugkeer naar haar werk. Pro Parents assisteert werkgevers en werknemers bij de begeleiding van ouders op de werkvloer en helpt een betere balans te krijgen tussen werk en privé. In het boek zegt ze: “Ouderschap gaat gepaard met mooie en moeilijke momenten. Lastige emoties horen daarbij. Als we die ervaringen delen en open en eerlijk vragen kunnen stellen, en kunnen luisteren zonder oordeel, helpt dat enorm.”

Gelijk goed beginnen – succesvol bouwen aan de basis van gezonde generaties. De Tijdstroom, 220 blz., €29,95

Meer over