PlusExclusief

Hoofdredacteur Nieuwsuur Pieter Klein: ‘Ik hoop nog meer een horzel in de pels van de macht te worden’

Nieuwsuur staat als een huis, vindt Pieter Klein (56). Maar nu hij het programma leidt, kan het nog net wat beter. Van de journalist die de toeslagenaffaire aan het licht bracht mag het warmer en prettiger.

Marcel Wiegman
null Beeld Ivo van der Bent
Beeld Ivo van der Bent

Uit de muur van zijn kantoor op het Hilversumse mediapark steekt een haakje. Daar zou de foto aan moeten hangen die de nieuwe hoofdredacteur van Nieuwsuur, Pieter Klein, van zijn voorganger Joost Oranje heeft geërfd. Een plaatje uit All the President’s Men, de film over het speurwerk van de legendarische journalisten Carl Bernstein en Bob Woodward van de Washington Post naar een inbraak in het Democratische hoofdkwartier Watergate, dat de Amerikaanse president Richard Nixon de kop zou kosten.

De foto is even weg, verontschuldigt Klein zich. Hij was nodig voor een filmpje. Dit jaar is het vijftig jaar geleden dat het Watergateschandaal zich ontvouwde.

Denk je dat er nog iemand is die weet wat dat was?

“Mijn kinderen zullen het niet weten, nee.”

Hoe vaak heb je de film gezien?

“Een keer of vier, vijf. Het is alweer een tijd geleden. Ik kan me vooral een van de quotes van Deep Throat herinneren over journalisten die zo godsgruwelijk onnauwkeurig zijn.”

Een voorbeeld van valse romantiek?

“Hoezo?”

Garages waarin geheime rapporten worden overhandigd en mannen die door het leven gaan als Deep Throat.

“Daar is niets vals aan. Die garages bestaan en klokkenluiders ook. Er zijn altijd mensen die van binnenuit willen praten of ervoor zorgen dat jij geheime stukken krijgt. Maar goed, er is ook een andere kant van onderzoeksjournalistiek: keihard werken. Dat hebben die jongens ook gedaan: keihard werken en op je bek gaan.”

Maar de romantiek…

“Die heeft mij nooit losgelaten.”

In 2019 werden Klein, toen nog werkzaam voor RTL Nieuws, en zijn collega Jan Kleinnijenhuis van Trouw door vakblad Villamedia uitgeroepen tot Journalisten van het Jaar voor het onderzoek dat ze deden naar de toeslagenaffaire bij de Belastingdienst. Ze ontdekten hoe de overheid ouders jarenlang ten onrechte bestempelde als fraudeurs en onwettig toeslagen stopzette en terugvorderde. Hoe de dienst informatie achterhield in rechtszaken en de Tweede Kamer misleidde. In 2020 kreeg het duo er ook nog een Tegel voor, de belangrijkste journalistieke prijs.

Een hoogtepunt in een journalistieke carrière die liep van De Groene Amsterdammer en het Avro Radiojournaal naar het Algemeen Dagblad en RTL Nieuws, waar hij achttien jaar zou werken. Als chef van de politieke redactie zette hij het programma op de kaart door drie jaar achtereen de Miljoenennota voortijdig te onthullen. Tot groot chagrijn van het kabinet dat zijn feestje op Prinsjesdag keer op keer in duigen zag vallen.

“Dat ging dus helemaal nergens over,” zegt Klein.

Maar leuk was het wel.

Grinnikend: “De eerste keer liep ik op met een collega en dacht: verdorie, we hebben die Miljoenennota nou wel, maar over drie kwartier hebben we uitzending. Wat gaan we doen? Waar beginnen we? Vervolgens opende het journaal minutenlang met onze primeur, waarin we eigenlijk niets te melden hadden.”

“Het was ook jezelf naar binnen vechten in Den Haag, want RTL was de outcast. Ik dacht: dat gaan we hier dus sowieso even veranderen. Ik heb gezegd: we gaan twee dingen doen, we gaan nieuwsjagen en we gaan met iedereen de concurrentie aan tot ze er helemaal gek van worden.”

De straatvechter van de commerciëlen geeft nu ruim vijf maanden leiding aan de deftigste nieuwsrubriek van de vaderlandse televisie: Nieuwsuur.

Het paradepaardje van de publieke omroep.

“Zo zeggen sommigen dat.”

En wat zeg jij?

Wijzend op een kast vol journalistieke prijzen: “I can’t possibly comment. Het is waar wat mijn voorganger zei: Nieuwsuur staat als een huis.”

Ga je iets veranderen?

“Ehm…”

Je lijkt me niet helemaal het type dat op een rijdende trein springt.

“Er zijn dingen die beter kunnen.”

Zoals?

“We zijn bezig met de NOS een gezamenlijke onderzoeksclub op te zetten. Ik hoop dat we, meer nog dan nu, een gestructureerde horzel in de pels van de macht worden. Dat is de essentie van de journalistiek. Voor mij is de norm: vertel me iets wat ik nog niet weet, een inzicht, een nuance, een nieuw feit, een nieuwe onthulling, een andere blik op de wereld. Daar slagen we nog niet iedere dag in.”

Je zit soms schouderophalend naar je eigen programma te kijken?

“Niet vaak, maar het komt voor, natuurlijk komt het voor. Ik probeer de redactie voor te houden: geen zelfgenoegzaamheid, want dat leidt tot stilstand.”

Bij RTL Nieuws staat altijd het menselijke verhaal voorop.

“Als je mij vraagt: kunnen sommige dingen bij Nieuwsuur warmer of prettiger, dan is het antwoord: ja. Daar probeer ik het gesprek met de redactie over aan te gaan. Laat af en toe een normaal mens aan het woord en geen instituut. Aan de visuele kant valt er ook nog wel het een en ander te winnen.”

Minder pratende hoofden?

“Ingewikkelde verhalen kun je soms beter uitleggen met beeld en graphics of in een reportage. We moeten de zaken helder uitleggen. De oud-hoofdredacteur van The New York Times zei altijd: als je iets schrijft over Tsjaad, denkt de lezer alleen: where the fuck is Tsjaad? Laat zien waar het ligt. Dat zijn dingen die ik graag zou willen.”

Bij je aanstelling had je het over precisiejournalistiek.

“Dat is waar ik naar streef.”

Het doet mij denken aan precisiebombardementen.

“Alles moet raak zijn, dat is de gedachte. Alles moet afgewogen en goed doordacht zijn. Je feiten moeten op orde zijn. Dat geldt natuurlijk voor elk journalistiek medium, maar zeker ook voor Nieuwsuur. Wij leggen onszelf hoge standaarden op.”

Jan Kleinnijenhuis is deze maand ook begonnen bij Nieuwsuur.

“Daar ben ik blij om.”

Heeft de coach zijn beste speler meegenomen?

“O nee, oprecht niet. Er was een vacature voor een onderzoeksjournalist en ik heb tegen hem gezegd: als je wil, moet je nu gaan praten. Geloof het of niet: ik heb me er verder niet bemoeid, want dat leek me niet zo netjes. Als er geen klik met de club was geweest, was het niet doorgegaan.”

Klein is een noorderling. Een man die bij voorkeur grote woorden mijdt. Hij werd geboren in Emmeloord, in de Noordoostpolder en verhuisde aan het einde van de lagere school naar het Friese Gorredijk, een dorpje tussen Drachten en Heerenveen. Zijn vader was vertegenwoordiger in schoonmaakartikelen, zijn moeder deed secretariaatswerk bij een plaatselijk bouwbedrijf. Thuis op tafel lag de NCRV-gids.

null Beeld Ivo van der Bent
Beeld Ivo van der Bent

Hij was op de havo een jongen die niet wilde deugen, zegt hij zelf. “Een lastige puber. Ik liet me niets zeggen. Door mijn ouders niet, door God niet, door de kerk niet en door de staat niet. Het schoolbandje vond ik leuk, en het cabaret, maar verder? Ik was alleen maar aan het spijbelen. Het is een godswonder dat ik die havo gehaald heb.”

Geen idee wat hij met zijn leven aan moest. Lezen, lezen, lezen, muziek en film en dat was het wel. Totdat er op school iemand kwam praten van de Leeuwarder Courant: oud-hoofdredacteur Laurens ten Cate. “Die hield zo’n inspirerend verhaal dat ik dacht: shit, dat moet ik gaan doen. Ik heb me meteen gemeld op de School voor Journalistiek in Kampen, omdat je in Utrecht uitgeloot kon worden. Dat risico wilde ik niet lopen.”

Wat maakte de journalistiek in je los?

“Een gevoel van vrijheid.”

Zelfs in Kampen?

“Zelfs in Kampen. Het is een prachtbaan. Je kunt mensen bellen en zomaar alles vragen. Of het nou politici zijn, sporters of muzikanten. Ik dacht: wie ben ik dat ik deze wereldberoemde meneer of mevrouw mag spreken? En dan ga je er een stukje over tikken en krijg je er nog voor betaald ook.”

Is de toeslagenaffaire het belangrijkste wat je hebt gedaan?

“Iedereen zegt het, dus dan zal het wel zo zijn. Je kunt ook zeggen: er lag een oud rapportje van de Ombudsman uit 2017 dat wij hebben gerecycled. Maar goed: we zien nog steeds de doorwerking ervan. We hebben een systeemfalen blootgelegd. Er komt nog een parlementaire enquête.”

Waarom ben je aan het onderwerp begonnen?

“Het kwam per ongeluk op mijn weg. Ik werd via LinkedIn benaderd door de advocaat van een groep gedupeerde ouders, maar vond het niet zo netjes om ermee aan de slag te gaan, omdat ik wist dat Jan Kleinnijenhuis er al over had gepubliceerd in Trouw. Maar die zei: ik kom niet verder, misschien kunnen we samen iets.”

Zag je meteen de potentie van het verhaal?

“Eigenlijk niet. Dat kwam pas toen we overal tegen werden gewerkt en er stukken bleken te worden achtergehouden in rechtszaken. Op een gegeven moment groeit zo’n zaak boven je hoofd en gaat het een eigen leven leiden. De Belastingdienst was een staat in de staat.”

Heeft het je verrast?

“Ik ben niet naïef, maar… Heeft het me verrast? Nou nee, eigenlijk toch niet.”

Je bent al dertig jaar aan het vechten tegen de overheid.

“Ik ben al dertig jaar bezig de overheid te steunen in zijn gevecht om volwassen te worden. In transparant zijn en open.”

Wat zegt deze zaak over Nederland?

“Dat we te veel wegkijken. Dat we problemen het liefst negeren.”

En over de Nederlandse journalistiek?

“Ik vind het ingewikkeld om vakbroeders de maat te nemen. Laat ik het omdraaien: er zou wel wat meer interesse mogen zijn voor buikpijndossiers. Voor de vraag hoe iets zit of hoe beleid uitpakt. Maar het is ingewikkeld. Voordat je van zo’n zaak alle ins en outs kent ben je al een jaar bezig.”

En aan het einde van de week staat de hoofdredacteur voor je bureau.

“Waar blijft je stukkie?”

Waar haalde jij de lange adem vandaan?

“Ik had niets beters te doen in mijn leven. Nee, nou ja, haha, ik weet het niet.”

Was het boosheid?

“Het begon met verwondering: wat is dit? Waarom is er niks gedaan met dat rapport van de Ombudsman uit 2017 waarin al stond dat er zoveel mensen in de puree zaten? Waarom wil niemand het daarover hebben? Vervolgens komt er irritatie als je de hele tijd van het kastje naar de muur wordt gestuurd. In het voorjaar van 2019 sprak ik voor het eerst de mensen zelf. Ik dacht: allemachtig, het zal je maar gebeuren. Als het mij was overkomen, had ik niet geweten hoe ik die vorderingen had moeten betalen, terwijl ik een goed inkomen heb. Wat doet dat met mensen? Dat greep me wel naar de strot.”

Hoe vaak heb je van collega’s gehoord: wanneer houden jullie er eens een keer over op?

“Ze hebben het niet vaak tegen me gezegd, maar ik wist wel dat er geluld werd: daar heb je Jan en Pieter weer. We waren heel lang alleen. Er is weinig solidariteit in de journalistiek. Je moet goed kunnen incasseren.”

Op de wereldranglijst voor de persvrijheid is Nederland dit jaar gezakt van plaats 6 naar 28.

“Door de moord op Peter R. Maar ook door bedreigingen van fotografen, cameramensen en verslaggevers. Er is een verruwd maatschappelijk klimaat.”

Hoe ernstig is het?

“De journalistiek functioneert nog steeds. Ik weet het niet. Er spelen veel factoren een rol. Een splijtend onderwerp als corona heeft enorm polariserend gewerkt. De mensen zijn op drift geraakt. Er is discussie over de feiten. Er is argwaan jegens de overheid en media die worden gezien als spreekbuis van die overheid.”

Wat draagt de journalistiek zelf bij aan dat wantrouwen? Of gaan we onze handen in onschuld wassen?

“Ik vind dat een complexe vraag.”

Je bent hoofdredacteur van een van de belangrijkste nieuwsmedia van Nederland. Je ziet wantrouwen, ook tegenover de NOS en Nieuwsuur. Dan denk je toch na over de vraag: wat hebben wij gedaan, dat we dit over ons heen krijgen?

“Het gaat om verschillende dingen: kloppen onze checks and balances? Kloppen de feiten? Gaan we mee in een bepaald frame of stappen we eruit? Is er een voldoende kritische blik op wat als feit wordt aangenomen of door de overheid wordt aangedragen? Ik vind dat we transparant moeten zijn over wat we wel en niet weten. Daar heeft het de journalistiek wat aan ontbroken. Het was toch vaak: we slingeren het verhaal de wereld in en hallo kijker en lezer, dit is waar u het mee heeft te doen. Dat kan niet meer.”

null Beeld Ivo van der Bent
Beeld Ivo van der Bent

De nieuwsconsument is terug gaan praten?

“En dat is ingewikkeld.”

Maar toch niet slecht?

“Dat lijkt mij ook niet. Je hoeft niet gelijk voor iedereen opzij te gaan, maar we waren in het verleden onvoldoende bereid om echt open te zijn. En soms lieten we ook onvoldoende perspectieven zien op onderwerpen. Wat mis je als je nooit in de regio komt of op het platteland? Wat gebeurt er als alle journalisten in een links-liberale bubbel zitten en het voortdurend met elkaar eens zijn?”

Is het te laat?

“Er zijn nog steeds veel mensen die met plezier een krant lezen of naar nieuwsprogramma’s kijken. Maar ja: er is ook een deel waarbij we geen goed meer kunnen doen. Daar schuilt gevaar in: een soort vervreemding, gevoed door een politiek klimaat waarin de journalistiek permanent ter discussie wordt gesteld en wordt aangevallen. Dat vind ik zorgelijk. Ik weet niet of dat goed komt.”

Ondertussen moet je concurreren met de nieuwe omroep Ongehoord Nederland.

“Ik ervaar dat zelf niet als concurrentie.”

Ze zijn door de NPO aangesproken op het verspreiden van nepnieuws. Daarmee is weer een nieuwe grens gepasseerd.

“Dat ze erop aangesproken zijn?

Tien jaar geleden had je gezegd: bemoei je er niet mee.

“Die neiging heb ik nog steeds. Ik ben nogal van de afdeling persvrijheid en de vrijheid van meningsuiting. Maar tegelijkertijd hebben we een omroepbestel waarin je geacht wordt een aantal journalistieke codes te onderschrijven. Er is een club toegelaten die het bestel van binnenuit aan het ondermijnen is. Dan kun je dit verwachten.”

De volgende keer staat er bij jou een omroepfunctionaris op de stoep die zegt: dit mag je niet doen.

“Hoezo? Waar ik me echt zorgen over maak is dat bij Ongehoord Nederland journalisten van de publieke omroep worden omschreven als knechten van de macht. Dat vind ik schandelijk. Arnold Karskens, die er de baas is, zou beter moeten weten, maar hij grijpt niet in. Dat neem ik hem kwalijk. Dat is schadelijk voor de journalistiek. Er zal een loslopende gek zijn die het gelooft.”

Je bent in 2006 hoofd voorlichting geweest van VVD-minister Gerrit Zalm van Financiën.

“Ja, sorry, hahaha.”

Wat voor trucs gebruikte je nou, om de baas uit de wind te houden?

“Volgens mij had ik die niet nodig. Ik was een beetje atypische ambtenaar. Ik vond het alleen maar leuk als er ophef was. Het was leerzaam om de binnenkamer van de macht te zien. Je begrijpt beter hoe ambtelijke en politieke processen werken. Na negen maanden bedacht ik dat het niet mijn rol is. In de tussentijd heb ik veel mensen gezien die gedreven werken voor de publieke zaak. Hele slimme mensen ook.”

In Den Haag stappen om de haverklap journalisten over naar ‘de andere kant’.

“Moet ik daar een opvatting over hebben?”

De overheid plukt op deze manier de hele journalistiek leeg.

“Dat is een ander verhaal. Wat stel je daar tegenover als journalistiek? In zijn algemeenheid is het ons-kent-ons groot in Den Haag. Daar zit kwetsbaarheid in, maar uiteindelijk gaat het om je taakopvatting als journalist. Ik kan me uit mijn tijd op Financiën niet herinneren dat er heel actief werd doorgevraagd op dossiers. Dat ik dacht: waarom stel je die ene vraag niet? Je mag toch ook wel een beetje autonoom zijn als journalist.”

Niet zo bang zijn?

“Uitgaan van eigen kracht. Fouten toegeven, maar wel vanuit autonomie en soevereiniteit. We hebben een mooi vak. Sta ervoor. Dan is er een keertje tegenwind op sociale media. Nou en? Ik ben voor onverstoorbaarheid. Op enig moment gaan de deuren altijd open, al moet je procederen tot in Europa.”

Je hebt er in het verleden geen geheim van gemaakt dat je op de redactie weleens met de deuren slaat.

“Dat is, vrees ik, een beetje groter geworden dan het is. Maar ik heb ook mijn emoties en temperament. Weet je: toen ik nog chef was van de politieke redactie van RTL in Den Haag, dan zat ik soms in een vergadering en dacht: zak er maar in. Wat doe ik hier? Je hebt je huiswerk niet op orde, je hebt je stukken niet gelezen, je zit hier alleen maar meningen te ventileren. Of als beginnend adjunct. Zit je met een paar chefs aan tafel en denk je: jullie willen gewoon niet, jullie hebben geen zin in de ochtendvergadering. Liep ik woedend weg. Dat is ook onmacht.”

Eis je veel van je mensen?

“Ik probeer me tegenwoordig te matigen. Het gaat me om de gretigheid en de hongerigheid. Iets willen als club. Ik denk dat dat het beste werkt in een journalistiek klimaat waarin je lol maakt, maar ook elkaar af en toe de hersens inslaat. Op een veilige manier. Ik hou ervan als het open is. Dan kan er veel worden gezegd, van beide kanten.”

Het woord monomaan wil nog wel eens vallen in combinatie met jouw naam.

“Klopt.”

In het zweet des aanschijns…

“Er is ook altijd een privéleven geweest. Ik heb ook gezorgd voor mijn kinderen, ik heb ook vrienden. Maar goed: helemaal gezond is de verhouding tussen werk en privé bij mij niet.”

Stond je wel langs het voetbalveld toen je kinderen nog klein waren?

“Altijd gedaan. Ik denk niet dat ze een trauma hebben overgehouden aan mijn werk. Maar het is lastig. Ik zag mijn kinderen wel naar me kijken als ik tijdens corona de hele dag aan het bellen was in de achtertuin: die is gek. Opeens kreeg ik een prijs. Dachten ze: heeft die ouwe toch iets goeds gedaan.”

null Beeld

Pieter Klein
22 juni 1966, Emmeloord

1978-1984 Andreas College, Drachten
1984-1988 Academie voor Journalistiek, Kampen
1989-1990 Freelance voor De Groene Amsterdammer, Ikon en HN Magazine
1991-1995 Politiek verslaggever Avro Radiojournaal
1995-2003 Algemeen Dagblad, onder meer als politiek redacteur en correspondent in Londen (1999-2002)
2003-2006 Chef politieke redactie RTL Nieuws
2006-2007 Hoofd persvoorlichting ministerie van Financiën
2007-2018 Adjunct hoofdredacteur RTL Nieuws
2018-2022 Onderzoeksjournalist en columnist, RTL Nieuws
2022 Hoofdredacteur Nieuwsuur

Pieter Klein won in 1999 de Anne Vondelingprijs en in 2020 en 2022 een Tegel. In 2019 werd hij uitgeroepen tot Journalist van het Jaar.

Klein woont in Hilversum met zijn vriendin en zoon (19). Zijn dochter (20) is net het huis uit.

Meer over