PlusBeeldspraak

Hoe Hollands kan een satanische samenzwering zijn? Het blijft een kostelijke grap

De satanische hogepriester (Charles Gray) uit The Devil Rides Out.  Beeld Alamy Stock Photo
De satanische hogepriester (Charles Gray) uit The Devil Rides Out.Beeld Alamy Stock Photo

De Britse griezelfilm The Devil Rides Out waarschuwde tegen omgang met satanisten. Daar hadden nachtdieren in Amsterdam in de jaren tachtig maling aan.

Bart van der Put

In Oostenrijk mogen ongevaccineerde burgers de deur niet meer uit. Men spreekt er schande van, maar bij ons zitten de kwetsbaren al wekenlang opgehokt met het pluimvee. In de grote boze buitenwereld waart momenteel ook een link vogelgriepvirus rond. Dat is al jaren schering en inslag. Een verontrustend teken aan de wand is inmiddels een vage vlek in de periferie van de waarneming geworden. Wie maalt er nog om een kip met een kuchje?

Voor graaf De Richleau maakt een opgehokte kip het verschil wanneer hij in The Devil Rides Out (1968) het Engelse landhuis van een oude vriend onderzoekt. De vondst van verborgen pluimvee in de kast van een ceremoniële kamer vol occulte symbolen doet het ergste vrezen: hier wordt zwarte magie bedreven. Hier worden offers voor Satan gebracht!

De oude vriend werd tot deelname aan een satanische samenzwering verleid. Hij heeft er niet alleen een imposante gebedsruimte voor ingericht, hij staat op het punt om zijn ziel aan de duivel te verkwanselen en op Walpurgisnacht aan de zwarte sabbat deel te nemen.

Daar moeten de belezen graaf en diens godvruchtige kompanen een stokje voor steken, voor het te laat is. De tijd dringt: op 30 april gaat het gebeuren. Ze hebben nog maar een etmaal om het onheil af te wenden. Met God aan hun zijde trotseren ze een helse nacht waarin duistere krachten hen naar het leven staan. Maar daarmee is de hogepriester van de satanisten nog niet verslagen. Wat voor narigheid heeft hij nog meer in petto?

Zwarte hoogmis op de Wallen

Amsterdam, midden jaren tachtig. Op 30 april ging het gebeuren: we waren ontboden om in de Kerk van Satan tijdens Walpurgisnacht de zwarte sabbat bij te wonen. Ik kon de uitnodiging niet weerstaan. De vrijmarkt op Koninginnedag was een uitspatting voor de brave borst, geen feest voor verstokte nachtdieren. Ik was bovendien verzot op horrorfilms, ook op de occulte varianten. De duivel en diens trawanten kende ik niet alleen uit The Devil Rides Out maar ook uit The Omen en Rosemary’s Baby. Maar dat was film. Hoe zou het echte werk eruitzien?

Joost van Bellen doet er smeuïg verslag van in het onlangs verschenen Nachtdier. De Nachtpaus van Mokum omschrijft de sleutelroman als ‘een oprecht gelogen autobiografie’ en dat dekt de lading goed, voor zover ik het kan beoordelen. In het boek ben ik een psychobilly meisje dat zich op het tweede Weekend of Terror bij de nachtdieren rond Van Bellens alter ego voegt om het nachtleven in het vervallen Amsterdam te verkennen en het vervolgens te verbeteren. Ik herinner me goed hoe we samen de Satanskerk op de Wallen betraden om de zwarte hoogmis bij te wonen. Van Bellen maakt er een klamme en nevelige nachtmerrie van. Ik zou zeggen: laat de verfilming maar komen.

Mijn zwarte sabbat in het gebedshuis annex sekstheater van de duivel was echter minder beklemmend. Het was bovenal een poging om niet in lachen uit te barsten of in een reflex de juiste filmtitels bij de muziekfragmenten te roepen. Ik hoorde flarden uit The Omen, The Exorcist en Halloween. Dat was twee keer inhoudelijk gerechtvaardigd, maar die derde film ging over de verkeerde feestdag en de verkeerde boeman. Moest ik de blote juffrouw op het altaar en de declamerende heren in zwarte pijen op de fout attenderen? Iedereen speelde hier een rol. Ik was slechts een figurant, een stille getuige.

Lachwekkend amateurtoneel

Er was heibel toen de restauratie van The Devil Rides Out in 2012 verscheen. De film stond te boek als een hoogtepunt in het oeuvre van de Britse regisseur Terence Fisher, maar voor de heruitgave werden de goedkope en deels onafgewerkte trucages flink opgekrikt. Puristen maakten bezwaar, maar het leverde een sterkere film op. Je kijkt nu naar de verbeelding van de duivel en diens duistere krachten zonder dat je denkt: jammer dat het geld op was.

De opgekrikte zwarte mis in Nachtdier is ook beter dan het lachwekkende amateurtoneel met filmmuziek dat in mijn geheugen gegrift staat. Verder laat Van Bellen weinig heel van de religieuze pretenties van de Satanskerk, waar sekswerk als een vorm van geloofsbelijdenis werd gepresenteerd om vrijstelling van belastingafdracht te genieten. Hoe Hollands kan een satanische samenzwering zijn? Het blijft een kostelijke grap.

De duivel verscheen niet op de Wallen. De geit van Mendes liet verstek gaan. En er was geen pluimvee bij betrokken. Ik weet het zeker. Want ik stond erbij en ik keek ernaar.

De restauratie van The Devil Rides Out verscheen op blu-ray/dvd bij Studio Canal.

Joost van Bellens roman Nachtdier verscheen bij uitgeverij Podium (€20,99).

Meer over