Erik Voermans. Beeld Linda Stulic
Erik Voermans.Beeld Linda Stulic

Het trauma van Schönberg: ‘Ik geef het publiek de toekomst van de muziek’

PlusEerste hulp bij klassieke muziek

Erik Voermans

Arnold Schönberg had de grootste en geliefdste romantische componist van de eerste helft van de 20ste eeuw kunnen worden. Had. Kunnen. Maar hij zei nee tegen de koningsmantel en zette een stap in een toekomst waarvan niemand wist wat hij brengen zou.

Was Schönberg voortgegaan op de weg die hij met het prachtige strijksextet Verklärte Nacht en de verpletterende Gurre-Lieder had bewandeld, dan had hij als een 20ste-eeuwse Richard Wagner naast Gustav Mahler en Richard Strauss kunnen staan als publiekslieveling.

Schönberg had andere plannen. In plaats van het publiek behagen had hij iets grootsers voor ogen. Hij wilde de taal van de muziek veranderen, want hij meende dat met het oude, tonale vocabulaire alles al gezegd was.

En dus wuifde hij in 1908 de tonaliteit vaarwel, wat voor een componist die zichzelf op een historische lijn stelde met Bach en Brahms een traumatische beslissing moet zijn geweest. Dit besef maakt de stukken waarin hij met een lantaarntje de donkere duisternis van de atonaliteit verkende tot diep inkervende, dramatische ervaringen. De 3 Klavierstücke opus 11, het monodrama voor zangeres en orkest Erwartung, Pierrot lunaire, de 6 Orchesterstücke opus 16 – allemaal indrukwekkende scheppingen.

Achteraf zijn beste werk.

Toch knaagde er iets aan zijn ziel. De tonaliteit was een wereld van orde, met de grondtoon als kern, waartoe alle andere tonen zich dwingend verhielden. Hij wilde in de atonaliteit ook orde. Daartoe bedacht hij een arbitrair systeem, dat hij twaalftoontechniek noemde. In zijn meest elementaire vorm betekende dit dat je een toon pas opnieuw mocht gebruiken als eerst alle elf andere aan de beurt waren geweest. De Suite voor piano, opus 25, was zijn eerste volledige twaalftoonsstuk.

‘Eureka!’ dacht hij. ‘Ik geef het publiek de toekomst van de muziek.’

‘’Nee, dank u,’ zei dat publiek. ‘Wij vinden het verleden mooier.’

Grote Pianisten. Yuja Wang met werken van Schönberg, Beethoven, Ligeti, Skrjabin en Kapoestin, 15 mei in het Concertgebouw (20.15 uur).