PlusAchtergrond

Het plantenasiel heeft voor alle verwaarloosde en dakloze planten een plekje: ‘Ik zie het als mindfulness’

null Beeld Lotte Bronsgeest
Beeld Lotte Bronsgeest

Er is altijd hoop voor verwaarloosde, dakloze en verdrietige planten. Asiels nemen ze liefdevol op. Eenmaal opgelapt en blij gaan ze naar een nieuwe eigenaar. Ruilen kan ook.

Kirsten Dorrestijn

Het huis van Imara Terheggen staat vol planten: op de vensterbanken, in de woon- en de werkkamer, in de hal en de kelder, in de schuur en op de balkons. Boven op de keukenkastjes heeft ze alle stekjes verzameld. In de schuur verblijven zieke exemplaren in quarantaine. Recent wist ze een verlepte strelitzia, een zielige bananenplant en een kneusje van een cactus op te knappen.

Terheggen (33), die vorig jaar februari Plantenasiel Amsterdam begon, ving al langer planten op die ze in de stad langs de kant van de weg zag staan. Ook haalde ze weleens exemplaren op die ze op Marktplaats had zien staan. “Zo kwamen er steeds meer planten in mijn huis die ik opknapte,” vertelt ze.

“Op een gegeven moment bedacht ik dat het leuk zou zijn om op Facebook verhalen te delen over de kneusjes die ik bij mensen ophaalde.” Dat werd Plantenasiel Amsterdam. Dagelijks krijgt Terheggen zo’n tien nieuwe aanmeldingen op haar pagina.

Het plantenasiel is een relatief nieuw fenomeen in Nederland. Het is een plek waar verwaarloosde planten terechtkomen en waar mensen heen kunnen als hun vensterbank te vol raakt. Ook voor ‘dakloze’ planten die bij het vuilnis terecht zijn gekomen, is meestal wel een plekje te ­vinden. In het asiel krijgen de planten de liefde en aandacht die ze verdienen en wordt er een nieuwe eigenaar voor ze gezocht.

Plant mee onder de douche

Sommige plantenasiels zijn bij iemand aan huis gevestigd, andere bevinden zich in een kringloopwinkel, bibliotheek of wijkcentrum. Er zijn er op dit moment zo’n 34. Het eerste Nederlandse plantenasiel werd in 2012 in Amsterdam geopend, maar dat is inmiddels weer ter ziele. En nu is er dus een nieuw Amsterdams asiel.

Imara Terheggen: ‘Al je aandacht gaat naar zo’n plant.’  Beeld Lotte Bronsgeest
Imara Terheggen: ‘Al je aandacht gaat naar zo’n plant.’Beeld Lotte Bronsgeest

Liefhebbers komen langs om planten te ruilen of stekjes te halen. Terheggen houdt van dat sociale aspect. “Soms sta ik wel een halfuur aan de deur te praten. Laatst kwam iemand met een plant die hij al vijftien jaar had, maar waar door een verhuizing geen plek meer voor was. Zo’n plant heeft voor zo iemand emotionele waarde.”

Het ophalen van afgedankte exemplaren leverde Terheggen eveneens leuke ontmoetingen op. “Ik heb een vrij kleine auto en daarmee ging ik een keer een strelitzia ophalen bij iemand die er geen plek meer voor had. Toen ik het terrein op reed, zag ik hem al staan… Hoe gaat dit lukken?, vroeg ik me meteen af. We hebben staan zweten om dat ding erin te krijgen. Met een auto vol groen moest ik vervolgens de snelweg op. Bij het stoplicht zag ik alleen maar glimlachende gezichten van mensen naast me.”

Bij Terheggen staan de asielplanten en haar eigen collectie door elkaar. Ze vindt het soms moeilijk opgeknapte exemplaren weer weg te geven. “Maar als je op een gegeven moment acht monstera’s hebt staan, is het wel goed.”

Binnengekomen planten gaan een paar nachten in quarantaine om te kijken of ze geen ‘gezelschap’ hebben. “Bij planten die je van de straat haalt, is de kans groot dat ze ziek zijn,” weet Terheggen. “Die behandel ik in de badkamer. Zo’n plant gaat mee onder de douche en ik controleer de wortels. Daar kan ik weleens een halve dag mee bezig zijn.”

null Beeld Lotte Bronsgeest
Beeld Lotte Bronsgeest

Het geeft Terheggen voldoening om een plant die ‘een beetje verdrietig is’ te zien opbloeien. Ook is het een welkome afwisseling van veel werk achter de computer. “Ik zie het echt als een mindfulnessoefening: al je aandacht gaat naar zo’n plant. Je moet heel secuur kijken hoe het met hem gaat. Waar reageert hij op?”

Terheggen probeert via Facebook een community op gang te brengen, zodat niet alle planten bij haar terechtkomen en zij er als bemiddelaar tussenuit kan. Ze ziet dat er onderling wordt geruild. “Mensen zetten een foto op Facebook en daar reageren anderen op.”

Snel een nieuw baasje

Ook Haarlem kent een plantenasiel, sinds 2018. De twee studenten die het oprichtten, droegen het beheer afgelopen zomer over aan vier nieuwe vrijwilligers – allen jonge vrouwen, onder wie Margot Huurdeman (23), afgestudeerd bioloog. Ze verhuisde in mei van haar studentenkamer in ­Diemen naar Haarlem om samen te wonen met haar vriend. “Het was natuurlijk een ­moeilijke tijd om nieuwe contacten te ­leggen: geen sportactiviteiten, niet uitgaan... Mijn zus stuurde de vacature van het plantenasiel aan me door. Die had ze op Facebook gezien.”

In Plantenasiel Haarlem staat een rij vrolijke planten: palmen, lepelplanten, cactussen. Een kast tegen de muur is vol stekjes gezet, op een tafel staan de adoptieplanten uitgestald. In een kast in de hoek bevindt zich de ‘ziekenboeg’ – planten met luis of spint.

null Beeld Lotte Bronsgeest
Beeld Lotte Bronsgeest

Grote planten – een winkel vraagt er al gauw 50 euro voor – verloten de vrouwen via Facebook. Daarvoor vragen ze, net als voor de stekjes, alleen een vrijwillige bijdrage. “Het gaat ons niet om de inkomsten,” zegt Huurdeman. “Op deze manier kunnen ook minderbedeelden hun woonkamer vergroenen. Vaak zijn mensen zo blij dat ze ons wel een paar euro, een zak potgrond of wat eigen stekjes geven.”

Toen Huurdeman studeerde, had ze een paar planten op haar kamer staan. Inmiddels zijn het er een stuk of 25. “Het is aanlokkelijk om een leuk plantje mee naar huis te nemen. Soms komt er een mooie plant binnen en vinden we het allemaal moeilijk om hem door te geven. Maar we kunnen niet alles zelf houden, we moeten op zoek naar een adoptie-ouder.”

De vrijwilligers proberen de planten zo op te lappen dat ze er weer aantrekkelijk uitzien voor een volgende eigenaar. “Soms komen er planten binnen met rare groei of kale plekken. Daardoor verliest een plant zijn charme. We proberen ze zo mooi en vol mogelijk te maken, zodat ze snel een nieuw baasje vinden.”

Wat Huurdeman zo leuk vindt aan planten? “Als je ziet dat ie nieuw blad krijgt, denk ik: ooo, you go! Het bevestigt dat je het goed doet.” Ook houdt ze ervan om met haar handen bezig te zijn. “In het asiel wroet ik lekker in de aarde en geef ik de planten water. Het is heel mindful. Ik kom er altijd vrolijk vandaan.”

Plantenasiel Haarlem (Jan Sluyterslaan 11) is open op donderdagavond 19.00-21.00 uur en de eerste zaterdag van de maand van 10.00 tot 13.00 uur; vooraf reserveren. Plantenasiel Amsterdam en Plantenasiel Haarlem hebben allebei een Facebook­pagina.

Plantenbieb

Een plantenbieb is een plantenasiel in het klein: mensen ­zetten een kastje aan de straatkant waarin buurtbewoners (kamer)planten ­kunnen ruilen. Sinds kort staat er in de tuin van het Tropenmuseum (Mauritskade 63) een zogenoemde ‘stek-o-theek’, voor het ruilen van stekjes.

Meer over