PlusFilm van de Week

Het nostalgische ‘Belfast’ is de persoonlijkste film van Kenneth Branagh tot nu toe

Het voor zeven Oscars genomineerde Belfast is een liefdevol portret van een kindertijd, waarvoor regisseur en scenarist Kenneth Branagh putte uit zijn eigen jeugd.

Elise van Dam
Schrijver en regisseur Kenneth Branagh op de set van Belfast. Beeld Rob Youngson / Focus Features
Schrijver en regisseur Kenneth Branagh op de set van Belfast.Beeld Rob Youngson / Focus Features

Het ene moment is het deksel van de vuilnisemmer nog het schild waarmee Buddy (Jude Hill) zich een ridder waant, het volgende ketsen er stenen op af als een groep Unionisten de straat instormt. Het is 1969, een jaar waarin de spanningen in Noord-Ierland oplopen en The Troubles ook de straat in Noord-Belfast bereiken waar de negenjarige Buddy woont met zijn oudere broer, ouders en grootouders van vaders kant. Een straat waar protestanten en katholieken tot dat moment amicaal naast elkaar wonen.

Niet dat Buddy daar ooit bij heeft stilgestaan. Zijn wereld bestaat uit voetballen op straat, Star Trek kijken op televisie en dagdromen over het meisje in zijn klas op wie hij verliefd is. Zijn protestant-zijn betekent voor hem braaf stilzitten terwijl de dominee met zweetdruppels op het voorhoofd predikt over hel en verdoemenis. Naar de katholieken kijkt hij met lichte jaloezie. Als die maar af en toe biechten, mogen ze verder doen en laten wat ze willen.

Kinderperspectief

Belfast is een portret van een kindertijd in fluweelzacht zwart-wit. Een voortstuwende plot is er niet, wel al die momenten die samen een identiteit kneden en waarin het onbeduidende en gewichtige nauwelijks te onderscheiden zijn. Zoals Mees in Remco Camperts Het leven is vurrukkulluk zegt: “Ik moest er opeens aan denken wat voor een rol stoeptegels in je leven spelen, als je klein bent. Je weet wel, die grijze vierkante tegels. Je kent ze beter dan je je ouders kent. En later vergeet je ze.”

Door de ogen van Buddy heeft een brandende auto in de straat evenveel impact als een vliegende auto in de bioscoop. Dat perspectief is wat Belfast zijn magie geeft, maar maakt dat de film ook wel erg makkelijk de scherpe randjes gladstrijkt. Af en toe sijpelen grotemensenzaken Buddy’s wereld binnen, zoals de vraag aan wiens kant je staat, en het besef dat er überhaupt kanten zijn. Maar de impact daarvan wordt vooral zichtbaar in momentopnames die het volgende ogenblik alweer vergeten zijn.

Caitriona Balfe speelt de moeder van Buddy (Jude Hill, r.)  Beeld Rob Youngson / Focus Features
Caitriona Balfe speelt de moeder van Buddy (Jude Hill, r.)Beeld Rob Youngson / Focus Features

Vaker nog blijven die zaken aan de periferie. Er zijn gesprekken op fluistertoon in een andere kamer, over schulden en mogelijke verhuizingen. De vader van Buddy (Jamie Dornan) werkt in Engeland en vraagt zich af of het niet beter is het tumult van Belfast achter te laten. Maar voor Buddy’s moeder (Caitriona Balfe) is dat geen optie. Want een huis is meer dan de plek waar je woont en de omgeving is een deel van wie je bent.

Nostalgie

Scenarist en regisseur Kenneth Branagh maakt met Belfast zonder twijfel zijn persoonlijkste film tot op heden, vol details die vooruitwijzen. Zo leest Buddy een comic over Thor – Branagh regisseerde in 2011 de eerste Thor-film in het Marvel Cinematic Universe.

De film doet geregeld denken aan The Long Day Closes (1992), waarin Terence Davies zijn kindertijd in Liverpool beschouwde door de ogen van een twaalfjarige versie van zichzelf, genaamd Bud. Beide films worden gekleurd door de blik van de volwassen man die terugkijkt. Dat pakt bij Davies donkerder en rauwer uit dan bij Branagh, die met veel meer lichtheid naar zijn kindertijd omkijkt.

Dat doet hij met de liefdevolle blik van een volwassene die nog één keer naar die kindertijd probeert te kijken door de ogen van de jongen die hij was. Wat we zien is niet zozeer het Belfast van 1969, maar een versie van Belfast waaraan de tussenliggende jaren een warme gloed hebben gegeven. Een Belfast waar je niet vies wordt van buitenspelen, waar je kleren niet versleten raken als je schulden hebt. Nostalgie ligt als een vernislaagje over de film heen.

En dat weet Branagh. Niet voor niets laat hij Buddy’s oma (de fantastische Judi Dench) mijmeren over hoe ze als kind werd betoverd door het paradijselijke en fictieve Shangri-La. Want dit Belfast is een soort Shangri-La. Misschien geldt dat altijd wel voor de plek waar je opgroeit. Na verloop van jaren bestaat die alleen nog als een uit de realiteit getilde fictie, als de dagen die Van Morrison bezingt in Days Like This. ‘When it’s not always raining there’ll be days like this. When you don’t need to worry there’ll be days like this.’

V.l.n.r. Jamie Dornan, Ciarán Hinds, Jude Hill en Judi Dench in Belfast. Beeld Rob Youngson / Focus Features
V.l.n.r. Jamie Dornan, Ciarán Hinds, Jude Hill en Judi Dench in Belfast.Beeld Rob Youngson / Focus Features

Kenneth Branagh

Naast het zeer persoonlijke Belfast draait nog een andere film van Kenneth Branagh (1960) in de bioscopen: de kleurrijke ensemblefilm Death on the Nile. Branagh laveert als regisseur en acteur tussen budgetten en genres. Hij waagde zich aan een ambitieuze (en mislukte) Frankensteinverfilming, Frankenstein (1994), en maakte daarna het kleine (en ontzettend leuke) In the Bleak Midwinter (1995). Shakespeareverfilmingen, vaak met zichzelf in de hoofdrol, lopen als een rode draad door Branaghs carrière. Enige ijdelheid is hem niet vreemd, maar zelfspot gelukkig ook niet. In zijn bij het grote publiek wellicht bekendste rol, als professor Gilderoy Lockhart in Harry Potter and the Chamber of Secrets (2002), nam hij die ijdelheid vrolijk op de hak.

Belfast

Regie Kenneth Branagh
Met Jude Hill, Caitriona Balfe, Ciarán Hinds
Te zien in Cinecenter, City, FC Hyena, Filmhallen, Rialto VU, Soho House, Studio/K, Tuschinski

Meer over