PlusReportage

Het Nacohuisje achter Amsterdam CS is terug, van heel lang weggeweest

De terugplaatsing, op 13 december, van het historische en gerestaureerde Nacohuisje bij Amsterdam CS. Beeld Jan Reinier van der Vliet
De terugplaatsing, op 13 december, van het historische en gerestaureerde Nacohuisje bij Amsterdam CS.Beeld Jan Reinier van der Vliet

Het Nacohuisje staat weer in Amsterdam. Nadat het zeventien jaar geleden steiger 7 achter het CS via het water had verlaten, keerde het afgelopen maandag via het water terug vanuit Zaandam, bungelend aan staalkabels. Komende zomer moet het weer gloriëren.

Dylan van Eijkeren

Het Minangkabause Huis, officieel het kantoor van Koppe’s Scheepsagentuur, ofwel het Nacohuisje, vierde zijn honderdste verjaardag in alle eenzaamheid op een werf in de Zaanse Isaac Baarthaven. Daar vierde het overigens ook al zijn 90ste verjaardag en, nu we het er toch over hebben, ook z’n 85ste.

Maar op maandag 13 december 2021, een milde winterochtend met een streepje blauw aan de einder, maakte het voormalige scheepvaartkantoor even glorieus als historisch zijn rentree in de hoofdstad. Het huisje heeft wederom een eigen steiger, pal naast de nieuwe pontfuik van het IJveer naar het IJplein in Amsterdam-Noord.

Projectleider Gijs Hoen (47) vertelt dat de daadwerkelijke restauratie een jaartje kostte. “Het transport is de echte nachtmerrie, alles moet precies kloppen en passen. Daarbij moet de aannemer het goed neerzetten, dus met de markante dakpunt richting station.”

Het Nacohuisje week in 2004 voor – uiteindelijk ook historisch langdurige – bouwwerkzaamheden aan de zuidelijke IJoever: de Noord/Zuidlijn, het busstation en de ondergrondse fietsenstalling. Met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed werd afgesproken dat het weghalen van het rijksmonument mocht, mits het pandje uiteindelijk weer een plek in Amsterdam zou krijgen. Dus werd het ‘tijdelijk’ verplaatst, in afwachting van een plan of idee.

Ondernemer Frits Fentener van Vlissingen kocht het voor een euro: om het huisje heen zou een enorme glazen stolp komen, daarbinnen de grootste brasserie van de stad. Woningbouwer Ymere nam het na diens dood over, net voor de woningcrisis. Daarna ontstond een impasse en vierde het huisje, telkens wat havelozer, verjaardag na verjaardag in Zaandam.

Tekst gaat verder onder de timelapse.

Amsterdamse-Schoolstijl

In 2016 startte Stadsherstel Amsterdam een crowdfundingsactie, opdat de organisatie het pand kon kopen en opknappen. Hoen: “Toen hebben we nog even met het idee gespeeld om het meteen te restaureren en tijdelijk in Noord te plaatsen, maar dat werd toch wel erg onrendabel. We zouden dan, net als nu, speciaal voor het huisje elektriciteit en water hebben moeten aanleggen.”

Het leek de destijds zestigjarige, restaurerende organisatie mooi om het Naco-huisje in haar jubileumjaar ‘cadeau te geven aan de stad’. Door de crowdfunding – en dankzij donateurs, fondsen en de gemeente Amsterdam – lukte het om het benodigde geld bijeen te krijgen en het monument over te nemen van Connexxion, het vervoersbedrijf waaraan het huis je was teruggevallen (zie kader).

Hoofd Vrienden & Fondsenwerving van Stadsherstel, Stella van Heezik (49): “Onze Vrienden staan altijd klaar om bijzondere delen van monumenten te helpen restaureren of reconstrueren. Bij het Nacohuisje is die bijdrage heel duidelijk zichtbaar. Als de bijzondere hoekornamenten niet zouden zijn gerestaureerd, hadden we het monument nooit meer kunnen zien zoals de architect het bedoelde.”

Die architect was Guillaume la Croix. Hij ontwierp het huisje in 1919 in Amsterdamseschoolstijl, met naar verluidt inspiratie van Finse blokhutten, huizen op Marken – waarop Reederij Koppe ook een dienst had – en de voorgevels van de oudere huizen in Amsterdam, die ook voorover hellen.

Rottend hout en asbest

Het huisje staat ook bekend als het Minangkabause Huis, omdat La Croix zou hebben willen verwijzen naar Nederlands-Indië. De Minangkabauers zijn een etnische groep op Sumatra wier huizen op palen staan. De puntige daken van de traditionele huizen symboliseren de opkrullende hoorns van de karbouw (waterbuffel). Van Heezik: “Hoe meer hoorns men op zijn huis had, hoe rijker men was.”

Het huisje had, zoals projectleider Hoen dat noemt, ‘achterstallig onderhoud’. Een ingenieurseufemisme. Als isolatiemateriaal was turf gebruikt (‘dat kennen we toch eerder als stookmateriaal’), het hout rotte, ornamenten waren verveloos, onder de vloer bevonden zich wieren en overal en nergens werd asbest aangetroffen. Als gezegd: na een jaar was het klaar.

La Croix’ houten scheepskantoor rustte op betonnen palen, maar was licht uitgevoerd omdat het op een, eveneens door hem ontworpen, steiger stond. Tijdens het vervoer naar en de plaatsing bij het CS stond het op een stalen geraamte. Hoen: “De betonnen palen varen we niet mee, die worden ter plekke gegoten.”

Dan nog was de overtocht een karwei van jewelste, waarvoor niet Stadsherstel (Hoen: “Wij hebben een risicomijdend karakter”) maar de gemeente verantwoordelijk is. Die besteedde de klus uit aan BAM, dezelfde aannemer die het huisje in 2004 naar de Zaanse rustplaats bracht.

Bungelend aan een kraan

Afgelopen maandag voer het huisje vanuit Zaandam naar het CS, een operatie die ’s ochtends in alle vroegte aanving en dankzij windstilte en helder zicht tegen half twaalf al was geklaard. Hoen: “In 2004 dacht de aannemer nog dat het huisje 120 tot 130 ton woog, maar hier in Zaandam is het met hydraulische techniek opnieuw gewogen: 101 ton.” Met een bok die 300 ton kan torsen, bungelde het huisje nu aan een kraan, terwijl het zeventien jaar geleden op een ponton werd vervoerd.

De aanblik was zodoende nog wat spectaculairder: een historisch houten huis dat hangend aan een varende kraan wordt verplaatst over het IJ. Passerende binnenschippers grepen naar hun telefoons; vanuit het kantoor van hummusmakerij Maza staarde iemand, ogen op schoteltjes. Eenmaal bij het Centraal Station verzamelden zich hobbyfotografen en voorbijgangers om het zwevende huis te zien landen.

Het tijdelijke, stalen geraamte onder het huisje werd op de nieuwe steiger op bokken geplaatst – de laatste, nauw luisterende centimeters afgedwongen met pure spierkracht. Daarna klonk vanaf de wal applaus.

Rondvaartboten

Zo herkenbaar als het is en zo markant als het afsteekt tegen de gebogen hallen van het station, zo onaf is het huisje voorlopig nog. Nu eerst zullen de betonnen, tapse palen onder het huisje worden ‘aangestort’, en zal de aansluiting op riolering, water en elektriciteit tot stand worden gebracht. Dan wil Stadsherstel, in februari, de laatste hand aan de restauratie gaan leggen. De trap naar boven wordt geïnstalleerd (Van Heezik: “Die is ook helemaal in Amsterdamseschoolstijl”) en de leien dakbedekking wordt weer op het huisje aangebracht. Komende zomer moet het in oude luister gloriëren.

Directeur Stadsherstel Amsterdam Onno Meerstadt (57) ziet de plaatsing blijmoedig aan. “Ons is het vel niet over de neus gehaald, en er zit een kostendrager onder.” Meerstadt bedoelt: het huisje zal worden verhuurd.

Van Heezik: “De bedoeling is dat het Nacohuisje als opstapplaats wordt gebruikt, zodat bezoekers naar de beoogde huurders kunnen varen. Dat zijn onder andere het Scheepvaartmuseum, het Joods Cultureel Kwartier, Artis, en de Hermitage. Rondvaartbedrijf Stromma neemt het vervoer voor zijn rekening. In het huisje kunnen dan als vanouds kaartjes worden gekocht.”

Helemaal rond is het allemaal nog niet; de culturele instellingen wachten nog op een bijdrage, en aan de nieuwe steiger mogen vooralsnog geen rondvaartboten aanmeren. Directeur Meerstadt: “Als er maar een wil is, dan lukt het meestal wel.”

NACO? Koppe? Connexxion?

Het Nacohuisje werd in 1919 ontworpen door Amsterdamse-Schoolarchitect Guillaume la Croix (1877-1923) en is een houten gebouwtje van 140 vierkante meter op betonnen palen. Passagiers van J.G. Koppe’s Scheepsagentuur N.V., later Reederij Koppe, konden er kaartjes kopen en vanaf de steiger waarop het stond aan boord gaan van forensenboten naar onder meer Lemmer, Kampen, Zwolle en Marken.

Koppe werd overgenomen door een dochteronderneming van de Nederlandse Spoorwegen. Na 1963 werd nog een paar jaar gevaren voor toeristen, tot de Noordhollandsche Auto Car Onderneming (Naco) de diensten overnam – vandaar de bijnaam van het huisje. De NS vond Koppe in 1972 niet langer interessant, waarop de naam verdween. De laatste gebruiker van het huisje was tot 2004 de scheepvaartafdeling van de Naco (dat een onderdeel was van NZH, het latere Connexxion).

Meer over