PlusAchtergrond

Het Marineterrein als broedplaats: ‘Kunstenaars kunnen meehelpen de stad leefbaarder te maken’

Het Marineterrein wordt ontwikkeld tot nieuw stadskwartier. Tot die tijd is het, onder de naam Living Art Lab, een proeftuin voor wetenschappers, techneuten en kunstenaars.

Edo Dijksterhuis
Kunstenaar Eva Hoonhout.  Beeld Nosh Neneh
Kunstenaar Eva Hoonhout.Beeld Nosh Neneh

De kogelgaten zijn nog duidelijk zichtbaar in het plafond boven het bureau waarop Eva Hoonhout haar laptop heeft geplaatst. De kunstenaar heeft tijdelijk haar intrek genomen in de voormalige schietbaan van het Marineterrein op Kattenburg. Tot 2015 was dit streng verboden terrein, nu dient het als atelier. In de langwerpige ruimte loopt Hoonhout heen en weer langs grote blokken piepschuim, waarin ze handmatig golvende vormen heeft gesneden om ze daarna te bedekken met glasvezel, zodat sculpturale banken ontstaan.

Hoonhout haalt haar inspiratie uit kleine, alledaagse dingen. In dit geval: theezetten. “Ik betrapte me erop dat ik vlug-vlug-vlug het zakje in mijn kop doopte,” vertelt ze. “Een kopje thee is normaal een moment van rust, maar ik raffelde het af. En dat zie ik veel: we hebben geen aandacht voor onze directe omgeving en zijn verwijderd geraakt van de spullen om ons heen, waar die vandaan komen.”

Hernieuwde aandacht voor haar Earl Grey bracht Hoonhout in haar nieuwe atelier al snel op gedachten over het VOC-verleden dat diep in het dna van het Marineterrein zit. Hier bouwde de Admiraliteit van Amsterdam in 1655 haar eerste magazijn en werf. Oorlogsschepen die de handel op de Oost begeleidden, voeren in de jaren daarna af en aan. “De scheepvaartroutes waarlangs die thee zijn weg naar Nederland vond heb ik geabstraheerd en gebruikt in mijn sculpturen. Een bank laat de route zien van Amsterdam naar Kaapstad, de tweede verbeeldt Kaapstad naar Batavia, en de derde Batavia naar Kanton, waar de thee werd ingeslagen.”

Transitiefase

De cartografische zitmeubelen staan de komende weken op het Marineterrein. Hoonhout hoopt dat voorbijgangers de tijd nemen om even te gaan zitten en de ­geschiedenis van dit stukje Amsterdam op te snuiven. Ze kunnen ook luisteren naar de podcastserie die ze aan het maken is. In een aflevering praat de kunstenaar met Dianne Oomen, een theemaker die werkt met een theeplant die zo gekweekt is dat hij ook kan groeien in West-Europees klimaat. Hoonhout: “Ik heb een paar plantjes gekregen en wil ze na ­afloop van mijn tijd doneren aan het Marineterrein.”

Hoonhouts kunstwerk is onderdeel van het Living Art Lab (LAL), dat gebruikmaakt van de transitiefase waarin het Marineterrein zich momenteel bevindt – donderdag werd bekend dat er ongeveer 400 Afghaanse vluchtelingen tijdelijk zullen worden opgevangen. Het ministerie van ­Defensie bouwt er een compacte stadskazerne, die in 2027 af moet zijn. Daarna neemt de gemeente Amsterdam het gebied over, met de intentie er een nieuw stadskwartier van te maken, waar wordt gewoond, gewerkt en ­geleerd. Tot die tijd is het een testgebied. Vijftig bedrijven en instellingen die zich bezighouden met maatschappelijke vraagstukken, buigen zich hier over de vraag hoe de stad van morgen eruit moet of kan zien.

Wie er rondloopt, ziet bijvoorbeeld stukjes kunstgrasveld die overtollig regenwater afvoeren en op warme ­dagen voor verkoeling zorgen. Er wordt onderzocht hoe nutriënten uit urine kunnen worden gewonnen. En op het water maakt de volautomatische ‘roboat’ zijn eerste proefvaartjes.

Niet voor boven de bank

“De focus was in eerste instantie vooral technologisch,” vertelt stadsplanoloog Bastiaan Gribling, die als adviseur betrokken is bij LAL. “Maar wij hebben er kunst aan toegevoegd en er Living Art Lab van gemaakt. We hebben namelijk wel een einddoel voor de toekomstige stad maar geen eindbeeld. Kunstenaars zijn gespecialiseerd in het verbeelden van een onbekende toekomst, dus is het logisch hen erbij te betrekken.”

“Kunstenaars kunnen meehelpen de stad leefbaarder te maken,” is ook de overtuiging van Jacqueline Verheugen van Bureau Marineterrein. “De interactie met technologie en wetenschap levert bovendien een ander soort kunst op. Niet voor boven de bank, maar midden in het leven.”

Omdat het Marineterrein officieel geen openbare ruimte is, gelden de strikte regels voor buitenkunst hier een stuk minder en kan er meer geëxperimenteerd worden. Gribling en Verheugen noemen het terrein dan ook wel ‘buitenbroedplaats’. Naast de banken van Hoonhout heeft ontwerpbureau New Grounds bijvoorbeeld een pleintje met tribune gemaakt van restmateriaal, en is een dakterras boven op de schietbaan in de maak.

Iets verderop staat Pillars of Hope: acht langwerpige lantaarns die gaan knipperen en waar stemmen uit klinken zodra je door het driehoekige postzegelparkje met klimaatbestendige beplanting loopt. Het interactieve kunstwerk is gemaakt door alumni van de Breitner Academie.

“Hiervoor werken ze met een AI-protocol dat informatie van internet plukt,” vertelt Matthijs ten Berge, hoofd van het Art & Society Development Office van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten (AHK), waar de academie onder valt. “Daar worden teksten mee gevormd over klimaatverandering, sociale rechtvaardigheid en ­democratie. Het zijn nu zo’n dertig dialogen, het worden er driehonderd. Ze klinken freaky maar dat er überhaupt een gesprek wordt gevoerd over deze onderwerpen is hoopvol. Vandaar de naam.”

In de loods tegenover het kunstwerk opende burgemeester Halsema afgelopen juni de AHK Culture Club, een kruising tussen hippe collegezaal, werkplaats en intellectueel clubhuis. “Een unieke plek in Amsterdam,” noemt Ten Berge het. “Hier komen verschillende kunstdisciplines ­samen in het hart van de stad, en niet alleen in gebouwen, maar ook buiten.”

De eerste groep kunstenaars die hier heeft gewerkt ­omvatte onder andere een documentairemaker met een project over morbide obesitas, een pianist die software ontwikkelde om synthesizers te bespelen met intuïtieve gebaren en een theatermaker met interseksualiteit als ­onderwerp.

Kunstenaars en kunstopleidingen gaan op het Marineterrein actief verbintenissen aan met andere partijen. ­Zoals De Studio van Nemo, die gesitueerd is in het hart van het Marineterrein. In de vaste presentatie, Project Morgen getiteld, is onder meer een datascape te zien van kunstenaar Wout Smit, waarin hij met een eye tracking-systeem in kaart brengt hoe mensen kijken naar de stad. De tijdelijke tentoonstelling Bits of You maakt aan de hand van vier personages inzichtelijk welke datasporen je bijna ongemerkt de hele dag achterlaat. En in workshops wordt uitgelegd hoe je je smartphone kunt beveiligen.

“Anders dan in ons familiemuseum richten wij ons hier op volwassenen en speelt kunst een belangrijke rol,” zegt programmamaker Lizzy Bakker. “Dit is echt een laboratorium, veel dynamischer, en het hoeft niet af te zijn. Als ­organisatie opereren we hier buiten onze comfortzone.”

Malou Minkjan van The New Base, waar wordt gewerkt met virtual reality.  Beeld Nosh Neneh
Malou Minkjan van The New Base, waar wordt gewerkt met virtual reality.Beeld Nosh Neneh

Virtuele werelden

Dat een toekomstvisie waarin kunst en technologie gelijk opgaan ook nu al een goede businesscase oplevert, bewijst The New Base. De organisatie begon in 2016 als coworking space voor creatieven die werken met virtual reality. “Maar toen kwam covid, bleef iedereen thuis en moesten we iets anders verzinnen,” vertelt Daniel Doornink.

Sanofi bracht uitkomst. De Franse farmaceut, die ook ­covidvaccins ontwikkelt, had door de reisrestricties geen toegang tot een fabriek in Groot-Brittannië. Doornink en zijn compagnons ontwierpen met behulp van 3D-fotografie een ‘digital twin’, een levensechte computerkopie. “Ik zit al zeven, acht jaar in virtual reality en het is voor het eerst dat deze opkomende technologie echt urgent is. Voorheen waren vooral kunstenaars ermee bezig, maar nu is er behoefte vanuit overheden en het ­bedrijfsleven. Daarom zijn we de start-up Ravel begonnen.”

Op de derde verdieping van gebouw 27E, herkenbaar aan zijn ‘pootjes’ en markante gevel met geometrische patronen, werkt een gezelschap ‘techies’. Zij bouwen virtuele vergaderruimtes en digitale werelden waar toekomstscenario’s worden gevisualiseerd en nieuwe ­oplossingen gesimuleerd. Ravel heeft inmiddels digital twins gecreëerd voor onder andere waterschappen en universiteiten.

Ook van het Marineterrein bestaat een virtuele versie. Doornink: “Daar testen we met de TU Delft alvast de zelfrijdende bus die ze hier later in het echt willen introduceren. Je ziet dat de mindset van klanten verandert en er meer innovatiebudget komt. De wereld van de toekomst zal hybride zijn, deels analoog en deels virtueel.”

Meer over