PlusAchtergrond

Het leven van parketwacht Steven werd verwoest door een agressieve verdachte: ‘Ik won de vechtpartij, maar verloor alles’

Tijdens een worsteling met een agressieve verdachte die hij moest fouilleren raakte Steven voor de rest van zijn leven zwaar geblesseerd. ‘Het was meteen: ‘Blijf van me af, ik schiet je dood!’’ Beeld Sjoukje Bierma
Tijdens een worsteling met een agressieve verdachte die hij moest fouilleren raakte Steven voor de rest van zijn leven zwaar geblesseerd. ‘Het was meteen: ‘Blijf van me af, ik schiet je dood!’’Beeld Sjoukje Bierma

Steven werkte al negentien jaar bij de parketpolitie van de Amsterdamse rechtbank toen in 2019 gebeurde wat veel parketwachten vrezen. Een aanval door een verdachte verwoestte zijn leven. Al drie jaar slaapt hij hooguit 4 uur per nacht en leeft hij in pijn – fysiek en mentaal.

Paul Vugts

Een normaal mens zal niet snel op het idee komen Steven (56) aan te vallen, in elk geval niet met blote handen. Hij is groot, was een fanatieke sporter en had bijna twee decennia ervaring bij de parketpolitie. Hij behoorde een tijd tot de vaste bemanning van de zwaarbeveiligde ‘bunker’ in Osdorp en beveiligde dus de grootste zaken, met de zwaarste categorie verdachten.

Tot 18 maart 2019.

Een opgefokte gedetineerde moest voor de raadkamer van de rechtbank aan de Parnassusweg in Amsterdam-Zuid komen in zijn strafzaak over verboden wapenbezit en intimidatie.

Als coördinator binnen het cellencomplex hoefde Steven eigenlijk zelf geen verdachten te fouilleren, maar het was druk, dus hij trok zijn handschoenen aan. “Het was meteen: ‘Blijf van me af, ik schiet je dood!’ Dreigen, schelden… Ik bleef rustig. Op dat moment gaven collega’s aan dat hij twee weken tevoren al had geprobeerd een collega te slaan door het luikje in de celdeur. Oppassen dus.”

Steven heeft onder collega’s de reputatie opgewonden verdachten te kunnen kalmeren door rustig te blijven. “Op enig moment stonden we neus tegen neus. Het omslagpunt kwam toen hij me gigantisch begon uit te schelden. De ziekte met de K, mijn kleur, in combinatie met woorden die ik die dag leerde.”

De verdachte bleef zich verzetten tegen de ‘insluitingsfouillering’. Op dat moment ging het fout.

Spoedeisende hulp

“Hij liet zich vallen, in de lengte, waardoor we allebei vielen. Ik nam hem in een greep waar hij niet uit kwam en won de vechtpartij, maar verloor alles. Ik hoorde ‘pang!’ Dat zou mijn rechterschouderpees blijken. De ‘krak’ was mijn rechterenkel. Ik heb doorgewerkt. De omvang van de ellende bleek pas later.”

Voor het eerst in Stevens loopbaan ging een verdachte die geboeid was aangevoerd, ook geboeid en onverrichter zake weer weg uit de rechtbank, in daartoe opgeroepen extra beveiligd vervoer. “Hij zou me wel vinden, riep hij, zijn kogel was klaar voor me. Al om de hoek belden de mannen van het transport: ‘Steven, je moet aangifte doen.’ Zij wilden wel getuigen, want wat die gast allemaal riep, ging veel te ver.”

Hij sloeg het aanbod om naar huis te gaan af en werkte nog door. In de avond zat er een ei op zijn enkel en ging hij toch maar naar de spoedeisende hulp. Daar ging de aandacht vooral uit naar die enkel. Die was niet gebroken, maar zwaar gekneusd. De volgende dag deed hij aangifte en later die week ging hij naar de huisarts, die hem stevige pijnstillers voorschreef voor zijn pijnlijke schouder. In april kreeg hij er een spuit in omdat de pijn bleef.

Niet meer operabel

“Een echo wees vervolgens uit hoe mis het was. Er zaten scheuren in mijn schouderpees. In mei werd ik doorverwezen naar de snelste behandelaar, die een scan en een röntgenfoto maakte. Twee weken later ben ik geopereerd. Tijdens de operatie bleken de problemen veel groter dan gedacht. Mijn biceps was helemaal kapot en de schouderpees was gescheurd. Ik werd er echt ziek van.”

De Steven die altijd voorging in de strijd en dol was op sporten, was ineens totaal afhankelijk van zijn dierbaren bij het aankleden en douchen. Drie maanden later zou de reïntegratie op de rechtbank beginnen. Steven wilde zijn jas ophangen. “Mijn hand viel naar beneden. Het was letterlijk te hoog gegrepen.”

De gerepareerde pees bleek opnieuw gescheurd, op een andere plek. De specialisten spraken van uitzonderlijke pech. Een nieuwe operatie volgde, en daarna weer een begin van reïntegratie in de rechtbank. Twee uur, vier uur, maximaal vijftien uur per week. “Geen uitvoerend werk. Wel als wachtcommandant of assistent, maar ik kwam niet in cellengebied om de prikkels te helpen vermijden. Ik ging wel nog steeds naar de testen op de schietbaan om mijn bevoegdheden intact te houden.”

Op 20 februari 2020 wil Steven thuis een zak chips pakken als zijn arm wéér neervalt. “Weer heb ik alles laten onderzoeken. Nu bleek het niet meer operabel. De pees in de schouder bleek zo broos dat er niets mee was te beginnen.”

Pech op pech

Omdat hij te jong is om met een kapotte schouder door te leven, bedachten specialisten na een second opinion toch een plan. Een pees uit zijn rug zou door een ervaren orthopeed naar zijn schouder worden getrokken – een zogenaamde peestranspositie. Door corona was ook deze operatie lastig in te plannen, maar in december 2020 werd Steven in Den Haag geopereerd.

Kort daarna, op de dag dat hij 55 werd, zat hij weer op de spoedeisende hulp. Hij had een bacteriële infectie opgelopen en moest meteen onder het mes. De bacterie bleek aanhechtingen, bot en de pees te hebben aangetast. “Door me met spoed te opereren is veel ergere schade voorkomen, maar de emoties braken me op. Ik heb geen dag meer gewerkt sindsdien. Nu heb ik toevallig pas weer afspraken, om te zien wat ik nog voor werk zou kunnen doen.”

Inmiddels is ook de linkerschouder een probleem, waarschijnlijk door de val tijdens het gevecht en overbelasting. Weer een scan. Weer een echo. Weer een röntgenfoto. Weer een scheur. “We zijn nu opnieuw aan het kijken hoe het verder moet. Het is pech op pech op pech.” Inmiddels wacht een vijfde operatie.

Dat is het fysieke verhaal.

Psychologisch is Steven ook geknakt.

Adres achterhaald

De strafzaken van de verdachte, procedures om schadevergoeding: alles geeft steeds opnieuw spanning. Op maandagavond 13 september 2021 belt de verdachte vanuit het Justitieel Complex Schiphol, waar hij dan weer gedetineerd zit, op intimiderende toon. ‘Jij hebt aangifte tegen me gedaan en wil schadevergoeding.’ Hij eiste dat Steven naar de rechtbank zou komen voor zijn strafzaak over de belediging, bedreiging en het verzet tegen Steven. Dan zouden de rechters zien dat hij groter is dan de verdachte.

“Ik heb het hele telefoongesprek opgenomen. Ik dacht: wow, hij heeft mijn huistelefoonnummer dus achterhaald. Kort daarna bleek dat hij ook mijn adres had gevonden, en mijn geboortedatum. Ik hield het niet meer toen ik hoorde hoe ik kennelijk een obsessie voor hem ben geworden. Ik heb nog nooit zo hard gejankt.”

De werkgever neemt veiligheidsmaatregelen.

Om de onpartijdigheid te waarborgen, behandelt de Haarlemse rechtbank de strafzaak, 2,5 jaar na dato pas. De officier van justitie eist 4 maanden cel, de rechtbank legt 3 maanden op, plus een contactverbod. “Ik was één minuut euforisch over de serieuze straf na al die tijd, maar meneer heeft meteen hoger beroep ingesteld, dus het zal nog een hele tijd blijven slepen.”

Het contactverbod geldt al wel.

“Het maalt maar door in mijn hoofd. Inmiddels is een posttraumatische stressstoornis bij me vastgesteld. Mijn bloeddruk is gigantisch hoog. Ik ben heel erg boos om wat er gebeurd is.”

Draaiende kettingzaag

Kort na de behandeling van de zaak over het geweld tegen Steven, kwamen hij en de gewezen chef en collega die zijn steun en toeverlaat is, erachter waarvoor zijn belager momenteel alweer vast zit: het gooien van een molotovcocktail naar een buurtgenoot en het bedreigen van agenten met een draaiende kettingzaag. “Hij is een mafklapper van de bovenste plank!”

De zittingen in die zaak volgt Steven onopvallend. “In de rechtbank, mijn eigen werkplek, zit ik als een dief in de nacht op de tribune verscholen, want ik wil geen olie op het vuur gooien.”

Het einde is nog lang niet in zicht, beseft hij. De procedures lopen door. Steven is blij met de bijstand die hij als slachtoffer van zijn advocaat krijgt, ‘dat is een last minder’, en weer andere juristen houden zich bezig met arbeidsrechtelijke kwesties over de letselschade.

Met zijn gezondheid komt het niet meer goed en hij is bang dat hemzelf of zijn dierbaren iets overkomt. “Al bijna drie jaar leef ik elke dag op zware pijnstillers. Als ik wakker word, denk ik onbedoeld meteen aan die beste man, en niet in positieve zin.”

Momenteel is hij voor 70 procent afgekeurd. “Wat ga ik nog doen voor werk? Het dynamische, executieve was mijn lust en mijn leven. Ik werk 22 jaar hier in de rechtbank, en daarvoor zat ik in de jeugdhulpverlening en werkte ik binnen justitiële jeugdinrichtingen. Alles wat ik tegen zal komen, zal anders zijn. Minder bij me passend misschien.”

Nachtmerrie

Zijn sportspullen liggen thuis ‘voornamelijk stof te vangen’. “Mijn racefiets hangt letterlijk alleen maar aan het plafond. Ik sport wel vier keer in de week, maar doe alleen cardio en de door fysiotherapeuten voorgeschreven oefeningen, totaal gefrustreerd. Mijn eigen dakgoot kan ik niet eens meer schoonmaken, dat moet ik laten doen, terwijl ik dat soort klusjes fluitend deed. Het is schade, schade, schade en er is totaal geen uitzicht.”

De enige mogelijkheid voor zijn rechterschouder is een prothese, maar die zal waarschijnlijk niet alle pijn wegnemen. “Van de complicaties die bij iedereen kunnen optreden, zal ik er met mijn pech de nodige krijgen. Dat lijkt dus geen beste optie, zeggen de specialisten.”

Wrang: met het verstrijken van de maanden en jaren wordt zijn professionele en sociale kring steeds kleiner. “Nu deel ik mijn verhaal eenmalig, maar ik heb anderen ook weinig meer te vertellen. Ik heb nooit eens iets nieuws te melden en werk me door de dag op die pijnstillers. Het bestuur van de rechtbank geeft me wel positieve aandacht, maar bij mijn collega’s ben ik toch steeds minder betrokken. Wat mij is overkomen is ieders nachtmerrie. Dat is de bittere waarheid.”

Steeds meer intimidatie en agressie

Over parketwachten zijn geen cijfers, maar bij de enigszins vergelijkbare sector van personeel van de DJI (Dienst Justitiële Inrichtingen) heeft bijna 90 procent tijdens zijn of haar werk te maken met agressie en/of intimidatie. Dat blijkt uit een vrij recente enquête van de FNV onder 1839 werknemers van de DJI. De intimidatie en agressie in gevangenissen neemt ook alsmaar toe. Dat geeft 73 procent van de respondenten aan.

Van de werknemers die met agressie en intimidatie te maken hebben wordt bijna één op de drie daar wekelijks mee geconfronteerd. Als veiligheidsincidenten met leidinggevenden worden besproken, voelt bijna 30 procent zich onvoldoende gehoord. En als het gaat om bejegening door leidinggevenden geeft een derde van het gevangenispersoneel aan dat zij dit als onvriendelijk, neerbuigend of intimiderend ervaren.

Meer over