Recensie

Het Grachtenfestival kent een enigszins valse start (***)

Bij het Amsterdamse Grachtenfestival gaat het over presentatie en publiek wervende kwaliteit. Maar tijdens het eerste weekend was lang niet alles even opmerkelijk.

Roeland Hazendonk
De feestelijke opening van het Grachtenfestival aan de Kloveniersburgwal. Beeld Ronald Knapp
De feestelijke opening van het Grachtenfestival aan de Kloveniersburgwal.Beeld Ronald Knapp

De komende week trekken 250 concerten in het Grachtenfestival voorbij. Bij de opening van het festijn, vrijdagavond, was het podium een ponton voor het Compagnietheater aan de Kloveniersburgwal. Komende zaterdag volgt het immens populaire Prinsengrachtconcert. Als altijd is er muziek te horen op diverse sfeerverhogende buitenlocaties en er is een GrachtenfestivalPrijs voor 'uitzonderlijk talent met een moderne visie op klassieke muziek.'

Die moderne visie kan van alles inhouden, maar voor het Grachtenfestival gaat het over presentatie en publiek wervende kwaliteit. Presentatrice Dieuwertje Blok was bij de opening erg blij over een pianoduo dat tijdens het festival in een boksschool speelt. De twee jongedames kwamen schijnboksend in boksersoutfit op en speelden daarna wat op de piano.

Het een had niets met het ander te maken en het pianospel was net zo krachteloos als de rechtse hoekjes van de dames, die ook nog erg aandoenlijk rapten.

Badr Hari's
Spelen in een boksschool gaat die kleine Badr Hari's daar niet voor de klassieke muziek winnen. In die boksschool wordt gewoon een keurig concertje gegeven voor het Grachtenfestivalpubliek - niet jong, wild en veelkleurig, maar braaf, wit, en minstens vijftigplus.

Onthutsend slap was ook de wereldpremière van de jonge Thomas Beijer, wiens Star of the sea was geïnspireerd op Hemingway en Brahms, maar klonk als een lauwwarme filmmuziek. Erg goed was Beijers pianokwartet overigens niet te horen, want de mix die uit de boxen over het water verwoei, was bedroevend. Het kon de pret niet drukken aan de Kloveniersburgwal, waar het publiek keuvelend met een pilsje erbij zin in een gezellige avond had.

Highbrow
In het Compagnietheater stond de volgende avond een ouderwets highbrow programma op de rol. De Nationale Reisopera speelde daar een tweeluik: The Telephone van Gian Carlo Menotti en Façade van William Walton. Façade is een overschat stuk op teksten van Edith Sitwell. Die teksten wordt een dadaïstische kwaliteit toegedicht die ze niet hebben.

Het is spielerei van een steenrijk Engels meisje dat zo zou kunnen zijn weggelopen uit een Agatha Christieverhaal uit de jaren dertig. Waltons muziek is best aardig, maar niet opmerkelijk.

Communicatiemaatschappij
Heel veel fijner was de modelvoorstelling van Mennoti's The Telephone, waarin een dame maar niet van de telefoon kan loskomen - ook in 1946 had de communicatiemaatschappij al mindere kanten. Haar verloofde wil haar ten huwelijk vragen, maar dat lukt pas als hij opstapt en haar dan maar belt.

De muziek van Menotti is erg goed voor de twee stemmen geschreven. Het stuk heeft humor, snelheid, prachtig lyrische momenten, en het is binnen een half uurtje perfect gestructureerd.

Maartje Rammeloo - kandidaat voor de GrachtenfestivalPrijs - zong fantastisch en is een innemende podiumpersoonlijkheid. Dat geldt ook voor de jonge Canadese bariton Drew Santini. En ook het eenvoudige toneelbeeld en de trefzekere regie van Mia Ringblom Hjertner waren dik in orde.

Meer over