PlusMijn Amsterdam

Het Amsterdam van Splinter Chabot: ‘Bij de Amsteldijk is het alsof je terug in de tijd rent’

null Beeld Sophie Saddington
Beeld Sophie Saddington

Splinter Chabot (26), geboren in Den Haag, woont sinds vijf jaar in Amsterdam. Zijn boek als de Hemel genoeg ruimte heeft verscheen deze week. Hij rent graag langs de roeiers in de Amstel en houdt van het ‘dorpse’ van de stad. ‘Hier kan ik helemaal mezelf zijn.’

Judith Zilversmit

Mijn buurt

“Ik heb overal gewoond. Bij de RAI, in de Mandenmakerssteeg tegenover de Beurs van Berlage, in de Vrolikstraat, in de Barentszstraat. Mijn eerste huis was tegenover Artis. Als ik dan mijn huis uitkwam, liep ik tegen de flamingo’s aan. Geheel in stijl had ik een douchegordijn met flamingo’s opgehangen en met een beetje geluk – in mijn fantasie dan – kon je de leeuwen horen brullen. Dat was helemaal niet zo, maar die flamingo’s kon je wel zien, en ruiken; dat was een heerlijke eerste aanraking met de stad. Sinds augustus woon ik in De Pijp. En dat is meer een echte buurt. Het mooie vind ik: in Den Haag heb je de zee die golft, hier heb je de bruggen die golven. Zo is er toch een beetje zee in de stad.”

Theater

“Carré maakte als kind al indruk op me, omdat we altijd naar het Kerstcircus gingen. Dat was als een levend sprookje. Nog steeds vind ik de gloeiende rode letters iets magisch hebben, een soort halo van de stad. En de opening van mijn studiejaar – politicologie – was ook in Carré. En nu woon ik er vlakbij.”

Carré. Beeld Sophie Saddington
Carré.Beeld Sophie Saddington

Nog meer theater

“Een ander fijn theater vind ik Frascati, daar zit je bijna bij de acteurs op schoot, zo dichtbij. Vooral met naaktscènes is dat soms ongemakkelijk, maar je voelt het echte theater. En natuurlijk de Stadsschouwburg, ik zeg expres Stadsschouwburg en niet ITA, want ik vind dat een veel mooiere naam. Als je de Stadsschouwburg in komt, is het alsof je een andere tijd in stapt. Het gebouw alleen al; je krijgt het gevoel dat je je in een ander domein begeeft. Daarom hou ik zo van theater, het is de wereld van de fantasie. En daar geloof ik meer in dan in God.”

Uitgaan

“Tijdens het schrijven van mijn boek en als ik tv-shows heb, doe ik het rustiger aan. Dan eet ik geen suikers en drink ik niet. Maar als ik uitga, ga ik naar de Reguliersdwarsstraat. Ik heb er een haat-liefdeverhouding mee: ik wil er graag naartoe, maar ik ben ook altijd een beetje zenuwachtig. Je moet er goed uitzien en er móét iets gebeuren. Vroeger vond ik het doodeng, ik durfde niet. Omdat je als je daar bent, als jongen, het meteen zo open en bloot is. Het was zo spannend dat mensen zichtbaar zichzelf durven te zijn, dat ik er ongemakkelijk van kon worden. Ik voelde die vrijheid nog niet om zó mezelf te zijn. Maar een vriendinnenleger nam me dan gewoon mee en was bij me in de buurt.”

Reguliersdwarsstraat. Beeld Sophie Saddington
Reguliersdwarsstraat.Beeld Sophie Saddington

Restaurant

“Ik heb een hekel aan koken, zeker voor mezelf. Ik heb alles al op voordat er iets op tafel staat. Als ik uit eten ga, dan het liefst Italiaans. Ceppi’s bij het Leidseplein vind ik heel lekker. Het ligt ook mooi, zo in de schaduw van het Leidseplein, de Stadsschouwburg en de grachten. Het is er altijd druk en gezellig. De hele kaart is goed, als je niet oppast ga je rollend naar huis.”

Ceppi's. Beeld Sophie Saddington
Ceppi's.Beeld Sophie Saddington

Mooiste park

“Nu ik vlak bij de Amsteldijk woon, ren ik vaak langs het Amstelpark. Ik ben er nog niet in geweest, maar ik ben er wel nieuwsgierig naar. Dat stukje langs de Amstel is sowieso heel mooi, zeker als aan het einde van de dag de lucht kleurt, enkele roeiers in het water varen en vogels langsvliegen. Alsof je terug in de tijd rent, een landschapschilderij in. Terwijl je, als je de hoek omgaat, zo weer in de stad bent.”

Mooiste lied over Amsterdam

“Dat durf ik niet te zeggen hoor, dan kom ik met standaardmuziek aan en loop ik het risico dat ze zeggen: heb je weer zo’n import-Amsterdammer. Wat ik wel echt mooi vind, is het Prinsengrachtconcert. Dat is niet één nummer, maar dat is wel weer zo’n sprookjesbubbel in de stad. Zo romantisch, je wordt op slag verliefd – op wie dan ook – die avond.”

Ik voel me Amsterdammer, omdat

“Een levensgevaarlijke uitspraak voor een Hagenees dit: ... omdat in Amsterdam altijd leven op straat is; zelfs als je ’s avonds laat een wandeling maakt, kom je nog mensen tegen. Daar hou ik van: de dorpse stad waar de verhalen op straat liggen. In Den Haag gebeurt ook veel overdag, maar aan het eind van de dag gaan ambtenaren naar huis, die wonen vaak buiten de stad, en zijn de gebouwen ’s avonds verlaten. Het voelt toch een beetje als een pudding die leegloopt. Ik voel me Amsterdammer, omdat als ik een van mijn kleurrijke pakken aan heb, in de Albert Heijn of op straat, mensen óf iets positief zeggen óf ze zien het niet eens. Het hoort er gewoon bij. Hier kan ik helemaal mezelf zijn. Ik zie hier ook de regenboogvlag vaak wapperen, als een soort luchtkusje. Dan heb ik het gevoel dat de stad me heeft omarmd, dat ik hier welkom ben.”

Meer over