PlusMijn Amsterdam

Het Amsterdam van journalist Jonas Kooyman: ‘Gasten uit het buitenland neem ik mee naar Albina in de Albert Cuypstraat’

Jonas Kooyman op het dak van Felix Meritis aan de Keizersgracht. Beeld Sophie Saddington
Jonas Kooyman op het dak van Felix Meritis aan de Keizersgracht.Beeld Sophie Saddington

In zijn nieuwsbrief De havermelkelite neemt Jonas Kooyman (32) zijn lezers mee in de wereld van moderne kakkers, natuurwijn en de eeuwigdurende beige interieurtrend. Hij schrijft voor NRC, werkt aan een boek en drinkt zijn natuurwijn graag bij Europizza.

Alice Boothby

Eerste keer in Amsterdam

“Ik ben opgegroeid in Oud-Zuid, maar mijn ouders zijn allesbehalve chic. Ze waren juist alternatief en hebben in de jaren tachtig voor weinig een bouwval aan de Van Eeghenstraat gekocht. Ik heb zo’n typische ninetiesjeugd gehad: playbacken op de Spice Girls en kattenkwaad uithalen op straat. Toen zag je nog veel ingeslagen autoruiten in de Cornelis Schuytstraat, veroorzaakt door verslaafden die radio’s stalen. Nu is die straat een soort mini-P.C. Hooft geworden waar de nouveau riche hoogtij viert en de Birò’s je van je schoenen rijden.”

Restaurant

“Mijn favoriet is nu Europizza in Noord. Niet alleen vanwege het verrassende menu, van pizza’s met miso tot kreeft op toast, maar ook om de lekkere natuurwijn. Er komen veel creatieve types op af met heerlijke outfits; later op de avond gaat de muziek harder en mag er gedanst worden. Maar als de stad wil laten zien aan gasten uit het buitenland, neem ik ze mee naar Albina in de Albert Cuypstraat, een Surinaams-Chinees eethuis waar ik al kom sinds mijn zevende. Sindsdien is er niets veranderd aan het zalmroze interieur en de tl-verlichting. Het eten is goed en altijd bizar snel klaar. Ik bestel er graag roti.”

Surinaams-Chinees restaurant Albina. Beeld Sophie Saddington
Surinaams-Chinees restaurant Albina.Beeld Sophie Saddington

Mijn buurt

“Toen ik tien jaar geleden in de Hoofddorppleinbuurt kwam wonen, was het een slaperig buurtje. Inmiddels hebben de yuppen het gevonden en is het een lightversie van De Pijp. We hebben een Marqt, een Juicebrothers en een specifiek type mens lijkt de buurt te domineren: de witte dertiger met een VanMoof en een baan in de marketing. Ik doe er overigens net zo hard aan mee. Tijdens corona ben ik in de geschiedenis van mijn huis gedoken. Ik wist dat hier tot de oorlog een Joodse man woonde die is gedeporteerd. Het lukte me een ver familielid te vinden die me meer kon vertellen. Ik ben zelf Joods en ergens vind ik het wel mooi dat het huis nu weer een Joodse bewoner heeft.”

Kledingwinkel

“Ik heb de laatste tijd een obsessie voor truien van kasjmier, dat vind ik de ultieme ­chique loungeware. Ik vind ze bij Episode aan het Waterlooplein. Daar heb ik ook ooit een vintage oranje trui van Uniqlo uit de jaren negentig gescoord, maar dat is meer een trui voor wildkamperen in stijl.”

Broodje

“De hummus van Sir Hummus aan de Ruysdaelkade geeft me altijd het idee dat ik in Tel Aviv zit. Mijn moeder is Israëlisch en ik ben opgegroeid met hummus – ja, ik spreek het uit met een g, niet met een h. Het allerlekkerste daar vind ik de hummusbowl met een bruin ei, een fluffy pita en zhug, een spicy Jemenitische saus.”

Hummusbowl van Sir Hummus.  Beeld Sophie Saddington
Hummusbowl van Sir Hummus.Beeld Sophie Saddington

Geheim adresje

“Als het heel warm is, pak ik de fiets naar de botensteiger bij de Nieuwe Meer. Er is een fijn grasveld en het is er rustig en heel groen. Met een beetje fantasie waan je je aan een groot meer in Scandinavië.”

Een avond stappen met

“Zelf was ik in de jaren negentig nog kind, maar wat had ik graag het nachtleven van toen willen meemaken. Het was een optimistische en hedonistische tijd, waar paradijsvogels alle ruimte hadden om te floreren. Ik las dat je in de hoogtijdagen van de Supperclub oesters kon slurpen van de naakte bediening die aan tafel kwam. Ik zou met de mensen van toen terug willen naar die tijd.”

Museum

“Ik kom graag in metropolen als New York en Berlijn en kan soms mopperen over hoe klein Amsterdam aanvoelt. In Eye ervaar ik wél dat grotestadgevoel: het gebouw, het uitzicht, de films, de kunst. Als twintiger heb ik een tijdje bij Exposed gewerkt, de jongerenclub van Eye. Wij mochten de openingen van tentoonstellingen organiseren. Dat werden soms wilde avonden, met dj’s en performances. Na de film vind ik het heerlijk om bij zonsondergang op het pontje te staan en na te filosoferen over wat ik heb gezien.”

Beste plek om te relaxen

“Soms heb je zo’n dag waarop je te veel te maken krijgt met grote Amsterdamse ego’s. Dan ga ik graag naar de spa in het Fashion Hotel, net buiten de ring in West. Het is totaal niet fancy, maar ze hebben een heel fijn zwembad in de kelder, met stoombad en sauna. En het is een fantas­tische plek om tussen de budgettoeristen rustig de krant te lezen.”

WellCome Wellness in het Fashion Hotel. Beeld Sophie Saddington
WellCome Wellness in het Fashion Hotel.Beeld Sophie Saddington

Begraafplaats

“Vlak bij bedrijventerrein Schinkel ligt Huis te Vraag, een verstopte begraafplaats die tot de jaren vijftig in gebruik was. Hij wordt beheerd door een echtpaar dat op het terrein woont. Het is een rustige plek om even te wandelen en ik fantaseer graag over de mensen die daar liggen, over wat voor leven ze hebben gehad.”

Luister ook naar de Paroolpodcast Amsterdam wereldstad

Meer over