PlusReportage

Het Amstelpark is een van de best gewaardeerde parken van de stad – met dank aan de Floriade

null Beeld Eva Plevier
Beeld Eva Plevier

Met een rododendronvallei, duizenden bomen en bijzondere kinderboerderij is het Amstelpark in Buitenveldert een van de best gewaardeerde parken van de stad. Met dank aan de Floriade van 1972, waarvoor het park uit de grond gestampt werd. ‘Kamerplanten uit Afrika, wilde planten uit het Amazonegebied, grote ­cactussen uit Mexico – geld was geen probleem.’

Patrick Meershoek

Er gebeurde van alles in de vroege jaren zeventig, maar op het bord was het leven nog heerlijk eenvoudig en overzichtelijk. Op de Floriade van 1972 in Amsterdam-­Zuid konden de bezoekers voor het eerst kennismaken met de paprika en de ­aubergine, in het programmaboekje omschreven als de ‘nieuwe sterren aan de groentehemel’ naast de grote drie: sla, tomaat en komkommer. In het Champignonhuis werd door de Coöperatieve Champignon­kwekersvereniging uit Ottersum uitleg gegeven over de teelt en de oogst van een product dat, we citeren weer uit het programma, ‘pas sinds kort door een groot publiek wordt geconsumeerd en in snel toenemende mate op prijs wordt gesteld. De gastvrouwen zullen ook gaarne goede recepten verstrekken.”

Nico van der Ree was 20 toen hij in september 1971, een half jaar voor de start van de wereldtuinbouwtentoonstelling, als hovenier werkte op het terrein van de ­Floriade. De voorbereidingen waren toen al jaren gaande, herinnert hij zich. “De rododendronvallei was in 1968 al aangelegd. Ik kwam in 1971 van de middelbare tuinbouwschool en kon meteen aan de slag. Er waren heel veel mensen nodig om alles op tijd voor de opening klaar te krijgen. Ik kreeg 800 gulden per maand – in die tijd een prima salaris. Ik was gespecialiseerd in bloemsierkunst, maar ontdekte al snel dat ik het heerlijk vond om buiten te ­werken. Dat ben ik altijd blijven doen.”

De rododen­dronvallei, mei 1983. Beeld stadsarchief Amsterdam/Frans Busselman
De rododen­dronvallei, mei 1983.Beeld stadsarchief Amsterdam/Frans Busselman

Krokodillen en lama’s

Er viel een hoop arbeid te verrichten, want het oorspronkelijke Floriadeterrein strekte zich uit van het Amstelpark tot het Beatrixpark. Een loopbrug over de Europaboulevard verbond de twee, net als een kleine kabelbaan. De aanleg van de A10 zou pas twee jaar later van start gaan. In het Amstelpark bevonden zich onder meer een doolhof, een reuzenrad en de elektrische trein, en om de aandacht van de bezoekers te vestigen op het lot van de bedreigde dieren had Artis een aantal zeehonden, gibbons, krokodillen en lama’s gedetacheerd. De zeehonden bleven nog lang ronddobberen in hun krappe bassin voor ze onder toenemende druk van ­dierenvrienden in 1993 naar Ecomare op Texel verhuisden voor een rustige oude dag.

Vandaag de dag zijn er geen exotische ­dieren meer te vinden in het Amstelpark. Dat wil zeggen: bijna geen. Want de kleine struisvogels en de kleine kangoeroes die nog steeds in het park wonen, worden gedoogd door de gemeente, die op kinderboerderijen geen dieren meer wil zien die hier van nature niet thuishoren. Op die in het Amstelpark scharrelen geiten, kippen, schapen, konijnen en hangbuikzwijntjes rond, maar veel wilder dan dat wordt het niet. Daar wordt ook scherp op toegezien, merkten de Vrienden van het Amstelpark toen zij een aantal jaar geleden aan het stadsdeel voorstelden de levende have op de boerderij uit te breiden met een paar langharige ezels. Geen sprake van, kregen ze per kerende post te horen.

De kinderboerderij.
 Beeld Eva Plevier
De kinderboerderij.Beeld Eva Plevier

Een halve eeuw na de oprichting vervult de kinderboerderij nog steeds een vitale rol in het Amstelpark, zeker in ­combinatie met de aangrenzende speeltuin.

“Op woensdagmiddag en in het weekend is het altijd druk,” zegt Jeroen Favôt, coördinator groen van het stadsdeel Zuid. “Kinderen beginnen in de speeltuin en doen daarna een rondje kinderboerderij.” De stadsboerderij in het Amstelpark heeft een bijzondere status in de stad, want waar alle kinderboerderijen in de loop der tijd zijn overgegaan naar een stichting, is hier de gemeente nog steeds de beheerder. Ook dat is een erfenis van de Floriade, vertelt Favôt, en het bevalt goed. Er zijn in elk geval vooralsnog geen plannen om dat te veranderen.

Floriadelied

Terug naar 1972. De voorbereidingen voor de Floriade voltrokken zich in een sfeer van groot optimisme. Tijdens de openingsplechtigheid in de RAI merkte burgemeester Ivo Samkalden op dat het evenement in de gemeenteraad kon rekenen op brede politieke steun. Zelfs, voegde hij eraan toe, van de ‘professionele dwarsliggers’ van Provo. “Groen is niet alleen een kwestie van poen. De crisis van de jaren dertig bracht ons het onvolprezen Amsterdamse Bos, de eerste jaren van grote tekorten op de Amsterdamse gemeentebegroting brachten ons het Amstelpark en daarmee de Floriade.” Om het feest compleet te maken, zongen De Schellebellen het door Harry Bannink en Alexander Pola gecomponeerde Floriadelied.

De Amsteltrein in 1972. De trein rijdt nog steeds door het park. Beeld stadsarchief amsterdam
De Amsteltrein in 1972. De trein rijdt nog steeds door het park.Beeld stadsarchief amsterdam

Daarna volgden de genodigden koningin Juliana, tevens beschermvrouwe van de tentoonstelling, over het Floriadeterrein. Langs de rododendronvallei, het dahlia­rama, de iristuin, het rosarium en de vele duizenden bomen die in de aanloop naar de Floriade in het Beatrixpark en het Amstelpark waren geplant. Door de grote variatie aan boomsoorten is het Amstelpark vijftig jaar later nog steeds geliefd, bij voorbeeld bij de Wageningse onderzoekers die er deze maand zijn neergestreken om onderzoek te doen naar de gevolgen van de klimaatverandering op de groei van inheemse en uitheemse bomen. “Hier staat alles bij elkaar,” zegt boom­bioloog Ute Sass-Klaassen. “En bijna alle bomen hebben dezelfde leeftijd. Voor ons een ideale proeftuin.”

null Beeld Eva Plevier
Beeld Eva Plevier

Dat de gemeente indertijd in financieel zwaar weer verkeerde, viel aan de Floriade niet af te lezen. Ook hovenier Nico van der Ree ­herinnert zich vooral de overdaad. “Er viel ontzettend veel te beleven en er kón ook ontzettend veel. Geld was geen probleem. Mijn favoriete onderdeel waren de tropische kassen met planten uit alle wereld­delen. Kamerplanten uit Afrika, wilde planten uit het Amazonegebied, grote ­cactussen uit Mexico. Allemaal in gasgestookte kassen, wat natuurlijk hartstikke duur was. Dat was ook een van de eerste onderdelen die na afloop van de Floriade werd opgedoekt. Er is nog best veel behouden gebleven, maar het meeste werd onbetaalbaar, zeker toen in de jaren tachtig een periode van zware bezuinigingen aanbrak.”

Daar is meteen ook de keerzijde genoemd van de erfenis van de Floriade. De uitbundige opzet van toen vergt nog steeds veel onderhoud van de erfgenamen. Het park heeft wat dat betreft geluk dat het in een welvarend deel van de stad ligt – het is onmiskenbaar een van de best verzorgde parken in Amsterdam. Niettemin is het onderhoud een voortdurend punt van aandacht, vertelt voorzitter Florian Eckardt namens de Vrienden van het Amstelpark. “Het Amstelpark is een landschapspark dat goed moet worden onderhouden. Het is geen natuur waar je de boel zijn gang kunt laten gaan. Als de parkbudgetten in moeilijke tijden worden teruggebracht, zie je het park verslonzen. Het park heeft veel zorg nodig.”

Na vier miljoen enthousiaste bezoekers werd de Floriade in oktober 1972 afgesloten als een daverend succes, en het was meteen de eerste en de laatste keer dat die uitbundige conclusie kon worden verbonden aan het tienjaarlijkse evenement. Bij de latere edities vermengde de zoete geur van rozen en hyacinten zich steevast met de schroeilucht van oplopende financiële tekorten. Het succes in Buitenveldert leidde nog voor de slotceremonie tot een discussie tussen de leiding van de Floriade en het gemeentebestuur over de mogelijkheid om het Amstelpark als attractiepark intact te houden, inclusief entree. Het stadsbestuur besliste evenwel dat het park voor iedereen toegankelijk moest blijven.

De Riekermolen.
 Beeld Eva Plevier
De Riekermolen.Beeld Eva Plevier

Ook Van der Ree bleef werken in het Amstelpark – tot aan zijn pensioen, nu zes jaar geleden. “Ik heb later ook wel in het Beatrixpark en het Vondelpark gewerkt, en een dag per week zorgde ik voor de planten in het stadsdeelkantoor. Maar verreweg de meeste tijd heb ik doorgebracht in het Amstelpark. Ik heb me nooit verveeld. In een park is altijd wat te doen. In de zomer wieden en schoffelen, in de winter aan de slag in de bosschages en takken versnipperen. Dat gebeurde als gevolg van de bezuinigingen wel met steeds minder collega’s. Het onderhoud van een park kost veel geld, zeker als je het goed wilt doen.”

Meditatietuin

Ondanks de versobering van het park en het onderhoud scoort het Amstelpark ­ontzettend goed in de periodieke onderzoeken naar de waardering van de Amsterdamse parken door de gebruikers. In het Grote Groenonderzoek van 2018 kwam het Amstelpark met een 8 zelfs als beste uit de bus. Het scoorde hoger dan het populaire Westerpark (7,8) en het Vondelpark (7,7). Een verklaring zit waarschijnlijk in de drukte: die is in het centraal gelegen en levendige Vondelpark veel groter dan in het enigszins verborgen Amstelpark. Een verbod op de barbecue, versterkte muziek, de fiets en loslopende honden, plus een ­rijke verzameling beeldende kunst tussen het groen houdt het Amstelpark rustig, vriendelijk en beschaafd, toch ook een wezenskenmerk van Buitenveldert.

En die beschikbaarheid van rust in de drukke stad trekt steeds meer weer nieuwe gebruikers aan, zoals de bezoekers van de Meditatietuin die twee jaar geleden werd gevestigd in een paviljoen aan de rustige zuidkant van het park. “We zijn een urban retreat voor persoonlijke ontwikkeling,” legt oprichter Chloë Monteiro de Jesus uit. “We verzorgen workshops, trainingen en dagretraites voor mensen die aan zichzelf willen werken.” Ze omschrijft het Amstelpark als een perfecte oase van rust en ruimte. Een verborgen oase ook. “Ik ben opgegroeid in Amsterdam, maar kende het park niet. Het was echt een ontdekking. Voor ons is het de ideale plek. Dichter bij het gevoel van een berg in Italië kun je in Amsterdam niet komen.”

De Kassen van de afdeling Beplantingen, december 1974. Beeld stadsarchief amsterdam
De Kassen van de afdeling Beplantingen, december 1974.Beeld stadsarchief amsterdam
Meer over