PlusInterview

‘Hé Lenny, wil je niet nóg een kerk?’ Lenny Balkissoon maakte van de Chassékerk al danssstudio’s, nu wordt een kerk in Oost een theater en hotel

Lenny Balkissoon in de Christus Koningkerk in Oost: ‘Als ik iets doe, moeten mijn hart en ziel erin zitten.’ Beeld Jakob van Vliet
Lenny Balkissoon in de Christus Koningkerk in Oost: ‘Als ik iets doe, moeten mijn hart en ziel erin zitten.’Beeld Jakob van Vliet

Lenny Balkissoon (64) – hindoe uit Guyana en Amsterdammer in hart en nieren – is een danser die projectontwikkelaar werd. Nadat hij de Chassékerk in De Baarsjes verbouwde tot danscentrum en hotel, opent hij dit voorjaar in de Christus Koningkerk in Oost een theater annex hotel en grand café. ‘Ik wil iets achterlaten.’

Dylan van Eijkeren

De Christus Koningkerk in de James Wattstraat in de Don Boscobuurt, Amsterdam-Oost, heeft in haar relatief kort bestaan – sedert 1959 – relatief veel misère te verduren gekregen. Het godshuis was in het naargeestige oorlogsjaar 1944 een belofte van katholiek Amsterdam aan de Heer: indien de stad van vernietiging en hongersnood gevrijwaard bleef, zou er een votiefkerk ter ere van Christus Koning verrijzen.

Op 4 juni 1945 werd de belofte tijdens een sacramentsprocessie bezegeld, en nu zegt kerkeigenaar Lenny Balkissoon (64, ‘maar ik voel me 18’) in een van de aangebouwde 77 hotelkamers: “Ik ben gelovig, maar toen Ymere me een kerk aanbood, vond ik dat wat hoog gegrepen. Pas later begreep ik dat ik niet het geloof hoefde te verkondigen.”

De lijst obstakels is duister

Van 1959 tot 1996 fungeerde de kerk als kerk, daarna werd die gesloten; door de bisschop aan de eredienst onttrokken; met sloop bedreigd; door Ymere gezien als toekomstig appartementencomplex; tot monument verklaard, en in 2011 door de woningbouwcorporatie voor een miljoen euro verkocht aan Balkissoon. Wie de kerk niet kent, zou die alleen al om de koepel eens moeten bekijken: die vormt een hoogtepunt in de modernistische architectuur ter stede.

Na de aankoop begonnen de problemen pas echt: was Balkissoon nu wel of geen hotelvergunning toegezegd? Buren vonden zijn plannen te grootschalig, met een terras op het voorliggende plein en een theater voor zeshonderd toeschouwers. Asielzoekers kraakten en vernielden het gebouw, de gemeente lag dwars over een belendend stuk grond, beloftes werden gedaan en geschonden – de lijst obstakels is duister en zelden aangenaam.

Tot stadsdeelbestuurder Ivar Manuel ten tonele verscheen, die het allemaal wel wat lang vond duren. Het is te danken aan de D66-politicus, zegt Balkissoon, dat het project werd vlot getrokken. Komend voorjaar, maar in elk geval voor de zomer, wil Balkissoon openen. “Eerst Hotel Chassé Oost, daarna Theater Balkissoon. Voor de eet- en drinkgelegenheid ben ik nog op zoek naar een professionele, grote, ervaren partij.”

Op website Wikitia wordt Balkissoon omschreven als een man die alles zelf doet: ‘Hij is niet alleen aannemer en projectontwikkelaar, maar ook de architect, ontwerper en projectmanager.’

Lenny Balkissoon is bezig met elektra in de Christus Koningkerk in de James Wattstraat in Oost. Beeld Jakob van Vliet
Lenny Balkissoon is bezig met elektra in de Christus Koningkerk in de James Wattstraat in Oost.Beeld Jakob van Vliet

Daaraan blijkt niets overdreven. Wanneer hij de kerkdeur opent, zit hij onder het stof, draagt bouwschoenen, een gescheurde Levi’s spijkerbroek en een warm mutsje. “Ik moet wel zelf meewerken, anders kan ik het allemaal niet betalen. En God staat me bij, anders zou ik dit niet kunnen doen.”

Nu hij er toch over begint, hoe betaalt hij het allemaal: de Chassékerk verbouwen, net geopend, dan corona, en daarbij dat eindeloze uitstel in Oost? “Ik had een aantal panden in Amsterdam, die heb ik verkocht, en de bank heeft me geld geleend. God staat mij bij. Ik werk hier van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat, en ga als laatste weg. Elke dag.”

Hij ‘kwam even kijken’

Dan, zacht en verontwaardigd: “De gemeente, de buren hebben me ook gevraagd: Lenny, hoe kom jij aan je geld? Weliswaar rijd ik een auto van 25 jaar oud en zie ik eruit als een bouwvakker, maar ik heb ook weleens gedacht: zouden jullie dit ook vragen aan een witte man met een gouden horloge? Uiterlijk vertoon is me vreemd, niemand hoeft te zien wat ik heb, het gaat erom wat ik doe.”

“Als ik iets doe, moeten mijn hart en ziel erin zitten. Ik wil trots op mijn werk zijn. En dit is de ideale plek voor theater, buurtvergaderingen, concerten, bruiloften, modeshows, schooluitvoeringen. Het moet toegankelijk zijn voor iedereen. Het wordt een multifunctionele ruimte. We staan open voor alles, want ik beschouw mezelf als een sociaal-maatschappelijke ontwikkelaar.”

Balkissoon kwam op zijn achttiende vanuit de Coöperatieve Republiek Guyana, het oostelijke buurland van Suriname, naar Nederland vanwege een tante die trouwde met een ‘Hollandse zeeman’. Hij ‘kwam even kijken’, begon in de horeca te werken, deed avondschool en ging dansen. “Want bij de Wladimir-dansschool op de Lijnbaansgracht zag ik de mooie meisjes.”

Hij bleek danstalent te hebben en belandde op de theaterschool. Balkissoon danste door en ging daarnaast de bouw in. “Iedereen zat in de vrije tijd altijd te roken, maar ik ben graag bezig.” Toen een van zijn opdrachtgevers met pensioen ging, leende die Balkissoon het geld om diens panden te kopen. Die waren niet duur en mochten destijds zonder vergunning worden gesplitst. “Dat heeft me een boost gegeven.”

Met Hotel Chassé Oost en de bijbehorende horeca en het theater heeft Balkissoon potentieel goud in handen. Sinds het verdwijnen van Café de Omval aan de Weespertrekvaart bestaat er in de buurten Jeruzalem, Omval, Amsteldorp en Amstelkwartier geen enkel café meer; in heel Oost is geen groot theater, zegt hij. “Alleen kleine theatertjes. Ik heb een visie, ik zie dingen die anderen niet zien, ik zie dingen vooruit.”

Lenny Balkissoon voor de kerk. ‘Ik beschouw mezelf als een sociaal-maatschappelijke ontwikkelaar.’ Beeld Jakob van Vliet
Lenny Balkissoon voor de kerk. ‘Ik beschouw mezelf als een sociaal-maatschappelijke ontwikkelaar.’Beeld Jakob van Vliet

Zijn er eigenlijk ook dingen die hij niet kan? “Ik ben niet zo goed in menselijke relaties, in samenzijn. Dat vind ik moeilijk. Maar ook de tegenwerking en juridische procedures die we hier hebben gehad, daar kan ik niet tegen. Een enkele rechtszaak kost me meer energie dan een heel jaar hier werken en vier uur per nacht slapen.”

Balkissoon beweegt zich door zijn kerk met de gratie van een danser, wijzend op het hoge plafond, de zuilen, het aanstaande podium, de verlichting, de plekken waar voorheen de twee altaren waren.

“Als je er de tijd voor neemt, er liefde insteekt en er passie voor hebt, kan alles. Als je iets wilt bereiken, moet je hard werken. Je kunt niet kieskeurig zijn, je moet je best doen. Als ik iets doe, ga ik er helemaal voor. Opgeven vind ik moeilijk. Soms kan ik niet stoppen, dat is zowel mijn kracht als mijn zwakte.”

Maar waarom doet u het allemaal?

“Ik doe het voor de mensen, voor Amsterdam, voor Nederland. Ik doe het niet voor het geld. Ik maak iets zodat mensen het kunnen zien, dat ze er iets kunnen horen, dat ze willen bezoeken. Het mooie van de twee kerken is dat het van oudsher plekken zijn waar mensen samenkomen. Dat is ook wat ik wil bereiken. Ik hoop dat er straks, met de opening, een meisje of een jongetje viool speelt of een dansje doet of een sprookje vertelt. Het is iets geweldigs om de toekomst te zien. Sterf ik morgen, dan staat hier toch iets moois.”

Voor alle zekerheid is zijn eigen naam al voor de theaterserre in granito aangebracht: ‘L.K. Balkissoon 2021’.

Van Onze-Lieve-Vrouw van Altijddurende Bijstand tot Chassé Dance Studios

Voordat hij de Christus Koningkerk kocht, nam Lenny Balkissoon tien jaar geleden de Chassékerk in Amsterdam-West over. Officieel heette die de Kerk van Onze-Lieve-Vrouw van Altijddurende Bijstand. Ook daar verzette de buurt zich, maar dat bleek een peulenschil in vergelijking met het oponthoud dat Balkissoon in Oost opliep.

In 2015 opende hij de deuren van Chassé Dance Studios, met onder meer negen dans- en repetitieruimtes, ‘de grootste dansschool van de wereld’. Drie jaar later volgde het hotel met 57 kamers. Geld heeft hij er nog niet aan verdiend; momenteel verblijven er studenten, soms verhuurt hij ‘een kamer of twee, drie’. Het Chassé-verbouwingswerk van Balkissoon werd eind 2017 in deze krant geprezen als ‘indrukwekkend.’

De parallel met de Christus Koningkerk is overigens niet toevallig: ook in de Chassékerk wilde woningbouwvereniging Ymere appartementen bouwen, maar nadat dat te duur was gebleken, werd op zoek gegaan naar een koper. En aan die koper werd na de overname gevraagd: ‘Hé Lenny, wil je niet nog een kerk?’ Balkissoon twijfelde. Echt niet? Toch maar wel.

Meer over