PlusExclusief

Haar zoon verdronk tijdens het surfen in Scheveningen: ‘Mijn enige doel is de avond halen’

Marjolein Hartman schreef een verdrietig, maar ook boos boek. ‘Zeker de eerste maanden kwam alles ongefilterd binnen, en zo heb ik het ook opgeschreven.’ Beeld Niels Blekemolen
Marjolein Hartman schreef een verdrietig, maar ook boos boek. ‘Zeker de eerste maanden kwam alles ongefilterd binnen, en zo heb ik het ook opgeschreven.’Beeld Niels Blekemolen

De zoon van Marjolein Hartman (47) was een van de vijf surfers die in mei 2020 stikten in metershoog zeeschuim in Scheveningen. In een genadeloos, eerlijk boek beschrijft ze zijn leven en de pijn van het verlies. ‘Zeg niet: als er wat is, ben ik er voor je.’

Vera Spaans

Op 11 mei 2020 verloor Marjolein Hartman haar zoon. Max was een van de vijf surfers die stierven in de zee bij Scheveningen, op die dag dat de wind het zeeschuim opeens tot wel twee meter hoog opblies. Een bizar ongeluk maakte een einde aan het leven van een energieke, vrolijke 22-jarige student werktuigbouwkunde – en in zekere zin ook aan dat van zijn moeder. Ze werd in één keer volledig aan diggelen geslagen.

Zes weken na het ongeluk begon ze met schrijven. Niet om te verwerken wat er gebeurd was. Verwerken, daarvan is helemaal geen sprake, zegt ze. “De dood van je kind valt niet te verwerken. Het enige wat je probeert, is er niet aan onderdoor te gaan. Als je opschrijft wat er gebeurd is, hoef je niet meer krampachtig te proberen alles te onthouden. Want op een gegeven moment zijn herinneringen het enige wat je nog hebt.”

Haar verhaal, dat dinsdag verschijnt, is een genadeloos boek geworden. Over het leven van haar zoon en over haar pijn. Ze geeft het uit in eigen beheer, niet bij een gevestigde uitgever. “Die wilden allemaal een happy end, er moest iets positiefs in zitten. Dat stond me juist zo tegen in de boeken over verongelukte kinderen die ik las.” Smalend: “Het ziekenhuis? Fantastische mensen! De agenten doen het zo goed, en de buren – wat waren ze lief. Iemand schreef: toen hebben we zo lekker gegeten. Lekker gegeten? Als je kind drie dagen dood is? Je proeft niks! Je hebt helemaal geen smaak! Je kind verliezen is niet romantisch. Het is smerig en gruwelijk en vies en goor. Het is alleen maar heel naar. En dat mag ook weleens worden verteld.”

Het is een heel verdrietig, maar ook boos boek geworden.

“Ik was heel boos. Zeker de eerste maanden lagen al mijn zenuwen aan de oppervlakte. Alles kwam ongefilterd binnen, en zo heb ik het ook opgeschreven. Woede is een makkelijke emotie: daar kun je wat mee. Met verdriet kun je niets, boosheid geeft energie. Ik had geen dader, geen moordenaar of weggebruiker of ziekenhuis dat de fout in is gegaan. De zee… Daar kun je niet echt kwaad op worden hè?”

U werd boos op uw vrienden. Na de begrafenis hoorde u bijna niets meer van ze. Kunt u dat verklaren?

“De pijn die ik voel, is voor anderen niet te voelen. Ik moet het je vertellen, en als me dat lukt, draait op een gegeven moment je maag om. Het is een open wond waarin je kijkt. Je hele lijf zegt: dit wil ik niet horen, dus instinctief neem je afstand. Elke keer dat je aan mij denkt, komt dat nare gevoel weer terug. Dus schud je even met je kop en ga je de afwas doen. En voor je het weet is er een week voorbij, twee weken, twee maanden. Toen ik ze dat vertelde, stond het schaamrood ze op de kaken: is het al zo lang geleden? Sommige vrienden waren er wel altijd voor me, trouwens, en ook met anderen is het na mijn uitbarsting wel weer goedgekomen.”

Wat moet je doen als iemand zo diep in de rouw zit?

“Er is niet maar één ding goed. Ik had, en heb, maar één doel. Dat is de avond halen. Je kunt mijn verdriet niet wegnemen, je kunt het niet beter maken, maar je kunt me wel helpen de avond te halen. Bijvoorbeeld door een appje te sturen, of een kaartje, of langs te komen. Maar zeg niet tegen de ander: als er wat is, ben ik er voor je.”

Dat wordt denk ik heel vaak gezegd.

“Iedereen zegt dat. Maar het is niks waard! Je zegt er eigenlijk mee: ik kan het zelf niet bedenken, dus ik leg het bij jou neer en als jij met iets komt, beslis ik wel of ik het doe of niet. En wat kan ik dan vragen? Ga je boodschappen voor me doen? Ga je mijn onkruid wieden?”

U had meer steun aan de vrienden van Max.

“Die bleven gewoon komen. Zijn naam viel continu. Het ging niet over zijn dood, maar over zijn leven, heel natuurlijk. En soms zei iemand iets stoms en dan had je het daarover. Mensen van mijn generatie voelen zich meteen persoonlijk aangevallen als je zegt: dit kun je echt niet zeggen. Dus zeiden ze maar helemaal niets meer.”

Kunt u daar een voorbeeld van geven?

“In het begin werd vaak gevraagd: alles goed? Nee, niet alles goed. ‘Ja, maar buiten dat.’ Er is geen buiten dat! Ik zit er middenin! Goedemorgen? Nee, ik heb geen goede morgen! Na een tijdje kun je het wel relativeren, hoor, en weet je: goedemorgen is gewoon een soort hallo. Maar stuur me geen kerstkaart met ‘prettige kerstdagen en gelukkig nieuwjaar’, en dan alleen je naam eronder. Hoe durf je! Ik heb geen fijne kerst. Daar ben ik vorig jaar heel boos over geworden. Dus dit jaar heb ik helemaal geen kerstkaarten gekregen.”

Wat kunnen mensen dan doen?

“Als je geen vaste grond meer onder de voeten hebt, moet je je leven opnieuw opbouwen. Dat kost tijd en energie. Ik had het nodig om te horen dat ik het waard was om te blijven leven. Dat je vrienden zeggen: ik hou van je, ik denk aan je.”

Je moet wel blijven leven.

“Ik heb nog een kind, inderdaad. Maar anders... In het begin vond ik het wel een heel geruststellende gedachte: er is altijd nog zelfmoord. Ik vond het fijn om daarover na te denken. De eerste weken maakte ik mijn nachten zo lang mogelijk, want elk uurtje dat ik sliep, maakte ik niet meer mee. Maar ook dit leven went. Het is niet leuk, maar het went wel. Ik heb geen keus. Ik kan niet mezelf ophangen.”

Marjolein Hartman is de dochter van An en André Hartman, die jaren een sigarenwinkel runden in de Amsterdamse Molukkenstraat. In 1993 werd André doodgeschoten bij een roofoverval. An bleef in de zaak staan, en maakte er nóg vier overvallen mee. In totaal werd de zaak negentien keer beroofd. An stierf eind 2016 aan kanker.

U was 19 toen uw vader werd vermoord. Toch wijdt u er in uw boek maar een paar alinea’s aan.

“Mijn vader, dat is een absurd verhaal, maar daar heb ik geen pijn meer van. En ook toen mijn moeder overleed: ik had toen een berichtje op Facebook gezet, daar hebben een paar mensen op gereageerd, maar ik heb er geen oordeel over of mensen toen iets voor me deden of niet. Mijn moeder, mijn pijn. Ik zit even in de shit, ik deel het jullie mee, klaar. Je weet, vanaf het moment dat het gebeurt, dat je er ooit overheen komt. Dat de zon weer gaat schijnen. Maar bij de dood van een kind ben je kapot. Je moet verder, wetende dat het nooit meer beter gaat worden.”

Wat is het principiële verschil tussen je vader en je zoon verliezen?

“Dat je ouders overlijden, is de natuurlijke gang der dingen. Je weet dat het een keer gaat gebeuren. En dat verdriet zit vooral in je hoofd. Verdriet om je kind voel je in elke vezel van je lijf. Een totale leegte. Je ouders verliezen doet niets af aan je eigenwaarde, maar als je kind sterft, voel je toch dat je hebt gefaald als moeder.”

Marjolein Hartman: Rauw, uitgeverij Hartman Cigars, €22.

Rauw, geschreven door Marjolein Hartman. Beeld -
Rauw, geschreven door Marjolein Hartman.Beeld -

Praten over zelfmoordgedachten kan anoniem met 113 Zelfmoordpreventie, via chat op www.113.nl, of telefonisch via 0800-0113 (gratis) of 113 (tegen de gebruikelijke telefoonkosten).

Meer over